Thomas Rosenboom en de nieuwe man

In de roman De nieuwe man beschrijft Thomas Rosenboom (1956, Doetinchem) de geschiedenis van scheepsbouwer Bepol die een scheepswerf bezit in het Groningse Wirdum. Verdere hoofdpersonen zijn dochter Ilse en meesterknecht Niesten.

Verblind stond Bepol dan zo enige ogenblikken aan de vensterbank, roerloos luisterend naar die doorgaande kakafonie van klappen, waarin toch telkens één klap anders klonk. Zodra hij zijn ogen weer kon openen keek hij werktuiglijk in die richting om te controleren wat hij al zo vaak had gecontroleerd, en ja: het was altijd Niesten, of hij nu op het middenterrein de mallen uitklopte of ginds op de helling de klinkenploeg leidde; het was altijd de hamer van Niesten die tegelijk met dat accent ergens neerkwam; het was altijd zijn jonge meesterknecht Niesten die harder sloeg dan de anderen, daarom leek hij ook altijd dichterbij…

Onwillekeurig deinsde Bepol iets terug wanneer zijn blik op Niesten viel, even onwillekeurig bleef hij hem vervolgens gadeslaan zoals hij werkte, hard en schoon, zoals hij er ook uitzag, heel anders dan de anderen: hij droeg geen pikpet of een gebreide muts, maar een pet met een klep; geen ketelpak maar ’s winters een zwart klettervest en zomers een wijd hemd met brede bretels, die tussen zijn schouderbladen bijeenkwamen, zodat zijn broek van achteren op één plaats, in het midden, omhooggetrokken werd, en altijd had hij een witte poetslap om de hals, die hem stond als een zijden cravatte. Zijn leiding werd even stilzwijgend aanvaard als uitgeoefend, met niets dan zijn helle blik en het overwicht van zijn harde lichaam en harde werk – hij kon alles, bestierde alles, kende ieder schip van klik tot kluiver, ook jaren later nog, als het in onderhoud kwam, en was voorslager onder de plaatwerkers; gewone voorslagers tekenden met een natte vinger de plaats waar de anderen moeten slaan, Niesten deed het door erop te spuwen, een krachtig, maar onzichtbaar dun straaltje – ineens glom de plek, verder niets. Bepol durfde er nooit te lang naar te kijken als hij voorbijkwam, bang dat Niesten zich plotseling zou omdraaien en hem aanzien, met die vreemde, lichte ogen, die gloeiden onder de schaduw van zijn pet…

uit: de nieuwe man, Querido Amsterdam, 2004

rosenboom, thomas; nrc.nlbron beeld: nrc.nl

Thomas Rosenboom (1956, Doetinchem)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s