Bijna iedere dag muziek: W.A.Mozart

In dit korte verhaal van schrijver J.Bernlef (1937-2012) volgen we een getrouwde vrouw waarvan de kinderen het huis uit zijn. Ze besluit een kamer te huren, zonder medeweten van haar man. Daar geeft ze zich over aan haar wensen en behoeften. In dit geval het verzamelen van spullen gekocht in tweedehands-winkels en zich hullen in kleding die ze anders nooit zou dragen. Ze neemt een nieuwe identiteit aan en mengt zich in haar nieuwe hoedanigheid onder de mensen. Ze bezoekt een café en dan volgt dit fragment:

De man in het witte overhemd herhaalde haar bestelling en voegde eraan toe: I don’t like the music of the youngsters. But these violins are nice.

Ze knikte heftig. Yes, they are very nice indeed, zei ze.

De ober had een dun schijfje citroen over de rand van het glas geschoven, een plastic staafje met een rondje aan het uiteinde rustte schuin in het borrelende water. Ze keek rond. De man met de scheiding en de orderportefeuille had het café verlaten zonder dat ze het had gemerkt.

De violen op de radio hadden nu gezelschap gekregen van een klarinet. Ze herkende de muziek als iets van Mozart. Het was prettige muziek, Mozart. Laatst was ze naar een film geweest over Mozart waarin hij werd voorgesteld als een losbol die alleen maar achter de meisjes aanzat. Daar viel in ieder geval niets van te horen. Mozart was al lang dood. In de film werd hij vanaf een kar bij druilerig weer in een diepe modderkuil gegooid. Ze geloofde niet dat zo iemand zo aan zijn einde was gekomen. Dat was natuurlijk alleen voor het effect gedaan. Zodat de muziek je nog meer zou doen. Ze nam een voorzichtig slokje van de gin-tonic.

uit: een eigen kamer; uit: Doorgaande reizigers – J. Bernlef, Querido Amsterdam, 1990

Hew Locke maakt kleurrijk werk met een donker randje

hew locke; installatie2hew locke; installatie4hew locke; installatie6De Britse kunstenaar Hew Locke (1959) bracht zijn vormende jaren (1966-80) door in Guyana voordat hij terugkeerde naar het Verenigd Koninkrijk om een opleiding in beeldhouwkunst af te ronden aan het Royal College of Art (1994).

Locke onderzoekt in zijn werk de koloniale en postkoloniale macht; hoe verschillende culturen hun identiteit vormen door het gebruik van symbolen en hoe deze in de loop van de tijd veranderen. Deze onderzoeken leidden bij Locke tot een breed scala aan onderwerpen, beelden en media in diep gelaagde kunstwerken.

Wapenschilden, openbare beeldhouwwerken, trofeeën, wapens, marineoorlogsschepen en de kostuums eigent Locke’s zich toe in sculpturen, wandkleden, installaties en foto’s. Bekend zijn zijn vroege portretten van de koningin en andere monarchale figuren, om aan te tonen wat het hedendaagse en commerciële belang ervan is. Deze portretten zijn slechts één motief in Locke’s voortdurende onderzoek naar machtseconomieën.

Meer recentelijk verkende Locke schepen als beelden, objecten en ook fysieke mogelijkheden voor artistieke ingrepen, waarbij hij in het schip een krachtige symboliek ontdekte als controle-instrument voor oorlogsvoering, handel en cultuur.

In zijn werk leidt Locke’s vermogen om bestaande materiële en historische bronnen te versmelten met zijn eigen politieke of culturele zorgen, tot geestige en vernieuwende samensmeltingen van geschiedenis en modern leven. Deze gelaagdheid van tijd gaat gepaard met een unieke samensmelting van invloeden uit het geboorteland Guyana en Londen, waar Locke nu woont en werkt. Dat leidt tot rijk gestructureerde, visueel levendige stukken die op een kruispunt van geschiedenissen, culturen en media staan.

bron: hallesgallery.com

hew locke; installatiehew locke; installatie3hew locke; installatie5

Bernie Wrightson had een weergaloos pennetje

bernie wrightson; art2bernie wrightson; art4bernie wrightson; art6

Stripauteur en illustrator Bernie Wrightson (1948-2017, USA) had een weergaloos pennetje waarmee hij tekende zoals Rembrandt schilderde: technisch perfect met een eigen handschrift. Wie zijn werk aanschouwt, is direct onder de indruk. Het is grafisch werk. Wrightson zet strepen, streepjes, trekt lijnen en maakt gebruik van zwart en wit. Suggereert licht en donker en doet dat op imponerende wijze. Hij gebruikte zijn striptechnisch kunnen vooral voor het vertellen van horror-verhalen, werd daarmee bekend en beroemd. Minder bekend is dat hij ook voor de grote bedrijven als DC Comics en Marvel werkte en daar onder andere Batman vorm en inhoud gaf.

Wrightson kreeg zijn opleiding aan de Famous Artists School waarna hij als illustrator verbonden was aan The Baltimore Sun. In 1968 ontmoette hij stripauteur-legende Frank Frazetta op een stripfestival. Kort daarop volgde een sollicitatie bij DC Comics waarvoor hij Swamp Thing ontwikkelde. En dat werd een enorm succes. Zijn naam was gevestigd.

In 1974 verliet hij DC Comics en ging werken voor Warner Publishing. Hij droeg bij aan bladen als Eerie en Creepy en maakte bewerkingen van het horrorwerk van auteurs als Edgar Allan Poe en H.P. Lovercraft. Ook zijn bewerking van Frankenstein, het beroemde boek van Mary Shelley, maakte veel indruk.

Voor mij geldt Wrightson als één van de grootmeesters van de Graphic Novel. Zijn tekenstijl is weergaloos; zijn zwart-wit voering fantastisch en zijn beeldend vermogen geweldig. Elk plaatje zuigt je het verhaal in. Zijn tekenkunst kenmerkt zich door het filmische karakter.

bron: wikipedia.org

Meer weten over Wrightson?

http://www.berniewrightson.com

en

http://www.stripgids.org/2017/03/26/in-memoriam-bernie-wrightson-1948-2017

bernie wrightson; artbernie wrightson; art3bernie wrightson; art5

Giovanna Garzoni: behept met een scherp observatievermogen

g garzoni; stilleven2g garzoni; stilleven4g garzoni; stilleven6De Italiaanse kunstenares Giovanna Garzoni (1600-1670) was een van de eerste vrouwelijke kunstenaars die in het stilleven-genre werkte. In onze tijd is ze vooral bekend gebleven om haar delicate aquarellen van planten, groenten en dieren. Ze schilderde ook religieuze, mythologische en allegorische onderwerpen, evenals portretten. Veel van haar werk is op perkament gemaakt, maar ze werkte ook met andere materialen, waaronder doek en steen.

Vaak vergezeld van haar broer, reisde en werkte ze door heel Italië – waaronder Venetië, Napels Turijn, Florence en Rome – en kwam ze ook in Engeland en Parijs. In 1640 reisde ze heen en weer van Rome naar Florence, waar haar belangrijkste klanten in de Medici-familie zaten.

Begin 1650 vestigde ze zich in Rome waar ze kunst bleef produceren voor de Medici. Biograaf Lione Pascoli verklaarde in zijn Vite (1730-1736) dat ze voor haar kunst “elke prijs kon vragen”. Haar werk werd hooglijk gewaardeerd, ook in geld.

Garzoni was ongehuwd. Had grote belangstelling voor de natuur en een scherp observatievermogen. Zelf noemde ze zich miniaturist. Ze was bekend met de Hollandse schilderkunst en met die van de Romeinse navolger Caravaggio.

Haar stillevens waren gedetailleerd. Ze maakte bij die stillevens gebruik van glanzende kleuren die werden uitgevoerd in tempera of in waterverf. Dat gebeurde op perkament.

bronnen: wikipedia.org; grote meesters van de schilderkunst – Jordi Vigué, Zuidboek, 2003

g garzoni; stilleveng garzoni; stilleven3g garzoni; stilleven5

‘In de bergen heeft iedereen zijn favoriete hoogte’

berg; quest.nl

hoogtes van een berg; berg289.wp.combronnen beeld: bergen289.wordpress.com (kaartje) en quest.nl

Paolo Cognetti’s (1978, It) Acht bergen biedt zicht op wijsheden uit de bergen. Zoals in volgend fragment:

Misschen is het waar, zoals mijn moeder beweerde, dat ieder van ons een favoriete hoogte heeft in de bergen, een landschap dat op ons lijkt en waar we ons goed voelen. Het hare was ongetwijfeld het bos op vijftienhonderd meter hoogte, met schaduwrijke sparren en lariksen, waaronder bosbessen en jeneverbessen groeien, en ook de kleine rododendrons die alpenrozen worden genoemd, en waar reebokken zich verschansen. Ik voelde me meer aangetrokken tot de bergen die daarna komen: bergbeken, veengronden, hooglandgrassen en weiden met grazende beesten. Nog iets hoger verdwijnt de vegetatie, is alles tot het begin van de zomer bedolven onder de sneeuw en is het grijs van met kwarts dooraderde en met geel korstmos ingelegde rotsen de voornaamste kleur. Daar begon de wereld van mijn vader.

uit: de acht bergen – Paolo Cognetti, Bezige Bij Amsterdam, 2018

Aangenaam kennisgemaakt met Grover

allard schröder, kurier.atbron beeld: kurier.at

Nee, het is niet de Muppet die achter ‘kippetjes’ aanjaagt; Grover is een roman van schrijver Allard Schröder (1946, Haren). Ik kende zijn werk niet maar werd op het spoor gebracht door Bo van Houwelingen, die zijn nieuwste roman besprak in De Volkskrant (7 jan. 2023). Nieuwsgierig geworden toog ik naar bekende boekwinkeltjes om daar De Hydrograaf (2002) en Grover (1999) te vinden. Het lekkerst voor het laatst bewarend, begon ik in Grover. En dat was een openbaring! Deze man verdient een groter publiek. Hij schrijft prachtige zinnen, leest gemakkelijk weg en heeft iets te vertellen. Zoals blijkt uit de volgende fragmenten waarin het ongeluk zich aandient (accidents will happen, zong Elvis Costello al eens).

De zonnebril van Borks vrouw lag in een bakje tussen de twee stoelen. Enkele weken geleden had ze op een receptie van de bank even schijnbaar achteloos haar hand op Grovers arm gelegd. Ze droeg een ring – Borks ring – met een grote, carré geslepen briljant. Terwijl haar warmte door zijn kleren drong en zich in hem verspreidde, zich verwonderend over de ruwe vezels van zijn lichaam, dat zich op recepties niet op zijn gemak voelde, had hij gebiologeerd naar haar hand gestaard, waarmee ze nooit iets nuttigs had gedaan. Een bescheiden parfum van tere weidebloemen was voorbijgetrokken. Daarna had ze haar hand weer weggenomen, gehinderd omdat Grover zijn ogen er niet vanaf had kunnen houden. Ze wist niet dat het binnenvallend licht in de pure, ijzige orde van de diamant een bijna onzichtbare lichtbruine sluier onthulde, die Grovers blik naar zich toezoog. Je moest oog hebben voor zo’n verborgen smet, een zoekend oog, en Grover had dat. Instinctief vond hij steeds het onreine waar anderen zich door de schittering lieten verblinden. Opkijkend van de ring had hij haar toegegrijnsd. Hoewel ze geen idee had van wat hij had gezien, voelde ze zich betrapt, en met een kleur van schaamte had ze hem de rug toegekeerd.

(..)

Later was hij via een ander gezelschap opnieuw in de nabijheid van Madeleine Bork geraakt. Om een stilte te breken had ze een opmerking tegen hem gemaakt, een bêtise waarom hij op de bank ieder ander zou hebben uitgelachen, blaffend, de mond halfwijd open – maar hij had als een hoveling gezwegen. Hij wist dat ze eigenlijk helemaal niets tegen hem had willen zeggen. Ze waren door de anderen alleen gelaten en ze had voor de vorm even met hem willen converseren zoals ze gewoon was: zomaar iets zeggen, woorden tot bevallige, domme viooltjes maken en ze dan met rode tuitlipjes de wereld inblazen, waar ze welriekend van oor naar oor vlinderden, maar bij Grover terugschrokken voor de scherpe geur van zijn vaders garage die hij altijd met zich meedroeg: de geur van afgewerkte olie, die de bodem van het modderige erf een blauwzwarte glans had gegeven, de weeïge dampen die op een warme dag boven de tankopening trilden als er een klant voor benzine was. Natuurlijk had ze ook de zwarte monteurskloven in zijn handen opgemerkt en de vuile randen onder zijn nagels. Hoewel hij nooit bij zijn vader in de werkplaats had gewerkt, had hij ze toch, in zijn hart. Ze waren erfelijk.

uit: Grover – Allard Schröder, Bezige Bij Amsterdam, 2003

Bijna iedere dag muziek: Joseph Haydn

Franz Joseph Haydn (1732-1809, Oostenrijk) was één van de componisten van de klassieke periode. Bijna in zijn eentje vestigde Haydn de basis waarop klassieke muziek meer dan een eeuw zou zijn gevestigd. Er worden hem twee ere-titels toegedicht: “Vader van de Symfonie” en “Vader van het Strijkkwartet”. Zijn invloed was ook belangrijk op het gebied van het concert, de pianosonate en het pianotrio. Hij was een productief componist – zijn werken omvatten 104 symfonieën, meer dan 20 concerten, 60 pianosonates en 83 strijkkwartetten. Haydn bracht een groot deel van zijn carrière door als hofmuzikant voor de rijke familie Esterházy op hun afgelegen landgoed. Toch was zijn muziek vrijwel in geheel Europa te horen, en een groot deel van zijn carrière was hij daarom de meest gevierde componist van zijn tijd.

bron: udiscovermusic.com

Allegro

Ik speel Haydn na een zwarte dag / en voel een simpele warmte in mijn handen.

De toetsen zijn willig. Milde hamers slaan. / De klank is groen, levendig en kalm.

De klank zegt dat de vrijheid bestaat / en dat iemand de keizer geen belasting betaalt.

Ik steek mijn handen diep in mijn haydnzakken / en doe als iemand die de wereld in alle rust aanschouwt.

Ik hijs de haydnvlag – dat betekent: / ‘Wij geven ons niet over. Maar willen vrede.’

De muziek is een glazen huis op de helling / waar stenen rondvliegen, stenen rollen.

En de stenen rollen er dwars doorheen / maar iedere ruit blijft heel.

uit: het wilde plein – Thomas Tranströmer, Bezige Bij Amsterdam, 1992; vertaling J. Bernlef

Paolo Cognetti: een voorbode van wat komen gaat

omgeving Grana; flickr.comGrana in Piedmont, Italië, waar de roman begint; bron beeld: flickr.com

De persoonlijke toets: mijn bergervaring, een onvergetelijke tocht met oom L door de Zuid-Alpen, Italiaanse kant. Jong was ik en geen weet van alles dat hoger was dan 40 meter. De tocht vanuit Noord-Italië naar de startplaats duurde een eeuwigheid en voerde je langzaam een onbekende en nieuwsgierigmakende wereld in. Iets met vergezichten, pieken en dalen. We wandelden hoger en hogerop, over geitepaadjes met dieptes rondom. Maar het zicht op wat komen ging, maakte alles goed. Op een rots gaan zitten op wat voor mij het ‘dak van de wereld’ was, de lucht ademen, het zicht rondom. Het was een overweldigende ervaring. En nu dan de Italiaanse schrijver Paolo Cognetti die De acht bergen schreef. Ik herkende het gevoel en hij beschrijft het prachtig:

Hij (de vader) liet me maar al te graag de kaart zien en leerde me hoe je die moest lezen. Dit is een bergbeek, wees hij aan, dat een meertje, en dat daar is een almdorp. Hier kun je aan de kleur zien wat bos is, wat alpenweide, puinhelling of gletsjer. Deze kromme lijnen geven de hoogte aan: hoe dichter ze op elkaar staan, hoe steiler de berg, tot die zo steil wordt dat je niet verder omhoog kunt; hier waar ze meer uit elkaar liggen is de hellinghoek flauwer, en daar lopen de paden, zie je? Deze puntjes waar een hoogtegetal bij staat zijn de toppen. Die toppen, daar gaan we heen. We gaan pas weer naar beneden als we ergens komen waar we niet verder omhoog kunnen. Snap je?

Nee, ik snapte het niet. Ik moest het zien, die wereld die hem zo gelukkig maakte. Jaren later, toen we er samen op uit begonnen te trekken, zei mijn vader dat hij zich precies herinnerde hoe mijn roeping zich had gemanifesteerd. Toen hij op een ochtend op het punt stond de deur uit te gaan – mijn moeder sliep nog – en bezig was de veters van zijn bergschoenen te strikken, stond ik opeens aangekleed en wel voor hem, klaar om met hem mee te gaan. Ik had waarschijnlijk in bed al voorbereidingen getroffen. Het was nog donker en hij schrok van me, alsof ik groter was dan mijn zes of zeven jaar: ik was in zijn versie toen al degene die ik later zou worden, de voorbode van een volwassen zoon, een schim uit de toekomst.

Wil je niet nog even slapen? had hij gevraagd, op gedempte toon om mijn moeder niet wakker te maken.

Ik wil met jou mee, had ik geantwoord, althans, dat beweerde hij; maar misschien zei hij het alleen omdat hij zich dat graag herinnerde.

uit: de acht bergen – Paolo Cognetti, Bezige Bij Amsterdam, 2018

Cognetti__Paolo; groene.nlbron beeld: groene.nl

Paolo Cognetti (1978, Milaan, It)