Favoriet personage Annie MG: Rochester

schmidt, annie mg; literatuurmuseum.nlbron foto: literatuurmuseum.nl

Mijn moeder, domineesvrouw in Kapelle, leidde op dinsdagavond de chistelijke jongedochtersvereniging Tabitha en, terwijl de meisjes broekjes breidden voor de inboorlingen van Timor en Ternate, las mijn moeder voor. Ze had een mooie stem en bepaald geen slechte smaak; ze verwierp de Nederlandse gristelijke romans en koos onder meer George Eliot’s Adam Bede en Brontë’s Jane Eyre.

Ik mocht erbij zijn – kind van elf of misschien nog iets jonger – en raakte verliefd op Mr. Rochester uit Jane Eyre. Een gentleman, maar een slechtaard die zijn waanzinnig geworden vrouw stiekem op zolder verstopt, zich uitgeeft voor vrijgezel en dingt naar de hand van de arme, kuise, zachtzinnige gouvernante Jan Eyre. Hij trouwt met haar in de kerk, bijna, want vlak voor de inzegening roept iemand: ‘Hij is al getrouwd!’ en ze werpt haar buidssluier af.

Gruwelijk, gruwelijk, Jane weigert zijn maîtresse te worden, ze vlucht radeloos en vindt elders goddank mensen die haar weer op andere wijze kwellen.

Omdat Rochester mijn eerste romanheld was herlees ik eens in de zoveel jaren deze nobele damesroman in het Engels. Het is een ik-boek; Jane vertelt haar eigen verhaal en richt zich af en toe tot de lezer om steun te vinden voor haar principes met woorden als: ‘Don’t you agree, gentle reader?’, waarop ik antwoord: ‘Helemaal niet, masochistische trut!’

Hij, de heerlijke, ruige, donkere, hartstochtelijk Rochester, moet zwaar gestraft worden met verminking en blindheid voor hij Jane aan het eind in de armen mag sluiten. Bovendien wordt hij helaas ook nog bekeerd en bidt pagina’s lang om vergeving.

Uit: Het favoriete personage, samenstelling Carel Peeters en Doeschka Meijsing, Raamgracht Amsterdam, 1983

Annie M.G. Schmidt (1911-1995, Kapelle)

Bob den Uyl: ik word al ziek als ik aan schrijven denk

*

Ik word al ziek als ik aan schrijven denk / laat staan als ik achter de schrijfmachine ga zitten, / zwetend van angst. / Verschrikkelijk toch / als je daarmee je geld moet verdienen.

Uit: Met een voet in het graf, Querido Amsterdam, 1971

den Uyl, Bob; twitter.combron foto: twitter.com

Bob den Uyl (1930-1992, Rotterdam)

Bijna iedere dag muziek: Electric Light Orchestra

Wie naar de Electric Light Orchestra luistert, moet het opvallen: de verwijzingen naar The Beatles; de barokke Beatles welteverstaan. “Wij begonnen waar The Beatles ophielden met I am the Walrus.’
Grote man achter ELO is Jeff Lynne. Hij begon de band samen met Roy Wood, the Wizzard. Daarvoor zaten beide heren in The Move. ELO kenmerkte zich door Beatleslesque pop, klassiek getinte arrangementen en wat futuristische iconografie (denk aan het ruimteschip). Ze begonnen als kwartet maar al snel verliet Wood de band om zijn eigen weg te gaan. Onder andere een toetsenist en een cellist versterkten de gelederen en ondertussen werd aan het juiste bandgeluid gewerkt. Dat Lynne ietwat klinkt als John Lennon deed veel goed aan de acceptatie van dat geluid. ELO ging een periode van grote bloei tegemoet.De band scoorde veel hits en verkocht een aanzienlijke hoeveelheid albums.
Lynne ontdekte de studio en het werk daar. Speelde steeds meer en vaker een rol als producer, kwam George Harrison tegen en dat resulteerde in The Traveling Wilburys. Ook werd Lynne gevraagd voor filmmuziek (Xanadu met Olivia Newton-John). Kortom, wat Jeff Lynne en zijn maten aan muziek maakte, was gedegen, goed en van Beatle-achtige schoonheid.

Laila Essaydi fotografeert het Marrokaanse feminisme

Essaydi, Laila; Marrokaanse vrouwEssaydi, Laila; Marrokaanse vrouw3Essaydi, Laila; Marrokaanse vrouw5

De Marrokaanse fotografe Laila Essaydi (1956) studeerde in Boston, USA. Naast fotografie, was dat film, schilderen en het maken van installaties. In haar werk gaat het vaak over Islamitische calligrafie en het vrouwelijk lichaam. Ze vraagt aandacht voor het complexe leven van Arabische vrouwen.

In haar foto-serie die gewijd is aan de Marrokaanse vrouw, is de locatie van belang en zien we overal calligrafie: op de lichamen en kleding van de vrouwen. Een statement.

Essaydi, Laila; Marrokaanse vrouw4Essaydi, Laila; Marrokaanse vrouw6

Ten Harmsen van der Beek: goede morgen, hemelse mevrouw Ping

Goede morgen, hemelse mevrouw Ping

is U de zachte nacht bevallen, hebben de on- / deugende, geheimzinnige planten naar behoren

gegeurd en zijn hopelijk geen van uw overige / zuigelingen aan de builenpest bezweken?

Het is nu beter te zitten zonder weemoed in

de rauwe geurige ochtendlucht, nu de zon nog / teder is en de gordijnen levendig in de goede

vrolijke wind. O halmstaartige voortreffelijke, / kijk, zwijgzame zwakzinnige allerliefste,

er loopt een belangwekkend, héél klein maar / bijzonder lekker beestje tussen de kiezelstenen

onder de hemelsblauwe hortensia

(Aan mijn neerslachtige poes, ter vertroosting bij / het overlijden van gebroed)

Uit: Geachte muizenpoot en achttien andere gedichten, Bezige Bij Amsterdam, 1965

harmsen van der beek, fritzi; dvhn.nlbron foto: DvhN.nl

F. ten Harmsen van der Beek (1927-2009, Blaricum)

De kat krijgt lof van de literatuur

kat; zooplus.

Kat geeft pootje; bron foto: zooplus.nl

Behalve lofliederen op Hemzelf moet God vanaf de aarde heel wat complimenten ontvangen voor het scheppen van het ‘minziek wonderdier’ (Rudy Kousbroek). J.B. Charles deed er een verzoek bij: ‘hebt u nog een werktekening, God, van mijn kat?’ Boekenballen vol schrijvers hebben hun katten bezongen, van Rascha Peper tot Marnix Gijsen, van Kees van Kooten tot P.C. Hooft. Als dank voor deze public relations treden veel poezen ook als muze op. Om schrijver te worden doe je er goed aan om een poes aan te schaffen. Die van W.F. Hermans liet het niet bij inspireren:

Hij ging voor de schrijfmachine zitten en legde een poot op een toets. Daardoor kwam een hamertje omhoog, wat hij fijn vond. Dan probeerde hij het hamertje te pakken, en, te dien einde, liet hij de toets los. Mis.

Hoe diep hij ook nadacht, het verband tussen het loslaten van de toets en de verdwijning van het hamertje heeft hij nooit kunnen doorgronden. Ik was dol op dit dier en had veel medelijden met hem.

Omdat een poes niet kan tikken, mogen de mensen dat doen, maar het eigenlijke schrijven komt natuurlijk voor zijn rekening. Pas bij zijn dood neemt zijn mens het werk weer over. Daar sta je dan weer als schrijver met een dood, maar nog warm lijfje in je handen, smekend om genade, vloekend op God (‘De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de Here kan de pest krijgen’), klaar om je wanhoop op het papier uit te storten.

Uit: Piep, een kleine biologie der letteren – Midas Dekkers, Boekenweekgeschenk 2009, CPNB

Walker Evans: Amerika zoals het was

evans, walker; americaevans, walker; america5

De Amerikaanse fotograaf Walker Evans (1903-1975, Saint Louis, USA) werd bekend vanwege zijn documentaire fotografie en straatfotografie. Na een periode in Parijs aan de Sorbonne gestudeerd te hebben, keerde hij terug naar de VS en maakte in opdracht van de Farm Security Administration foto’s van het zware leven op het Amerikaanse platteland. De foto’s van Evans laten de minder fraaie kant van de VS zien. Een Amerika dat was, getroffen door een ernstige economische depressie. Zijn compositie is precies, gedetailleerd; alles in dienst van sobere foto’s die niets verhullen en veel zeggen.

evans, walker; america22006.13.1.15 001evans, walker; america6

Favery: zodra ik mijn ogen opsla

*

Zodra ik mijn ogen opsla / is het onzichtbare mij ontglipt / en begin ik te zien wat ik zie: / herinneringen aan wat ik zag

en ooit zal zien. Door te zien / blijf ik mij herinneren;

hoop ik dat ik besta.

Vooral als ik naar haar kijk / wanneer zij zo haar hand door / haar haar haalt, haar elleboog / steunend op haar knie, en zij / iets tegen mij zegt.

Uit: Tegen het vergeten, Bezige Bij Amsterdam, 1988

favery, hans; marche-poesie.combron foto: marche-poesie.com

Hans Favery (1933-1990, Paramaribo, Suriname)

Eijkelboom: geen meter

Geen meter

Je kon er je kont niet keren, / zeggen ze nu. Mijn broertje en ik / wij wisten wel beter. Tot achter / de kachel – die heette Godin – / was er nog plek. En boven / de geheimen van de zolder / was daar nog het mysterie / van de vliering. En was er / aan de straatkant zelfs / geen kamer afgezonderd / voor feestelijk of pastoraal bezoek? / Geen meter of er was iets mee.

Ik kijk vandaag discreet naar binnen / en zie een box die half de kamer vult. / De tussenmuur is weggebroken / zodat je kijkt tot aan de tuin, / vlakbij.

Maar wonderlijk blijkt dan dat huis / een vaste burcht te zijn gebleven / vol nooit vergeten wetenschap / van nis en hoek en wenteltrap / en tijd, die toch omkeerbaar os.

Uit: Kippevleugels. Gedichten. Arbeiderspers Amsterdam, 1991

eijkelboom-jan; literatuurmuseum.nlbron illustratie: literatuurmuseum.nl

J. Eijkelboom (1926-2008, Slikkerveer)