Bernlef: strandlijn

strandlijn, vakantiehuisjesdehaan.be

bron foto: vakantiehuisjesdehaan.be

Strandlijn

Als je te ver gaat verdrink je / blijf je op het land dan ben je / een lafaard / meer mijn aard / is daarom de strandlijn / waar de steeds verse dood / geduldig ontbloot. / Doorzichtige Strandlijn!

Een lege spiegel scheidt / ontmoeting van afscheid / een hand verjongt in mijn hand / groeit terug in het zand / lippen zeggen het weer / dan dicht dan niet meer / maar nooit definitief / – en dit is mij lief – / probeert zij meer te zijn / dan een bewegende lijn / die wat zij scheidt / steeds weer herleidt. / Doorzichtige Strandlijn!

J. Bernlef (1937 – 2012)

Uit: Gedichten 1960 – 1970, Querido Amsterdam, 1977

Sebastiano del Piombo gaf zijn portretten kleur en karakter

del_Piombo 9del_Piombo 7del_Piombo 5del_Piombo 1Sebastiano (Luciani) del Piombo (1485 – 1547) was een Venitiaans schilder, die zich eerst liet beïnvloeden door Venitiaanse kunstenaars als Giorgione. Die invloed ging zo ver dat men later niet goed kon zien welk werk van Del Piombo was en welk van Giorgione zelf. Nadat hij Venetië verliet en zich in Rome vestigde (rond 1510), raakte hij snel in de ban van Michelangelo. Dat werd vriendschap maar mondde uit in een fikse ruzie. Inzet was Het Laatse Oordeel van Michelangelo. Over dat werk verschilden Michelangelo en Del Piombo zo erg van mening dat de ruzie die volgde beide kunstenaars uit elkaar dreef.

In Venetië is het altaarstuk in de kerk van San Giovanni Crisostomo van de hand van Del Piombo. In Rome werkte de Italiaanse kunstenaar aan de versiering van de Villa Farnesina. Hij werkte samen met Rafaël aan fresco’s en schilderijen.

Dat Michelangelo’s manier van schilderen veel invloed had, bleek uit de werken: De opwekking van Lazarus (National Gallery, Londen), Martelaarschap van St. Agatha (Galleria Palatina, Palazzo Pitti, Florence) en Pietà (te zien in het Museo Civico te Viterbo). Zijn portretten worden geroemd vanwege hun kleuren en karakter. Zijn figuren zijn plastisch en beweeglijk.

del_Piombo 8del_Piombo 6del_Piombo 4del_Piombo 2

Rawie: no second Troy

troje, rts.org.ukbron foto: rts.org.uk

No second Troy

Ik heb een vrouw bemind, die best / een tweede Troje zou verdienen, / en die door drank en heroïne / onder mijn ogen werd verpest.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest, / en ik zou zachtjes willen grienen, / omdat alleen dit clandestiene / sonnetje van ons tweeën rest.

Zo’n veertien regeltjes waarmee je / een tipje van de sluier licht, / wat zout om in de wond te wrijven.

Wat zijn dat toch voor waanideeën, / dat je, verdomd, in een gedicht / de dingen van je af kunt schrijven?

Jean Pierre Rawie (1951)

Uit: Oude gedichten, Bert Bakker Amsterdam, 1997

De (onregelmatige) dosis Nabokov

Dorotea_berlino, wikipedia.org

Het schilderij van Sebastiano Luciani (del Piombo) (1485 – 1547) waarop vrijwel zeker het doek in het verhaal is geïnspireerd, is Giovane romana detta Dorotea. bron foto: wikipedia.org

Ik werd bij mijn (spaarzame) haren getrokken door een alinea Nabokov. De alinea handelt over schaamte. De situatie is: een aantal hoofdpersonages bevinden zich in een kasteel aan de dis. We bevinden ons in de upperclasss. Men tennist en onderhoudt zich over kunst. Vooral een portret van de Italiaanse schilder Sebastiano Luciani houdt de gemoederen bezig. Het is een portret van een vrouw en dat portret vertoont sterke gelijkenis met de vrouw des huizes.

Bij het lezen schoot me de visie van een cultuur-filosoof te binnen. Deze duider (waarvan me de naam niet te binnenschiet. Dat is een menselijk tekort waarmee ik vaak geconfronteerd word) beweerde dat schaamte een belangrijke reden was voor het ontstaan van onze beschaving en de groei en ontwikkeling daarvan. Door schaamte zijn we met mes en vork gaan eten. Door schaamte hebben we normen en waarden ontwikkeld en gehanteerd enz enz

In deze scene herkende ik schaamte en de wijze waarop het soms werkt in menselijke verhoudingen. Dankzij Vladimir.

De verlegen, stille Simpson, die tussen McGore en zijn vrouw in zat, had te vroeg, bij de tweede gang, zijn grote vork in plaats van de kleine gebruikt, zodat hij voor het vlees alleen nog een kleine vork en een groot mes overhad en nu hij die hanteerde leek het of zijn ene hand gebrekkig was. Toen het hoofdgerecht voor de tweede keer werd rondgediend nam hij van de zenuwen nog eens, en merkte toen dat hij de enige was en dat iedereen ongeduldig zat te wachten tot hij klaar was. Hij raakte zo in de war dat hij zijn nog volle bord wegschoof, bijna zijn glas omstootte en langzaam rood begon te worden. Tijdens het diner waren de vlammen hem al een paar maal uitgeslagen, niet omdat er echt iets was waarover hij zich schaamde, maar omdat hij bedacht dat hij zomaar zou kunnen blozen, en dan kleurden zijn wangen, zijn voorhoofd, zelfs zijn hals bloedrood, en die blinde, kwellende, hete gloed tot staan brengen was net zo min mogelijk als het vasthouden van de zon die achter een wolk te voorschijn komt. Toen hij die blos voelde opkomen liet hij met opzet zijn servet vallen, maar toen hij zijn hoofd ophief, zag hij er vreselijk uit: zelfs zijn gesteven boordje leek elk moment vlam te kunnen vatten. De keer daarop probeerde hij de aanval van de stille, hete golf te onderdrukken door Maureen een vraag te stellen – of ze van tennissen hield – maar helaas verstond Maureen hem niet en vroeg hem wat hij had gezegd, waarop Simpson bij het herhalen van zijn dwaze vraag onmiddellijk zo rood werd dat hij bijna tranen in zijn ogen kreeg, en Maureen zich uit barmhartigheid afwendde en over iets anders begon.

Uit: La Veneziana, uit: Verhalen – Vladimir Nabokov, Bezige Bij Amsterdam, 1996; vertaling Yolanda Bloemen en Marja Wiebes

Edna St. Vincent Millay: al wie mijn lippen kusten

Al wie mijn lippen kusten

Al wie mijn lippen kusten, waar, waarom, / Vergat ik; ook de armen, ooit gelegen / Onder mijn hoofd tot ’s morgens. Maar de regen / Is deze nacht vol geesten, die de trom / Van ’t venster roeren, horen of ik kom. / En in mijn hart gaat kalme pijn bewegen / Om jongens, door ’t geheugen doodgezwegen; / Geen keert zich ’s nachts nog roepend naar mij om. / Zo staat een boom er ’s winters eenzaam bij. / Niet wetend welke vogels zijn gevlogen, / Weet hij zijn takken stiller dan tevoren. / Mijn liefdes staan me niet meer zo voor ogen; / Ik weet slechts dat de zomer zong in mij, / Heel even, maar hij laat zich niet meer horen.

ednamillay2cbarehouse.com_

bron foto: barenose.com

Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950, USA)

Uit: Collected Poems, New York; vertaling Jan Kal

Carlos Drummond de Andrade bootst hond na

cdda-copacabana-riodejaneiro

Er staat een standbeeld van Drummond de Andrade nabij het strand van Copacabana in Rio de Janeiro. bron foto: veja.abril.com.br

Uit: Mijn kameraad

Soms gaven mijn kinderen blijk van jaloezie, en zeiden: ‘Die hond is heel erg dom. Hij houdt alleen van oude mensen.’ Margarida zei niets. Heus, ik heb gemeend de reden van onze wederzijds aanhankelijkheid te verklaren door deze toe te dichten aan overeenkomst in temperament. Jawel, ik kon goed met Pirolito overweg. Ook ik hou er meer van te ontdekken dan te leren; en soms verras ik mezelf met een inbreuk op het traditionele mensengedrag door een persoonlijke en wanorde stichtende gedraging. En ook ik combineer een praktische, realistische en nuchtere instelling met een vluchtgevoel, half uit utopisme, half uit woede. Ik ben niet sterk genoeg om me te bevrijden, en niet voldoende meegaand om me te onderwerpen. In wezen een hondje net als Pirolito. Hij was fantasievol binnen zijn huisgevangenis; het schijnt dat ik die kwaliteit naboots.

Uit: Verhalen van een nieuweling, Arbeiderspers Amsterdam, 1987; vertaling Piet Janssen

C.O. Jellema: foto negatief

Foto negatief

Met grote vingervlugheid / heb ik de tuin vol bloemen gezet, / het gras gemilimeterd en het / straatje naar de voordeur geveegd;

heb ik de wanden van de kamer aangetikt / om hun klank van kristal, en kranten / op tafel gelegd voor gezelligheid, / een boek open op zomaar een bladzij;

en toen ben ik gaan zitten op een stoel, / met gevouwen handen en volstrekt niet leunend – / zo zat mijn grootmoeder vroeger in ’t zwart, / als een kruisspin in haar web tussen de geraniums.

c_o__jellema2cvisualia.nl_bron foto: visualia.nl

C.O. Jellema (1936 – 2003)

Uit: Lees eens een gedicht – samenstelling T. van Deel, Querido Amsterdam, 1979