Biesboek: grootouders van moeders kant

biesboek, grootouders

De andere twee mensen zijn mijn grootouders van moeders kant. Opa Vreugdenhil was zuivelhandelaar in Rotterdam. Hij liep in de tweede wereldoorlog, kijkend naar de wolken, per vergissing, neuriënd onder een aanstormende tram. Ik vertelde oma Vreugdenhil dat ik heel blij voor Opa was dat hij nu voor altijd naar de Hema was. Ze lachte en zoende me en nam me op schoot. ‘Pas op dat je niet zo eigenaardig wordt als Opa,’ zei ze. Ik heb haar nog wel tot 1969 gekend. Ze stierf toen ze erg oud was aan suikerzoekte. Van Oma heb ik geleerd dat je bescheiden moet zijn en dat je veel moet liefhebben. Maar als ze een ruzie in de familie had bijgelegd, zei ze steevast: ‘Heb ik dat niet handig gedaan?’ Ik begreep daaruit dat het af en toe ook nodig is om geprezen te worden.

Uit: Biesboek – Maarten Biesheuvel, Eva Biesheuvel-Gütlich, Tilly Hermans, Meulenhoff Amsterdam, 1988

Maarten Biesheuvel (1939, Schiedam)

Advertenties

Choman Hardi: de boeken van mijn vader

De boeken van mijn vader

Het was herfst 1988 / toen de boeken van mijn vader uiteenvielen. / Een voor een kwamen ze van de planken, / ontdeden zich van zijn handtekening / en groepeerden zich, naar gekozen bestemming.

De boeken met geweten spleten. / De koppige staken zichzelf in de fik, / té opstandig in hun bezwaren / verkozen zij de dood boven een leven in duisternis.

De andere prefereerden een schuilplaats. / Hopend het licht weer te zien / pakten zij zichzelf in een grote tas, / begroeven zich in de achtertuin, / om vele jaren later te worden opgegraven / verkruimeld, aangevreten door het vocht.

De rest koos duurzamer thuizen / waar ze niet weer verlaten zouden worden. / Ze straalden op de planken van andere mensen / en hielden hun geheim voor zichzelf.

Uit: Life for us, Bloodaxe Tarset UK, 2004; vertaling Bernadette Booij

hardi, crm.booksellers.co.nzbron foto: crm.booksellers.co.nz

Choman Hardi (1975, Sulaimaniya, Irak)

Annie M.G.: erwtjes

Erwtjes

Toen ze een meisje was van zeventien / moest ze een hele middag erwtjes doppen / op het balkon. Ze wou de teil omschoppen. / Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk, / en dat geluk had niets te doen met erwten / maar met de Liefde en de Grote Verte. / Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

En dat is meer dan vijftig jaar terug. / Ze is nu zeventig en heel erg fit / en altijd als ze ’s middags even zit, / mijmert ze, met een kussen in de rug,

over geluk en zo… een beetje warrig, / maar het heeft niets te maken met de Verte / en met de Liefde ook niet. Wel met erwten, / die komen altijd weer terug, halstarrig.

Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien, / daar in mijn moeders huis op het balkon, / bezig met erwtjes doppen in de zon. / Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

Uit: Weer of geen weer, Arbeiderspers Amsterdam, 1954

annie mg, avrotros.nl

bron foto: avrotros.nl

Annie M.G. Schmidt (1911-1995, Kapelle)

E. du Perron: het kind dat wij waren

Het kind dat wij waren

Wij leven ’t heerlijkst in ons vèrst verleden: / de rand van het domein van ons geheugen, / de leugen van de kindertijd, de leugen / van wat wij zouden doen en nimmer deden.

Tijd van tinnen soldaatjes en gebeden, / van moeders nachtzoen en parfums in vleugen, / zuiverste bron van weemoed en verheugen, / verwondering en teêrste vriendlijkheden.

Het is het liefst portret aan onze wanden, / dit kind in diepe schoot of wijde handen, / met reeds die donkre blik van vreemd wantrouwen.

’t Eenzame, kleine kind, zelf langverdwenen, / dat wij zo fel en reedloos soms bewenen, / tussen de dode heren en mevrouwen.

Uit: Verzamelde werken, Contact Amsterdam, 1955-1959

du perron, literatuurmuseumbron foto: literatuurmuseum.nl

E. du Perron (1899-1940, Batavia, Indonesië)

De vloeibare kunst van Thomas Hart Benton

robert hart benton 1robert hart benton 3robert hart benton 5

Thomas Hart Benton ook Tom Benton (Neosho, USA, 1889 – 1975) was een Amerikaans kunstschilder.

Benton werd geboren als kleinzoon van een bekende, gelijknamige Amerikaanse Senator en als zoon van een advocaat en lid van het Huis van Afgevaardigden. Tot ongenoegen van zijn ouders wees hij zelf een politieke carrière af en richtte zich op de kunst.

Hij studeerde van 1907 tot 1909 aan de kunstacademie in Chicago en verhuisde vervolgens naar Parijs, waar hij verder studeerde aan de Académie Julian. Daar ontmoette hij Amerikaanse kunstenaars zoals Diego Rivera en Stanton Macdonald-Wright, welke laatste hem sterk beïnvloedde.

Benton geldt als belangrijk vertegenwoordiger van het Amerikaans realisme en het muralisme. Hij verheerlijkte de ‘waarneming’ tegenover het ‘intellectuele concept’ en de ‘directe representatie’ tegenover de ‘introspectieve abstractie’, hetgeen in de conservatieve delen Amerika in goede aarde viel. Zijn manier om personen uit te beelden doet erg denken aan beeldhouwen en typisch is de vloeibare manier van weergeven.

Net als Rivera zou hij tijdens de crisis in de jaren dertig veel muurschilderingen maken vanuit de Works Progress Administration-werkverschaffingsprojecten. Zijn latere werk wordt gerekend tot het ‘regionalisme’. Hij maakte met name landelijke taferelen uit het pre-industriële agrarische tijdperk en scènes uit het leven van alledag in het middenwesten. Later maakt hij vooral ook cartoonachtige werken, waarmee hij wel als een voorloper van de popart wordt beschouwd.

robert hart benton 2robert hart benton 4robert hart benton 6

Primo Levi over de vreugde van het destilleren

Destilleren is leuk werk. In de eerste plaats omdat het een langzame, filosofische en geluidloze bezigheid is, die je in beslag neemt, maar je tijd laat om aan andere dingen te denken, een beetje zoals fietsen. Verder omdat het een gedaanteverwisseling impliceert: van vloeistof naar damp (onzichtbaar) en van damp weer naar vloeistof; maar met dat heen en terug, dat op en neer bereik je de zuiverheid, een dubbelzinnige, fascinerende toestand die bij de scheikunde begint en verre uitlopers heeft. En ten slotte besef je als je gaat destilleren dat je een door de eeuwen bekrachtigde rituele, bijna religieuze handeling verricht, waarbij je van een onvolmaakte stof de essentie, de ‘ousia’, de geest verkrijgt, en in de eerste plaats alcohol, die de levensgeesten opwekt en het hart verwarmt. Ik had twee hele dagen nodig om een fractie van voldoende zuiverheid te krijgen; omdat ik met een open vlam moest werken, had ik me voor die bezigheid vrijwillig teruggetrokken in een kamertje op de eerste verdieping, leeg en verlaten, ver van alle menselijke aanwezigheid.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 1989

primo levi, cultura.trentino.itbron foto: cultura.trentino.it

Primo Levi (Turijn, Italië, 1919-1987)

Buddingh’: de schommerhannep

De schommerhannep

De schommerhannep leest Lord Lister, / En vindt zich magisch en sinister.

Hij komt soms plotseling voor u staan, / En staart u enkel zwijgend aan.

Als ge dan beeft, of gilt van schrik, / Is hij een week lang in zijn schik.

Maar als ge net doet of hij er / Niet is, verschiet hij als een ster,

En dwaalt verbaasd langs stille stranden, / En knerst daar ijslijk met zijn tanden.

Uit: Het mes op de gorgel, Bruna Utrecht, 1960

C_Fotor-buddingh'

foto: Hans Peters; bron foto: tzum.nl

Cees Buddingh’ (1918-1985, Dordrecht)

Jeugd Nicolaas Matsier: ‘medaille’ of ‘medalje’

matsier_Fotor

Het is maar goed dat het er in witte letters onder staat: Duinenmars 1955. Dan weten we dat tenminste zeker. Maar al het andere, en speciaal wat er in een mens omging tijdens zo’n mars van tien kilometer, is een volkomen raadsel.

Dit is de afdeling welpen van de padvindersgroep Jan van Hooff, vernoemd naar een Haagse verzetsman. Ik ben de tweede van links. Dat wij meeliepen sprak vanzelf. We vonden het leuk noch vervelend. Na afloop kregen we een medaille, welk woord door mij op zijn Frans werd uitgesproken. Ten onrechte, volgens Tom van Deel. Hij – zesde van links, achterste rij – bleek de uitspraak ‘medalje’ toegedaan. We zijn bevriend vanaf de derde klas lagere school.

Nicolaas Matsier (1945, Krommenie)

Uit: De gevoelige plaat, Lisa Kuitert & Mirjam Rotenstreich, Nijgh & van Ditmar Amsterdam, 1995

Kopland: oude gezichten

Oude gezichten

Oude vrouwen, zij kunnen soms even / glimlachen, even gezichten hebben / als oude schilderijen.

Ineens weet ik hoe mooi zij zijn geweest, / hoe ik naar hen heb verlangd.

Maar wat terugkeert in hun gezichten is / voorbij, oud goudgeel licht

over die mooie wereld die er nog is / maar alleen omdat zij er was.

Uit: Geluk is gevaarlijk, Muntinga Amsterdam, 1999

Brenda-van-Leeuwen-Rutger-Koplandfoto: Brenda van Leeuwen

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)