W.F. Hermans over de moord op zijn zus

Het was de ochtend na de avond waarop de capitulatie plaatsvond. Ik hoorde een vreemd geluid in huis. Ik werd wakker en merkte toen op dat mijn ouders, die allebei hele droge mensen waren, liepen te snikken. Een verschrikkelijke sensatie voor mij, ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Mijn zuster was die vorige avond gevonden met die neef die eerst nog geprobeerd had naar IJmuiden met z’n gezin te ontkomen en dat was niet gelukt… Mijn neef heeft mijn zusje die avond in de auto opgehaald om zogenaamd een beetje met zijn vrouw te praten. Toen zijn ze later door die surveillancewagen gevonden, dood in die auto.

Wat voor man was die neef?

Een vreemde, wilde man (dat m’n zusje met hem een verhouding gehad bleek te hebben, kwam dan ook voor mij als een complete verrassing). Die neef heb ik beschreven in Ik heb altijd gelijk (de politieman). ’t Soort vlotte, enigszins corpulente man, je kent dat type wel: geintjes en zo, altijd grapjes, moppen over vrouwen. Leek een beetje op Mussolini, haha. Helemaal niet ’t soort man van wie ik zou denken dat-ie dol op mijn zuster zou worden…

Die neef was toen 40 of zo en wij 18 en 20. We kenden hem al van ons tweede jaar, hij was ons vertrouwd… Het was ook een ontnuchtering voor mij: dat mijn zusje, de brave Hendrik van de familie, met zulke feiten voor den dag kwam… Ik kon met die neef ook geweldig opschieten. Hij kon aardig scharrelen en zo, hè, hij praatte ook altijd luchthartig over allerhande dingen. Hij maakte een enorme indruk op mij.

Nu ben ik niet meer jaloers op dat soort mensen, ik háát dat soort mensen, ik haat waar ze voor staan, dat zijn nou typisch de mensen die hun omgeving met kletspraat zoet houden. Die mensen zijn gevaarlijk voor mij. In wezen ben ik een verlegen en naïef mens, ik kom makkelijk onder de invloed van dat soort mensen. Ze vormen een bedreiging voor mij. Ik ben argeloos. Iedereen wi macht. De mensen die over vrijheid praten, die denken dat de slavenmeester de macht heeft, maar de slaaf heeft ook macht. En zo is de bedrieger niet alleen machtig, maar de bedrogene ook.

Uit: De Interviewer – Ischa Meijer, Prometheus Amsterdam, 1999.

hermans, zuiderluchtbron foto: zuiderlucht.eu

W.F. Hermans (1921-1995, Amsterdam)

Advertenties

Herzberg: groei

Groei

Zo veel wordt bij het winnen ook verloren / lerend liefdes heel te houden vergeet je / hoe ze horen.

Eerlijkheid, in volle bloei bij de geboorte, / ontrijpt bij het volwassen worden / tot een knop. (Winnicott)

O rare makreel die je bent schreef je een keer / en kijk eens wat er is gebeurd / makreel niet meer.

Groei, wat zullen we met je doen / we kunnen je niet snoeien het best is misschien alweer / niet mee bemoeien.

Tenslotte kraakt toch elk bestaan zich een bestaan door / die bestaande lagen. En bonen doppen zelfs / hun eigen boontjes.

Uit: Beemdgras, Van Oorschot Amsterdam, 1968

herzberg, bert megensillustratie: Bert Megens

Judith Herzberg (1934, Amsterdam)

Koe, kikker, stoel

koe, trouw.nl

bron foto: trouw.nl

De Koe

Een koe / is een merkwaardig beest / wat er ook in haar geest / moge zijn / haar laatste woord / is altijd / boe

K. Schippers

groene-kikker kikkersite.nl

bron foto: kikkersite.nl

De kikker

Wat een prachtige vogel is de kikker – / Als hij staat zit hij bijna; / Als hij springt vliegt hij bijna. / Hij heeft nauwelijks enig verstand; / Hij heeft nauwelijks een staart ook. / Als hij zit, zit hij op wat hij niet heeft / bijna.

Onbekende Canadese dichter

stoel, vintagemasters.nl

bron foto: vintagemasters.nl

Stoel

Overal staat zij bij / in een hoek met haar / rug tegen de muur / kaarsrecht en op 4 poten

zelden onderwerp van / gesprek of affectie / (je neemt een stoel / niet op schoot) blijft zij

trouw overeind kiest / geen partij altijd be- / schikbaar ontroerend goed / in al haar houten eenvoud

zelfs in dromen / weigert zij te lopen / staande slaapt zij / met mijn kleren aan

J. Bernlef

Uit: De waarheid als De koe – K. Schippers, Querido Amsterdam, 1963

Uit: Wie a zegt – J. Bernlef, Querido Amsterdam, 1970

Uit: De stoel. Een verzameling, Querido Amsterdam, 1970

John Huston: filmmakende rebel van een aantal klassiekers

John Huston (1906-1987, Nevada USA) wisselde slechte met goede films af in zijn loopbaan. Werkte met alle beroemde Amerikaanse acteurs (Brando, Clift, Bogart, Astor, Hepburn, Taylor), trok zich weinig aan van wat het publiek wilde en maakte een aantal filmklassiekers: The Maltese Falcon; Treasure of the Sierra Madre en The African Queen.

Opvallend: die keuze tussen afgerafelde opdrachtfilms en meesterwerken zette hij door tot aan het eind van zijn artistieke loopbaan. Huston begon als scenarioschrijver voor Warner Brothers. Maakte zijn debuut in 1941 met The Maltese Falcon. Direct zijn eerste meesterwerk! Humphrey Bogart mocht schitteren en deed dat met overgave.

In zijn volgende meesterwerk Treasure of the Sierra Madre (naar het boek van de geheimzinnige schrijver Ben Traven) behandelde Huston een thema dat vaker in zijn films naar voren zou komen: een obsessieve zoektocht die tot een ramp leidt. Dit thema keerde bijvoorbeeld ook terug in de films The Asphalt Jungle en The African Queen.

Vanaf de jaren 60 ging Huston moeiteloos geniaal verder in het filmvak. Belangrijke films toen: Fat City (1972); The Man who would be King (1975) en Wise Blood (1979).

Zijn laatste film The Dead (naar een verhaal van de Ierse schrijver James Joyce) is wellicht zijn meest perfecte literaire verfilming. Zelf was Huston aan het eind van zijn leven (longemfyseem bracht hem in een ijzeren long) maar zijn verfilming laat liefde, blijdschap en een gevoel van spijt zien; kortom, een ontroerende afscheidsrede, bezield door het besef van vergankelijkheid van het leven.

Jan Wolkers schilt een appel

Ik bemoei me niet met de literaire clubjes, in de stad en op de Kring. Ik ben geen lid van de Kring, ik kom er nooit. Ik zou gek worden als ik daar elke avond zou zitten. Overdag ben ik hier aan het lassen en aan het kranen doorzagen. Schrijven doe ik ’s avonds. Ik zou niet de hele dag kunnen schrijven. Dat verhaal dat ik ga maken over die mobilisatie en die grote paling is langzaam aan het groeien. Onbewust is er al veel gedaan, terwijl ik aan het lassen ben, schuiven bepaalde dingen vooruit. Je werkt aan iets wat je broodnodig hebt, maar dat krijgt de lezer niet aangeboden. Het is net of je een appel schilt, de appel zelf opeet en de schil aanbiedt. Maar die schil zegt wel iets over de appel. De goeie lezer kan aan de schil zien hoe groot die appel is en welke kleur hij heeft en hij kan zien of het een goed schiller geweest is, de goeie lezer kan zien dat de appel broodnodig was.

Uit: Bibeb en VIP’s, Polak & Van Gennep Amsterdam 1965

jan wolkers, hollandse hoogte, nos.nlfoto: Hollandse Hoogte; bron foto: nos.nl

Jan Wolkers (1926-2007, Oegstgeest)

Rawie: Carmen LXX

Carmen LXX

Géen, dat verzekert mijn lief mij voortdurend, géen gaat er / haar boven mij, ook al werd ze door Zeus zelf begeerd. / Zegt ze: maar wat een vrouw tot haar minnaar beweert / schrijft men het best in de wind en het vluchtige water.

Een gedicht van Catullus (84-54 v. Chr) vertaalt door J.P. Rawie

catullusfoto: Alarmy Stock Italia; bron foto: the-tls.co.uk

Cees Nooteboom en het verlangen om niemand te zijn

Hij zegt: ‘Er komt een moment in het leven, waarop iemand  zich realiseert dat hij niet iedereen kan zijn, maar dat hij moet kiezen wie hij wil zijn. Ik heb daarmee altijd de grootste moeite gehad. In laatste instantie heb ik over de dingen wel een mening, maar ik heb ook de voortdurende behoefte om mij te verplaatsen in de gedachtenwereld van anderen. Als ik een intelligente voorstander van kernwapens hoor betogen, dan denk ik: daar zit iets in. Maar als ik even later naar een tegenstander luister, geef ik hem ook gelijk. Het verlangen om een algemeen mens te zijn, leidt ertoe dat je tegelijkertijd ook niemand bent: een man zonder eigenschappen. Dat is de grote attractie van het reizien – je bent werkelijk niemand, een figuur in een oneindige stoet van mensen. Je wordt onzichtbaar. Je verliest je eigen naam, want als ik in het buitenland kom, heet ik mr. Noetboem, Notebook, Notebaum of gewoon monsieur Boem.’

Uit: Vrij Nederland 6 december 1980, interview met Max Pam

nooteboom, parool.nlbron foto: parool.nl

Cees Nooteboom (1933, Den Haag)

Humor van Anna Bijns: prins

Prins

De kuise prinses heette zuster Kalle, / Zij was geboren tussen hier en Halle, / Acht mijlen van Antwerpen of daaromtrent. / Gij durft niet peijsen, dat ik me malle*1, / Zij veest niet somtijds bij ongevalle*2, / Maar zij had haar koeien tot vijsten gewend. / Zij vervulde met stank het hele konvent; / Haar poort ging niet dan open en toe*3. / Haars gelijke is niet tussen hier en Gent. / Gij meent dat ik lieg, maar dat ik niet doe. / Zij liet laatst een scheet gelijk een koe, / Het hele huis beefde, van onder tot boven; / Het luidde zo eiselijk, ik weet niet hoe, / Dat alle zustertjes de deuren uitstoven. / Zij riepen ‘Eilaas, het huis is gekloven*4.’ / Maar Kalleke verschoot niet van zulke mare, / Maar zij dacht, al zou het haar niemand beloven*5: / ’t Is beter geveesten, dan kwalijk gevaren.’

*1 = denk maar niet dat ik u voor de gek hou

*2 = per ongeluk

*3 = haar anus deed niets dan open- en dichtgaan

*4 = in tweeën gekliefd

*5 = geloven

Uit: Nieuwe refreinen van Anna Bijns, Jonckbloet en Van Helten Groningen, 1880

bijns, literatuurmuseum.nlEen karikatuur van Anna Bijns uit een geschrift uit haar tijd (tussen Middeleeuwen en Renaissance). bron: literatuurmuseum.nl

Anna Bijns (1493-1575, Antwerpen)

Seamus Heaney: de spoorwegkinderen

De spoorwegkinderen

Toen we de hellingen van de holle baan beklommen / Stonden we oog in oog met de witte knoppen / Van de telegraafpalen en de sissende draden.

Als sierlijk schoonschrift kromden zij zich mijlenver / Naar oost en west van ons vandaan, doorbuigend / Onder hun last van zwaluwen.

We waren klein en dachten dat we niets wisten / Dat het weten waard was. We dachten dat woorden langs de draden reisden / In de blinkende buidels van regendruppels,

Elk ervan geheel bevrucht door het licht / Van de lucht, het glimmen van de lijnen, en wijzelf / Zo onmetelijk verkleind

Dat we door het oog van de naald konden vloeien.

Uit: Mistroostig en thuis, Kwadraat Utrecht, 1987; vertaling Peter Nijmeijer

seamus heaneySeamus Heaney (1939-2013, Castledawson, UK)

Italo Svevo over de literaire roem (die laat kwam)

joyce en svevo, theirishtimesJames Joyce en Italo Svevo (rechts) kenden vanaf 1907 een hechte vriendschap. bron foto: irishtimes.com

De Italiaanse schrijver Italo Svevo (1861-1928, Triëst) heeft lang op zijn literaire doorbraak moeten wachten. Nadat hij al een aantal romans en verhalen had gemaakt en (een deel ervan) gepubliceerd, wachtte er stilte. Om in zijn levensonderhoud te voorzien stortte hij zich in het zakenleven.

In 1907 leerde hij James Joyce kennen. Ondertussen maakte hij kennis met het werk van Sigmund Freud. Hij kwam onder de indruk van Freud’s psychoanalyse. Dat alles leidde tot zijn meest bekende boek: Bekentenissen van Zeno. Die roman zou hem de lang uitgestelde roem brengen.

Over die frusterende situatie waarin de schrijver schrijft maar geen weerklank vindt (bij uitgever en publiek), gaat zijn korte verhaal (novelle) Een geslaagde grap. Daarin de volgende passage over literaire roem:

Bovendien droeg die vervloekte litertuur er haar steentje toe bij om Gaia’s ziel, die er toch volledig van bevrijd leek, te vertroebelen. Je koestert niet straffeloos, al is het maar heel kort, een droom van roem zonder er daarna eeuwig spijt van te hebben en degene die hem blijft koesteren te benijden, ook al zal hij die roem nooit ofte nimmer verwerven. Bij Mario sijpelde die droom uit elke porie van zijn huid, die zo gauw bloosde. De plaats die hem in de Republiek der Letteren niet werd gegund, eiste hij op en bezette hij, bijna tersluiks maar daarom niet met minder recht of met enige beperking. Hij zei wel aan ieder die het horen wilde dat hij al jaren niets meer schreef (waarbij hij gemakshalve de verhaaltjes over vogeltjes vergat), maar niemand geloofde hem, en dat was voldoende om hem met algemene instemming een hoger leven toe te schrijven, hoger dan alles wat hem omgaf.

Uit: Een geslaagde grap, Hema Amsterdam, 1989; vertaling Frans Denissen en Monique Wyers