RIP Jean Luc Godard

Filmmaker Jean Luc Godard (1930-2022, Fr), een recalcitrante man, immer tegen de keer, overtuigd van zijn opvattingen. Maar een man die de cinema veranderde, voor eeuwig. Mijn eerste kennismaking was A Bout de Souffle met Jean Paul Belmondo, die ik van actie en humoristische rollen kende. En dan was er Jean Seberg, de Amerikaanse die met haar optreden in deze film een rolmodel werd voor veel vrouwen uit die tijd (jaren 60). Een film, in zwart-wit, die een nieuwe wereld voor me opende. Die me bewust maakte van de (on)mogelijkheden van het medium. Geheel in de stijl van de jaren 60 was film maken, kijken en ervaren een proces van bewustwording. Bewustworden van manipulatie, van stijl en vorm, ritme en montage hoe die werden gebruikt en gebruikt konden worden. Van het gebruik van kleuren en shots. Dat een verhaal een begin, een midden en een einde heeft, maar niet persé in die volgorde. Dat een verhaal gebaat is bij een vrouw en een pistool. Godard zette de filmwereld op zijn kop en kant en leerde mij anders, bewuster, kijken.

Het unieke oeuvre van Stanley Kubrick

Vernieuwend, invloedrijk en excentriek; kwalificaties voor de Amerikaanse filmmaker Stanley Kubrick (1928-1999). In zijn jeugdjaren blonk hij uit in wiskunde, schaakte graag en werd op 16-jarige leeftijd ontdekt als fotograaf. Na de fotografie lokte de film. Eerst documentaire en vervolgens de fictiefilm.

Kubrick maakte in 45 jaar tijd 12 zeer goed bekeken en gewaardeerde films. Zijn films kennen een pessimistisch beeld op de mens en zijn emotioneel afstandelijk. Kubrick laat de kijker zijn hoofdpersonen observeren in plaats van zich er mee te idenficeren. Technisch zijn de films perfect. langzame camerabewegingen en ongewone standpunten; veel aandacht voor decor en muziek en special effects.

In de meeste films van de Amerikaan volgen we een hoofdpersoon die moet kiezen tussen goed en kwaad. Meestal wordt het kwaad gekozen. Het gaat dus om de negatieve kant van de menselijke natuur. Niet vreemd dat veel van zijn films over oorlog gaan. Vaste thema’s in zijn films: wraak, hebzucht, lust, zinloosheid, krankzinnigheid en geweld. Kubrick zoekt de controverse. Zwarte humor, grof geweld, expliciete seks, racisme en drugsgebruik; allemaal gekozen om tot controverse te leiden. Hetgeen veel en vaak gebeurde. Niettemin werden zijn films door het publiek zeer gewaardeerd. Naar een nieuwe Kubrick werd verlangend uitgezien. Mijn introductie was A Clockwork Orange, een film over zinloos geweld op muziek van Beethoven. Een introductie om nooit meer te vergeten. Een film die zeker niet gemaakt is om te behagen. Dat was precies wat Kubrick was: uniek in zijn soort.

bron: wikipedia

Andrei Rublev: een film over de Iconen-schilder

Een film over de grootste iconenschilder van de vijftiende eeuw: Andrej Roebljov. Roebljov liet zich beïnvloeden door de Byzantijnse kunst. Roebljov leefde van ongeveer 1360 tot 1430, een periode gekenmerkt door invallen van de Tataren en religieus sektarisme dat conflicteert met de orthodoxe leer. De verfilming is in eerste aanleg niet biografisch, maar benadrukt het vragen naar het wezen van de kunst en de betekenis van geloof. De hoofdpersoon is op zoek naar antwoorden op deze vragen in een tijd waarin zingeving ver te zoeken lijkt. Het valt hem zwaar om zijn geloof aan zijn eigen artistieke missie te bewaren. Kortom, een worstelende kunstenaar als hoofdpersoon. Wellicht gold die worsteling ook voor regisseur Andrej Tarkovski (1932-1986), die nogal eens met de Russische autoriteiten in conflict was.

Andrej Roebljov is een typische Tarkovski-film. Traag in tempo met ruim baan voor het innerlijk van zijn hoofdpersonen. Filosofisch, metafysisch, poëtisch, emotioneel. Dichtbij en veraf, ruimte biedend aan de elementen: vuur, water, aarde en lucht. Tarkovski biedt geen amusement maar wel diepzinnige, wonderschone, trage cinema die de kijker alles biedt wat film zo uniek maakt: beweging, licht en donker, kadrering. Een kijkdoos vol beweging die zicht biedt op een werkelijkheid die je nog niet kende en die je volledig ondergaat als reëel.

Macdonald ziet een zwarte zon

Het bekendste voorbeeld zijn misschien wel de massa’s spreeuwen die zich in de lucht verzamelen voordat ze naar hun roestplaats gaan. Die worden zwermen, wolken of murmuraties genoemd, maar de Deense term, sort sol, is beter: zwarte zon,  Die verwoordt goed de bijna hemelse vreemdheid van het verschijnsel. Toen ik een paar jaar geleden ergens aan de kust van Suffolk stond, zag ik een breed uitwaaierende nevel van spreeuwen in een oogwenk veranderen in een angstaanjagende bol die als een donkere planeet boven het moerasland hing. Iedereen om me heen hapte hoorbaar naar lucht, waarop het ding in een maalstroom van vleugels uiteenspatte.

Spreeuwenzwermen zijn opwindend, maar kunnen ook een emotie oproepen die op angst lijkt.

En angst is grotendeels de oorzaak van deze zwermen. Kraanvogels gebruiken bijvoorbeeld ondiep water als roestplaats omdat het veiliger is dan slapen op de grond; en door de enorme overdaad aan klapwiekende vleugels is het voor roofdieren moeilijk om zich op één spreeuw in een wolk te richten. Geen spreeuw die vrijwillige aan de rand van de wolk vliegt of als een van de eersten neerstrijkt.

Maar alleen in de lucht is angst de factor die de vorm van de zwermen bepaalt, die druk op de vogels uitoefent en vervormingen veroorzaakt. Een donkere golf die huiverend door een menigte spreeuwen trekt is vaak een reactie op een roofvogel die de zwermen in duikt, op zoek naar een maaltje.

Ik ben dol op zwermen, niet alleen vanwege de biologische rijkdom, maar ook omdat ze me ertoe brengen om gelijkenissen te ontwaren in het buitensissige, omdat de chaos ervan bij nadere beschouwing verandert in individuen en kleine groepen familieleden die naar basale behoeften verlangen: geen angst kennen, eten, een veilige slaaplek.

uit: de menselijke zwerm; uit: Schemervluchten – Helen Macdonald, Bezige Bij, 2021; vertaling Nico Groen en Joris Vermeulen

La Jument: standvastige en fotogenieke vuurtoren

la jument, jean guichard

foto: Jean Guichard

Dwars door het geraas van de storm hoorde Théo Malgorn het geluid van een propeller toen hij in het lichthuis was. Uit nieuwsgierigheid liep hij naar beneden. Toen hij de deur opendeed, zag hij een helikopter boven de woeste golven van de Mer d’Iroise cirkelen. Fotograaf Jean Guichard keek vanuit de lucht toe hoe de golven van de Atlantische Oceaan onophoudelijk tegen La Jument beukten. Intuïtief drukte hij precies op het juiste moment af: de vuurtorenwachter stond in de deuropening terwijl de toren door een gigantische vloedgolf werd omspoeld.

Hoge golven, onstuimige zee leiden in de Passage du Fromveur tot talloze schipbreuken. Daar moest actie komen. Die kwam door een schenking van Charles Eugène Potron, zelf overlever van een schipbreuk. Hij liet 400.000 frank na voor de bouw van een vuurtoren in de buurt van het eiland Ouessant.

In 1904 werd in allerijl met de werkzaamheden begonnen en hoewel de vuurtoren met veel kunst- en vliegwerk binnen de gestelde termijn in gebruik kon worden genomen (binnen 7 jaar), vertoonde de toren in de jaren erna allerlei mankementen als gevolg van de overhaaste bouw. De eerste stormen brachten algauw abnormale trillingen in de constructie aan het licht. Tijdens stormachtig weer werden de vuurtorenwachters niet zelden door paniek bevangen op momenten dat de toren in zee dreigde te storten. Er werden meerdere restauratiepogingen ondernomen, maar de herstelwerkzaamheden waren zo gecompliceerd en begrotelijk dat deze pas dertig jaar later voltooid konden worden. Ondanks de aanpassingen bleef La Jument voor velen ‘de hel van Ouessant.

Bouwjaar: 1904-1911; ontstoken 1911; geautomatiseerd 1990; nog steeds actief; achtkantige toren van steen; hoogte 47 meter; lichthoogte 41 meter; reikwijdte 22 zeemijl

In 2017 werd de hoogte gemeten van de golven die tegen La Jument beukten. De hoogste was ruim 24 meter.

L’Equiper, een film uit 2004 van regisseur Phillipe Lioret, speelt zich af op Ouessant, met in de hoofdrol de vuurtorenwachters van La Jument.

In 2015 werd La Jument officieel een Frans historisch monument.

uit: atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld – José Luis Gonzalez Macías, Meulenhoff Amsterdam, 2021; vertaling Irene van de Mheen

Trailer van de film L’Equiper waarin La Jument een belangrijke rol speelt.

Opgroeien met de droomwereld van Ingmar Bergman

Dromen spelen een belangrijke rol in de films van meester-cineast Ingmar Bergman (1918-2007, Uppsala, Zwe). Onderstaand video-essay legt uit hoe en waarom. De films van Bergman zijn een periode lang bepalend geweest voor hoe ik tegen het medium film aankeek. De Zweedse filmregisseur maakte met Fanny en Alexander zijn meest toegankelijke en meest imponerende film wat mij betreft. Een film die voor een belangrijk deel autobiografisch was en die ging over tegenstellingen tussen: toneel en werkelijkheid; vrijheid en gebondenheid; angst en onschuld. Een film die ook over film zelf ging, met die voor Bergman typische noordelijke sfeer van serieuze bedachtzaamheid. Fanny en Alexander is de film die ik met Kerst vaak opnieuw bekijk.

Camp in de filmhistorie: 4 voorbeelden

Films die zo overdonderend zijn in hun visuele aanpak; decors, aankleding en stylistische overdrijvingen dat er geen ruimte meer is voor een fatsoenlijk verhaal, laat staan voor een plot. Ik heb het over vier voorbeelden van wat we ‘camp’ zijn gaan noemen. ‘Camp is het onttronen van het serieuze. Camp vereist een nieuwe houding tegenover het serieuze’, aldus Susan Sontag, publiciste en essayiste, die zich vaak uitliet over de betekenis van audiovisuele middelen als film en fotografie. Camp is een stijlvorm die soms voorbeelden voortbrengt die wat langer blijven hangen, juist vanwege die visuele weelde. Camp bestaat al wat langer in de filmindustrie. Soms bedoeld, vaker onbedoeld. Meestal is de maker serieus bezig geweest met het scheppen van een film die indruk moest gaan maken. In sommige gevallen lukte dat en werden de films klassiekers.

De voorbeelden:

A Midsummer Night’s Dream (Max Reinhardt and William Dieterle, 1935)

The Tales of Hoffmann (Michael Powell and Emeric Pressburger, 1951)

Modesty Blaise (Joseph Losey, 1966)

Bram Stoker’s Dracula (Francis Ford Coppola, 1992)

Opgroeien met: Job, Joris en Marieke

Ben opgegroeid met de tekenfilms (zo heette dat in mijn jeugd) van Disney. Daarna kwamen de cartoons: Betty Boop, Popeye, Looney Tunes. Sindsdien is de teken- of animatiefilm niet meer weggeweest. Desteleuker dat we sinds enkele jaren een NL-trio hebben dat de animatie op geheel eigen wijze en in eigen stijl internationaal succesvol aan de mens brengt. In bijgaande clip stellen ze zich voor en twee voorbeelden van hun oorspronkelijke werk.

Opgroeien met: Pierre Janssen

Pierre Janssen (1926-2007, Kerk-Avezaath) was journalist, tv-presentator, museum-directeur en kunstverteller, bron van inspiratie. Janssen kreeg in ons land brede bekendheid met het tv-programma Kunstgrepen (jaren zestig en zeventig, vorige eeuw). Daarin vertelde hij met grote liefde in begrijpelijke taal over tentoonstellingen, kunststromingen en kunstenaars. Dat deed hij met zoveel enthousiasme dat hij veel kijkers raakte, mij voorop. Janssen heeft bij mij de belangstelling voor kunst wakker gekust. Kunst was raar, spannend en maakte nieuwsgierig. Kunst als onvoorspelbaar avontuur waarin het goed wentelen en draaien was. Kunst leek grenzeloos: tekening, schets. schilderij, beeldhouwwerk, plastiek, video-installatie en ingrepen in het landschap, alles leek mogelijk. Verbeelding aan de macht, was de veelgehoorde kreet in de jaren 60 waarin Janssen voor het eerst van zich liet horen. Janssen was een fenomeen. Een lange en magere man met grote voeten, heel toegankelijk en zoals het de ideale verhalenverteller betaamt: verbaal geweldig. En hij had humor. Mijn broer mocht hem een keer ontmoeten. Bij binnenkomst in de horeca-gelegenheid waar mijn broer werkte, vroeg hij met een brede glimlach: ‘Waar kan ik mijn schoenen parkeren?’

Opgroeien met: Lino Ventura

De bonkige en hoekige acteur Lino Ventura (1919-1987) is een behoorlijk lange periode mijn metgezel geweest in veel Franse films. Ventura (de achternaam verraadt het al) is van Italiaanse komaf. Hij werd geboren in Parma, maar verhuisde op jonge leeftijd met zijn ouders naar de Frans hoofdstad Parijs. Leren ging hem moeilijk af (op 8-jarige leeftijd haakte hij af in het onderwijs), waarna een periode volgde waarin hij van baantje naar baantje ging. In het Grieks-Romeins worstelen vond hij zijn eerste roeping. In 1950 werd hij zelfs Europees kampioen! Na een ernstige blessure moest hij voortijdig stoppen met deze tak van sport.

Op 34-jarige leeftijd debuteerde Lino in zijn eerste Franse film. Regisseur Jacques Becker was op zoek naar een tegenspeler voor Jean Gabin in de crime-thriller De Onderwereld van Mont Matre (1954). Gabin was erg onder de indruk van de acteerkunst van Ventura en stimuleerde hem verder te gaan als acteur. Dat leverde een aantal films op met beide acteurs.

De stoere mannelijke uitstraling van Ventura leverde hem in de jaren 60 rollen op aan beide kanten van het spectrum. De ene keer de bad guy, in een volgende juist de good guy (rollen als Inspecteur Maigret bijvoorbeeld). Van Ventura werd door het grote publiek geaccepteerd dat hij de zware last van de hele wereld op zijn schouders kon nemen, zo leek het. Ook al speelde hij gangster, slaande echtgenoot of blue-collar crimineel. Dat Ventura zich als acteur ontwikkelde zag ik in films als: Garde à Vue; Les Misérables en Un papillon sur l’épaule. Hoewel Ventura bij uitstek een vertegenwoordiger was van de oude Franse cinema, hebben ook de brengers van de Nouvelle Vague hem altijd kunnen gebruiken als karakter met eeuwigheidswaarde.