John Irving koos niet tussen worstelen en schrijven

john_irving; livreshebdo.frbron beeld: livreshebdo.fr

In Het verzonnen meisje schreef John Irving herinneringen op. Herinneringen aan de tijden dat hij naar de academie/universiteit ging, worstelde en zich bekwaamde in het schrijven. Hij begint met de constatering dat hij een zwakke leerling was, dyslectisch bovendien. Vaak is er dan een onderwijzer die een duwtje geeft. Ook in het geval van Irving die moest vechten voor zijn positie. Zijn docent Seabrooke zegt op enig moment tegen hem:

‘Een underdog is in de juiste positie om flink te bijten.’

Zo had ik mezelf nog nooit gezien. Ik was een underdog; daarom moest ik het tempo zien te bepalen – van alles. Zoiets belangrijks had ik bij Engels 4S nooit geleerd, maar dit zelfbeeld was wel toepasbaar op mijn prille schrijverschap, en op de rest van mijn schoolwerk. Als mijn klasgenoten de tekst die we moesten lezen voor geschiedenis konden doornemen in een uur, gunde ik mezelf er twee of drie. Als ik dan niet kon leren spellen, moest ik maar een lijst aanleggen van de woorden die het vaakst mis gingen – en die lijst heb ik ook aangelegd. Zelfs als we een onaangekondigd proefwerk kregen, had ik mijn lijst bij de hand. En bovenal: ik ging alles herschrijven; een eerste versie was zoiets als de eerste keer dat je een nieuwe techniek probeerde: je moest erop oefenen, steeds maar weer, voor je er zelfs maar aan kon denken die uit te proberen in een wedstrijd. Ik begon serieus werk te maken van mijn gebrek aan talent.

Irving merkte tijdens zijn opleiding dat hij worstelen meer dan leuk vond. Daarover wordt veel en vaak verslag gedaan in het boekje. Er staan zelfs foto’s van worstelpartijen in waarbij de jonge Irving te zien is. Die interesse voor het worstelen wekte verbazing, zoals hij zelf concludeerde:

Het zal geen verbazing wekken dat de schrijvers (en schrijvers in spe) aan de Universiteit van New Hampshire allemaal rookten en dronken; dat ik elke dag drie kwartier van Durham naar Exeter reed voor mijn worsteltraining en menig weekend een worsteltoernooi had, kwam zowel mij als mijn nieuwe schrijvende vrienden hoogst onliterair voor. Het was het eerste teken dat de wereld van mijn schrijvende vrienden zelden zou samenvallen met die van mijn worstelende; korte tijd heb ik zelf evenmin in een samengaan geloofd: ik meende zeker te weten dat ik óf schrijver kon zijn óf worstelaar, maar niet allebei.

uit: het verzonnen meisje, herinneringen; Anthos Amsterdam, 1996; vertaling Sjaak Commandeur

John Irving (1942, Exeter, USA)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s