Bijna iedere dag muziek: Roxy Music

Roxy Music is het karretje waarmee onder andere Brian Eno, Phil Manzanera, Andy MacKay en Bryan Ferry rondreden in de gelukkige jaren 70. De jaren van rock and glam, art-rock. De jaren van David Bowie en Lou Reed. En waarom viel ik er toen voor? Dat geluid van die band: nieuw en oorspronkelijk. Het was in zeker opzicht geen gemakkelijke muziek: geen meezing, veel geëxperimenteer met sax en hobo, gitaar en electronica. Nummers varieerden van kort tot aanzienlijk langer dan de single-duur; van up-tempo tot langzaam en gedragen, soms in hetzelfde nummer. En die stem van Ferry was toch herkenbaar uit duizenden?

En toch duurde mijn liefde voor de Britse band niet langer dan 5 albums, beginnend met Roxy Music (1972) tot aan Siren (1975). Op alle albums staan onvergetelijke klassiekers en ik hoor ze nog graag. Roxy Music was invloedrijk. Japan, ABC, Pulp en Blur zijn schatplichtig aan de groep. Maar na Siren herhaalde de groep zich, futloos, zonder puf en dreef routinieus over de Top 40-golven, rimpelloos en onopvallend. Maar daarvoor was het opwindend en baanbrekend, en dat was wat me aansprak. In de jaren 90 liet ik me nog eens overhalen naar een live-concert te gaan. Met een Ferry die zichtbaar moeite had om het eind te halen, was dat een definitieve afknapper.

Bijna iedere dag muziek: Steve Reich

David Bowie, Brian Eno, Aphex Twin, The Orb, Coldcut, Mantronix en DJ Spooky hebben 1 belangstelling gemeen: modern klassieke componist Steve Reich (1936, New York, USA). De man die sampling, minimalisme, repetitieve beats en cut-up-technieken in zijn composities verwerkte. Daarmee een nieuwe weg insloeg die tot veel hoongelach leidde. Overigens zoals bij zijn grote voorbeeld en inspiratiebron: Stravinsky.

De ouders van Steve Reich zijn van grote invloed geweest op zijn werk. “De muzikale erfenis is van mijn moeders kant. Mijn vaders analystische brein was wezenlijk voor wie ik geworden ben,’ zei hij er zelf over. Na kennismaking met het werk van Stravinsky begon hij in 1965 met zijn eigen composities. Er volgden zo’n 40 grotere werken.

Reich’s werk past in de minimalistische traditie. Volgens eigen zeggen, leende Reich de herhaling van noten uit de jazz. Reich bezocht in de jaren 50 veelvuldig The Birdland Club in New York. Daar zag en hoorde hij John Coltrane, Miles Davis en Charlie Parker. ‘Coltrane was ons ver vooruit. Die speelde nummers van 30 minuten in één toonsoort. Dat was voor mij van extreme invloed,’ stelt Reich.

‘Mijn muziek zijn geen songs en het is ook geen echte vocale muziek,’ vat Reich het samen. Invloedrijk en innovatief is het werk van Reich zeker, ook voor huidige muzikanten die zich op het snijvlak van hiphop, dance en electronic bevinden. Zoals bijgaande voorbeelden duidelijk maken.

 

Bijna iedere dag muziek: Stevie Wonder

Als puber een soul-sensatie in de jaren 60; daarna steeds invloedrijker en belangrijker geworden in de R&B; en nooit te beroerd om nieuwe wegen en paden te proberen. Avontuurlijk, sociaal bewogen en geniaal in zijn muzikale keuzes en ideeën. Ik heb het over Stevie Wonder (1950, Saginaw, USA) die onlangs 70 jaar oud werd.

Zijn loopbaan overziend heb ik een voorkeur voor de periode in de jaren 70, vorige eeuw. Die periode begon met het album Talking Book (1972) en eindigde met Songs in the Key of Life (1976). In die periode liet Wonder zien dat hij tot de allergrootste en invloedrijkste behoorde. Tekstueel omdat hij steeds meer van zichzelf liet zien: wat bewoog de man, waar hield hij zich mee bezig en wat waren zijn zorgen? Muzikaal omdat hij zijn palet enorm uitbreidde: van simpele liefdesliedjes tot nieuwe dancegrooves. Van You are the sunshine of my life tot Superstition; van Sir Duke tot Pasttime Paradise. Veel van die nummers waren raak. Stevie was volop bezig zichzelf te ontdekken en begon daarmee een boeiende muzikale reis waarbij ik me met alle plezier mee liet voeren.

Bijna iedere dag muziek: Lou Reed

Ik heb een haat-liefde-verhouding met Lou Reed (1942-2013, New York city, USA). De man heeft prachtige nummers geschreven, die nog altijd veel indruk maken (denk aan: Perfect Day en Sad Song), maar ook ongelofelijke rotzooi. Wat voor Reed spreekt, is dat hij het experiment niet uit de weg ging. Hij bewandelde een muzikaal pad met hoogte- en dieptepunten maar was invloedrijk.

Reed is tijdgenoot van David Bowie en die twee hebben elkaar bezig gehouden. Mijn kennismaking was het album Transformer. Een plaat die in veel huiskamers te vinden is, in ieder geval van mijn generatie. Via Transformer kwam ik terecht bij opvolger Berlin. Een duister en donker album met prachtige songs, over verloren gegane liefdes en drugsgebruik (‘it’s so cold in Alaska’). Berlin maakte veel indruk op mij omdat het zo beduidend anders was en meer zeggingskracht had dan Transformer.

Automatisch volgde de gang naar The Velvet Underground, de vorige muzikale bezigheid van Reed. De samenwerking met onder andere zangeres Nico en kompaan John Cale leverde in de jaren 60 eenvoudige pop op die toch van enorme invloed bleek. Iedere band die wilde beginnen zag aan VU dat alles mogelijk was. Drang, de wil om zich muzikaal te uiten in een eigen geluid waren belangrijker dan instrumentbeheersing, zoiets.

Reed zelf heeft veel en vaak nummers uit de VU-tijd opnieuw opgenomen en van andere arrangementen voorzien, waarmee hij bevestigde dat die nummers niet feilloos, tijdloos en van eeuwigheidswaarde waren. Eigenzinnig en tijdloos was Lou Reed vandaar deze huldeblijk.

Bijna iedere dag muziek: Leo Kottke

Aanleiding: een overzicht van wat genoemd wordt: American Primitive Guitar. Een term die van toepassing is op het werk van gitarist John Fahey (1939-2001, Takoma Park, USA). Fahey zong zich los van het traditionele gitaarspel door vooral te fingerpicken en zijn gitaar op andere wijzen te stemmen dan gebruikelijk. Dat leverde nieuwe gitaarmuziek op. Fahey was geworteld in de blues, maar liet zich beïnvloeden door folk, Indiase raga’s, klassiek en avant-garde. En dat allemaal in de jaren 50, vorige eeuw. Fahey’s opvallende gitaarspel kreeg veel volgers.

Mijn held werd Leo Kottke (1945, Athens, USA), die de 6- en 12-snarige gitaar hanteerde alsof de duivel zelf aan het werk was. Wie Kottke hoort spelen denkt aan meerdere personen of overdubs, maar nee, alles uit een persoon! En met een snelheid die buitenaards klinkt. Zijn eerste elpee werd opgenomen in 3 en een half uur tijd en liet composities horen, die mijn oren niet wilden geloven. Wie Kottke live aan het werk gezien heeft, weet dat de man niet alleen prachtig speelt maar tevens enorm humoristisch is. En oh ja, hij zingt ook wel eens. Dat stemgeluid noemt hij zelf: ‘een gans die scheten laat op een benauwde dag.’ Kottke doet zichzelf tekort; het klinkt apart maar niet slecht. Oordeel zelf:

Bijna iedere dag muziek: Phillipe Hirschhorn

Phillipe Hirschhorn (1946-1996, Letland), zoon van een Duits-joodse vader en een Letse moeder, was een geniale violist die lak had aan iedereen. In het bijzijn van die andere beroemde Letse violist Gidon Kremer verliet hij een concours in Moskou omdat hij niet in de juiste stemming was.

(..)

Het lag in ieders verwachting dat van de twee violisten Phillipe Hirschhorn de wereldvermaarde zou worden, niet Gidon Kremer.

Felik (zoals bekenden Phillipe noemden) vluchtte naar het Westen en zakte langzaam weg in een steeds groter wordend cynisme. Hij beëindigde zijn loopbaan als violist bij het Utrechts Symfonie Orkest en leraar aan het Utrechts conservatorium (Janine Jansen was een leerling van hem).

Hirschhorn overleed in 1996 in Brussel aan een hersentumor.

In de documentaire De winnaars van Paul Cohen en David van Tijn (zie hieronder) over de lotgevallen van de winnaars van het Koningin Elisabeth Concours komt Hirschhorn naar voren als de geniaalste van de grote musici die het concours in Brussel wonnen en hun grote belofte desondanks niet waarmaakten. Dat kwam, zegt iemand in de documentaire, omdat hij al op jeugdige leeftijd kortstondig in een gebied verkeerde waar gewone stervelingen nooit verblijven: dat van de absolute perfectie. Dat was een zo schokkende ervaring dat Hirschhorn er nooit volledig van herstelde. Hij was even God geweest, onaantastbaar, hij was zijn medemensen, en elk aards critirium, ontstegen. Dat is onverdraaglijk en stort een jongeman in een grote eenzaamheid. Hij was als Icarus die de zon nadert, of als Bobby Fischer, toen die in 1972 op een weergaloze wijze de wereldtitel schaken veroverde. Hirschhorn won niet alleen in Brussel, hij verbijsterde het publiek en de jury van het concours. Nadien hoefde het niet meer voor hem. Hij had het hoogste bereikt, hoger kon hij niet meer reiken. Boven God zit niets meer, behoudens gekte.

Uit: Baltische zielen – Jan Brokken, Atlas Contact Amsterdam, 2010

Bijna iedere dag muziek: Arvo Pärt

Hij moet een aparte knaap zijn geweest. Zijn moeder had een oude Russische piano op de kop getikt. De middelste toetsen haperden, alleen de diepste bassen en de hoogste registers klonken redelijk. Op die piano kon je eigenlijk niet Für Elise spelen of een ander stuk voor beginners. Arvo gaf zich daarom over aan improvisaties en experimenteerde met eigen wijsjes die licht en hoog klonken of donker en diep. De middelste toetsen meed hij. De krakkemikkige piano dwong hem niet alleen tot improviseren maar ook tot minimalistische muziek.

In zijn latere loopbaan als componist zou hij van weinig middelen gebruik blijven maken. Een van zijn bekendste werken bestaat uit één lang aangehouden octaaf op de piano en een aantal repetivieve hoge ijle tonen. Hij noemde het Für Alina.

(..)

Op die avond in de Niguliste kirik in Tallinn worden Orient & Occident en Silouans Song uitgevoerd. Buiten is het gaan sneeuwen, binnen lijkt het publiek bedwelmd. Ik moet plotseling aan een voorval uit mijn jeugd terugdenken waaraan ik nooit meer heb gedacht.  Ik werd eens huilend wakker omdat ik in mijn droom muziek hoorde die hier op aarde helemaal niet bestond. Zo mooi dat ik na die nacht bleef zoeken wat voor soort muziek dat precies was. Op het moment dat ik Silouans Song in de kerk hoor, vraag ik me af of het niet die muziek uit mijn droom is geweest. Niet door stemmen gezongen maar door veertien strijkers.

Fragmenten uit: Tabula Rasa, op zoek naar Arvo Pärt; uit: Baltische zielen, Jan Brokken, Atlas Contact Amsterdam, 2010

Arvo Pärt (1935, Paide, Estland)

Bijna iedere dag muziek: Max Richter

Max Richter (1966, Hameln, Dld) werd geboren in Duitsland maar woont in de UK. De Duits-Britse componist speelt piano, orgel en synthesizer en beweegt zich compositorisch in het post-minimalisme. Richter houdt zich vooral bezig met muziek die modern-klassiek en alternatieve pop, zoals ambient en new age, bestuift en kruist.

Zijn eerste grote compositorische klus was een eigentijdse en persoonlijke versie van Vivaldi’s Vier Jaargetijden. Dat werd een succes, waarna verstilde, bedachtzame stukken volgden. Richter’s werk valt in de smaak bij zowel de liefhebber van modern klassiek als de volger van ambient en new age-stijlen. Hieronder een kennismaking of een klein overzicht van zijn werk. (Bekijk de video’s op YouTube als ze niet beschikbaar zijn in je browser)

Bijna iedere dag muziek: Fela Kuti

Muzikant Fela Kuti (1938-1997, Abeokuta, Nigeria) was een man met een missie. In zijn kortstondige, maar dynamische leven, was hij nadrukkelijk aanwezig. Hij vertolkte de gevoelens van miljoenen Afrikanen die corruptie en vriendjespolitiek moe waren. De eigenaardigheden van de nieuwe Afrikaanse machthebbers, die zich na de kolonisten de macht verschaften.

Fela werd door zijn ouders in 1958 naar Londen gestuurd om medicijnen te studeren. In Londen koos Kuti voor een loopbaan als muzikant. Met diverse andere Nigeriaanse muzikanten richtte hij een band op. In 1963 keerde Kuti terug naar de hoofdstad Lagos, nadat Nigeria zich in 1960 onafhankelijk had verklaard. In 1969 verhuisde de band naar Los Angeles, USA, waar Kuti onder invloed kwam van de radicale ideeën van Malcolm X.

Ondertussen ontwikkelde Kuti een nieuwe muziekstijl die we Afrobeat zijn gaan noemen. Die muziekstijl werd enorm populair onder Afrikanen. Terug in Lagos opende Fela een eigen club waar bezoekers getracteerd werden op nachtenlange sessies: de Afro-Shrine. Via deze club ventileerde Kuti zijn politieke ideeën en werd het een bonte verzamelplaats voor allerlei ondermijnende activiteiten. Dat ging niet onopgemerkt, want de toenmalige machthebbers traden herhaaldelijk hard op tegen wat genoemd werd, de Kalakuta Republiek.

Fela radicaliseerde verder, besloot met 27 vrouwen te trouwen, stelde zich verkiesbaar als presidentskandidaat, kwam in de gevangenis terecht en overleed in 1997 aan de gevolgen van Aids. Ondertussen was zijn succes als muzikant ook doorgedrongen tot Europa en de VS. Daar werden de Afro-ritmes en de cultuur omarmd en bleken ze van beslissende invloed op de cultuur.

Bijna iedere dag muziek: Miles Davis

Aanleiding is het thema van de Boekenweek: Rebellen en Dwarsdenkers en een verhelderende docu op Netflix. Die docu gaat over Miles Davis (1926-1991, Alton, USA) en laat zien hoe Davis rebelleerde tegen verwachtingen die men van hem had. Dat begon al met de keuze van het instrument dat hij wilde spelen: trompet in plaats van viool, zoals zijn ouders wilden. Op 19-jarige leeftijd leidde hij al een band. Trad op met Dizzy Gillespie en Charlie “Bird” Parker, die bepalend zouden worden voor de jazz. Waarna uittochtjes naar Parijs volgde. In de Lichtstad maakte hij kennis met alles wat toen hip en cultureel bepalend was. Denk aan: Greco, Malle, Moreau en Satre. In Frankrijk leidde dat op enig moment tot de opname van Ascenseur pour l’Échafaud. De soundtrack van de gelijknamige film die Davis improviserend bij de beelden volspeelde. Davis was muzikaal gelijkwaardig aan hoofdrolspeelster Jeanne Moreau en haar lijden. De film werd dankzij de score een enorm succes. Terug in de USA begonnen de voorbereidingen voor wat een mijlpaal in de jazz zou worden: het opnemen van het album Kind of Blue.