Ann Meskens filosofeert over toerisme

Eerst maar eens de definitie: ‘een reiziger, die zich voor zijn genoegen, zonder vast doel, voor een langer verblijf naar vreemde landen begeeft, meestal met de bijbetekenis van rijke, voorname, onafhankelijke persoon’ (Töpffer, 1838).

De Belgische filosofe en journaliste Ann Meskens (1965) denkt in Eindelijk buiten na over wat een toerist is en hoe we toerisme anders zijn gaan zien.

In vroeger tijden ging men op reis omdat men elders iets moest doen. Reizen was te zwaar, te gevaarlijk en ook te duur om echt plezierig te zijn. Als de reis al geen economische reden had, dan had die wel een religieus doel en de reiziger die uit avontuurlijk verlangen rondtrok, was een attractief maar verdacht figuur die buiten de maatschappij stond.

De horizon was eeuwenlang een lijn die rotsvast lag en jouw leven begrensde, maar in de moderniteit moest je er plots naartoe en liefst voorbij.

Het verlangen naar de verte, het succes van het panorama, het opzoeken van altijd weer nieuwe horizonten. En al snel: het reizen als de gedroomde ontsnappingsroute, weg van de oprukkende beschaving, weg uit de stad en weg van de industrie.

(..)

De eerste toeristen, les grandes touristes, reisden veeleer naar de beschaving toe. Het was voor hen een afronding van hun opvoeding: zo gingen de Renaissancekunstenaars naar Italië en Griekenland. Ze zochten het verleden op, maar dan liefst wat ervan was bewaard gebleven in monumenten, of wat ze in de resten van het verleden wilden zien, de grootsheid ervan, de schoonheid, de macht en de rijkdom.

Tot zover het verleden en hoe men over ‘toerisme’ dacht. Er zijn moderne wetenschappers die toerisme als een kernactiviteit van onze hedendaagse cultuur beschouwen. De Australische socioloog Adrian Franklin bijvoorbeeld:

Volgens hem oefenen we op vakantie in culturele vaardigheden die we nodig hebben in ons leven. Vacant betekent leeg of open of vrij; vakantie is ook een speelruimte die we met uittesten en experimenteren kunnen vullen. Zo kunnen we onze verhouding tot de natuur of cultuur oefenen, het met z’n allen samenleven in een globale wereld, het pareren van onverwachte snelheden en gebeurtenissen, en vooral het stimuleren van de verbeelding, zo hoognodig om beweeglijk genoeg te zijn voor het hedendaagse bestaan. De wereld is geglobaliseerd. We zijn sowieso nomaden geworden. Men vergeet vaak te zien, zegt Franklin, dat op vakantie gaan vaak een individueel engagement is om zichzelf te plaatsen en te oriënteren in onze geglobaliseerde nomadenwereld.

uit: eindelijk buiten, filosofische stadswandelingen, Lemniscaat Rotterdam, 2007

Ann_Meskens; nieuwsblad.bebron beeld: nieuwsblad.be

Ann Meskens (1965, België)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s