Kiki de Montparnasse en Sergei Eisenstein: vluchten!

De Letse filmmaker Sergej Eisenstein (1898-1948, Riga, Letland) liet zich op 31-jarige leeftijd behandelen door Freud-leerling Hans Richter, verbonden aan het Magnus Hirschfeld Institut für Sexualwissenschaft. Eisenstein wees vrouwen en iedere vorm van sex af. Het vermoeden was homosexualiteit. Zelf zei de Let daarover (in vertrouwen): ‘Ik denk dat ik op de een of andere manier een bisexuele aanleg heb – zoals Zola en Balzac – op een intellectuele manier.’

Na de ‘behandeling’ nam hij zich voor om eindelijk een op een open, hartelijke, joyeuze manier belangstelling voor vrouwen aan de dag te leggen. Maar toen de schilder Fernand Léger hem in Parijs aan het schildersmodel Kiki de Montparnasse voorstelde, verstarde hij. Kiki, muze en model van onder anderen Man Ray, Fernand Léger, Chaim Soutine en Jean Cocteau, was een jongensmeisje van een verblindende schoonheid. Tot ieders verbazing was ze onmiddellijk dol op de cineast met het grote hoofd. Ze zocht toenadering tot hem, tekende een portret van hem, draaide de rollen om: hij werd háár model. Kon het opwindender? Nee, Sergej herinnerde zich opeens dat zijn moeder in 1909 met haar minnaar naar Parijs was gevlucht en maakte dat hij wegkwam uit de buurt van Kiki.

kiki de montparnasse, youtube

Uit: Baltische zielen – Jan Brokken, Atlas Contact Amsterdam, 2010

Sergej Eisenstein (1898-1948, Riga, Letland)

Het virus: lastige jeugd

Het is een Japanse film uit 1959. De maker is Yasujiro Ozu (1903-1963, Fukagawa Japan). Belangrijkste thema is het conflict tussen de generaties; een eeuwigdurend thema zonder fysieke grenzen. In Good Morning besluiten twee kinderen niet meer te spreken omdat hun ouders geen tv voor hen willen kopen. Het is een film met milde humor waarin ouders te kijk worden gezet door de ogen van hun kinderen. Gedraaid in voor die tijd prachtige kleuren, gaat het verhaal ook over Tokyo’s voorsteden waar huisvrouwen het hebben over de nieuwste snufjes in huis. En waar mannen zich met allerlei klusjes overeind moeten houden om aan die vragen van hun echtgenoot te kunnen voldoen. De film is een lichte satire op het consumptisme.

Ozu heeft grote invloed gehad op tal van filmers na hem. Eén van zijn trouwe bewonderaars is regisseur Wes Anderson. Beeldvoering, kadrering en aandacht voor kleur vinden we ook bij de Amerikaan terug. Mij viel in dit fragment vooral de truien van de jongens op.

De mooie vrouw: ‘ver vuur ben ik’

In Don Quichot van Miguel de Cervantes zit een prachtig hoofdstuk over de herderin Marcela die schuldig zou zijn aan de dood van de herder Grisóstomo. Hij pleegde zelfmoord omdat hij zoveel van haar hield en haar niet kon krijgen. Dit komt uit de verdedigingsrede van Marcela:

‘En zoals de adder niet verdient te worden beschuldigd vanwege het gif dat zij bij zich draagt, hoewel ze ermee doodt, daar de natuur het haar heeft gegeven, zo verdien ik het niet te worden berispt omdat ik mooi ben; want schoonheid bij een eerbare vrouw is als een ver vuur of een scherp zwaard, dat niet brandt of snijdt wie niet in de buurt komt. (…) Ver vuur ben ik en een ver weggelegd zwaard. Wie ik verliefd heb gemaakt met mijn aanblik heb ik met mijn woorden ontnuchterd.’

En verder:

‘Männer umschwärmen mich wie Motten um das Licht, und wenn sie verbrennen, ja dafür kann ich nichts.’

Uit: Een prachtig neusje. De schrijver als cosmetisch chirurg. NRC Handelsblad, 10-10-1997

Bron: Arnon Grunberg (1971, Amsterdam)

Bijna iedere dag muziek: Kubrick en Von Beethoven

‘Bij Beethoven wisselen grandeur en muzikale grappen elkaar snel af, liggen humor en pathos dicht bij elkaar.’

‘Die ongelofelijke Diabelli-variaties van Beethoven – het hele spectrum van gedachten en gevoelens, maar alle in relatie tot een belachelijk klein walsdeuntje.’

Aldus  schrijver Aldous Huxely over de muziek van Ludwig von Beethoven. Huxley probeerde de muzikaliteit van Beethoven in zijn schrijven te gebruiken. Het meest duidelijke voorbeeld is de roman Point Counter Point uit 1928.

Ook filmer Stanley Kubrick vond Beethoven goed bij zijn werk passen. Met enige regelmaat keren composities terug in zijn films. Bekendste voorbeelden: a Clockwork Orange en Barry Lyndon. Bij Kubrick ondersteunt Beethovens muziek ons gevoel als kijker bij wat we te zien krijgen. Het versterkt de emotie, niet alleen bij ons, maar ook bij de acteur. Duidelijkst is het voorbeeld (wat Beethoven betreft) in a Clockwork Orange. Hieronder een compilatie van Kubrick filmfragmenten met daaronder de 7-de symfonie van Beethoven. Kijk, luister en voel wat ik bedoel.

Vervolgens het menuet uit de Diabelli-variaties van Beethoven. Deze piano-werken componeerde Beethoven als antwoord op de vraag van de Oostenrijkse componist Anton Diabelli om variaties te maken op de wals die hij componeerde. Beethoven voldeed aan deze opdracht en deed dat in 2 delen. Deze variaties lieten zien waartoe Beethoven in staat was: breedte en diepte. Vaak worden de Diabelli-variaties vergeleken met de Goldberg-variaties van Bach.

Grunberg en de troostrijke humor van Buster Keaton

Bent u op zoek naar troost? Er bestaat geen zoetere troost dan die van de slapstick’ aldus Arnon Grunberg in 1 van zijn essays. In dat essay gaat het over Charlie Chaplin (‘genoodzaakt om geld te vinden of een vrouw’), Groucho Marx (‘lijkt op God’), maar vooral over Buster Keaton (‘ziekelijk verlegen, veel goede bedoelingen, beleefd en voorkomend’).

In bijna al zijn films speelt Buster Keaton iemand die gedwongen wordt zijn passiviteit op te geven en het geluk te slaan waar hij het maar kan raken.

(..)

Het verhaal en de karakters in de films zijn zo simpel mogelijk. Het eigenaardige is dat zijn films daardoor niet aan geloofwaardigheid inboeten, maar juist aannemelijker worden. (..) Slapstick en complexiteit verdragen elkaar slecht. Misschien is de werkelijkheid ook wel veel simpeler dan wij zouden willen. Het is alleen wat onaangenaam die onversierde werkelijkheid in het gezicht te zien.

(..)

Buster Keaton begreep het absurde net zo goed als Hamlet, maar hij maakt er komedie van.

In The Cameraman uit 1928 ontmoet fotograaf Keaton een meisje waar hij voor valt. De hele film gaat over de pogingen van Keaton om met dit meisje af te spreken. Als ze een date hebben gaan ze naar Coney Island, naar een zwembad. Het is er druk. Buster moet zijn kleedhokje delen met een dikke man. Wat volgt noemt Grunberg: ‘1 van de mooiste scenes die Keaton gedraaid heeft, en hoe dan ook, 1 van de mooiste scenes die ik ooit in de bioscoop heb gezien.’

Kafka heeft in Die Verwandlung beschreven wat voor nachtmerrie het kan zijn als je in een insect bent veranderd. Keaton is naar mijn idee subtieler. Hij laat namelijk niet iemand zien die in een insect veranderd is. Hij maakt duidelijk hoe het is wanneer iemand zich als een levensgroot insect voelt.

https://youtu.be/UWEjxkkB8Xs

Uit: Platgedrukt in een badhokje, NRC Handelsblad, 19 mei 1995

Buster Keaton (1895-1966, Piqua, USA)

De kenmerken van Paul Thomas Anderson’s films

Paul Thomas Anderson (1970, Studio City, USA) werd in den beginne vaak vergeleken met filmmaker Robert Altman. Reden: de ensemblefilm en de verweven verhaallijn. Veel personages, gelaagde plots, ongebruikelijke visie op alledaagse situaties. Dit alles verweven in films die de tijd nemen om het verhaal te vertellen. Anderson schreef en regisseerde zijn eigen complexe films. Thematisch zijn er overeenkomsten, zoals in bijgaande clip duidelijk wordt.

Zijn filmstijl is ondertussen ontwikkeld tot een opmerkelijke. Boogie Nights (1977) was zijn doorbraak. Daarna volgden meesterwerken als: Magnolia, Punch Drunk Love, There will be blood en The Master. Anderson werkt vaak met dezelfde acteurs.

Mijn belangstelling voor Anderson’s films zit vooral in het humanisme van zijn vertellingen en de sympathie die hij opwekt voor zijn hoofdpersonages. Zijn soms wat excentrieke hoofdpersonen laten altijd zeer herkenbare karaktertrekken zien. Ondertussen leveren zijn films behoorlijke kritiek op onze moderne (neo-liberale en veramerikaniseerde) levenswijze.

Louis Malle: ongrijpbaar als een dwaallicht

De Franse filmer Louis Malle (1932-1995, Thumieres, Frankrijk) wordt gerekend tot de Nouvelle Vague, net als Eric Rohmer. Maar grotere tegenpolen zijn niet denkbaar. Waar Rohmer snel zijn vorm en inhoud had gevonden, en die bleef herhalen, zocht Malle naar nieuwe wegen (genres, stijlen en landen). Dat leverde een bont scala aan films op. Van zwart-wit tot kleur, van Franse producties tot Amerikaanse. Van film noir, via western tot semi-autobiografische films. Ongrijpbaar is de term die de lading het beste dekt. Zijn films waren soms regelrechte flops en anderen mogen de tand des tijds ruimschoots overleven. Vooral de semi-autobiografische films (Le souffle au coeur, Lacombe Lucien en vooral Au revoir, les enfants) zijn de moeite waard. Aangrijpend, controversieel, roekeloos en vaak taboedoorbrekend. Als het om de behandeling van seks ging, waren zijn films spraakmakend (overspel, kinderprostitutie en incest).

Malle maakte films met Jeanne Moreau, Brooke Shields, Susan Sharendon, Burt Lancaster, Brigitte Bardot en Lino Ventura om maar eens een paar namen te noemen.

L’atalante: (sur)realistische filmklassieker

L’Atalante werd in 1934 gemaakt door regisseur Jean Vigo. Het is de enige lange speelfilm die Vigo maakte. Enkele weken na de première overleed de Franse filmmaker aan de gevolgen van tbc. Het merendeel van de filmopnamen vond plaats in slechte weersomstandigheden langs de kanalen rond Parijs.

Het verhaal: een jonge binnenschipper, Jean, neemt zijn jonge bruid Juliette mee op zijn boot, die de naam Atalante draagt. De sleur van het alledaagse leven op het schip wordt onderbroken door magische momenten. De film kent sterke personages, zowel hoofd- als bijrollen zijn uitstekend bezet (door bijvoorbeeld Michel Simon).

De setting en de plot zijn realistisch maar de film heeft ook surrealistische trekjes. Er wordt door Vigo verwezen naar het onderbewuste en naar de droomtheorieën van Sigmund Freud. Maar er zijn ook verwijzingen naar de omverwerping van de morele en sociale codes van de burger.

De film werd in eerste instantie slecht ontvangen; aangepast en van een andere titel voorzien. In 1945 werd de film in zijn oorspronkelijke vorm hersteld en sindsdien geldt L’Atalante als een klassieker. Hieronder een droomscene uit de film en een trailer.

Bronnen: Film – Ronald Bergan, Unieboek Houten, 2007; Criterion Collection; BFI