Paul Muldoon Dicht de Dag

Quoof

Hoe vaak heb ik ons familiewoord / voor de heetwaterkruik / naar een vreemd bed gedragen, / zoals mijn vader vroeger een gloeiendhete baksteen / in een oude sok jongleerde / naar de alkoof van zijn jeugd. / Ik heb het meegnomen naar zovele lieve hoofden / of als een zwaard tussen ons gel;egd.

Een hotelkamer in New Yrok City / met een meisje dat nauwelijks Engels sprak, / mijn hand op haar borst / als het smeulende eenmalige spoor van de yeti / of een ander schuw beest / dat de taal nog moet betreden.

uit: het dwingende verleden, Poetry International Serie Amsterdam, 1988; vertaling Peter Nijmeijer

muldoon, paul; nyt.combron beeld: nytimes.com

Paul Muldoon (1951, Ier)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s