Susan Sontag en het pathetische dagboek

ssusan sontag; hdnux.combron beeld: sfgate.com

De Amerikaanse Susan Sontag (1933-2004, New York) kende ik vooral als essayiste, politiek activiste en filosofe, maar ze schreef ook korte verhalen. Eén daarvan is Zo leven wij tegenwoordig. Ze beschrijft de VS ten tijde van de Aids-epidemie. Aan het woord komen de vrienden van degene waarbij Aids geconstateerd wordt. Het is de diagnose; zijn de eerste verschijnselen; de opnames in het ziekenhuis; de terugkeer naar huis, de medicatie en het reageren daarop en het uiteindelijke onvermijdelijke verloop van de ziekte die behandeld worden in dit korte verhaal. Voortdurend door de ogen en in de woorden van de vrienden van. Een bijzonder verrassende manier om de impact van Aids toendertijd (ik heb het over de jaren 80 vorige eeuw) onder woorden te brengen.

Misschien begon hij een beetje moe te worden van al dat bezoek, zei Robert, iemand die, en Ellen kon dat eenvoudig niet voor zich houden, maar twee keer was langsgekomen en waarschijnlijk naar een smoes zocht om er geen regelmaat van te hoeven maken, maar volgens Ursula kon er toch geen twijfel over bestaan dat hij steeds neerslachtiger werd, niet dat er ontmoedigend nieuws van de artsen was gekomen, en hij scheen nu ook een paar uur per dag alleen te willen zijn; hij had Donny verteld dat hij voor het eerst in zijn leven aan een dagboek was begonnen, omdat hij het verloop van zijn psychische reacties op deze verbazingwekkende wending van de normale gang van zaken wil bijhouden, om iets te doen wat parallel loopt aan wat de artsen deden, die elke ochtend langskwamen en aan zijn bed over zijn lichaam confereerden, en dat het waarschijnlijk helemaal niet zo belangrijk was wat hij opschreef, het waren in feite niet veel meer, zoals hij wrang tegen Quentin opmerkte, dan de normale banaliteiten over de schrik en de verbazing dat hem dit overkwam, hem dus ook, plus de normale berouwvolle terugblik op zijn leven, zijn vergeeflijke oppervlakkigheden gecamoufleerd door voornemens beter te gaan leven, intenser, met meer aandacht voor zijn werk en zijn vrienden, en niet meer zo’n emotioneel belang te hechten aan wat anderen van hem dachten, afgewisseld met vermaningen aan hemzelf dat zijn wil om te leven in deze situatie zwaarder telde dan al het andere en dat hij, als hij echt wilde leven, en geloof had in het leven, en voldoende van zichzelf zou houden (koest jij, ouwe schurk van een Thanatos!), dat hij zou blijven leven, hij zou een uitzondering zijn; maar misschien ging het daar helemaal niet om, bedacht Quentin zich toen hij met Kate telefoneerde, het ging erom dat hij door dit feit dat hij een dagboek bijhield, iets bijeen bracht om later te herlezen, en zo heel sluw op een toekomst aanspraak maakte waarin het dagboek een voorwerp, een relikwie, zou zijn dat hij waarschijnlijk niet echt zou herlezen, omdat hij deze beproeving liever van zich af zou willen zetten, maar het dagboek zou in de la van zijn kolossale Majorelle-bureau liggen en hij zag zichzelf, zei hij aan het eind van een zonnige middag tegen Quentin, door kussens overeind gehouden en met een chocoladevlek in een hoek van zijn hartverscheurende glimlach, al in zijn penthouse zitten, in het stralende oktoberzonnetje dat door de schone ruiten, en niet door dit smerige kijkgat, scheen, met het dagboek, het pathetische dagboek, veilig opgeborgen in die la.

uit: zo leven wij tegenwoordig; uit: De beste Amerikaanse verhalen van het jaar, Loeb Amsterdam, 1988; samenstelling Ann Beattie en Shannon Ravenel; vertaling Pieter Crames

Susan Sontag (1933-2004, New York, USA)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s