Eric Hansen is een vreemdeling in de jungle

Hoe meer we met de dingen bezig zijn, des te minder aandacht krijgen de organismen in ons leven. Om spullen gaat het in ons modern leven: huisje, autootje, electronica enz. Boompje en beestje raken uit het zicht. Dat zijn lastige elementen die aandacht vragen en onderhoud.

Bij sommigen van ons leidt dat tot afscheid nemen van die materiële zaken en het avontuur zoeken. Op zoek naar gebeurtenissen en herinneringen. Zoals te voet de jungle in (in dit geval die van Borneo). Reisauteur Eric Hansen (USA) was al op veel plekken in de wereld geweest voordat hij besloot het regenwoud in Borneo te gaan ontdekken. Hij reisde 7 maanden te voet onder primitieve omstandigheden, zoals de lokale bevolking al eeuwen doet. Van die lokale bevolking maakte hij dankbaar gebruik. Twee van hen gingen mee de jungle in want zij hadden kennis en ervaring die Hansen ontbeerde. ‘Bescheidenheid was de eerste junglevaardigheid die ik leerde,’ zei hij er zelf over.

Tingang Na en John Bong heetten zijn trouwe metgezellen op deze epische tocht door de extreme natuur.

De week die wij in elkaars gezelschap hadden doorgebracht, had mij duidelijk gemaakt hoe hulpeloos en afhankelijk ik was: ik had geen jungle-ervaring, en dientengevolge groeide mijn bewondering voor John en Tingang Na met de dag. Hun onbegrijpelijke en schijnbaar moeiteloze vermogen in de jungle te leven vervulde mij met opgetogen verbazing. Dit was een gevoel dat mij altijd zal bijblijven. Een stuk dun schors dat je tussen twee kleine rivierkeien legde werd een drinkkraan; een blad dat je van een bepaalde boom plukte en dubbelvouwde om er dan met zuigen een trillend geluid aan te ontlokken, lokte een nieuwsgierige muntjak (Muntiacus muntjak), een klein hertje, binnen bereik van het geweer; een liaan die als kulit elang bekendstond, kon je fijnstampen, door het water halen en over je enkels wrijven, en dat weerhield bloedzuigers ervan tegen je benen op te klimmen. Terwijl wij door het regenwoud trekken, verschenen met regelmatige tussenpozen fruitbomen op ons pad, vol mispels, enorme grapefruits, durians, magistans, guaves, rambutans, en broodvruchten. Het duurde zelden langer dan een uur voor wij een kamp hadden opgeslagen en eten hadden verzameld. Het was allemaal zo eenvoudig – onder leiding van experts. In mijn eentje zou ik van honger zijn omgekomen.

Het oerwoud zinderde van dynamiek met een geheel eigen hartslag. Voor hen die dat ritme aanvoelden, was het woud overvloedig en gul; voor mij zou het nog maanden een doolhof van obstakels blijven. Ik wist mij er niet in te voegen. Ik was onder de bekoring, maar tegelijk platgeslagen door het gecompliceerde gevecht om van dag tot dag in leven te blijven.

(..)

Witte mensen zijn zo slim dat ze vliegtuigen kunnen bouwen; het is duidelijk dat ze machtige toverdranken of magie hebben om ze daarbij te helpen. John en Tingang Na begonnen op mijn gezelschap en gevoel voor humor gesteld te raken, maar zij vonden het hoogst merkwaardig dat ik bereid was zoveel pijn te lijden om planten te verzamelen, bomen te fotograferen, en hun verhalen te aanhoren. Hield ik soms een geheim doel voor ze verborgen? Waarom wilde ik de Penan van de jungle vinden? Kon ik niet gewoon naar het andere eind van het eiland vliegen? Zij zouden het doodeng vinden om alleen door het terrein van een andere stam te trekken. Waarom was ik niet bang om mij in gebieden te begeven waar ik de geesten niet kende? Wij waren vrienden geworden, maar mijn tocht bleef hun een raadsel.

fragment uit: Vreemdeling in het woud: te voet door Borneo, Het Spectrum Utrecht, 2000

Eric_hansen; wikipedia.org

bron beeld: wikipedia.org

Eric Hansen (USA)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s