Rien Vroegindeweij: boek

vroegindeweij, rien; indebuurt.nl

bron foto: indebuurt.nl

Boek

Toen ik nog geen boeken had, / hadden wij één boek. / Het boek der boeken heette dat, / het was geen pocketboek.

Het was een heel dik boek, / dat in een zwarte omslag / als een baksteen op de hoek / van de schoorsteenmantel lag.

Het bindwerk was versleten, / de rug van leesgenot gekromd, / de bladen vet van ’t vette eten.

Het lag daar als een dam, / hoe hoog de kachel ook stond, / het vatte nooit eens vlam.

Uit: Statig landschap achter glas, Bert Bakker Amsterdam, 1982

Rien Vroegindeweij (1944, Middelharnis)

Gafeira: honderd ritmes, duizend verhalen

Zicht op gafeira in actie. Gafeira is ook het domein van de malandro. Ook kent de gafeira haar eigen rites en codes.
Eerst maar eens, wat is gafeira? Ineke Holtwijk: ‘Bijna iedere week ga ik naar de gafeira. Want in Rio de Janeiro is dat zo’n plek. De gafeira is in deze stad wat de tangohal in Buenas Aires is. Tafeltjes, een planken vloer, tl aan de wand en honderd ritmes.’

‘In de gafeira vind je alles van Brazilië terug: zinnelijkheid, mystiek, verbroedering, nieuwsgierigheid en exhibitionisme. Het danslokaal is broedstoof der ijdelheden. (..) Gafeira is zweet, slechte adem en nepbriljanten.’, aldus Ineke in een uitleg van het verschijnsel.

Van de gafeira komen we als vanzelf bij de malandro.

De malandro is een archetype uit het nachtleven van Rio. Hij is een bon-vivant die op de zak van anderen leeft, bij voorkeur vrouwen. De echte malandro is trots op zijn handigheid en status. Hij cultiveert niet-werken als stijl. Neem Ruço. Hoe Ruço (letterlijk: grauwharige) heet, weet niemand meer. Ruço gaat tenslotte al bijna veertig jaar mee in de gafeira. ‘Hij was de mooiste man die er rondliep,’ weet Marlene. ‘Hij is een gilette,’ zegt Sandra, die samba-les geeft. Een gilette, scheermesje, is de populaire uitdrukking voor een biseksueel. Hij gaat aan twee kanten mee.

(..)

Je hebt drie soorten malandro’s, legt Ruço op een rustiger moment uit. De malandro folclórico, de malandro professional en de malandro de oportunidade. De eerste is een carnavalesk figuur. Die loopt in een wit pak met een hoed op. Iedereen ziet op een kilometer afstand al dat hij een malandro is, dus hij krijgt niets meer voor elkaar. De malandro professional is een boef. Hij gebruikt geweld, steelt en perst af. Zelf rekent Ruço zich tot de minder schadelijke, derde soort, de kansenjagers. Hij vat zijn werkzaamheden samen als: je geeft een hand en een stuiver, en je vangt een miljoen.

Hij opereert discreet. Hij pikt een welgestelde vrouw op in tearooms. Hij doet alsof ze de koningin van Sheba is. En hij betaalt. Een geslaagde golpe vraagt enige intelligentie. ‘De slimme malandro investeert een stuiver voor hij een miljoen grijpt.’ Ze mag niets vermoeden. Dus steekt hij gewoonlijk pas bij de derde ontmoeting zijn hand in haar portefeuille. Hoe hij dat doet? ‘Je kunt nooit vragen. Dan krijgt ze argwaan.’ Hij verzint zielige verhalen. Moeder overleden. Geen geld voor de begrafenis. Thuis heeft hij valse doktersverklaringen. Hij is op alles voorbereid. En gaat het verder. Steeds meer verzoeken en meer geld. Als ze begint te pruttelen, zegt hij: ‘ Lieverd. Ik heb je niks gevraagd. Jij wilde me helpen.’

Ik moet niet denken dat het niks is, geld organiseren zonder te werken. Een slimmem malandro is een kunstenaar en amateur-pycholoog tegelijkertijd. ‘Je hebt een ring van metaal en jij moet iedereen laten geloven dat hij van goud is.’

Uit: Kannibalen in Rio, Ineke Holtwijk, Ooienvaar Amsterdam, 2001

Volgende keer: Vrouwen jagen ook…

Szymborska: een ui

Wislawa-Szymborska, vpro.nl

Een ui

Een ui is wat anders. / Hij heeft geen ingewand. / Is uit-en-ter-na ui, / is uiterste uiachtigheid. / Uivormig van buiten, / uiig tot in zijn kern, / zou hij zonder schrikken / in zichzelf kunnen blikken.

In ons – alles wild en uitheems, / nooddruftig met huid overdekt, / in ons intern is het inferno, / de onstuimige anatomie, / terwijl in uien uien huizen / en geen kronkeldarmen kruipen. / Uiennaaktheid is veelvuldig, / is diep en wat dies meer zij.

Een consistent zijnde, de ui, / geslaagde schepping, door en door. / In de ene zit een andere, / in de grotere een kleinere, / en zo ook alle volgende, / de derde, vierde, verdere. / Een fuga, inwaarts draaiende. / Een echo, vormende een koor.

Een ui begrijp ik tenminste: / ’s werelds bevalligste buik / die zichzelf tot eigen glorie / met aureolen omwikkelt. / In ons – vetten, strengen, aders, / slijm en geheimzinnigheden. / En wij zijn afgesneden / van de perfectie-idiotie.

Uit: Grote getallen, Meulenhoff Amsterdam, 1976

Ken uw klassiekers: Zeus – Jupiter

Hij is koning van alle goden. Bij de Grieken heet hij Zeus; bij de Romeinen Jupiter. Hij woont op de Olympus en leeft daar samen met die andere goden, die we Olympiërs noemen. De goden zijn een grote familie: zussen Juno en Ceres; kinderen Apollo, Bacchus, Diana, Mars, Mercurius, Minerva en Vulcanus; broer Neptunus (die van de zee) en uit de zee geboren: Venus.

Jupiter werd grootgebracht door de nimfen en gezoogd door een geit. Eenmaal volwassen dwong Jupiter zijn vader de kinderen uit te braken die hij verslonden had (aan elke familie kleeft wel wat). Zijn vader, Saturnus, was tiranniek en was bang dat zijn kinderen hem ten val zouden brengen. Juist die angst bevestigde Jupiter. Met zijn uitgebraakte zussen en broers zette Jupiter zijn vader af. Daarna werden alle gebieden op aarde verdeeld: Jupiter heerste over de hemelen; Juno werd zijn gemalin;  Ceres werd godin van akkers en gewassen; Neptunus heerste over de zee. Pluto werd koning van de onderwereld en Vesta heerste over huis en haard (want de rustigste en stabielste van het stel).

Jupiter als god van de hemel, had zeggenschap over het weer. Teken van zijn macht en gezag waren de bliksemschicht en de adelaar. Jupiter zul je dan ook vaak afgebeeld zien met bliksem en adelaar. Jupter was daarnaast vader van de stervelingen (wij mensen dus) en hoeder van wet en recht.

Tenslotte, Jupiter had talloze liefdesaffaires met godinnen, stervelingen en nimfen. List, verkrachting en bedrog waren hem niet vreemd. Hij kon van gedaante veranderen en was geen lieverdje. Om dichtbij zijn liefdes te komen veranderde hij zich in een regen van goud; een stier; een wolk; een zwaan en een adelaar.

Nicolas_Poussin_-_Jupiter_enfant_nourri_par_la_chèvre_Amalthée

De kleine Zeus/Jupiter wordt grootgebracht met geitenmelk. (Nicolas Poussin)

835 01 001 006

Jupiter/Zeus op zijn troon met rechts naast hem de adelaar. Thetis is de vrouw die hem smeekt om een gunst. (Jean Auguste Dominique Ingres)

Giulio-Romano-Fresco-Sala-dei-Giganti-Palazzo-del-Te-Mantua-9

De uitgebreide godenfamilie waarover Zeus/Jupiter de scepter zwaaide. Fraai geschilderd door Guiliano Romano.

Albertina Soepboer: de aankondiging

soepboer, albertina; nrc.nl

bron foto: nrc.nl

De aankondiging

Nog maar in de late namiddag / van de zomer. Jouw braamhanden / rood op mijn rug. De dag lijkt / breder dan het is. De bomen / waaien donkerdergroen voorbij.

Je zegt dat het augustus is.

Maar in je ogen lees ik glashelder / het oker en het koper. De aarde is al / zwanger van de geur van stormregen. / Het jaagt door diepbruine bossen. / Smaller sluiten dagen om ons heen.

Ik voel dat het bijna oktober is.

Uit: De hengstenvrouw, Prometheus Amsterdam, 1997

Albertina Soepboer (1969, Holwerd)

Julie Poly is de fotograferende conducteur

julie poly, ukrzaliznytsia2julie poly, ukrzaliznytsia6julie poly, ukrzaliznytsia8

Ukrzaliznytsia is de naam van de spoorwegmaatschappij in Oekraïne. Fotografe Julie Poly was er ooit als conducteur in dienst. Wat ze daar beleefde en ervaarde hield haar bezig. Nu is ze professioneel fotografe en werkte ze haar ervaringen uit in een fotoserie die de naam kreeg van de spoorwegmaatschappij. Het reizen met de trein in Oekraïne heeft een geheel eigen atmosfeer blijkt. Het is kleurrijk en magisch zoals de foto’s tonen. De gemaakte foto’s zijn deels real life en voor een deel in scene gezet. Maar wonderlijk blijft het, dat reizen met de trein.

julie poly, ukrzaliznytsjulie poly, ukrzaliznytsia3

Bijna iedere dag muziek: massive attack

Massive Attack is Bristol en dus Brits. De band staat voor stromingen als triphop en big beats. Stromingen die lieten zien dat Britten multiculti-klanken konden adopteren tot iets nieuws en dat ze konden bijdragen aan electronische (dans)muziek.

Belangrijk voor de ontwikkeling van triphop waren experimenten met hiphop en dub. In GB gebeurde dat door pioniers als: Adrian Sherwood, On-U-Sound en African Headcharge. Zij gebruikten daarvoor hun eigen sound-systems waarmee ze optraden in clubs. Dat triphop een ontwikkeling was en geen eindstation, bevestigde DJ Shadow die met mijlpaal Endtroducing liet zien dat triphop alle muzikale kanten op kon gaan.

Ondertussen liet Massive Attack zien en horen dat ze zich liet inspireren door al die nieuwe ontwikkelingen. Ook de door The Chemical Brothers geïntroduceerde big beats werden opgepikt. Dat leidde tot een aantal goed verkochte albums en veel mooie muziek. Blue Lines en Mezzanine zijn de bekendste.

Berend Wineke: op de fiets

wineke, berend, hazeu.nl

bron foto: wimhazeu.nl

Op de fiets

Meisje van zeven – zoiets, / je asblonde haren wapperen / rondom dat oneindig dappere / glimlachen op je fiets.

Ik zie je voorbijgaan buiten / en vrijwel is het verdriet / hier binnen om wat al niet / voorbijging, niet te stuiten.

Wie ben je, dat je me schier / snikken doet achter mijn raam en / je moed en mijn wanhoop samen / doet vloeien op dit papier?

Ik wilde dat je zou blijven / stilstaan, zodat ik kon zien / of je mij zien zou. Misschien / zijn wij elkaar toe te schrijven.

Uit: Requiem voor een vlinder, De Prom Baarn, 1990

Berend Wineke (1935, Delft)

Ineke Holtwijk: ‘Rio de Janeiro is een dorp’

Ineke Holtwijk, 12 seotember 2014, foto: Katrien Muderbron foto: dekanttekening.nl

Ineke Holtwijk was correspondent in Brazilië, om precies te zijn: vanuit Rio de Janeiro. Ze kende niemand en sprak gebrekkig Braziliaans (= Portugees met talloze invloeden). Dat ze niemand kende was volgens haar contactman Arturo geen probleem: ‘Contacten leggen in Brazilië is het makkelijkste dat er bestaat. Je kent niemand en toch iedereen.’

Na enige snelle indrukken van haar nieuwe standplaats, dreunen die cryptische woorden nog door, blijkt:

Het is een dorp waar iedereen familie is. Men spreekt elkaar op straat bij voorkeur aan met meu irmão, mijn broer, of minha filha, mijn dochter. Straatkinderen die me geld vragen zeggen tia, tante.

Niemand hier heeft een achternaam. Om te beginnen met voetballers. Bij internationale wedstrijden valt het pas goed op. Twee namenlijstjes floepen op het scherm. Argentinië komt uit met Batistuta, Simeone, Caniggia, Latorre… Daarna komen de Brazilianen: Edmundo, Raimundo, Zé Carlos, Aldair.

De journaallezer spreekt over o ministro Maílson. Premier Ruud? Minister Wim? Het is ons te klef; intimiteit die we niet willen. Maar hier werkt het; het omgekeerde niet.

Ik bel de aardige zakenman die ik in het vliegtuig heb ontmoet en die directeur is van drie verffabrieken.

De telefoniste begrijpt me niet. ‘Met wie wilt u spreken?’

Senhor Ferreira,’ herhaal ik.

‘Ah, senhor Dilson, ‘ zegt ze en verbindt me door.

Je kunt hier Tom (Jobim), musicus, componist en miljonair, iedere dag spreken op een terrasje bij de overdekte groentemarkt. Zanger Milton (Nascimento) staat gewoon in het telefoonboek. Presentator Jô (Soares) zoent zijn studiogasten. De overtreffende trap van de welkomstzoen is een omarming, langdurig en vast. Jô, de Koos Postema van Brazilië, bedient zich van beide. En tijdens het gesprek grijpt hij regelmatig de hand van de geïnterviewde vast.

Rio heeft 6 miljoen inwoners en als je de subúrbio, de voorsteden, meetelt zijn het er 11 miljoen. Maar de lege blik die je ziet als je in de metro van Parijs zit of in Keulen op straat loopt, heb je hier niet. Ze kan uitdagend zijn, verwachtingsvol of bemoedigend, maar er hangt altijd iets in de lucht. Er is honger naar contacten. Overal proef je de tintelende nieuwsgierigheid naar wie de ander is, zolang hij er tenminste niet uitziet als een overvaller. Ik glimlach, knik en jawel, daar komt weer een verhaal los.’

Uit: Kannibalen in Rio, impressies uit Brazilië, Ooievaar Amsterdam, 2001

Ineke Holtwijk (1955, Groningen)

Peypers: taal

peypers, ankie; literatuurmuseum.nlbron foto: literatuurmuseum.nl

Taal

Ik ken de woorden alleen van horen zeggen. / Zij zijn mij verwant als de neven in Finland / die brede schouders hebben, kalme ogen, / waarin geruisloos bomen groeien, sleden rijden.

Ik denk aan hen in brieven vol rivieren, / wit hout stroomafwaarts, vol van sneeuw en liefde. / Omdat zij eenzaam zijn en onbereikbaar / als woorden.

Uit: Gedichten 1951-1975, Vita Feministische Amsterdam, 1991

Ankie Peypers (1928-2008, Amsterdam)