Lisa Kuitert over het nut van het papieren boek

wp, multatuli; boekwinkeltjes.nl

Dat boek met mooie prentjes, / Met groene zijde lintjes, / Waar naar ik zo verlangde, / Heeft Jantje nu gekregen, / Om dat hij ’t best kon schrijven, / En ’t vlugst was in het lezen.

uit: Woutertje Pieterse, Multatuli

Het boek is een ‘trouwe papieren vriend’

Een papieren boek is uniek en strikt persoonlijk.

Een boek is als een tuin die je in je jaszak draagt.

Papieren boeken zijn niet alleen leuker voor kinderen als leestrofee, maar beantwoorden beter aan het doel van het boek, namelijk tekst verwerken.

Boeken zijn driedimensionale objecten – ook al is de inhoud dat niet – en daarom beantwoorden ze ook aan diverse zintuigen.

De woordenschat van kinderen neemt door het lezen van een boek sterk toe. En die moeilijke woorden vormen geen beletsel voor leesplezier, zoals uit de Harry Potter-successen is gebleken.

citaten uit: Lisa Kuitert Het boek en het badwater, de betekenis van papieren boeken, Amsterdam University Press Amsterdam, 2015, hoofdstuk: Kinderboeken

Microcosmi: ‘vertellen is guerilla tegen het vergeten’

Antholz; urlaub-suedtirol.it

Antholz is een dal in Zuid-Tirol; bron beeld: urlaub-suedtirol.it

Nog steeds volg ik Claudio Magris (1939, It) Microcosmi: geschiedenissen over de plekken die hem na stonden. Dit keer is de Antholz aan de beurt. Een gebied in Zuid-Tirol, een dal, in het Italiaanse deel van Tirol. Dit gebied en haar verhalen worden uitvoerig beschreven in Dorfbuch Antholz van Hubert Müller, laat Magris weten.

Het Dorfbuch Antholz van Müller is een wereldgeschiedenis geconcetreerd in een klein dal; misschien is de doeltreffendste list om de pijn van het leven te ontlopen, je wijden aan de samenvatting van de levens van anderen, en daarbij dat van jezelf te vergeten…

(..)

Hubert Müller brengt zijn leven door met op papier verslag doen van waargebeurde feiten en echte namen, die namen waarvan elke verteller weet hoe moeilijk het is ze niet te vermelden, ook wanneer discretie en diplomatie vereisen dat de werkelijkheid wordt geretoucheerd. Vertellen is een guerilla tegen het vergeten en er tegelijk vrede mee hebben: als de dood niet bestond, zou misschien niemand vertellen. Hoe nederiger en aardser – umile, fysiek dicht bij de humus, de aarde – het onderwerp van een verhaal is, des te meer word je gewaar hoezeer het met de dood te maken heeft. De lotgevallen van de mensen, beroemde en obscure, stromen samen met die van de jaargetijden met hun regens en sneeuwbuien, met die van de dieren en de planten, van de dingen met hun hardnekkigheid en hun vergankelijkheid.

uit: microcosmi – Claudio Magris, Bert Bakker Amsterdam, 1998; vertaling Anton Haakman

Bijna iedere dag muziek: Beatclub, Musikladen en Rockpalast

Tja, ik ben geboren en getogen in de grensstreek met Duitsland. Heb de zwart-wit periode van de tv nog meegemaakt. Onvergetelijk was de begrafenis van John F. Kennedy, die ik deels beleefde met de neus tegen de etalagegeruit van de plaatselijke elektronica-leverancier. Het paard met de laars van zijn ruiter trok aan mijn oog voorbij en één van de kinderen van Kennedy aan de hand van zijn moeder. Onverwoestbare herinneringen. Net als de Duitse popmuziek-programma’s. Dat begon met Beatclub, waar je de actuele stand van zaken in muziekland redelijk kon volgen. Het programma was ‘hip’ op de Duitse manier. Serieus en erg kijkend naar de Britse voorbeelden. Maar baanbrekend was het wel in een tijd waarin je werd aangekeken als je je haren niet liet knippen maar liet groeien.

Van Beatclub ging het over naar Musikladen, een beetje de TopPop van onze oosterburen. Meer gericht op de gemiddelde smaak en minder op de rafelrandjes, die zich steeds meer begonnen te ontwikkelen en waar, per definitie, meer te ontdekken viel.

Onvergetelijk waren de live-optredens van grote namen uit de pop in de Essense Gruga-Halle, die een plek vonden in Rockpalast. Enig nadeel, de uitzendingen waren over het algemaan laat op de avond, begin van de nacht.

Wie een indruk wil krijgen van die programma’s kan terecht bij YouTube, daar hebben ze een eigen kanaal. Het is heerlijk om daar eens te grasduinen. Je komt er prachtige parels tegen: van Stevie Wonder tot Little Feat; van Rory Gallagher tot Roxy Music. En uit een tijd dat groepen, muzikanten nog uit vlees en bloed bestonden… en nog geen marketingafdeling, PR-managers en uitgekiende strategie kenden.

Geert Schreuder schildert suggestief

geert schreuder; verstilling2geert schreuder; verstilling4geert schreuder; verstilling6geert schreuder; verstilling8

Geert Schreuder (1949) studeerde in 1971 af aan de Akademie voor Beeldende Kunst Minerva in Groningen en schildert sindsdien al bijna vijftig jaar. Hij behoort tot het bescheiden percentage kunstschilders, dat van zijn werk kan leven. Discipline, gedrevenheid en de eeuwige zoektocht naar het beste schilderij liggen hieraan ten grondslag. Schreuder blijft zich ontwikkelen en blijft experimenteren. Zijn werk is door de jaren heen ingrijpend veranderd. Van een realistische stijl is hij gaandeweg overgegaan op een figuratieve steeds abstractere stijl.

Schreuder onthult de grote abstracte ordening van het agrarisch cultuurlandschap om ons heen. Het gaat hem niet om details, niet om een anekdotisch herkenbare plek. Schreuder toont ons op overtuigende wijze de essentie van het grote geheel. Ondanks deze hoge mate van abstractie behouden zijn landschappen tegelijkertijd een suggestieve ruimtelijkheid.

Wat kun je doen met verf en wat doe je met jouw schildersgereedschap? Uiteraard komt hij daarbij elke keer weer de problematiek tegen van hoe hij een overtuigende en boeiende compositie van kleur en vorm maakt. Wat Geert Schreuder boeit is om met weinig kwaststreken veel te suggereren. Hij houdt er van om verf te laten druipen of spatten met een sémi nonchalance. Weglaten van waargenomen details, het schilderen van extreme kleurtegenstellingen zijn tevens beeldende zaken, die zijn volwassen stijl kenmerken.

bron: Sander Kletter (kunstcriticus, galeriehouder) over Geert Schreuder, 2017, beeldkracht.com

geert schreuder; verstillinggeert schreuder; verstilling3OLYMPUS DIGITAL CAMERAgeert schreuder; verstilling7

Babel probeert gerust te stellen

isaac_babel; web.stanford.edubron beeld: web.stanford.edu

Isaak Babel (1894-1941) was een Rus. Joods en geboren en getogen in Odessa. Wereldberoemd werd hij met zijn boek Rode ruiterij, een verslag van de gruwelen tijdens de Russische Revolutie. In Verhalen uit Odessa staan veel autobiografische korte verhalen. Soms over de oorlog, soms over zijn jeugd. De oorlog is een terugkerend verschijnsel in de meeste verhalen. Bruut geweld, zinloze wreedheid zijn kwesties waarover Babel zijn licht liet schijnen op een haast analytische wijze. Zoals:

‘Te uwer informatie,’ zei ik, toen ik Jelizaweta Aleksejewna in de gang tegenkwam, ‘te uwer informatie kan ik u mededelen dat ik rechten heb gestudeerd en tot de zogenaamde intellektuelen behoor…’

In verstarring bleef ze voor mij staan en liet haar armen langs haar in een ouderwetse japon geklede lichaam zakken, een japon die haar als aangegoten om de slanke leest zat. Haar lichtblauwe, van tranen glinsterende ogen keken mij zonder  te knipperen recht in het gezicht.

Twee dagen later hadden wij vriendschap gesloten. De angst en onzekerheid, waarin het gezin van de onderwijzer leefde, een gezin van brave en zwakke mensen, kende geen grenzen. De Poolse ambtenaren hadden hun wijs gemaakt dat Rusland in rook en barbaarsheid was ondergegaan, gelijk indertijd Rome. Er kwam iets van een kinderlijke, schichtige blijdschap over hen, toen ik over Lenin vertelde, over Moskou, waarin de toekomst zich zo luid aankondigde, over het Kunsttheater. ’s Avonds kregen we bezoek van een stel tweeëntwintigjarige bolsjewistische generaals met ongekamde, rossige baardjes. We rookten Moskouse sigaretten, we aten het avondmaal dat Jelizaweta Aleksejewna van het legerproviand had toebereid en zongen studentenliederen. Voorovergebogen in zijn leunstoel was de verlamde, oude man een en al oor en zijn Tiroolse hoedje trilde op de maat van ons lied mee. De oude man leefde al die dagen in een soort overgave aan een stormachtige, impulsieve, vage verwachting, en probeerde, om geen schaduw over zijn geluk te laten vallen, net te doen of hij geen erg had in de bloeddorstige bluf en de luidruchtige bonhomie waarmee wij in die dagen alle wereldproblemen plachten op te lossen.

uit: de kus; uit: Verhalen uit Odessa, Meulenhoff Amsterdam, 1988; vertaling Charles B. Timmer

Isaak Babel (1894-1941, Odessa, Rus)

Jonathan Raban reist over de Mississippi

Zij is net zo groot en onmetelijk als de hemel zelf. Aan haar oppervlak, dat zich kilometers ver uitstrekt naar de andere oever, kun je de ronding van de aarde zien. In de ondergaande zon heeft het water de kleur van onrijpe perziken. Er staat geen wind. Zandbanken en beboste eilandjes staan kaarsrecht op hun weerspiegeling in het water. De enige tekenen van beweging op het water zijn de lichte lijnen die evenwijdig over het water lopen als de krassen van een diamant op een vensterruit. In het midden van de rivier liggen fragiele flarden nevel te dampen die het licht temperen zodat je bijna je hand uit zou kunnen steken en handenvol van die dikke lucht vastpakken.

Een vis springt op uit het water. De rivier spat heel even uiteen en wordt dan weer spiegelglad. Het bos dat de rivier omrandt is een lange, rond lopende veeg houtskool. Je zou het kunnen tekenen door met je duim langs de bovenkant van het water te gaan en de donkere pijnbomen en zwarte veengrond erin te wrijven, en zo nu en dan even een stukje over te slaan voor een bleek stadje van geschilderde houten huizen die van een heuvel af komen tuimelen. Ergens op het schilderij komt ook nog het scherp afgetekende silhouet van een visser uit het stadje voor, die in zijn boomstamkano tussen de eilandjes drijft, een volmaakt solitaire gestalte die zijn hengel uitwerpt in de laatste stralen van de zon.

Zij wordt de Mississippi genoemd, maar zij is meer een denkbeeldige rivier dan een echte.

uit: de Mississippi, een Amerikaanse reis – Jonathan Raban, Atlas Amsterdam, 2002; vertaling Anneke Klootwijk

jonathan raban; seattlepi.combron beeld: seattlepi.com

Jonathan Raban (1942, Hempton, UK)

A.L Snijders liep even mee

Wandelpad

Omdat mijn huis aan een wandelpad ligt, spreek ik veel wandelaars. Deze ochtend een jongeman die de moderne klimaatkritiek onzin vindt. Ik lees hem een citaat voor uit een klimaatkritiek van honderden jaren geleden.

De natuur is uit onze beschaving gebannen, de seizoen verliezen hun ritme, de vruchten van de aarde verliezen hun smaak, de dieren, erfgenamen van deze planeet, worden bruut en moedwillig uitgeroeid.

Het is een citaat uit de achttiende eeuw. De wandelaar kijkt sip. ‘Waarom heeft u dat niet eerder gezegd?’ ‘Omdat ik je voor het eerst zie, je bent een meeloper die niet zelf op zoek gaat, maar veilig onderdak zoekt bij de beroepkankeraars.’ ‘U heett waarschijnlijk ook geen water voor me.’ Ik neem hem mee naar de keuken waar hij twee glazen water drinkt. Ik wil nog iets vaderlijks tegen hem zeggen, maar ik weet niets.

uit: tat tvam asi, AFDH Doetinchem, 2021

A.L. Snijders (1937-2021)

al snijders; heereveensecourant crop

bron gecropt beeld: heerenveensecourant.nl

Franca Treur lost een probleem op

IMG_5647

Problemen oplossen

Mary is op zolder bezig als de telefoon gaat. Op televisie was de lente uitgeroepen en ze heeft net de radiatoren uitgedraaid.

Ze komt haast nooit op zolder, ze heeft er weinig reden toe. Er staan alleen wat kampeerspullen die ze nooit gebruiken. Ze kunnen eigenlijk net zo goed weg, maar als Mary de tentzak richting het trapgat sleept, is hij zwaarder dan ze verwacht. Ze klopt het stof eraf en wordt daarbij overvallen door herinneringen. Herinneringen waarvoor ze zich een beetje schaamt. Ze hebben te maken met een man. Een man die niet Jake is, een andere man. Dan gaat de telefoon en voelt Mary zich betrapt.

Het is Ginny, de vrouw van een collega van Jake, met wie ze regelmatig uit eten gaan. Heb je het gelezen, zegt ze, van die kinderen uit Honduras en Guatemala? Ze komen naar ons toe, zonder ouders, zonder spullen. Ze slapen op de grond in de openlucht. We moeten iets doen.

Mary moet even bedenken waar Ginny het over heeft. Ze leest zelf geen krant, dan valt het haar in dat Ginny waarschijnlijk de kinderen bij de Mexicaanse grens bedoelt. Daar was laatst iets over op de televisie. Ze heeft niet het hele item gezien, ze was er middenin gevallen. Jake had er nog iets over gezegd.

Ja, verschrikkelijk, zegt ze tegen Ginny. Al die kinderen in de openlucht. Ze probeert hen voor zich te zien, onbeschermd tegen weer en wind.

Volgens mij hebben wij nog ergens een tent, zegt ze bedachtzaam, alsof ze net een inval krijgt. We gebruiken hem eigenlijk nooit.

Haar arm tast naar de muur. Ze voelt zich wiebelig. Hoe kan het, dat ze juist vandaag die tent heeft willen wegdoen? En dat juist nu Ginny belt`? Is dat niet meant to be? Geen mooiere bestemming dan een goed doel, voor iets wat zo besmet is.

Een groot geluksgevoel neemt bezit van Mary. Een tent voor onschuldige kinderen is een zuivere tent. Dit is vergeving! Haar zware last is ineens veranderd in een licht geschenk.

Een tent? vraagt Ginny verbaasd. John en ik willen proberen zo’n kind in huis te nemen, en ik dacht: jullie hebben daar zo’n grote lege zolder!

uit: x&y – Franca Treur, Prometheus Amsterdam, 2016; illustratie: Olivia Ettema

Ducal Dicht de Dag

Uitgesteld

Wees gerust, als ik sterf zal wel blijken / of ik je lief heb gehad. / Jij, de laatste naar wie ik zal kijken, / of de laatste die mij ontsnapt.

Dan dwing ik je oor naar mijn mond / voor iets dat ik had moeten schrijven, / een zekerheid in gereutel vermomd. / Wees gerust, jij zal de slotzin krijgen.

Het zal ontroerend zijn, het einde, / de poging die alles herstelt. / Je bent mijn vrouw. Het zal wel blijken, / al wordt het een leven lang uitgesteld.

uit: moedertaal. Gedichten, Atlas Amsterdam, 1994

charles ducal; veto.bebron beeld: veto.be

Charles Ducal (1952, Leuven)

Bijna iedere dag muziek: Prince

https://youtu.be/8EdxM72EZ94

Prince Roger Nelson, zoals hij voluit heet, weerlegt in één keer de gedachte dat de zwarte popmuziek ‘uit de tijd’ zou zijn geweest omdat ze de seksualiteit was blijven verheerlijken. Niet de zwarten waren uit de tijd maar de witten, en anders, zijn de tijden zwart geworden. Prince is de Sign O’the Times, zoals een beroemd album van hem heet.

(..)

Op het podium verscheen hij in niet meer dan een zebragestreepte bikinislip, beenwarmers en, vanwege zijn geringe lengte, hoge hakken.

(..)

Radiostations weigerden zijn muziek te draaien en zijn uitgever plakte een sticker op de hoes met de waarschuwing voor ‘onwelvoeglijk taalgebruik’. Telkens als men dacht het ergste gehad te hebben kwam hij met iets nieuws.

(..)

Prince is een megaster, na Michel Jackson de meest succesvolle crossover-artiest met een publiek dat zelfs uit meer witten dan zwarten bestaat.

(..)

In letterlijk alle opzichten is hij een crossover, een mengsel, een ‘volmaakte bastaard’, zoals een muziekcriticus hem omschreef: ‘Prince veroorzaakt voortdurend oprechte gilletjes van kruisgenot’. Hij is zwart en wit, hetero en homo, hij speelt Rock en R&B, hij is gelovig en pervers (‘de gevallen engel die verdwaald is in de hoerenbuurt’), held en schurk (die zich voor het Batman-project half wit en half zwart beschilderde).

Prince is de verpersoonlijking van de androgynie, schrijft Rolling Stone, slank en ree-achtig met een flauwe puberale snor, heeft hij onder zijn lange regenjas een onbehaarde borst. Het effect is sexy en verwarrend. Zijn fluitende falset verhoogt de tweeslachtigheid nog… niemand om hem heen kan tippen aan zijn zuiver meisjesachtige kwetsbaarheid.

(..)

Maar verreweg het belangrijkste is zijn vermenging van seks, niet met kuisheid, maar met ironie – en dat is iets wat alle zwarte artiesten tot nu toe misten. Hij parodieert het zwarte maschismo en keert het tegen zichzelf, zijn geilheid is zo gestileerd dat het humoristisch wordt. Hij beschrijft zich als de ‘elektrische bevrediger’ en als a skinny muthafucker with a high voice. Ieder imago dat hij creëert ondergraaft hij ogenblikkelijk: tegenover zijn reputatie van his royal badness heeft hij recentelijk het beeld van Lovesexy geplaatst, iemand die kuisheid, monogamie en de liefde voor God predikt. Maar per ongeluk liet hij een naaktfoto van zichzelf op de hoes zetten, waarop verschillende winkels de plaat weigerden te verkopen.

Dat is wat Prince met erotiek bedoeldt: een persiflage van de vrees voor geilheid, een therapie voor lichaamsangst, een manier om met seksualiteit en met het leven om te gaan. Een zwarte manier.

uit: Motown; de papagaai, de stier en de klimmende bougainvillea, Anil Ramdas; uit: je blies in je handen en er was muziek, Bezige Bij Amsterdam, 1995; samenstelling Jan Pieter van der Sterre