Bijna iedere dag muziek: Sergej Prokofjev

https://youtu.be/aSJezJisLws

De Russische violist David Oistrach was 18 jaar oud toen hij Sergej Prokofjev (1891-1953) voor het eerst ontmoette. Ter ere van de componist was er een feestelijk concert in de badplaats Odessa. David speelde het scherzo uit het Eerste Vioolconcert in aanwezigheid van Prokofjev zelf. ‘Zo hoor je dat niet te spelen, jongeman,’ riep hij uit ten overstaan van een volle zaal. De componist betrad het podium en liet op de piano horen hoe het wèl moest klinken. Een pijnlijke situatie.

Bijna tien jaar later zagen ze elkaar weer. De ontmoeting vond plaats aan het schaakbord in het Centrum voor Kunstarbeiders in Moskou. Het was 23 oktober 1937. Na zeven partijtjes (uitslag onbekend) herinnerde de inmiddels gevierde violist zijn tegenstander aan het voorval in Odessa dat hem een klein trauma had bezorgd. De componsit schaamde zich en beloofde een sonate voor viool en piano te schrijven. Er ontstond een hechte vriendschap tussen twee muzikale grootmeesters.

Het duurde nog tot 23 oktober 1943 voordat de Sonate in F mineur voor het eerst werd uitgevoerd in de kleine zaal van het conservatorium in Moskou. Uiteraard door Oistrach, die de aanwijzingen van de componist ter harte nam. ‘Het eerste deel moet klinken als de wind die waait over het kerkhof,’ vond Prokofjev. Daar was een reden voor. Kunstenaars, zo had Stalin bevolen, waren arbeiders die hun talent onder streng toezicht van het politbureau dienden in te zetten voor het volk. Prokofjev begon aan de compositie nadat hij het werk aan de muziek voor Eisensteins film Alexander Nefsky had beëindigd. De sonate werd een tijdsdocument in noten. Een Hongaarse recensent die de première bijwoonde, schreef dat hij verbijsterd was door de impact die de sonate op het publiek bleek te hebben. Het gehoor voelde tijdens de première in de notenreeksen de beklemming van het sovjetregime. De pizzicato-akkoorden die door de piano worden beantwoord leken een ongehoorde aanklacht tegen de aanwezige kameraden uit het politbureau van dictator Stalin. Ze riepen het verlangen op naar een magische wereld zonder terreur en censuur.

Prokofjev liet zich zelf uit zelfbehoud niet uit over het provocerende karakter van zijn noten. ‘Het eerste deel is ernstig, het tweede deel levendig en het derde lieflijk en teder. De finale is weer snel en geschreven in een ingewikkelde ritmiek,’ lichtte hij toe.

uit: een ontmoeting aan het schaakbord; uit: In hoger sferen, Paul Witteman, Balans Amsterdam, 2005

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s