Bijna iedere dag muziek: Max Bruch

Nu was het mij op een of andere wijze gelukt een vriendinnetje binnen te slepen. Ze speelde viool en was twee jaar jonger. Marianne probeerde mij wel eens te helpen. Op een dag, nadat we op haar kamer mijn Frankie Laine-bandje hadden afgedraaid en ik haar andermaal gedwongen had High Noon, Cool Water en Rawhide met me mee te zingen vanonder de lakens, zette ze stiekem iets anders op. Alsof ze een bolletje levertraan in de aardappelpuree verstopte. Marianne wilde mij genezen.

Het moment zal ik nooit vergeten. Het was de eerste keer dat ik klassieke muziek echt hoorde en merkwaardig genoeg ook zag. In haar bed moest ik liggen en luisteren. Het stond luid, zij lag naast me. Pas na enige tijd merkte ik dat iets of iemand vreemd bezit van me nam. Een donkerrode warme kleur hield zich eerst in, maar probeerde toen af en toe te versnellen. Het pakte me vast bij mijn kruin, probeerde mij met zich mee op te jagen, weer terug te duwen – het was me niet helemaal duidelijk. Niets was nog duidelijk, behalve het feit dat ik met gesloten ogen de kamer voelde aanzwellen en dat ik moeilijk kon ademen. Iets rond mij nam niet zozeer mijn adem weg, het leek me veeleer ermee te vullen; die rode kleur van geluid pompte lucht in mijn longen en ik kon niet meer uitademen. Ik voelde me zwanger en er volgde al snel een uitbarsting, een soort kolk. ‘Dat is het nog niet,’ zei Marianne. ‘Wacht.’ We bleven wachten, in dat bed, naast elkaar, en terwijl ik haar naast me voelde, raakte ik opgewonden, louter van het luisteren. Toen, na vier minuten en twintig seconden kwam het, defintief. (Ik weet het exacte tijdstip nog, omdat we de cd de dagen daarna nog talloze malen zouden terugspoelen.) Een gekmakende kleur stoof op, die me plots de mond opende. Ik zag hoe een grote zwerm witte vogels, waarschijnlijk ganzen, omhoog rees en rond mij wervelde als een tornado. Ik voelde iets uit mijn lichaam ontsnappen. Niet lang daarna was het weg. Het had gevoeld alsof die vogels, eenmaal buiten, met duizenden tegelijk door me heen waren getrokken. En nu, nu was ik leeg. De muziek ging zacht verder, een bedarend naspel.

Ik vroeg haar versuft wat ik had gezien. ‘Vioolconcerto nr. 1 in G klein van Max Bruch. De eerste beweging. Niemand speelt het zoals hij.’ Het was Isaac Stern, haar held.

fragment uit: Aan de rand van de muziek – Ramsey Nasr; uit: Muziek in mijn leven, Prometheus Amsterdam, 2005

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s