Poëzie im Frage: het gedicht is het ontbrokene

We zouden het best kunnen stellen met de dingen afzonderlijk. Met betogen, analyses en studies over alles wat er zoal in de wereld en het leven voorhanden is, en daarnaast met het beleven ervan. We hebben onze handen al vol met liefhebben en sterven, en wie daar nog meer over wil weten kan heel goed terecht in het werk van filosofen, biologen, sociologen, psychologen, fysici, historici en journalisten. Dan hebben we ze allebei, meemaken en verstaan, gevoelens en inzichten. Ze respecteren elkaars domein. En dan komt de dichter en die wringt zich tussen die twee in, terwijl er eigenlijk helemaal geen stoel meer vrij was. Hij stoort zich nauwelijks aan de boze blikken en aan het gemor van zijn buren. Het gedicht is een indringer in een geordende wereld. Het gedraagt zich onfatsoenlijk omdat het emoties en irrationaliteit binnenbrengt in het territorium van het inzicht. Het verstoort de helderheid daarvan, het spreekt met een dikke tong, waardoor de woorden soms wat verschuiven of op andere woorden gaan lijken. Het klinkt de begrijper als dronkemanstaal in de oren of als hysterisch gejammer. Hij vindt dat gênant. Het gedraagt zich echter even onfatsoenlijk tegenover wie gewoon maar wil leven. Ook dat domein dringt het binnen met zijn behoefte om te noemen, om er nog eens woorden bovenop te leggen. Dat stoort die mensen, zij vinden het gebrek aan inleving en respect.

Maar het gedicht gedraagt zich alsof het welkom is, zelfs alsof het onmisbaar is. Alsof er werkelijk ‘honger is naar heelhuids weten’, zoals Lucebert schreef:

ik ben een stem die geen stem geeft / aan wat al reeds een stem heeft / maar die op een pijnlijk zwijgen / het voorbeeld van een woord legt.

We kunnen dat wel missen. Soms missen we dat. Het gedicht is het ontbrokene.

Uit: De dichter is een koe, over poëzie, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

youtube, Brems, Hugobron foto: youtube.com

Hugo Brems (1944, Heverlee, België)

Bijna iedere dag muziek: John Prine

Singer-songwriter John Prine (1949, Nashville, USA). ‘Ik kan een gitaar stemmen en zingen. Als je daar 50 jaar een baan van kunt maken, dan doe je iets speciaals. Mijn gevoel voor humor is mij altijd goed van pas gekomen. Ik wil geen droevige performer zijn, want er is al genoeg verdriet. Ik ben een optimistische pessimist. Ik zie veel slechte dingen, maar probeer daar toch iets positiefs in te ontdekken.’

Prine is een levendige legende in de kringen van de singer-songwriters. Hij komt uit Nashville, zingt tijdloze, verhalende liedjes op basis van folk, country en pop. Was postbode en werd ontdekt door Kris Kristofferson. Hij zingt over eigen ervaringen of over de ervaringen van anderen, zoals de Vietnam-veteraan die aan de drugs raakt en zijn kinderen radeloos en reddeloos achterlaat.

Bob Dylan is fan en omschrijft Prine als een hedendaagse Proust. Prine’s debuut-album staat op hetzelfde niveau als Dylan’s Blood on the tracks en Neil Young’s Harvest (volgens de samenstellers van de Grammy Hall of Fame). Kijk, luister en huiver.

Bron: John Prine door René Megens, DG, 13 feb 2020

Landschap en herinnering: het land van de woudgids

bielowieza

Oerbos Bielowieza in Polen/Litouwen; bron foto: wikipedia.org

‘Landschappen zijn cultuur voor ze natuur zijn: constructies van de verbeelding, geprojecteerd op bos, water en rots.’ Dat is wat Simon Schama in zijn boek Landschap en herinnering vooral betoogt. Het is een boek dat bol staat van wetenswaardigheden. In elke alinea feiten en weetjes. Maar vooral boeiend en aansprekend. In het eerste deel gaat het over bos. Het oerbos Bielowieza in Polen/Litouwen om preciezer te zijn. We krijgen een korte blik op een roerige geschiedenis en leren waarom dat bos zo belangrijk is voor (veel) bewoners. Het belang van de bizon, het eland en de wolf. Dat het bos geëerd werd met een lang gedicht geschreven door Adam Mickiewicz. En dat uitgerekend top-nazi Hermann Göring er veel aan gelegen was het bos te behouden (vanwege de mogelijkheid om te jagen). Kortom, Schama trekt je met gemak het verhaal en de talloze neven-verhalen in. Het is een adembenemende trip langs allerlei wetenschappelijke en culturele disciplines. Je krijgt er rode ogen van… Hoe diep het bos in de ziel van sommige mensen is verankerd leert het volgende:

bielowieza, bizonDe bizon in Bielowieza; bron foto: wildpoland.com

De dag daarvoor had de woudgids, Wlodek, wiens verrassend blauwe ogen glimlachten in een gezicht met de kleur van boombast, ons zijn landschapsherinneringen verteld: aan het bosgebied ten oosten van Minsk waar hij was opgegroeid; aan het grensgebied van Hongarije waar hij was opgepakt door de Sovjet-troepen toen hij vluchtte voor het débacle van 1939; aan de Arctische goelag waar hij vrienden zag sterven van honger en kou, een gevangene met 40 graden koorts die zes uur met zijn voeten in een emmer met ijswater moest zitten als straf voor ‘lijntrekken’; het dorre landschap van Noord-Iran waar hij doorheen sjokte met de rest van het ‘Anders’-leger van Polen, vrijgelaten toen Hitler Stalin aanviel, onderweg naar het door de Britten bezette Irak; het tropische landschap van de Afrikaanse kust waar hij malaria kreeg op weg naar Durban en de troepenschepen; de golvende weiden van Essex waar hij als piloot werd getraind voor de Poolse luchtmacht van ballingen; de uitgebrande resten van Duitse steden waar hij chocoladerepen naar kleine kinderen gooide; de wanhopige vrouwen die hij en zijn makkers ‘Dutch’ noemden wanneer ze een nacht illegale verbroedering wilden.

En al die tijd had hij vastgehouden aan zijn herinneringen aan de Litouwse wouden alsof ze de parachutekoorden van zijn identiteit waren. Hij had zich de zware geur van de bizon herinnerd en de naar zoete amandelen smakende wodka van bizongras. ‘Ik geef niets om de staat,’ zei hij toen ik hem vroeg naar de Grote Overstap van communisme naar democratie. ‘Dit is mijn staat,’ glimlachte hij met een luchtig gebaar naar de bomen, ‘de natuur, snapt u: de natuurstaat.’

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen, Martine Vosmaer

Kopland: de moeder het water

De moeder het water

Ik ging naar moeder om haar terug te zien. / Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en / leeg, als keek zij naar de verre overzijde / van een water, niet naar mij. Ik dacht: misschien

– toen ik daat stond op het gazon, pilsje gedronken / in de kantine van het verpleegtehuis, de tijd / ging langzaam in die godvergeten eenzaamheid – / misschien zou ’t goed zijn als nu Psalmen klonken.

Het was mijn moeder, het lijfje dat daar roer- / loos stond in ’t gras, alleen haar dunne haren / bewogen nog een beetje in de wind, als voer

zij over stille waatren naar een oneindig daar en / later, haar God. Er is geen God, maar ik bezwoer / Hem Zijn belofte na te komen, haar te bewaren.

Uit: Tot het ons loslaat, Van Oorschot Amsterdam, 1999

Rutger-Kopland, dvhn.nlbron foto: dvhn.nl

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)

Hans Faverey: zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop / op beloning, ook niet uit angst voor straf, / de roekeloze, de meedogenloze schoonheid

te fixeren, waarin leegte zich meedeelt, / zich uitspreekt in het bestaande.

Laat de god die zich in mij verborgen houdt / mij willen aanhoren, mij laten uitspreken, voor hij mij met stomheid slaat en mij / doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.

Uit: Het ontbrokene, Bezige Bij Amsterdam, 1990

faverey, hans, vpro.nlbron foto: vpro.nl

Hans Faverey (1933-1990, Paramaribo, Suriname)

Poëzie im Frage: ‘hoort tot het rijk van het zijn’

de coninck, herman, m.gva.beHerman de Coninck; bron foto: m.gva.be

Wat bezielt een dichter? Kun je er eten van kopen? Gaat het leven niet aan je voorbij? Wat is de relatie tussen poëzie en het leven? Vragen die dichters bezighouden. Dichters die deze vragen oproepen. Eén van hen: Herman de Coninck (1944-1997, Mechelen, België). Hij schreef er ooit eens een essay over: Over de troost van pessimisme.

Dit is een maatschappij van hebben. Poëzie hoort tot het rijk van het zijn. Poëzie laat de lezer fundamentele houdingen begrijpen. Poëzie leert je hoe je moet leven. Poëzie leert dingen die je nergens elders in deze maatschappij te leren krijgt: hoe je in plaats van het overal te maken, in plaats van de winnaars-opleiding die je overal krijgt, moet verliezen. Het is een antwoord in de lijn van de veelgehoorde leuze: het nut van kunst ligt juist in de nutteloosheid ervan in deze op nut en bruikbaarheid ingestelde consumptiemaatschappij.

Uit: Over de troost van pessimisme, essays, Mateau Antwerpen, 1983

Hugo Brems, een andere Belg, vindt dat daarmee de discussie is doodgeslagen. Hij oordeelt:

De betekenis van poëzie voor het leven, het klinkt nogal verdacht, het ruikt naar filosofen die een gedicht citeren, naar lekenpastoraal, naar Phil Bosmans en Nel Benschop. Maar we gaan toch niet in ernst blijven beweren dat het daar niet zou op neerkomen? Als poëzie iets heeft wat je kan aanduiden met termen als nut, betekenis, functie, dan moet die toch wel voor het leven zijn. Er is toch niets anders, tenzij de dood.

Uit: De dichter is een koe, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

Jankélevitch over het onzegbare en onnoembare van muziek

vladimir-jankelevitch, radio-canada.cabron foto: radio-canada.ca

De Franse filosoof Vladimir Jankélevitch (1903-1985, Bourges, Frankrijk) schreef een boekje over het onzegbare van muziek: La musique et l’ineffable (1961). De conclusie:

Muziek is een ‘bijna niets’, waarvan geen definitie valt te geven, dat alleen kan worden beleefd door de luisteraar. De luisteraar herschept elke keer opnieuw wat de componist heeft gemaakt. Wie weet zal ooit de ideale luisteraar samenvallen met de inspiratie waaruit het stuk is ontstaan. Het mysterie is daarmee nog niet opgehelderd, maar dat kan ook niet. Muziek is een onkenbaar verschijnsel, net zo onmogelijk te begrijpen als het mysterie van een artistieke schepping – een mysterie dat alleen ‘ervoor en erna’ kan worden begrepen. Ervoor is er psychologie, het karakter van de schepper, antropologie. Erna is er de beschrijving van hetgene dat is ontstaan. Hoe kun je het goddelijke moment tussen die twee vangen, wat zo doorslaggevend voor onze kennis zou zijn, maar dat zo obstinaat verborgen blijft voor ons? Het ergelijke, verwarrende geheim van de muziek ontwijkt ons en lijkt ons te beschimpen.

Om het ideale muzikale moment, waarbij de inspiratie van de luisteraar en de componist volledig samenvallen, wat dichter te benaderen, is zelf muziek spelen en luisteren naar muziek oneindig veel effectiever dan welk intellectueel inzicht dan ook, dat je zou kunnen opdoen uit een boek. Luisteren naar muziek schept een toestand van genade in een oogwenk, waar lange bladzijden vol poëtische metaforen niet aan voldoen.

Uit: Elk boek wil muziek zijn – Peter de Bruijn en Pieter Steinz, Prometheus Amsterdam, 2006

Parijs meer dan 100 jaar geleden

paris1914gparis1914oParisinAnotherEraParisinAnotherEra3ParisinAnotherEra8ParisinAnotherEra12ParisinAnotherEra13ParisinAnotherEra16ParisinAnotherEra17Hoe Parijs, de Franse hoofdstad, er meer dan 100 jaar geleden eruit zag, tonen deze kleurenfoto’s. Ze komen uit de nalatenschap van de steenrijke bankier Albert Kahn. Deze gaf in 1909 vier fotografen de opdracht om Parijs op de kiek te zetten. Dat deden ze met een net ontwikkelde manier om kleurenfoto’s te maken: autochrome lumière. Vanaf 1914 documenteerden Leon Gimpel, Stephane Passet, Georges Chevalier en Auguste Leon het dagelijks leven in de Lichtstad. Zie hier de resultaten. Het was 100 jaar geleden aanmerkelijk rustiger in Parijs.

paris1914a1paris1914bparis1914d

Bijna iedere dag muziek: Sigur Ros

Met bekende elementen iets nieuws scheppen dat doet/deed de IJslandse band Sigur Ros. In hun eigen taal of iets wat daar op lijkt (het door zanger Jonsi zelf ontwikkelde Hopelandic). In ieder geval onverstaanbaar voor een ieder die de taal niet machtig is. Is dat een probleem bij deze band? Nee, zeg ik. Er is van alles te beleven in hun muziek: het is sferisch, mysterieus, melodieus, akoestisch, elektrisch en heel ampart (zou mijn kameraad zeggen). En niet onbelangrijk: de band neemt zijn tijd voor de nummers. Het is geen drie akkoorden, snel klaar (daarvoor hebben we The Ramones, ten slotte). Niet gekend, niet gevreesd: hier is de kans op kennismaking.