Bijna iedere dag muziek: Beethoven

Ik heb de eenzaamheid niet zelf verkozen; die heeft zich aan mij opgedrongen en ik haatte haar nu als een dwang die op mij drukte. Ik zou eruit willen, naar muziek willen luisteren, iets van een van de groten, van de allergrootste, die zijn leven lang geleden heeft… vooral naar Beethoven verlangde ik en ik begon in mijn oren de laatste maten van de Mondschein-sonate tot leven te wekken, die voor mij de hoogste uitdrukking is van het menselijk zuchten om bevrijding en die weergeeft wat geen gedicht in woorden kan benaderen.

(..)

Daar hoor ik, duidelijk en helder als kwam het uit de kamer ernaast, het geweldige allegro van de Mondschein-sonate, dat zich ontrolt als een reuze fresco. Ik zie en hoor tergelijkertijd. Maar niet zeker of het een hallucinatie is, overvalt mij een huivering zoals die zich van ons meester pleegt te maken als wij tegenover het onverklaarbare komen te staan. De muziek komt namelijk van de onbekende weldoensters in het huis naast het mijne en die zijn met vakantie! Maar misschien hadden ze iets te doen in de stad? Hoe het ook zij, hier werd voor mij gespeeld en ik aanvaardde het in dankbaarheid. Ik had het gevoel gezelschap te hebben in mijn eenzaamheid en in contact te staan met gelijkgestemde zielen.

Als ik nu zeg dat datzelfde allegro tijdens het lange uur drie keer gespeeld werd, dan komt mij het geheel nog onverklaarbaarder voor. Maar ik putte er juist daarom nog groter vreugde uit en het feit dat er geen ander stuk gespeeld werd zag ik als een bijzondere vorm van genade.

uit: Eenzaamheid – August Strindberg, Meulenhoff Amsterdam, 1981; vertaling Cora Polet

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s