Abram de Swaan ontdekt de verrassingen van de Surinaamse jungle

Ooit hebben slaven de kreek verbreed en uitgediept tot aan de Commewijne-rivier. Aan de monding van de kreek stond het grote plantershuis, de swampen waren gedraineerd met sloten en sluizen en citrusboomgaarden bedekten het terrein. Langs de kreek woont nu nog een oude man in een ruïne van een schuur, hij eet wat hij oogst en vangt er een visje bij. Verderop, op het zandstrand, wonen vissers in hutten van aangespoeld hout, vervuild en in een zwerm van vliegen die op het afval van hun rokerijen afkomen.

Een haast onvindbaar paadje gaat van het kampement achter de zandbank langs de rand van het moeras. Soms wijkt de begroeiing en staan reuzecacteeën in het gelid, agaves en huizenhoge euphorbia’s. Er moet daar een siertuin geweest zijn en misschien een oprijlaan. Dan is alles weer dichtgegroeid en alleen een platgetreden spoor in het zand geeft aan waar iemand nu nog af en toe zijn voeten zet.

Achter een bosschage van struiken die bij de bloemist in Amsterdam per tak gaan, ligt opeens een open plek, een rechthoek van fijn zand, zonder enige begroeiing, aangeharkt. Iemand heeft op dit veld met gevonden balken en boomstammetjes staketsels gebouwd, een palissade, een poort, of toch een altaar? Verdedigingswerken, een afgodsdienst? Een stok, aan weerszijden verzwaard met klompen beton, rust op twee staande vorken: dat moet een halter zijn, gereedschap voor gewichtheffers. De poort is dus een rekstok, de palissade een klimkooi. Hier staat uit oud hout opgesteld, een gym in de jungle.

fragment uit: een gym in de jungle; uit Noorderzon, Meulenhoff Amsterdam, 1990

Abram de Swaan (1942, Amsterdam)

abram de swaan, amnesty.nlbron beeld: amnesty.nl

In dit korte verhaal zet socioloog en schrijver Abram de Swaan een zeer herkenbaar beeld neer van hoe hij Suriname ervaarde toen hij er was. Zelf ben ik er begin jaren 80 geweest. Bouterse was net aan het bewind. Er heerste avondklok. Ondanks dat feit konden we (mijn reisgenoot en ik) gaan en staan waar we wilden. We gingen van Albina naar Nickerie, meestal met de veerdienst/postboot. Diep de jungle in met de VW Kever of met een stoomtrein die lopend bij te houden was. De Swaan schrijft treffend over de verrassingen die het land biedt. Geheel in de tijdgeest noemde De Swaan toen ‘Suriname geen land, maar een factorij.’

Met het vertrek van de kolonisten is die vestiging in verval geraakt. Er is nog een staat, maar het volk is al grotendeels weg.

We hebben het over eind jaren 80 toen Surinamers massaal naar Nederland waren vertrokken. In bange afwachting van wat komen ging.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s