Maurits Mok: julinacht

mok, maurits, nl.wikipedia.orgMaurits (Mozes) Kok; bron foto: nl.wikipedia.org

Julinacht

Julinacht die in de bomen woelde. / Stoeten paarden renden door de bladeren. / Verticale kracht stond om ons heen. / Wij zeiden, het is zomer en ik wist, / dit komt niet weer, dit gaat / met ons verloren. Ook de bomen / zouden hun vergaarde eeuwen afstaan, / tot in hun wortels wankelen en terwijl / zij nog grijpgebaren in de ruimte maakten / prijsgegeven worden aan de dood.

Uit: Laat getijde, BZZTÔH Den Haag, 1985

Maurits Mok (1907-1989, Haarlem)

De Razende Roelands van onze tijd

Harrison, Robert; news stanford.edubron foto: news.stanford.edu

Gedreven doelloos, zo typeert Robert Harrison (1954, Izmir, Turkije), onze tijdgeest. Harrison is professor Literatuur aan de Britse Stanford University. Hij maakt met enige regelmaat interssante podcasts over literatuur en muziek. Interssant omdat ze verrassende verbanden leggen tussen onze tijd en lang geleden.

In bijgaande podcasts gaat het over onze tijd waarin velen van ons op zoek zijn naar weer die volgende kick (beleving, dat vreselijke woord), de volgende illussie, de volgende (on)bevredigende inlossing van een behoefte. We zijn inmiddels grotendeels losgezongen van het collectief, onze religie, ons morele kompas. Wat rest is: vulling. We maken ons druk over veel oppervlakkigs en doen dat in een razend tempo.

Dat was Harrison opgevallen en het deed hem denken aan het werk van de Italiaanse schrijver en dichter Ludovico Aristo (1474-1533). Zijn bekendste werk en een klassieker in de Italiaanse literatuur: Orlando Furioso (Razende Roeland). Wat de parallelen zijn met onze tijd legt Harrison in dit boeiende betoog uit. Daarbij zijn de ridders van belang, de tuinen (de ene sensationeel, de ander saai) en hun betekenis. Het is meer dan interessant te horen wat een werk van vijf eeuwen oud kan zeggen over de tijd waarin we nu leven.

(kopieer en plak deze link) https://podcasts.apple.com/nl/podcast/entitled-opinions-about-life-and-literature/id81415836?i=1000479796030

Dr. Faust: ‘lever je ziel in voor een beter leven’

goethe, petra-waszak.com

Goethe. bron foto: petra-waszak.com

Vast wel eens van gehoord: Dokter Faust. De grote germaanse Goethe (1749-1832, Frankfurt am Main, Dld) schreef het verhaal in twee delen en het werd zijn belangrijkste werk. Faust zelf dook al eerder op in een boek: Historia von D. Johann Fausten, geschreven door Johann Spies in 1587.

Faust is het verhaal van een naar kennis strevende dokter en zijn gewiekste tegenstander, de duivel en zieltjeswinnende Mephisto. In ruil voor zijn ziel, kan Faust voor een beter leven gaan. Faust is de belichaming naar dat verlangen naar een beter leven. Faust moet kiezen tussen de kracht van het geloof en de zekerheid van wetenschappelijke inzichten; tussen egocentrische zelfverwezenlijking en maatschappelijke erkenning;  tussen een kuis bid en werk en erotisch hedonisme. Iets van alle tijden? Iets typisch Duits?

Schrijver Harry Mulisch vond van wel. Of een faustiaans duivelspact in Nederland denkbaar was, antwoordde hij ooit: ‘Je ziel ruilen tegen artistieke scheppingskracht? Hier? Onmogelijk! Je ziel ruilen tegen bloembollen of kaas – oké! Maar dan wel met een bonnetje.’

mann, thomas; newyorker.comThomas Mann. bron foto: newyorker.com

Faust is vooral het verlangen naar een beter leven; de vrijheid van het scheppen tegenover de dictatuur van het materiaal en de creativiteit daartussen (als het om de kunsten gaat, zoals in Doctor Faustus, de andere grote Duitse roman, van Thomas Mann). In die laatste roman gaat het over de muzikant Adrian Leverkühn, die zijn ziel kan ruilen tegen kunstzinnige genialiteit. Mann’s Doctor Faustus is vooral een zoektocht naar de zin van het scheppen van kunst.

Faust is van enorme betekenis in de kunst en met name in de literatuur. Marlowe, Boelgakov, Zappa; een rockopera en een musical; popmuziek en klassieke muziek. Veel kunstenaars en disciplines hebben zich erover gebogen. Nog altijd spreekt Dokter Faust ons aan. Waarmee we kunnen concluderen dat Faust een algemeen menselijk motief is, van alle tijden en al in 16-de eeuw voor het eerst verwoordt.

bron: Gute Nacht, Freunde – Christoph Buchwald, Cossee Amsterdam, 2016

Picasso’s Guernica: ‘tegen de militaire kaste’

pablo_picasso-_guernica; theculturetrip.com

bron foto: theculturetrip.com

De aanleiding: het bombardement op de Baskische stad Guernica (Gernika in het Baskisch) op 26 april 1936. Spanje was in burgeroorlog (1936-1939): Republikeinen tegen nationalisten. De nationalisten stonden onder leiding van generaal Franco. Die riep de hulp in van zijn fascistische bondgenoten Duitsland en Italië. Beide luchtmachten konden eens uitproberen hoe dat werkte: een bombardement. Twee à drie uur lang werd de historische binnenstad, waar Republikeinen zich verschansten, gebombardeerd en werd er gericht op burgers geschoten. De dodentallen lopen uiteen van enkele honderden tot vele duizenden. Het allereerste terreurbombardement op Europese bodem, later gevolgd door talloze bombardementen op onder andere: Warschau, Rotterdam, Coventry, Hamburg, Dresden enz. Tegenwoordig zijn bombardementen op burgerdoelen en steden gemeengoed (denk aan Syrië en Irak).

Picasso was bezig een schilderij in opdracht van de Republikeinen te maken voor de Wereldtentoonstelling in Parijs, 1937. Na het lezen van de krantenberichten over het bombardement maakte de Spaanse kunstenaar binnen een week dit schilderij dat omvangrijk is (3,5 bij 3,7 meter).

Guernica is het samengaan van verschillende stijlen en motieven uit Picasso’s werk: abstracte, vervormde lichamen; de stier en het paard; de huilende vrouw. Wat ontbreekt is kleur. Guernica is gemaakt in tinten zwart, wit, grijs en een licht tintje blauw.

Guernica werd officieel onthuld tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs, daarna ging het op tournee door de vrije wereld. In 1981 keerde het schilderij terug naar Spanje: na het overlijden van Franco en toen Spanje weer een republiek was. Dat waren de voorwaarden die de Spaanse kunstenaar stelde bij terugkeer van het kunstwerk naar Spaanse bodem. Tegenwoordig is het te zien in Museo Reina Sofia in Madrid, nog altijd even indrukwekkend.

Picasso zelf omschreef het kunstwerk als een uitdrukking van: ‘zijn afschuw van de militaire kaste die Spanje heeft laten verzinken in een oceaan van pijn en dood.’

 

Andreus: liedje

literairecanon.be; andreus, hans

bron foto: literairecanon.be

Liedje

Alle roekoemeisjes / van vanavond / alle toedoemeisjes / van vannacht / wat zeggen we daar nu wel van?

Niets. / We laten ze maar zitten / maar zitten maar liggen maar slapen / maar dromen van jajaja.

Uit: Verzamelde gedichten, Holland Amsterdam, 2004

Hans Andreus (1926-1977, Amsterdam)

Bijna iedere dag muziek: Hildegard von Bingen

Hildegard von Bingen (1098-1179, Bermersheim vor der Höhe, Dld): daadkrachtig, geleerd, productief en onafhankelijk. Een vrouw met visioenen. Stichtster van haar eigen kloosterorde. Natuurgenezeres die een eigen aflabet en taal verzon om eenheid te kweken onder haar nonnen. Oprichtster van een scriptorium (= de ruimte in het klooster waar teksten en boeken werden vertaald en overgeschreven) waar haar eigen werken werden geschreven en van illustraties voorzien. Die werken gingen over haar visioenen. Von Bingen was ook nog eens muzikaal. Ze bespeelde de 10-snarige psalterium (= een soort harp) en schreef zelf tekst en muziek. Tenminste zo’n 75 liturgische liederen.

Von Bingen liet in haar teksten de zwakke kanten van de vrouw zien en haar eigen onwetendheid. Een list omdat ze daardoor haar visioenen meer goddelijke autoriteit gaf. In die visioenen gaf ze kritiek op de uitwassen binnen de kerk.

Haar muziek is van een hemelse schoonheid en gezongen door vrouwen is dit buitenbeentje van het gregoriaans een nadere kennismaking waard. Alvast een voorproefje.

(bron info: Made in Europa – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2014)

Bernlef: ziekenzaal

2doc.nl; bernlef. jbron foto: 2doc.nl

Ziekenzaal

Het wordt nacht. Hij was piloot. / Uit een trechter druppelen woorden. / Schietstoel. Parachute. De naam van een vrouw.

De jongen in het bed ernaast richt zich op en luistert / beantwoordt het ijlen: ‘Ze is er, / blijf bij je, laat je niet gaan.’

De jongen denkt aan zijn vriendin. Hoe zij / temidden van snippers en kadopapier / in snikken uitbarstte: ‘Nu ben ik 21.’

Het hijgen. Iedereen wil leven, tegen / de klippen op waar de piloot zich traag / te pletter vliegt onder het laken.

Uit: Tirade nr.399, Amsterdam, 1992

J.Bernlef (1937-2012, Sint Pancras)

Melville’s Billy Budd: ‘God zegene kolonel Vere’

Herman_Melville_by_Joseph_O_Eaton, en.wikipedia.orgMelville geschilderd door Joseph O. Eaton; bron illustratie: en.wikipedia.org

Herman Melville (1819-1891, New York, USA) kent u wellicht van Moby Dick. Het klassieke meesterwerk over kapitein Ahab, walvisvaarder Peqoud en de witte potvis, die de naam Moby Dick krijgt. Ik las de novelle Billy Budd, voormarsgast. Een boek over plicht en geweten en het conflict daartussen. Net als Moby Dick is Billy Budd een boek over het maritieme, over de eigen ervaringen van Melville. Ook in Billy Budd tot in de details nauwkeurige beschrijvingen van alles aan boord van het 19-de eeuwse (zeil)schip.

Billy Budd is een jonge en Knappe Matroos. Dit laatste met hoofdletters want Billy is eigenlijk de Ideale Schoonzoon. Een jongeman met een rimpeloos karakter en een positieve invloed op zijn omgeving. Voor kolonel Vere reden om hem te benoemen tot voormarsgast op zijn oorlogsschip. Vere heeft behoefte aan betrouwbare figuren, die leidinggevende taken kunnen uitvoeren op zijn schip. Er dreigt namelijk oproer en muiterij op de schepen van de marine. Te weinig manschappen, te weinig soldij en teveel taken.

Billy heeft één minpuntje: hij stottert. Verder is hij plichtsgetrouw en voert hij de bevelen uit zonder slag of stoot. Zijn ideale karaktereigenschappen werken als een rode lap op een andere leidinggevende op het schip: Claggart, de scheepsprovoost, degene die voor orde en recht aansprakelijk is. Claggart heeft een kleine aanvaring met Billy maar dat heeft grote gevolgen. Claggart beschuldigt Billy van het plannen van muiterij. Billy wordt bij de officiële aanklacht zo geëmotioneerd dat hij niet uit zijn woorden komt. Hij geeft Claggart een klap die dodelijk blijkt. Volgens scheepsrecht moet Billy daarna ter dood worden veroordeeld. Kolonel Vere twijfelt over de juistheid van de aanklacht en over het doden van de Knappe Matroos.

Melville heeft een stijl die heel gedateerd aandoet en toch is hij de man van het Modernisme. De hoofdstukken zijn kort. Hij last soms een tussen-hoofdstuk in om toelichting te geven op een aspect van het verhaal. Zijn karakterbeschrijvingen en de innerlijke beleving zijn uitgebreid en verhelderend. Het boek gaat over de innerlijke strijd die Vere voert tussen plicht en geweten. De zinnen van Melville nodigen vaak uit tot meerder keren lezen om precies te snappen wat hij bedoelt. De zinnen zijn lang, uitwijdend en van vaak van tegenstellingen voorzien. Geen makkelijk leesbare kost maar de karakters komen tot leven. Vere, Claggart en Budd zijn herkenbare karakters. Melville schuwt de emotie en de humor niet. Zoals uit onderstaande fragmenten moge blijken.

Een vlootpredikant is zo te zeggen de vertegenwoordiger van de Vredesvorst, dienend in het leger van de oorlogsgod Mars. Als zodanig is hij even misplaatst als een musket op een kerstaltaar. Waarom hij er dan is? Omdat hij zijdelings het doel dient, uitgedrukt door het kanon, en omdat hij de sanctie van het geloof der zachtmoedigen verleent aan datgene wat in werkelijkheid de terzijdestelling van alles behalve geweld betekent.

(..)

Billy stond met het gelaat naar de kampanje gericht. Op het allerlaatste ogenblik waren zijn woorden, de enige woorden, volkomen onbelemmerd in de uiting ervan, deze: ‘God zegene kolonel Vere!’ Deze woorden, zo onverwacht komend van iemand met het onterende hennep om zijn hals, een zegening door een algemeen als misdadiger beschouwde, gericht tot de ereplaats aan dek, woorden ook, geuit met de heldere melodie van een zangvogel op het punt om van een twijg op te vliegen, hadden een fenomenale uitwerking, nog verhoogd door de zeldzame persoonlijke schoonheid van de jonge matroos, nu vergeestelijkt door de laatste zo treffend diepe ervaringen.

Uit: Billy Budd voormarsgast, Wereldbibliotheek Amsterdam, 2006

Herman Melville (1819-1891, New York, USA)

Wolkers: ken jij ook dat meisje

Wolkers,Jan, literatuurmuseum.nlbron foto: literatuurmuseum.nl

Ken jij ook dat meisje

ken jij ook dat meisje / opgevouwen in een koffer leeft ze / van gebersten vreugden eet ze het avondbrood / als rode maïskolven handenstrekkend geeft ze

ik weet ook van reizen met haar / reigers en mos weten in oksels te schuilen / anemonen offert ze tussen haar dijen

dragen wij haar om de beurt / en lachen haar dood tussen de tanden / en maken haar egel en varen minded

dat meisje ken je dus ook / kokend en kokerjufferbevend / van gebartsen vreugde eet ze het abendkadmiumrot / als rode maïskolven handenstrekkend geeft ze

Uit: Verzamelde gedichten, Bezige bij Amsterdam, 2008; samenstelling Onno Blom

Jan Wolkers (1925-2007, Oegstgeest)

John Cheever: onbeminde grootheid

cheever, john, esquire.combron foto: esquire.com

Ik kende het werk van John Cheever (1912-1982, Quincy, USA) niet. Het wordt door literatuurkenners nogal eens vergeleken met dat van John Updike. Beiden zijn realisten, schreven korte verhalen voor The New Yorker en vonden hun inspiratie in suburbia. Hoofdpersonen zijn vaak welgestelde Amerikanen uit de vrije of dienstensector. Cheever en Updike schreven tot in detail over het leven van de middle-class Amerikaan. Over de groteske waanzin van het moderne, jachtige leven. Over de achterkant van The American Dream. Ik heb het over de jaren 50, 60 en 70 vorige eeuw.

Voor wie wil kennismaken: lees The stories of John Cheever, een mooi begin. Later las ik Bullet Park dat ook veel indruk maakte. Dat Cheever een onbeminde grootheid uit de Amerikaanse literatuur is, heeft wellicht te maken met de wereld waarop hij zich schrijvend richt: die van de middle-class. Bestaat die nog?

Schrijven kon Cheever wel. Voorbeeld:

Literatuur is kunst en kunst is de overwinning op de chaos (en niet minder dan dat) en we kunnen die alleen maar behalen door uiterst nauwlettend te kiezen, maar in een wereld die sneller verandert dan wij kunnen waarnemen bestaat altijd het gevaar dat onze selectieve vermogens het mis hebben en dat het visioen waarvoor we ons inzetten niets zal worden. We bewonderen fatsoen en we verachten de dood, maar zelfs de bergen lijken in één nacht tijds te verschuiven en misschien is de exhibitionist op de hoek van Chestnut Street en Elm Street betekenisvoller dan de mooie vrouw die met een streep zonlicht in het haar een nieuw stuk zeeschuim in de kooi van de nachtegaal legt. Laat ik u maar gewoon een voorbeeld van chaos geven en als u me niet gelooft moet u oprecht in uw eigen verleden kijken om te zien of u niet een vergelijkbare ervaring kunt vinden…

Ter introductie van het korte verhaal De dood van Justina, die vooral over dolgedraaide regelgeving en vervreemding gaat.

Een eind verderop in het verhaal moest ik even aan Nabokov denken: de schrijver die de oude en de nieuwe wereld zo prachtig tegenover elkaar kon zetten in zijn verhalen.

Er zijn Amerikanen die, hoewel hun vaderen drie eeuwen geleden uit de Oude Wereld hierheen zijn geëmigreerd, die overtocht nooit helemaal lijken te hebben volbracht, en zo iemand ben ik. Ik sta figuurlijk gesproken met een natte voet op Plymouth Rock en kijk met enige kiesheid naar binnen, niet in een ontzagwekkende, fascinerende wildernis maar in een halfvoltooide beschaving die glazen torens, boortorens, hele continenten van voorsteden en afgedankte bioscopen omvat, en ik vraag me af waarom iedereen in deze uiterst welvarende, gelijkmatige en ontwikkelde wereld – waar zelfs de schoonmaaksters in hun vrije tijd de etudes van Chopin studeren – toch zo teleurgesteld schijnt.

Uit: De dood van Justina; uit: De beste Amerikaanse verhalen uit Esquire, Meulenhoff Amsterdam, 1990