Pietro Rotari schildert de meisjes-blik

pietro rotari 2

pietro rotari 4

pietro rotari 6Pietro Rotari (1707 -1762, Italië) was een beroemd schilder. Vanuit Italië ging het naar het Oostenrijkse Wenen, om te eindigen als hofschilder in het Russische Sint Petersburg. Dat laatste in dienst van tsarin Elisabeth.

Rotari werd geboren in Verona. Hij bekwaamde zich in het schildersambacht door zijn schilderende landgenoten te bestuderen uit Napels, Rome en Venetië. In den beginne waren zijn werken religieus en historisch. Dat veranderde toen de belangstelling voor zijn werk groeide en het uiteindelijk tot in Rusland leidde. Zijn belangrijkste werk werd het portret. Want het hof wilde graag geportretteerd worden. En niet alleen het hof.

Rotari had het druk en dat leidde tot de oprichting van zijn studio in Sint Petersburg. In die studio vond de Italiaanse grootmeester tijd voor het schilderen van meisjes. Honderden meisjes werden door hem geschilderd. Als studie-object want Rotari bekwaamde zich in het schilderen van verschillende emoties. Die meisjes-portretten maakten hem uiteindelijk onvergetelijk, want nu nog raken ze een snaar. Kijk maar naar bijgaande voorbeelden.

sc139.jpg

pietro rotari 3

A girl with a black mask (oil on canvas)

Advertenties

Casanova door de ogen van Drs.P

Nog dikwijls moet ik denken aan die stad / Zo oud, zo ijdel en zo decadent / Doortrokken van geheimen en geruchten

Daar is een woonstee die niet ieder kent / Alleen bereikbaar langs de Brug der Zuchten / Alleen verlaatbaar, zegt men, in een kist

De Loden Kamers… Nu, ik kon ontvluchten / Met lust ben ik vertrouwd, maar ook met list / Mijn leven is een dichtbeschreven blad

Ik heb geleerd, genoten en geboet / Wat jammer dat men ook nog sterven moet

(Dux, 12 oktober 1797)

casanovaGiovanni Giacomo Casanova de Seingalt (1725 – 1798)

bron foto: http://www.italoamericano.org

vertaling Drs. P; uit: Boeiende lectuur – Drs.P, Ars Scribendi Harmelen, 1994

Bernardo Bellotto schilderde stadsgezichten in navolging van oom Canaletto

Bellotto, Bernardo, 1722-1780; The Tower of Malghera

Bernardo Bellotto of Canaletto II (1720 – 1780) Italiaans kunstschilder en etser.

Hij noemde zich naar zijn leraar en oom Canaletto, maar was een minder goed schilder. Hij schilderde vooral vedute, dat wil zeggen stadsgezichten.

Na zijn leertijd bezocht hij omstreeks 1740 de stad Rome, daarna Turijn, Verona, Milaan en omstreeks 1745 München. In 1746 werd hij hofschilder bij August III van Saksen in Dresden, waar hij twintig jaar bleef. In 1766 ging hij naar Sint Petersburg, in 1767 naar Warschau waar hij in 1770 hofschilder werd van Stanislaus August Poniatowski.

Zijn schilderijen zijn gebruikt om de stad na de Tweede Wereldoorlog weer op te bouwen.

De stijl van Bellotto is iets killer dan die van zijn oom, maar toont dezelfde precisie. Vooral in Dresden kan men veel van zijn werk vinden.

Bernardo Bellotto 6

Bürger: het nieuwe leven

Bürger

Het nieuwe leven

Ha! nu ken ik zorg noch druk, / ‘k smaak een nieuw en vrolijk leven! / Welk een zonne van geluk / heeft de droeve nacht verdreven! / Welk een blijde morgengroet / voert mij de uchtend tegemoet!…

Hoe! ziet mijn verhelderend oog / paradijse dreven bloeien! / Welke tonen!… ‘k hoor omhoog, / hemelmelodieën vloeien! / In elk koeltje, dat hier zucht, / streelt mij Edens balsemlucht.

Wijngod! zijt ge mij zo na / met uw schuimende pokale? / Vult gij met ambrosia / en met nectar iedre schade? / Nectar en ambrosia!… / Wijngod! zijt ge mij zo na?

Liefde! schenkt uw toverkracht / mij een nieuw en vrolijk leven? / Wilt ge in ’s aardrijks duistre nacht / mij reeds hemelwellust geven? / Eeuwig jong en eeuwig blij!… / O verrukking! blijf me bij.

 Gottfried August Bürger (1747 -1794), Duits

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982, vertaling A.C. Schenk

Jean-Honoré Fragonard liep op zijn tijd vooruit

h fragonard 5

Jean-Honoré Fragonard (1732 – 1806) Frans schilder, tekenaar en etser.

Fragonard kwam in 1738 met zijn ouders naar Parijs, waar hij eind jaren 40 in de leer ging, eerst bij Chardin en daarna (vanaf 1749) bij François Boucher. Van 1756 tot 1761 verbleef hij in Rome en in 1761 in Napels; bezocht daarna twee keer de Noordelijke Nederlanden. In 1773 vertrok hij met zijn mecenas Bergeret de Grandcourt naar Italië. De reis werd door Fragonard vastgelegd in enkele tekeningen. In 1774 bezocht hij Dresden, waar hij onder meer een tekening maakte naar Rembrandts Roof van Ganymedes.

Fragonard trouwde in 1769 met de miniatuurschilderes Marie-Anne Gérard. Hun zoon, Alexandre-Évariste Fragonard, werd ook schilder.

Fragonards zin voor het thema erotiek in zijn werk heeft veel gemeen met die van Boucher, maar zijn stijl en kleurgebruik staan sterk onder de invloed van Peter Paul Rubens.

De werken van Fragonard behoren tot de rococo-periode. Zijn schilderijen lopen over van de tinten crème en roze, maar zijn duidelijk meer dan luchtig vermaak. Fragonard was bezeten van licht en kleur en poogde de tintelingen en bewegingen van het licht op het oppervlak van de dingen te vangen. Daarvoor ontwikkelde hij een stijl die vooruitliep op het impressionisme uit de 19e eeuw.

Zijn voorkeur voor het verrassende lijnenspel in de natuur en voor de ronduit virtuoze weergave van variatie en grilligheid doen zijn werken op de rand van de Romantiek balanceren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij bij latere pur sang romantici als Rainer Maria Rilke, de Duitse dichter, in de smaak viel.

h fragonard 4

Een streek, een sound, een instrument, de duivel en een dakloze tempel

appalachian people and their music

In de Amerikaanse Appalachian Mountains heeft zich onder Schotse, Ierse en Engelse immigranten sinds de 18-de eeuw een muziek ontwikkeld waarvan het karakter omschreven wordt als ‘the high lonesome sound‘. Balladen van tientallen coupletten vertellen over mannen die hun geliefden op gruwelijke wijze om het leven brengen, waarbij opvalt dat de moorden weliswaar tot in detail beschreven worden, maar dat nooit duidelijk wordt wat de ontspoorden precies tot hun daden drijft.

Deze liederen komen het hardst aan als ze strak, vibratoloos en zonder begeleiding gezongen worden door oude vrouwen, die recht van spreken hebben. Mannen bespelen homemade vijfsnarige banjo’s zonder fretten en uit de Oude Wereld meegenomen violen, waarvan de kamronding is afgevlakt en de snaren in een open stemming staan, zodat het betrekkelijk eenvoudig is twee of zelfs drie snaren tegelijk te spelen.

De banjo staat er bekend als ‘the devil’s instrument‘, want wie hem bespeelt of onder de invloed komt van de obsessieve, doorgaans uit tweemaal acht maten bestaande deuntjes, loopt kans in een vreemde trance te raken.

De toonladders zijn vijf- of hoogstens zestonig, de vijfde snaar dient als bourdon en afhankelijk van het hout, het vel, het materiaal van de snaren en de hardheid van de nagels van de bespeler, ontstaat er een ijle wereld van boventonen en flageoletten die een verslavend effect hebben, een effect dat sterker wordt naarmate de melodie vaker wordt herhaald. Voegt zich een fiddle bij de banjo, dan vormen zij een dichte en toch ijle textuur van twee, hooguit drie akkoorden, die voortgezet wordt tot een van de muzikanten te moe is om verder te gaan. Soms klinkt er een flard tekst, bezeten zinnen over een vrouw, een trein, een mes, een berg.

In bijgaande video gitarist Jack White die The Wayfaring Stranger speelt.

Een desolaat lied over de laatste overtocht. Geloof bezielt de snaren en stembanden, boventonen vormen een dakloze tempel waarin ook de ongelovige kan schuilen.

Uit: Een dakloze tempel – Piet Gerbrandy, De Gids juni/juli 2008

Jean-Jacques Rousseau is…

jean-jacques_rousseau_painted_portrait

Pastel van Maurice Quentin de la Tour, 1753

Jean-Jacques Rousseau (1712 – 1778) baanbrekend filosoof en schrijver. Hij heeft een diepgaande invloed uitgeoefend op de literatuur, pedagogiek en politiek.

  • de uitvinder van het kind en van het opvoeden
  • de uitvinder van de natuur
  • de uitvinder van de gelijkheid
  • de uitvinder van het gevoel gelijkwaardig aan de rede
  • de uitvinder van authenticiteit als nastrevenswaardige deugd
  • de uitvinder van de goede mens
  • wilde als kluizenaar afgezonderd leven en zocht de wereld steeds weer op
  • wilde openhartig, waarachtig en transparant zijn maar had een selectief geheugen
  • had geen idyllische jeugd en geen goede verhouding met zijn vader
  • is de vader van het moderne narcisme, deed aan zelfverheerlijking
  • bekende de verschrikkelijkste daden en gaf toe dat ze niet deugden (legde vijf kinderen ten vondeling)
  • stal en loog daarover
  • was een fetisjist en masochist
  • was achterdochtig en zag overal complotten
  • tilde zichzelf over het paard en deed aan emotionele chantage
  • formuleerde invloedrijke ideeën die ons denken nog altijd bepalen
  • is filosoof van de pijnlijke paradoxen
  • was volgens Belle van Zuylen een groots schrijver en dromer: ‘Dromen, grootse plannen, sublieme verbeeldingen. Ook al worden ze niet aanvaard, ze laten tenminste een golfbeweging achter in de ziel die zij geraakt hebben.’

Uit: Dwingen tot vrijheid, De cultuur van de paradox – Carel Peeters, De Harmonie Amsterdam, 2015

Gilles Demarteau reproduceerde in rood

gilles-demarteau-2

Gilles Demarteau ook wel Gilles Demarteau de Oudere (1722 – 1776) etser, graveur en uitgever die zijn hele loopbaan in Parijs actief was, afkomstig uit Luik, België. Demarteau wordt gezien als één van de uitvinders van de krijt-etstechniek. Zijn rol in het ontwikkelen van deze techniek wordt algemeen erkend. Eén van de belangrijkste graveurs van zijn tijd; hield zich vooral bezig met reproducties en was uitgever van het werk van François Boucher.

Zijn werk als reproducent (algemeen geaccepteerd in die tijd) was omvangrijk. Hij liet zo’n 560 genummerde werken na. Zijn eerste werk bestond uit illustraties voor boeken en muziekbladen. Hij maakte onder andere illustraties voor La Fontaine’s fabels.

Maakte vervolgens vooral reproducties van het werk van Van Loo, Huet, Cochin en Watteau en met enige regelmaat van werk van François Boucher. Ongeveer de helft van Demarteau’s erfenis zijn reproducties van Boucher’s werk. Met de door Demarteau’s ontwikkelde krijt-techniek konden de tekeningen van Boucher omgezet worden naar reproducties in rode inkt. Voor deze reproducties was een markt: welgestelden hingen de werken in rode inkt in hun kamers aan de muur.

Demarteau maakte ook handleidingen van tekentechnieken voor uiteenlopende kunstenaars als: Houël, Huet en beeldhouwer Bouchardon. Aan het einde van zijn veelgeroemde en drukke loopbaan startte hij met reproducties naar het werk van Raphael en Michelangelo.

gilles-demarteau-1

Bron: Wikipedia

Jean Daullé was ferm met zijn grafisch gereedschap

Jean Daullé (1703 – 1763) Frans graficus. Geboren in Abbeville. Leerde het grafische werk van monnik Dom Robart in de Sint Peter-abdij. Trok naar Parijs waar Robert Hecquet hem de fijne kneepjes leerde. Was bevriend met schilder Donat Nonnotte wiens portretten hij omzette naar grafisch werk. Het werk van Daullé (ondertekend met J.D.) bestaat veelal uit portretten en (historische) taferelen. Zijn werk kende veel bewonderaars en in 1742 trad hij toe tot de Academie.

Cochin fils (Charles-Nicolas) blonk uit in eigen werk

Charles-Nicolas Cochin (1715-1790) is in Frankrijk en in de wereld der graveurs bekend als Cochin fils. Hij groeide op in een familie van graveurs. Zijn vader graveerde prenten naar het werk van Watteau; andere voorouders hielden zich bezig met het maken van religieuze prenten (o.a. in Troyes). Met deze achtergrond kun je stellen dat Cochin fils de traditie voortzette. Zoals vaker met vader en zoons, vond fils het werk van zijn vader saai en vervelend. Hij richtte zich op het vrijere, minder tijdrovende werk, dat gestoeld was op eigen ontwerpen. Hij maakt zijn eigen tekeningen (en vignetten, een must toentertijd) met plezier en blonk erin uit. Dat werd opgemerkt door zijn tijdgenoten: Cochin fils maakte carrière: op 24-jarige leeftijd was hij tekenaar en graveur van het Cabinet du Roi; amper 26 jaar oud mocht hij toetreden tot de Académie.

In 1749 maakte hij een reis naar Italië in het gezelschap van: Marigny, Soufflot en abbé Leblanc. Daar werden onderlinge banden gesmeed die tot ver in de toekomst het leven van Cochin fils zouden bepalen. Het ging hem voor de wind: de ere-baantjes stapelden zich op en Cochin fils kon in 1751 stoppen met tekenen en graveren. Tot 1790 genoot hij met volle teugen van zijn vrolijke (vrijgezelle) leven. Hij hield zich bezig met schrijven, tekenen en genieten van zijn faam.

Zijn meest vermaarde werk betreft het weergeven van feestelijke gebeurtenissen en het maken van titelplaten voor boeken.

cochin-fils-1cochin-fils-2cochin-fils-3cochin-fils-4cochin-fils-5cochin-fils-6