Bijna iedere dag muziek: Television/Tom Verlaine

Het is punk/new wave-tijd, USA-editie. De dagen van Talking Heads (lichaam en ziel), Blondie (lichaam en ziel) en The Ramones (lichaam). De dagen van kort en krachtig, een statement maken (geen toekomst of…). En dan komt er een band die alles anders doet. Symbolistische poëzie, hard-boiled verhalen waarin de nacht een rol speelt en zoektochten naar hoe muziek klinkt op basis van twee solo-gitaristen die hun weg zoeken. Ik heb het over de Rimbaud en Baudelaire van de Amerikaanse punk-scene: Television (ziel). Waar The Ramones binnen de 2 minuten klaar konden zijn met hun song, daar breiden Tom Verlaine en Richard Lloyd rustig 9 minuten aan elkaar in hun zoektochten. Daarbij sloten ze meer aan bij de oude garde dan de rest, die zich vooral afzette tegen die oude, vastgeroeste garde.

Na twee albums was Television over en uit. Tom Verlaine ging, minder succesvol maar nog altijd zoekende, solo verder. Maar dat eigenwijze en unieke gitaargeluid bleef, net als die wat dreinerige zang.

Gils: vraag en antwoord

gust-gils-graf; jjpollet.wordpress.combron foto: jjpollet.wordpress.com

vraag en antwoord

bestaat er dan geen god / van de dood? / jazeker: en zijn opdracht luidt: / de leegte van het hiernamaals / zo zuiver mogelijk houden van de / besmettelijke aanwezigheid / van menselijke geesten

Uit: Linke kornak, Van Hyfte, de Coninck, Ertvelde, 1974

Gust Gils (1924-2002, Antwerpen, België)

De vogels van Jan Mankes

mankes, vogels6mankes, vogels8mankes, vogels2mankes, vogels4‘Mankes was niet zo goed in figuren, vooral niet in de menselijke, en daarom hield hij zijn voorstellingen plat, schilderde hij de dingen frontaal. Om er leven in te krijgen sloeg hij aan het ‘puimen’: een techniek waarbij de olieverf in dunne laagjes werd aangebracht en met een puimsteen weer werd afgeschuurd. Zo kregen de werken hun dromerige karakter.’, aldus Stefan Kuiper in De Volkskrant van 16 april jl.

Juist die dromerigheid maakt zijn werk bijzonder en uniek, vind ik. Jan Mankes (1889-1920, Meppel) was vooral graficus. Hij kreeg zijn opleiding aan glasschilderfabriek in Delft en volgde daarna avondlessen aan de Haagse academie. Hij schilderde dieren, stillevens, landschappen en portretten. Dat deed hij doorgaans in vlakke, gedempte kleuren waarbij hij ‘puimde’.

Mankes werd niet oud maar was productief. Wat talrijk restte was zijn grafisch werk, vooral de houtsneden. De vele vogels die hij tekende, etste, schilderde zijn vooral door de dromerige stijl een lust voor het oog.

Mankes, vogels1mankes, vogels3mankes, vogels5mankes, vogels7

Singer: de Spinoza van Warschau

Isaac-Bashevis-Singer; bashevissinger.combron foto: bashevissinger.com

Isaac Bashevis Singer (1904-1991, Leoncin, Polen) geldt als Amerikaans schrijver, kwam uit een streng joods-orthodox gezin in Polen voordat de oorlog hem naar de USA vedreef. Singer schreef veel over zijn joodse achtergrond en gaf stem aan de in de Tweede Wereldoorlog vermoorde getto-bewoners in Poolse steden. In zijn werk komen thema’s als menselijkheid, humor, erotiek en occultisme voor.

In De Spinoza van Warschau gaat het om dr. Fischelson uit Warschau. De dr. bestudeert al 30 jaar lang Ethica van Spinoza: ‘Hij kende elke stelling, elk bewijs, elke gevolgtrekking en elke notitie uit zijn hoofd.’ Fischelson is niet bang voor de dood. Hij is oud. In Ethica staat bovendien te lezen dat: ‘een vrij man nergens minder aan denkt dan aan de dood en zijn wijsheid een bespiegeling is, niet over de dood, maar over het leven.’ Verder schrijft Spinoza: ‘Dat de menselijke geest niet samen met het menselijk lichaam volledig teniet zal gaan, maar dat een deel ervan eeuwig zal voortbestaan.’

Fischelson peinst wat af in dit verhaal en zondert zich steeds meer af. Zich op de been houdend met de wijsheden uit Ethica:

Hij herinnerde zich dat zedelijkheid en geluk volgens Spinoza identiek waren en dat de zedelijk meest verantwoorde daad die de mens kon stellen, bestond uit het toegeven aan een genoegen dat in overeenstemming was met de rede.

Maar Fischelson moet tegenslag na tegenslag doorstaan. Er wordt hem onrecht aangedaan waardoor hij ook steeds meer het vertrouwen in zijn medemens verliest.

Deze lieden hadden zich overgegeven aan de laagste passies, ze waren dronken van emoties, en volgens Spinoza moest men emoties altijd vermijden. Ze joegen het aardse geluk na, maar slechts ziekte en kerkering was hun deel, de schande en het lijden, dat voortsproot uit onwetendheid.

De oorlog breekt uit. Er is nog meer leed. Fischelson leeft teruggetrokken op een zolderkamertje en komt nauwelijks de deur nog uit. Hij denkt aan zelfmoord, maar dat verbied Spinoza. Een vrouw, Zwarte Dobbe, komt in zijn leven. Zij verzorgt hem en laat hem opknappen. Uiteindelijk gevolg: een huwelijk. De bruiloft volgt en na een heftige bruidsnacht:

Dr. Fischelson keek naar boven. De zwarte hemelboog was dicht bezaaid met sterren: groene, rode, gele en blauwe sterren, grote en kleine, twinkelende en roerloze. Sommige groepten dicht op elkaar en sommige stonden alleen. In de hoogste sferen was klaarblijkelijk nauwelijks notitie genomen van het feit dat een zekere dr. Fischelson in zijn nadagen was getrouwd met een zekere Zwarte Dobbe. Van bovenaf gezien was zelfs de grote oorlog niets anders dan een modieus spelletje. De myriaden grote sterren beschreven hun vaste banen in de eindeloze ruimte. En om deze stralende lichtbronnen cirkelden de kometen, planeten, satellieten en astroïden eindeloos voort. Bij elke rilling die door de kosmos voer werden hele werelden tot leven gewekt of aan de vernietiging prijsgegeven. In de chaos der nevelen werd de oerstof geformeerd.  Af en toe scheurde een ster los, flitste door de hemel en liet een vurige streep na. De augustusmaand had zoals altijd een regen van meteoorstenen meegebracht. Ja, de goddellijke substantie was onmetelijk en zonder begin of eind; ze was absoluut, onsplitsbaar, eeuwig en zonder duur, oneindig in haar verschijningsvormen. Haar golven en borrelingen dansten in een universele heksenketel, ziedend van leven, in een onverbreekbare rij van oorzaken en gevolgen en hij, dr. Fischelson, met zijn voorbeschikt lot, maakt er deel van uit. De doctor sloot de ogen en stelde zijn bezwete voorhoofd en zijn wapperende baard bloot aan het koele windje. Diep ademde hij de nachtlucht in; hij hield zich met zijn bevende handen vast aan de vensterbank en mompelde: ‘Goddelijke Spinoza, vergeef het mij. Ik ben een dwaas geworden.’

Uit: De Spinoza van Warschau en andere jiddisje verhalen, Arbeiderspers Amsterdam, 1966; vertaling A.Polak-Lubbers.

Isaac Bashevis Singer (1904-1991, Leoncin, Polen)

John Updike: meer statige huizen

John-Updike; brittanica.combron foto: brittannica.com

Ik klonk geërgerd; de leerlingen sperden hun ogen open, degenen die hadden zitten luisteren. Ze weten vaak beter wat er aan de hand is dan jijzelf. De schelp had me aan Karen doen denken. Zij had van de natuur en haar verfijnde, gecompliceerde details gehouden. Hier in het helle licht van de hoge ramen van het klaslokaal lag er een glans op het wit-met-bleek-oranje paarlemoer, die van haar was. Terwijl ik de spiraal schematisch op het bord tekende, met pijlen omhoog en omlaag, en het sierlijke buisvormig orgaan waarmee de poliepslak zijn roofzuchtige hydrostatische magie bedrijft, stond ik aan haar te denken, aan hoe ze in de lichte, grote slaapkamer aan de achterkant van het huis haar zachte, bleek-oranje haar en haar kleine borsten over mijn penis streek om mijn begeerte op te wekken.

Die begeerte ontwaakte niet altijd meteen; vaak was ik nerveus, transpireerde, voelde me schuldig omdat ik tijd stal van het lunchuur, of zelfs – zo dringend leek het allemaal – er tijdens een tussenuur vandoor was gegaan (een lesuur duurt in ons systeem vijftig minuten), naar de andere kant van de stad was gereden om twintig minuten met haar door te brengen, de vijftien minuten terug te rijden en de oude Falcon die Monica’s ouders ons hadden gegeven met gierende remmen op het parkeerterrein van de school neer te zetten onder de ogen van de kinderen die bij de fietsenrekken rondhingen of daar stiekem een sigaretje stonden te roken. Misschien hebben ze weleens wat gedacht, maar leraren komen en gaan nu eenmaal, kinderen hebben er geen idee van wat het kost of niet kost om de wereld draaiende te houden, en hoewel ze ongeveer het grootste deel van hun energie besteden aan het bestuderen van ons, leraren, kunnen ze de peilloze diepte die het leven van een volwassene is, toch niet echt geloven; waar zij van dromen, doen wij. Ze konden niet weten, ongeacht de mededelingen op de muren van hun toiletten, dat Karens muskus echt op mijn vingertoppen en mijn gezicht zat, en dat achter mijn gulp mijn eigen kleine buisvormig lichaam nog een schrijnende paarlemoeren glans van bevrediging vertoonde.

Uit: Meer statige huizen; uit: De beste Amerikaanse verhalen uit Esquire, Meulenhoff Amsterdam, 1990; vertaling Loes Visser

John Updike (1932-2009, Reading, USA)

Voeten: the facts of life

gezin Voeten, Bert, kunstveiling.nl

Het gezin Voeten; bron foto: kunstveiling.nl

The facts of life

Ik was negen toen Jan Talboom mij / in de tuin van zijn ouderlijk huis / de paringsdaad demonstreerde

hij tekende met een houtje / een smal ovaal in het zand / en priemde het houtje vervolgens / vele malen tussen de lijnen / mij verzekerend dat het alleen / een kwestie was van bewegen

Jan Talboom was tien jaar oud / hij had een natuurlijke aanleg / voor aanschouwelijk onderwijzen.

Uit: Gedichten 1938-1992, Bezige Bij Amsterdam, 2001

Bert Voeten (1918-1992, Breda)

Maurits Mok: julinacht

mok, maurits, nl.wikipedia.orgMaurits (Mozes) Kok; bron foto: nl.wikipedia.org

Julinacht

Julinacht die in de bomen woelde. / Stoeten paarden renden door de bladeren. / Verticale kracht stond om ons heen. / Wij zeiden, het is zomer en ik wist, / dit komt niet weer, dit gaat / met ons verloren. Ook de bomen / zouden hun vergaarde eeuwen afstaan, / tot in hun wortels wankelen en terwijl / zij nog grijpgebaren in de ruimte maakten / prijsgegeven worden aan de dood.

Uit: Laat getijde, BZZTÔH Den Haag, 1985

Maurits Mok (1907-1989, Haarlem)

Dr. Faust: ‘lever je ziel in voor een beter leven’

goethe, petra-waszak.com

Goethe. bron foto: petra-waszak.com

Vast wel eens van gehoord: Dokter Faust. De grote germaanse Goethe (1749-1832, Frankfurt am Main, Dld) schreef het verhaal in twee delen en het werd zijn belangrijkste werk. Faust zelf dook al eerder op in een boek: Historia von D. Johann Fausten, geschreven door Johann Spies in 1587.

Faust is het verhaal van een naar kennis strevende dokter en zijn gewiekste tegenstander, de duivel en zieltjeswinnende Mephisto. In ruil voor zijn ziel, kan Faust voor een beter leven gaan. Faust is de belichaming naar dat verlangen naar een beter leven. Faust moet kiezen tussen de kracht van het geloof en de zekerheid van wetenschappelijke inzichten; tussen egocentrische zelfverwezenlijking en maatschappelijke erkenning;  tussen een kuis bid en werk en erotisch hedonisme. Iets van alle tijden? Iets typisch Duits?

Schrijver Harry Mulisch vond van wel. Of een faustiaans duivelspact in Nederland denkbaar was, antwoordde hij ooit: ‘Je ziel ruilen tegen artistieke scheppingskracht? Hier? Onmogelijk! Je ziel ruilen tegen bloembollen of kaas – oké! Maar dan wel met een bonnetje.’

mann, thomas; newyorker.comThomas Mann. bron foto: newyorker.com

Faust is vooral het verlangen naar een beter leven; de vrijheid van het scheppen tegenover de dictatuur van het materiaal en de creativiteit daartussen (als het om de kunsten gaat, zoals in Doctor Faustus, de andere grote Duitse roman, van Thomas Mann). In die laatste roman gaat het over de muzikant Adrian Leverkühn, die zijn ziel kan ruilen tegen kunstzinnige genialiteit. Mann’s Doctor Faustus is vooral een zoektocht naar de zin van het scheppen van kunst.

Faust is van enorme betekenis in de kunst en met name in de literatuur. Marlowe, Boelgakov, Zappa; een rockopera en een musical; popmuziek en klassieke muziek. Veel kunstenaars en disciplines hebben zich erover gebogen. Nog altijd spreekt Dokter Faust ons aan. Waarmee we kunnen concluderen dat Faust een algemeen menselijk motief is, van alle tijden en al in 16-de eeuw voor het eerst verwoordt.

bron: Gute Nacht, Freunde – Christoph Buchwald, Cossee Amsterdam, 2016

Picasso’s Guernica: ‘tegen de militaire kaste’

pablo_picasso-_guernica; theculturetrip.com

bron foto: theculturetrip.com

De aanleiding: het bombardement op de Baskische stad Guernica (Gernika in het Baskisch) op 26 april 1936. Spanje was in burgeroorlog (1936-1939): Republikeinen tegen nationalisten. De nationalisten stonden onder leiding van generaal Franco. Die riep de hulp in van zijn fascistische bondgenoten Duitsland en Italië. Beide luchtmachten konden eens uitproberen hoe dat werkte: een bombardement. Twee à drie uur lang werd de historische binnenstad, waar Republikeinen zich verschansten, gebombardeerd en werd er gericht op burgers geschoten. De dodentallen lopen uiteen van enkele honderden tot vele duizenden. Het allereerste terreurbombardement op Europese bodem, later gevolgd door talloze bombardementen op onder andere: Warschau, Rotterdam, Coventry, Hamburg, Dresden enz. Tegenwoordig zijn bombardementen op burgerdoelen en steden gemeengoed (denk aan Syrië en Irak).

Picasso was bezig een schilderij in opdracht van de Republikeinen te maken voor de Wereldtentoonstelling in Parijs, 1937. Na het lezen van de krantenberichten over het bombardement maakte de Spaanse kunstenaar binnen een week dit schilderij dat omvangrijk is (3,5 bij 3,7 meter).

Guernica is het samengaan van verschillende stijlen en motieven uit Picasso’s werk: abstracte, vervormde lichamen; de stier en het paard; de huilende vrouw. Wat ontbreekt is kleur. Guernica is gemaakt in tinten zwart, wit, grijs en een licht tintje blauw.

Guernica werd officieel onthuld tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs, daarna ging het op tournee door de vrije wereld. In 1981 keerde het schilderij terug naar Spanje: na het overlijden van Franco en toen Spanje weer een republiek was. Dat waren de voorwaarden die de Spaanse kunstenaar stelde bij terugkeer van het kunstwerk naar Spaanse bodem. Tegenwoordig is het te zien in Museo Reina Sofia in Madrid, nog altijd even indrukwekkend.

Picasso zelf omschreef het kunstwerk als een uitdrukking van: ‘zijn afschuw van de militaire kaste die Spanje heeft laten verzinken in een oceaan van pijn en dood.’

 

Andreus: liedje

literairecanon.be; andreus, hans

bron foto: literairecanon.be

Liedje

Alle roekoemeisjes / van vanavond / alle toedoemeisjes / van vannacht / wat zeggen we daar nu wel van?

Niets. / We laten ze maar zitten / maar zitten maar liggen maar slapen / maar dromen van jajaja.

Uit: Verzamelde gedichten, Holland Amsterdam, 2004

Hans Andreus (1926-1977, Amsterdam)