Brouwers beschreef het bordeelbezoek van Hermans

Jeroen Brouwers (1940-2022) zaliger beschreef ooit eens de Brusselse avonturen van W.F.Hermans (1921-1995) in het kleinood Het aardigste volk ter wereld. In de navolgende fragmenten gaat het om een bezoek aan een bordeel die Hermans ondernam met Adriaan van der Veen in 1947.

Jeroen Brouwers door Katrijn van Giel en W.F. Hermans door Erik van Straten; bronnen beeld: katrijn.com en literatuurmuseum.nl

Er hing in die jaren iets om Hermans heen, dat zich volgens Van der Veen ‘niet makkelijk laat beschrijven’. ‘Door zijn aanwezigheid gingen er dingen gebeuren die voortkwamen uit een zeker verzet tegen wat we om hem heen voelden, en dat zich het best laat uitdrukken als kilte, zonder toch dat die sympathie voor hem uitsloot. Hij kon er zelf weinig aan doen.’

Omgang met ‘Wim’ impliceerde bijna altijd de kans op ‘mislopen, verkeerd gaan, contactstoornissen’, altijd gekleurd door ‘iets van een koud neonlicht, van trieste late avonden met de lucht van as en omgegooid bier’. In Brussel kwam daar nog de ‘sensatie van vervreemding, droefheid en volstrekte doelloosheid’ bij: – Brussel als de verstening van de thematiek van Hermans’ oeuvre.

Al deze ingrediënten leidden op een zeker moment tot bordeelbezoek.

De bazin stalde de heren met een fles wijn in een antichambre en informeerde naar hun wensen. Moesten er meisjes komen? Nee, zei Hermans, die het initiatief nam, zij wensten uitsluitend dat madam zich zelf voor hen zou uitkleden.

Dat weigerde madam en ze liep de kamer uit.

‘Ze komt terug, zei Hermans, en hij had gelijk’.

‘Ze deed zo iets nooit zei ze zeurderig, maar ze wilde wel een uitzondering maken. Hermans knikte, zei niets en neurierde een niet herkenbaar wijsje. (..) Ze kleedde zich uit, zakelijk, alsof ze daarna proper in haar bed zou stappen. Elk kledingstuk vouwde ze netjes op. We zagen haar een ogenblik naakt, bruin haar tussen haar benen, kleine borsten, een dik, stevig achterwerk. Toen pakte ze haar kleren samen en verdween.’

Daarna verlieten beide bezoekers het pand.

‘Hermans noch ik zei een woord over wat er was gebeurd. Op zijn gezicht zag ik een glimlach, die op niets bepaalds scheen te slaan.’

(..)

Volgens de analyse van Van der Veen was Hermans ‘erop uit een wereld te creëren zoals hij die zag, waarin alles anders verliep dan normaal verwacht werd, waarin van een gebruikelijke orde niets overbleef, een bazin zich uitkleedde en haar hoertjes ongerept bleven.’ ‘Dit klopt – nog steeds Van der Veen – ‘met de opvatting dat Hermans de wereld om zich heen aanraakte en naar zijn inzicht veranderde.’

uit: het aardigste volkje ter wereld – Jeroen Brouwers, Atlas Amsterdam, 1996

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s