Szymborska: decolleté

Decolleté

Decolleteé komt van decollo, / decollo betekent: ik onthals. / De koningin der Schotten, Mary Stuart, / betrad in gepast hemd het schavot, / het hemd was uitgesneden / en rood als een bloeduitstorting.

Tegelijkertijd / stond in een afgelegen zaal / Elizabeth Tudor, de koningin van Engeland, / in een witte japon bij het raam. / De jurk was triomfantelijk dichtgeknoopt onder de kin / en afgewerkt met een gesteven ruche.

Zij dachten in koor: / ‘God, erbarm u mijner.’ / ‘Het gelijk staat aan mijn kant.’ \ ‘Leven is tegenstreven.’ / ‘In bepaalde omstandigheden is de uil de dochter van de bakker.’ / ‘Dit gaat nooit voorbij.’ / ‘Het is al voorbij.’ / ‘Wat doe ik hier, hier is toch niets.’

Verschillend gekleed – ja, daar kunnen we zeker van zijn. / Het detail / is onbewogen.

szymborska, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Wislawa Szymborska (1923-2012, Pools)

Uit: Grote pret, Meulenhoff Amsterdam, 1967; vertaling Gerard Rasch

Advertenties

Lévi Weemoedt als uitzondering op de Schepping

Ik hield me schuil in mijn werkkamer en keek door de kleine bestofte ruitjes van de openslaande deuren naar buiten. Schrijven lukt niet, ik kwam tot niets. Op het plaatsje, tussen de spleten van de betonnen vloer drong het leven zich omhoog, het was voorjaar en zelfs door het beton kwamen allerlei plantjes en tere groeiseltjes naar boven, óp naar het licht. Dat was op zich al verbazingwekkend, maar toen ik zo een tijd had zitten staren viel mijn oog plotseling op iets dat ik eerst niet kon geloven.

Op een omgekeerde borstel die van boven, van mijn achterbalkon, was gevallen waren tussen de ruwe, scherpe bruinen haren kleine broze stengeltjes gegroeid die aan het eind een klein groen bladerkroontje hadden. Ik kwam verbaasd uit mijn stoel, liep om het bureau heen en tuurde door de groezelige ruitjes naar buiten. De borstel bloeide! Hoe was dat mogelijk! Verbijsterd en tegelijk pijnlijk getroffen stond ik naar dit wonder voor me te kijken. Als alles zó wilde leven om mij heen, waarom ik dan niet? Was ik de uitzondering op de Schepping? Ik groeide, zoals mijn moeder zei, als een koeiestaart. Naar beneden.

Alles stormde en drong zich omhoog in de natuur, en liet zich door niets weerhouden. Maar ik was leeg en inert. Niets boeide me. Ik rookte de ene sigaret na de andere, maar waar rook was was geen vuur. In- en uithalerend zat ik achter mijn schrijfblad en tuurde voor me uit, naar het vochtige plaatsje. Dat leek, net als ik, niets te doen, in zijn lemen, massieve treurigheid, maar was ondertussen met alles bezig en bracht de wonderbaarlijkste dingen voort. Het beton ontlook, de wasborstel liep uit en gaf de prachtigste bloesem. Alleen ik wierp geen vruchten af.

Uit: Acte van verlating, Contact Amsterdam, 1990

Weemoedt_Levi, singeluitgeverijen.nlbron foto: singeluitgeverijen.nl

Lévi Weemoedt (1948, Geldrop)

De fotografie van Tina Barney: ‘iedere familie doet dezelfde dingen’

tina barney-1tina barney-3tina barney-5

Tina Barney (1945, USA) is fotografe en leerde zelf de kneepjes van het vak. Ze komt uit de welgestelde familie van de Lehman Brothers. Ze werd bekend door haar omvangrijke kleurige portretten waarop familie, vrienden en bekenden te zien zijn. In hun eigen hum en doende met wat mensen zoal doen in hun huiselijke omgeving.

Dat is wat Barney ook beweert te bereiken met haar fotografie: ‘Ik ben geiïïnteresseerd in de herhaling van gewoontes, rituelen en tradities. Mijn idee is dat het niet uitmaakt waar families vandaan komen, ze houden zich altijd bezig met dezelfde dingen’.

Haar foto’s doen denken aan de schilderijen die in vroegere eeuwen gemaakt werden van welgestelde personen en families. Het zijn een soort tableaus die het goede leven tonen en de rijken en welgestelden laten zien in hun door luxe omgeven habitat.

tina barney-2tina barney-4tina barney-6

Judith Herzberg: maal 2

o de jonge moeders

O de jonge moeders in het park, / wat kunnen ze foeteren; / je zou bijna gaan denken dat zij / van de kinderen moederen moeten.

lig links

lig links / op je hart / dat plet / wat verwart.

Judith_Herzberg_, groene amsterdammerbeeld: Konstantinos Papamichalopoulos; bron beeld: groene.nl

Judith Herzberg (1934, Amsterdam)

Uit: Beemdgras, Van Oorschot Amsterdam, 1968 en Dagrest, Van Oorschot Amsterdam, 1984

Rawie: troost

Troost

Stel dat de avond niet zou vallen / en dat het moeizame gedoe / dat wij bedrijven met ons allen / zou doorgaan tot oneindig toe.

Ach kind, het maakt me nu al moe, / wanneer ik aan de duizendtallen / verdrietjes denk die waar en hoe / ook jou nog zullen overvallen.

Wees maar tevreden dat het komt, / het nu nog zo gevreesde einde / aan al ons nutteloos getob.

Denk je eens in: eenmaal verdwijnt de / ellende; het gelul verstomt; / mijn lief, verheug je er maar op.

Rawie-Prinsentuin, tzumbron foto: tzum.info

J.P. Rawie (1951, Scheveningen)

Uit: Kwade trouw, Bert Bakker Amsterdam, 1986

Niko Pirosmani: een groot Georgische naïeve schilder

pirosmani 2pirosmani 4pirosmani 6

“Tenslotte bracht Tamila me naar de zaal van Niko Pirosmanasjvili (Pirosmani), zodat ik de schilderijen kon zien die weldra in Parijs zouden worden tentoongesteld. Tamila beweerde dat Parijs tegenwoordig wild enthousiast is over Pirosmani die in 1916 overleed. Hij was de Georgische Nikifor of Rousseau le Dounanier. Een grote naïeve.

Niko woonde in Nachalovka, de buurt van de paria’s en armen van Tbilisi. Hij was straatarm. Zijn penselen maakte hij zelf. Op Niko’s schilderijen overheerst zwart, hij had altijd het meeste zwart omdat hij de verf kreeg van de doodkistenmakers. Hij verzamelde oude blikken uithangborden om ergens op te kunnen schilderen. Daarom schemeren er door zijn schilderijen slordig overgeschilderde opschriften, zoals ‘Magaz’ of ‘Tabak’. Een reclame in goudkleur of rood met daarop de zwart-witte visioenen van Niko. Georgisch primitief aangebracht op Russische koopmans-fin-de-siècle. Niko schilderde in taveernen, in de bedompte lucht van de kroegen van Nachalovka. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Misschien had hij tuberculose. Of vallende ziekte. Men weet weinig van hem. Veel van zijn werken zijn verloren gegaan, een deel is bewaard gebleven. Het belangrijkste onderwerp van zijn schilderijen is het avondmaal. Niko schilderde het avondmaal als Veronese.

Niko’s avondmaal is alleen Georgisch, is werelds. Tegen de achtergrond van het Georgische landschap zien we een rijkelijk voorziene tafel, aan die tafel Georgiërs die drinken en eten. De tafel staat op het eerste plan. De tafel is het belangrijkste. Niko werd gefascineerd door culinaria. Wat er te eten zal zijn, waarmee een mens zich volpropt. Hij schildert het allemaal. Hij laat zien wat hij zou willen eten, maar vandaag niet zal eten, misschien nooit. Tafels overladen met hopen eten. Gebraden lammeren. Vette biggetjes. Wijnen rood en zwaar als kalfsbloed. Sappige meloenen. Geurende granaatappels. Dit geschilder heeft iets masochistisch, is als het steken van een mes in eigen buik, ook al is Niko’s kunst vrolijk, zelfs vermakelijk.

(..)

Het schilderen bracht hem geen geluk. Hij had een meisje genaamd Margerita. Niemand weet wat voor een meisje het was. Niko hield van haar en maakte haar portret. Margerita’s gezicht is geschilderd in de conventie van de grote naïeven, bij wie alles te groot is en niet volgens de norm. De mond is te fors, de ogen puilen uit. Enorme flaporen. Niko gaf het portret aan Margerita. Boos begon het meisje te tieren. Ze liep bij hem weg, woedend, vol haat. Zijn talent doemde hem tot eenzaamheid. Van toen af leefde hij verlaten.

Hij verzamelde zijn roestige uithangborden, de doodkistenmakers gaven hem verf. Hij bleef zijn gelagen schilderen, telkens weer die tafel tegen de achtergrond van het berglandschap. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Hij was 54 toen hij overleed, in Tbilisi, in een of ander huisje, niemand weet waaraan, honger lijdend, misschien ook krankzinnig.”

Uit: Imperium – Ryszard Kapuscinski, Arbeiderspers Asmterdam, 1993; vertaling Gerard Rasch

pirosmani 1pirosmani 3pirosmani 5

Erika Dedinszky: ijstijd

IJstijd

dit wordt de eeuw van ’t grauw

de tijd wringt / los en al losser zit ’t vlees om ’t bot/ de bomen dragen armbanden van rubber / vooruitzichten beslaan / en zelfs ’t licht smaakt wee als sperma, en lauw

je raakt verdoofd gewend tevreden

verloor immers spel na spel / en spelers aan spelers / met als slijmerige inzet: jouw Leed jouw Verleden

en irriterend ben je nou als ’n schaamluis met z’n / miljarden miniatuurdroppels van schier onoverwinnelijke neten

en steeds weer is ’t antwoord: naaien, in plaats van strelen / en spreken, in plaats van praten / en kijken, niet zien

een ijstijd begint met kou / in het vlees de loop de lach de ogen / in zinsbouw en stedenbouw

de ijstijd begint met de kou

erika dedinzsky, wikipedia

bron foto: hu.wikipedia.org

Erika Dedinszky (zie artikel via bijgaande link)

https://www.groene.nl/artikel/vergeten-dichter-erika-dedinszky

Uit: De ijstijd begint met de kou, In de Knipscheer Haarlem, 1980

Gabriel García Márquez over de boekhandelaar

Een zonder meer ongunstige factor voor de leesgewoonte is dat de laatste goed geïnformeerde en goed informerende boekhandelaren al een tijdje dood zijn en dat boekwinkels steeds minder het centrum van namiddagbijeenkomsten zijn. Je had je eigen boekhandelaar zoals je je eigen huisarts en je eigen tandenborstel had. De professionele boekhandelaar was iemand die zelf in zijn zaak stond, zoals de tandarts in zijn behandelkamer, en door alleen maar de catalogus te lezen wist hij in welke boeken elk van zijn klanten geïnteresseerd was. Zelden vergiste hij zich. Je ging dus naar de bijeenkomst van zes uur en dan lag daar al een stapeltje nieuwe uitgaven klaar dat voldoende was om je een maand lang tot diep in de nacht aangenaam bezig te houden. Tegenwoordig zijn de boekwinkels grote, opzichtige fabrieken van pas verschenen boeken, die vervaardigd zijn om in één klap verkocht te worden en als tijdverdrijf te lezen om ze daarna in de prullenbak te gooien. Zelfs het herlezen van boeken is een moeizaam genot, want je gaat naar de boekwinkel om een boek aan te schaffen dat twee jaar geleden opgang maakte en niemand weet er iets over te zeggen. Als er één plaats is waar je kunt zien hoe de wereld veranderd is, dan is dat niet op een lanceerbasis voor satellieten, maar in de boekwinkel op de hoek. Als hij er nog is.

Uit: Welk boek lees je?, 1983; uit: De zee van mijn verloren verhalen, Meulenhoff Amsterdam, 1997; vertaling Francine Mendelaar en Mieke Westra

garcia marquez, culturetripbron foto: theculturetrip.com

Gabriel García Márquez (1927-2014, Colombiaans)

Robert Creeley: ik ken een man

Ik ken een man

Zoals ik al zei tegen mijn / vriend, omdat ik nooit / mijn mond hou – John, zei

ik, al heette hij niet / zo, we worden omringd / door het duister, wat kunnen we

er anders aan doen dan, & / waarom ook niet, een / te gek grote auto kopen,

en rijden, zei hij: gods / kolere, kijk toch / uit je doppen.

Robert-Creeley-parisreview.org

bron foto: theparisreview.org

Robert Creeley (1926-2005, Amerikaans)

Uit: For love, poems 1950-1960, Charles Scribner’s Sons New York, 1960; vertaling Peter Nijmeijer