Bijna iedere dag muziek: Ian Dury & The Blockheads

Voorafgaand aan een enthousiastmerend verhaal van Rob van Scheers over de Britse Vaudeville-held, eerst wat ruimte voor eigen ervaring. Ik zag Ian Dury met zijn band optreden in de Nijmeegse Vereniging. Was niet helemaal optimaal fit vanwege stappen. Wat zich aan mijn ogen voltrok was een show die aan vaudeville deed denken, vol zat met heerlijke muziek en vreemde intermezzo’s. Hoogtepunten: het moment waarop de drummer groot licht de zaal in schoot en de gebakken eieren die Ian de zaal ingooide bij de toegiften. Het was een onvergetelijke gebeurtenis waaraan ik nog nog met plezier terugdenk. Ian Dury was alle reden tot vrolijkheid:

https://youtu.be/0WGVgfjnLqc

In Nederland heeft de Ian Dury-biopic Sex & Drugs & Rock & Roll (2010) de bioscoop nooit gehaald, en wat een vergissing is dat. Ik heb het hier over een van de oorspronkelijkste muziekfilms sinds jaren. Geen glamour, integendeel, het is een diep-menselijk portret van de onwaarschijnlijkste popheld uit de muziekgeschiedenis. Hij had alles tegen, maar wat mee zat was de uitbarsting van de punk, het tijdperk van DIY (do it yourself), van stencils uitdelen met drie akkoorden erop, en het advies: now… start a band! Zoek de DVD maar eens op, daar is gemakkelijk aan te komen.

Andy Serkis, de Gollem uit Lord of the Rings, speelt Ian Dury in deze film van regisseur Mat Whitecross op hoogste overtuigende wijze. Als een man die worstelt met de gevolgen van polio uit zijn jeugd, zich maar vasthoudt aan het vroegere advies (‘Als underdog beginnen is niet zo’n slecht vertrekpunt in het leven’) van zijn liefhebbende vader, en zich er met zelfspot doorheen probeert te slaan. En met muziek, natuurlijk, de muziek van Ian Dury & the Blockheads.

Als de bebrilde Elvis Costello de zelfverklaarde intellectueel was van de new wave Stiff-label-beweging, dan was Ian Dury (1942-2000) de straatwijze hofnar, die onbedreigd kon zingen wat hij dacht. Hij was toch al kreupel, lees: zielig. Spasticus autisticus, nietwaar?

Nou, mooi niet. Strijdbaar, scherp, cockey, en ook cockney, een parel voor de Britse arbeidersklasse, dichter van het volk, die Ian Dury. In The Guardian werd hij wel omschreven als de missing link tussen Oscar Wilde en Morrisey. Zelf was hij vooral fan van Gene Vincent en Eddie Cochran, die rockers van het eerste uur.

Vanwege zijn speelse teksten roept Nick Hornby in zijn boek 31 songs (2003) de koningin op om het God save the Queen in hemelsnaam te vervangen door Dury’s Reasons to be Cheerful, Part 3 – want: ‘De boost voor de moraal van de natie zou onmetelijk zijn.’ Dury en zijn Blockheads knalhard uit de speakers voorafgaand aan iedere voetbalinterland, cricketgame, paardenrace, dat is het idee.

Juist omdat het zo Brits is, dit liedje. Hogere sing-a-long. De tekst is in wezen een handig in elkaar gezet boodschappenlijstje van wat Ian Dury waardeert aan het bestaan, ondanks zijn wandelstok en horrelvoet. En je hoeft er niet eens Brits voor te zijn om er op een druilerige dag plezier aan te ontlenen, met z’n funky slaggitaartje, en zijn upbeat. Héé, hallo, hoera, we leven nog! Reden tot vrolijkheid. Vergeet je het niet? Laat die blues maar even zitten. Dat is wat Ian Dury ons voorhoudt.

uit: drie akkoorden en de waarheid – Rob van Scheers, De kring Utrecht, 2014 

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s