Don Quichot en de menselijke maat

don-quixote, dali

Salvador Dali’s impressie van Don Quichot en zijn strijd tegen de windmolens

Don Quichot wil een held zijn, maar de wereld waarin hij zijn heldendom wil bewijzen bestaat niet, dus verzint hij die, hetzij doelbewust of als gevolg van zijn krankzinnigheid. Juist dit grijze gebied maakt het boek van Cervantes zo fascinerend: de mate waarin Quichot het slachtoffer of de schepper van zijn waanideeën is.

Aan het woord is de Schotse hispanologe Miranda France (1966, Colchester, UK). Ik lees van haar hand het boek De waanideeën van Don Quichot. Het is een onderzoek naar wat de roman van Cervantes leert over de Spaanse volksaard. En dat anno 1999, het jaar waarin France terugkeert naar Spanje, nadat ze 10 jaar eerder studeerde in Madrid. In dat boeiende verslag zet de schrijfster het verhaal over Don Quichot af tegen wat ze ervaart, ondervindt temidden van de Spanjaarden.

Waarom Don Quichot? Omdat het boek, dat stamt uit begin 17-de eeuw, enorme indruk heeft gemaakt op veel auteurs die volgden. Daaronder Nabokov. Die zegt over het Spaanse meesterwerk: ‘Een verhandeling over hoe dingen en levens betekenis krijgen.’ Maar ook het volgende: ‘Het is een fantastisch boek vanwege de samenzwering tussen de held en zijn lezers, waar de schrijver buiten wordt gehouden en die zelfs diens oorspronkelijk plan saboteert.’

In wezen is Don Quichot het verhaal over een verwarde, oudere man, geschreven door een al net zo verwarde, oudere man. En toch is dat niet alles. Thomas Mann was fan. Gustave Flaubert zei dat de ridderroman inspireerde tot het schrijven van Madame Bovary. De kern dan maar?

Net zoals het nog nooit vertoond psychologisch realisme in de roman zijn stempel op de grote 19-de eeuwse schrijvers heeft gedrukt, duiken de foefjes en trucs in het verhaal in de postmoderne romans van de 20-ste eeuw op. Don Quichot en Sancho realiseren zich bijvoorbeeld dat ze personages in een roman van Cervantes zijn.

(..)

Don Quichot is niet alleen maar een man die knettergek wordt door het lezen van boeken over ridders, maar hij heeft werkelijk psychologische diepgang. Hij is vriendelijk, intelligent en voorkomend, maar hij is ook ijdel, pretentieus en verblind. Hij sukkelt met zijn darmen en hij voelt overal pijntjes als hij in de openlucht slaapt. Zijn motieven zijn uitgesproken vaag. Anders dan de fictieve personages die hem voor zijn gegaan, heeft Don Quichot grote twijfels over wat hij aan het doen is. Hij is de eerste moderne held, de eerste echte menselijke held en geen geïdealiseerd personage. En aangezien de menselijke maat zoveel complexer is, zoveel ontroerender, wordt hij ook veel indrukwekkender.

Uit: De waanideeën van Don Quichot – Miranda France, Atlas Amsterdam, 2006; vertaling Ankie Klootwijk

don-quixote, picasso

Gemaakt door Pablo Picasso

Humor van Anna Bijns: prins

Prins

De kuise prinses heette zuster Kalle, / Zij was geboren tussen hier en Halle, / Acht mijlen van Antwerpen of daaromtrent. / Gij durft niet peijsen, dat ik me malle*1, / Zij veest niet somtijds bij ongevalle*2, / Maar zij had haar koeien tot vijsten gewend. / Zij vervulde met stank het hele konvent; / Haar poort ging niet dan open en toe*3. / Haars gelijke is niet tussen hier en Gent. / Gij meent dat ik lieg, maar dat ik niet doe. / Zij liet laatst een scheet gelijk een koe, / Het hele huis beefde, van onder tot boven; / Het luidde zo eiselijk, ik weet niet hoe, / Dat alle zustertjes de deuren uitstoven. / Zij riepen ‘Eilaas, het huis is gekloven*4.’ / Maar Kalleke verschoot niet van zulke mare, / Maar zij dacht, al zou het haar niemand beloven*5: / ’t Is beter geveesten, dan kwalijk gevaren.’

*1 = denk maar niet dat ik u voor de gek hou

*2 = per ongeluk

*3 = haar anus deed niets dan open- en dichtgaan

*4 = in tweeën gekliefd

*5 = geloven

Uit: Nieuwe refreinen van Anna Bijns, Jonckbloet en Van Helten Groningen, 1880

bijns, literatuurmuseum.nlEen karikatuur van Anna Bijns uit een geschrift uit haar tijd (tussen Middeleeuwen en Renaissance). bron: literatuurmuseum.nl

Anna Bijns (1493-1575, Antwerpen)

Balthasar Gerards sterft marteldood

vierendelen, wikipedia

Vierendelen; bron foto: wikipedia.org

Het is tussen 11 en 14 juli 1584. Plaats van handeling: Delft. Balthasar Gerards heeft Willem van Oranje vermoord. Door martelingen probeert men er achter te komen of Gerards medeplichtigen heeft gehad. Men vreest dat de Fransen iets met de moord van doen hebben. Pensionaris Cornelius  van Aerssen uit Brussel doet aan het Antwerpse stadsbestuur ooggetuige-verslag van de martelingen. Als afgevaardigde van de Staten Generaal kon hij dit van nabij meemaken.

Na de terdoodveroordeling is de moordenaar onverwijld terechtgesteld, en wel op de volgende wijze: allereerst is hij op een schavot geleid en gekleed aan een paal gebonden. Voor zijn ogen heeft men het pistool waarmee hij zijn daad had begaan in stukken gebroken en aan het volk getoond.

Daarna is hij losgemaakt, uitgekleed en geblinddoekt opnieuw aan de paal gebonden.

Vervolgens heeft men zijn rechterhand (die waarmee hij het misdrijf had gepleegd) tussen een roodgloeiend wafelijzer geklemd, totdat deze bijna helemaal verbrand was.

Daarop is hij zesmaal met gloeiende tangen bewerkt.

Toen dit was geschied, is hij losgemaakt en nog levend op een bank uitgestrekt. Nu heeft men zijn geslachtsdelen afgehakt, zijn buik ongeveer tot zijn borst opengesneden, zijn ingewanden naar buiten getrokken, de onderste helft daarvan bijeengedrukt en vervolgens weggesneden. Tijdens dit alles is hij flink bij zinnen gebleven, en heeft hij zachtjes gebeden, zoals aan het bewegen van zijn mond en lippen te zien was.

Nadat zijn borst was opengekliefd, werd zijn hart kloppend en wel uitgerukt en in zijn gezicht gesmeten. Op dat moment zag men hem de geest geven.

Ten slotte is hij gevierendeeld; zijn stoffelijke resten zullen aan de stadswallen worden gehangen.

Hij heeft al deze martelingen doorstaan zonder ook maar één keer ‘wee mij’ te roepen of een kreet te slaken, zonder zelfs maar een lichaamsdeel terug te trekken of te bewegen.

Toen zijn armen waren losgemaakt, heeft hij met zijn hand, die zoals gezegd verbrand was, twee of drie keer naar de menigte het kruisteken gemaakt.

Nadat hij gistermiddag met een paar vetleren schoenen aan voor het vuur was geplaatst, had hij het roosteren van zijn voeten bijna twee uur lang op dezelfde wijze doorstaan.

Evenzo was het hem vergaan toen men lange pinnen tussen zijn nagels had gestoken.

Niemand begrijpt hoe het mogelijk is dat hij dit alles verdroeg. Maar hij was dan ook uiterst vastberaden, en men heeft nog nooit zoiets gehoord, zoals u uit dit relaas wel hebt kunnen opmaken.

Uit: Ooggetuigen van de Gouden Eeuw – René van Stipriaan, Prometheus Amsterdam, 2000

Erasmus wist zichzelf onder de aandacht te brengen

Erasmus (1466 – 1536), geboren in Rotterdam, opgegroeid in Gouda en Deventer, was een vernieuwend en uitmuntend denker. En een kosmopoliet. De Rotterdammer was te vinden in Engeland, in Oostenrijk, in Italië en in Frankrijk. Zijn filosofie was er één van denken zonder grenzen. Dat hij daar veel succes mee kreeg, lag niet alleen aan zijn vernieuwende ideeën en de boekdrukkunst in opkomst, die een brede verspreiding van zijn ideeën mogelijk maakte. Erasmus wist als geen ander zijn gedachten aan de man te brengen.

Erasmus schreef bestsellers. Hij had een uitgebreid netwerk aan correspondenten en hij liet op veel, en belangrijke, plekken zijn gezicht zien. Achter de nederige monnik, die hij leek te zijn, school een man die heel goed wist wat hij wilde; niet schroomde anderen zijn mening op te dringen en ijdel was. Erasmus wist dat zijn ideeën meer kans hadden voort te leven als hij ze krachtig onder de aandacht bracht en hield. Daarvoor moest hij zelf zichtbaar zijn.

Quentin_Massys-_Erasmus

Erasmus geschilderd door Quinten Massys

Om die reden werd Erasmus de meest afgebeelde 16-de eeuwer die niet van koninklijke of grafelijke bloede was. Erasmus had fans over heel Europa en die wilden weten hoe hij eruit zag. Zijn persoonlijke propaganda bestond uit het laten schilderen van zichzelf. In 1517 liet hij zich portretteren door Quinten Massys, op dat moment één van de beste schilders van die tijd. Daarna volgde een portretpenning, ontworpen door die zelfde Massys. Die kon de Rotterdammer sturen naar zijn fans.

Holbein-erasmus

Portret van Erasmus geschilderd door Hans Holbein de Jongere

De samenwerking op het gebied van de persoonlijke propaganda was het meest succesvol met Hans Holbein de Jongere. In 1523 maakte Holbein drie portretten van Erasmus, die tot op de dag van vandaag bepalend zijn voor onze indruk van de denker. Holbein was bekend vanwege het feit dat hij de geportretteerden altijd iets mooier maakte dan ze waren, zonder te overdrijven.

Erasmus gaf de meeste aan zijn portretten weg. Vervolgens werden ze gekopieerd door tal van andere schilders en graveurs. Dat was zijn manier om alomtegenwoordig te zijn. We weten tot op heden dat die missie perfect gelukt is.

(naar: Hans Holbein de Jongere: Portret van Desiderius Erasmus ca. 1523, Uit: Verleden in verf  – Hans den Hartog Jager en Pieter Steinz, Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 2011)

Vittoria Colonna: stuurloos

op woeste baren

Schilderij van Johan Hendrik ‘Louis’ Meijer (1809 – 1866)

Stuurloos

Ik voel tussen de winden en de rotsen / van deze hoge zee mijn scheepje kraken. / En reddeloos lijk ik op drift te raken, / terwijl de golven over ’t dek heen klotsen.

De dood doofde in één keer met een trotse / haal van zijn hand mijn heldere lichtend baken, / en zee en storm en nacht en ontij maken / dat angst en vrees hard op mijn bootje botsen.

Ik ben niet bang voor ’t zingen der Sirenen / noch voor een schipbreuk op de woeste baren, / maar wel voor ’t feit dat ik zonder degene

die mij de weg wees, stuurloos door moet varen: / hij die mijn leven luwte heeft geschonken / ligt nu helaas diep in de dood verzonken.

Vittoria Colonna (1490 – 1547), Italiaans, vertaling Frans van Dooren

Romeo en Julia: feest op komst

Romeo lijdt aan liefdesverdriet. Ondertussen bij de familie Capuletti, waarmee de familie Montecchi in onmin leeft,  heeft ene graaf Paris de hand van dochter Julia bedongen. Vader Capuletti vindt haar met 14 jaar nog te jong. Als alternatief verwijst vader graaf Paris naar het feest dat op komst is.

U ziet vanavond in mijn nederige stulp sterren het stof tegen de hemel dansen. De weelde die een hete jongeman voelt wanneer in april in prille lentedos de kreupele winter op zijn hielen trapt, al dat genot van meisjes, blij en ontluikend, valt u vanavond bij mij thuis ten deel. Luister naar ze, bekijk ze allemaal, en laat u door de lieflijkste inpalmen. Als een van hen, nabij bekeken, dingt de mijne misschien mee, al telt ze niet.

Ook Romeo krijgt de uitnodiging voor dat feest onder ogen. Volgens zijn neef en vriend Benvolio een mooie gelegenheid om de zinnen te verzetten en zich op de hoogte te stellen van al die andere mooie vrouwen die Verona nog te bieden heeft. Ter afleiding.

Je zag haar schoonheid altijd afgezonderd. Je woog haar tegen haar af in je ogen. Maar leg in die kristallen schalen, naast jouw liefde, maar een keer een andere vrouw die ik jou op dit glanzend feest zal tonen: verschrompelen zal wat je nu zo boeit.

Romeo_and_Juliet_(detail)_by_Frank_Dicksee

Schilderij van Sir Frank Dicksee

En dan Julia, dochter van de Capuletti’s, 14 jaar oud. Ook zij gaat naar het feest en wordt door haar moeder (en haar voedster, zo ging dat in die dagen) voorbereid op het huwelijksaanzoek. Julia wordt door haar voedster geëerd omdat ze zo’n lief kind was. Als moeder begint over het aanzoek en het huwelijk dat daar op zou moeten volgen, heeft Julia er niet zo’n trek in. Dus gaat ma moeite doen om haar aanstaande uitgebreid aan te prijzen:

Wat denk je, zou je van hem kunnen houden? Vanavond, op ons feest, zul je hem zien. Lees in het boek van zijn gezicht: een pen van schoonheid, merk je, schreef daar weelde op. Kijk naar de harmonie der lijnen, hoe zij samenkomen in hun rendez-vous. Is er iets duisters in dat fraai betoog, de uitleg geeft de marge van zijn oog. Dit ongebonden, kostbaar liefdesboek is enkel nog maar naar een band op zoek. Een vis hoort in de zee thuis – en het strekt tot eer wanneer een band de inhoud dekt. Zo’n boek, met gouden tekst in gouden sloten, wekt het respect van al je tijdgenoten. Omhels al wat hij heeft. Ga naar de binder. Door hem te hebben wordt je zelf niet minder.

Julia’s reactie is nog wat onderkoeld:

Ik zou, als ik hem zie, eens kunnen zien. Maar met geen groter kracht dan die u duldt zal uit mijn oog de liefdespijl op zoek gaan.

Romeo en zijn vrienden hebben het over het feest dat komen gaat. Mercutio en Benviolo proberen Romeo ervan te overtuigen dat het echt een must is. Een kans op eten, drinken, dansen en een date. Maar Romeo heeft er geen goed gevoel over:

Te vroeg, vrees ik. Een bang gevoel bevangt me – alsof de sterren zwanger gaan vang iets rampzalige dat luid schreiend openbreekt in deze feestnacht, en het onderpand van een versmaad en mij verstikkend leven, als de termijn verstreken is, arglistig door een vroege dood opeisen zal. Maar kom – laat hem die mijn roerganger is de richting van mijn zeil bepalen! Vrienden, er tegenaan.

Wordt vervolgd.

San Juan de la Cruz: vlam van felle min

san juan de la cruz

San Juan de la Cruz

Johannes van het Kruis; ook Sint-Jan van het Kruis of Joannes van het Kruis; Spaans: Juan de la Cruz; eigenlijke naam: Juan de Yepes; (1542 – 1591) Spaans heilige, mysticus, dichter en kerkleraar.

Na zijn dood werd hij in 1675 zalig verklaard, en in 1726 volgde zijn heiligverklaring. Paus Pius XI verhief hem in 1926 tot kerkleraar.

Hij is de heilige van de dichters. Zijn belangrijkste gedicht is Het geestelijk Hooglied. Hierin vergelijkt hij de Heer met een hert. Hij zegt door dit hert te zijn verwond (de genade van God is zo groot dat het hem als mens verwondt in de ziel) en hij zwerft rond op zoek naar het hert dat van hem is weggevlucht. Hij vraagt aan de herders en aan de bloemen om het hem te komen vertellen als ze Hem zien. Op het einde vindt er een vereniging plaats tussen de ziel (Juan) en het hert (de Heer).

Jezus aan het kruis van bovenaf gezien, in de verbeelding door San Juan de la Cruz (links) en in die van Salvador Dali

Een beroemde tekening, gemaakt door Juan, toont Jezus aan het kruis, van bovenaf gezien. Hieruit is later afgeleid dat Juan het geloof overschouwde, het allemaal overzag. Deze tekening is wereldberoemd geworden doordat Salvador Dalí hem verwerkte in een schilderij, dat hij toepasselijk ‘El Cristo de San Juan de la Cruz’ noemde. (Oftewel ‘De Christus van de Heilige Johannes van het Kruis’.)

Vlam van felle min

Liedjes van de ziel in de innige omgang van de liefdesvereniging met God

O vlam van felle min / die tederlijk doorklieft / het diepste wezen van het zielsdomein! / Je houdt je niet meer in, / dus stop alsjeblieft; / breek het weefsel van dit lieflijk samenzijn. / O brand met zalf omgeven! / O wonde, zacht gekerfd! / O milde hand! O streling diep begeerd, / die smaakt naar eeuwig leven / en alle schulden derft, / die dodend dood tot leven hebt gekeerd! / O  lampen, zuiver vuur, / bij uw verheven straal / geven de diepste krochten van het verstand, / een duistere, blinde muur, / met ongekende praal / de Liefste warmte en licht, samen ontbrand. / Vol liefde en onbevangen / verwijl je in mijn gemoed / waar jij alleen mag wonen, onontdekt, / terwijl je in zoet verlangen / vol heerlijkheid, zo goed / op tere wijze al mijn liefde wekt.

Diego Hurtado de Mendoza over de oude vrouw

Sonnet voor een oude vrouw die meende mooi te zijn

U bent, mevrouw Aldonza, driemaal dertig jaar; / u heeft drie haren en nog één van al uw tanden; / uw krekelborsten passen in de kleinste handen, / de spinnen weven draden tussen korst en blaar. / Uw jurken, hoeden, doeken, al die vrouwenwaar / telt niet de kreukels die uw voorhoofd doorploegen; / u heeft een scheur die is gespeend van elk genoegen / en met de omvang van twee havens bij elkaar. / U klinkt bij het zingen als een kikker of een mug; / uw stelten zijn van koeienmest en stervensklaar; / geen nachtuil in de ochtend heeft een kuif zo stug. / Een vis een dag lang in de zon, daar ruikt u naar; / men stuit bij u vanachter op een geitenrug / die elegant oogt als een geplukte adelaar. / Uw afschrift is nu bijna voor elkaar; / van alles hier genoemd mist u geen enkel deel, / dus zeg nu zelf: om mooi te zijn, mist u niet veel?

Uit: De dichter is een kleine God, de 150 mooiste gedichten uit het Spaans, vertaald en samengesteld door Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer, Atheneum Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010

Diego_Hurtado_de_MendozaDiego Hurtado de Mendoza (1503 – 1575), Spaans novelle-schrijver, dichter, diplomaat en historicus, gouverneur van Granada.

Duitse schilderkunst: Memling en Dürer

De aanleiding was een documentaire-serie op tv. Een dochter gaat op zoek naar de plaatsen waar haar moeder werd grootgebracht. Dat was vooral Duitsland. Eerst wonend in het Duitse deel van Polen, daarna verdreven naar het oosten van het huidige Duitsland. Eerst zuchtend onder het juk van de Nazi’s, toen onder de voet gelopen door de Russen. Vervolgens terecht gekomen in Oost-Duitsland. Daar was je vijand als je besloot geen communist te zijn, zoals haar familie deed.

Al kijkend en luisterend vroeg ik me af wat ik eigenlijk van de Duitse geschiedenis wist. Hoe die zich voltrokken heeft en waarom het een Europese grootmacht is geworden. Van de geschiedenis waarin ik me zelf beweeg, weet ik wel wat. Ook van de Eerste en Tweede Wereldoorlog is er (bescheiden) kennis, maar alles wat zich daarvoor heeft afgespeeld, wordt bij mij het beeld diffuser en duister.

De nieuwsgier slaat toe. Terwijl wij in de Lage Landen bezig waren met onze 80-jarige oorlog tegen het katholieke Spanje, gebeurden er vergelijkbare dingen bij onze (Ooster)buren. Ook in Duitsland was er de strijd tussen katholieken (zuidelijk deel van het Duitse Roomse Rijk – Karel de Vijfde) en protestanten. Luther komt uit Duitsland! Met zijn gedachtegoed knaagt hij aan de macht van de paus. Maar niet alleen dat: Luther legde de nadruk op de begrijpelijkheid van het Schrift voor alle gelovigen en vond dat alle gelovigen verantwoordelijk waren voor het bestuur van de Kerk. De Bijbel werd door Luther vertaald in het Hoog-Duits. De boekdrukkunst zorgde voor brede verspreiding van het Woord.

Met die opvattingen kwam het gezag ter discussie. Daarnaast was er de emancipatie van de lage adel en de boeren, die zich door de hoge adel en de stadsbourgeoisie in het nauw gedrukt voelden. Kortom, een roerige tijd die ook uitmondde in een oorlog, die 4 periodes kende, 30 jaar zou duren en waarmee zich Denemarken, Zweden en Frankrijk zouden bemoeien.

Iets opmerkelijks werd me bij het lezen gewaar: In de 15-de en begin 16-de eeuw vindt bij onze Oosterburen hun Gouden Eeuw plaats. Tenminste op cultureel gebied en vooral in de schilderkunst, zo blijkt: Cranach, Holbein, maar vooral Memling en Dürer zijn daarvan de voorbeelden.

Waar Memling religieuze thema’s verwereldlijkt en zijn werk uitblinkt in serene verfijning, blijkt Dürer de zoekende humanistische geest. Dürer wil de wereld precies en rationeel weergeven. Daarmee vertegenwoordigen deze twee kunstenaars mooi de tijd waarin ze leven: hernieuwd geloof, opkomend humanisme en metafysische angst.

In de tijden daarna gevolgd door een meer visuele weergave van die innerlijke verdieping van de mens. Die krijgt in Duitsland daarna zijn weerslag in een andere kunstvorm: de muziek. Bach rammelt aan de deur!

Vrouwenportretten van Memling

Vrouwenportretten van Dürer