Goethe raakte snaren, meestal de goede

Johan Wolfgang Goethe(1749 – 1832, Duits) werd bekend door boeken, toneelstukken en ballades die onder andere door de componist Schubert op muziek werden gezet. Maar de Duitser kon meer: hij was ook jurist, politicus, filosoof en wetenschapper. En op al die terreinen was en werd hij een bron van inspiratie. Goethe raakte veel snaren van mensen, en meestal de goede.

die leiden

Zijn allereerste daad, waarmee hij zich in de kijker speelde, was een boek: Die Leiden des jungen Werther (1774). Hij schreef het boek in vier weken tijd. Reden: de jonge Goethe moest zijn eigen hopeloze liefde voor Lotte Buff van zich afschrijven. De periode waarin dat gebeurde was de Romantiek, een tijd waarin veel plaats was voor heftige emoties en drift. In het Duits heette dat tijdperk niet voor niets: Sturm und Drang.

Werther is de hoofdpersoon, een onuitstaanbaar ventje. Hij is verliefd op Lotte, maar die is al vergeven. Toch blijft Werther aandringen, ook nadat Lotte getrouwd is. Werther is een nietsnut; zwelgt in zelfmedelijden en moppert op alles en iedereen. De roman loopt niet goed af: Werther pleegt zelfmoord.

Die Leiden werd het allereerste cultboek uit onze westerse cultuur. Een boek waarin een hele generatie jonge Europeanen zich herkende. Werther was hypergevoelig, schopte tegen de burgelijke samenleving en dweepte met eenvoudige, maar edele meisjes. Het boek veroorzaakte een schandaal. Het verketterde de maatschappelijke verhoudingen, verheerlijkte zelfmoord en joeg de kerk tegen zich in het harnas omdat het verhaal leek op het passieverhaal met een Jezus-figuur als hoofdpersoon.

De populariteit van Die Leiden was fenomenaal. De mythe van de romantische liefde verankerde zich voorgoed in ons collectieve bewustzijn. Schrijvers en lezers hebben er eeuwenlang plezier aan beleefd. Zelfs het monster Frankenstein las het boek om zich de cultuur van de mensen eigen te maken! Er was een Werther-parfum en meubels en porselein droegen de beeltenis van de hoofdpersoon.

die wahlverwandschaften

Bij Die Leiden bleef het niet. Goethe’s belangrijkste werk was een toneelstuk: Faust. Het handelde over een wetenschapper die zijn ziel aan de duivel verkoopt in ruil voor succes. Maar ook de boeken: Wilhelm Meisters Lehrjahre (een bildungsroman over een kunstenaar) en Die Wahlverwandschaften (over een open huwelijk) zijn nog altijd het lezen waard en van invloed op schrijver en lezer.

Naast dichter en (toneel)schrijver was Goethe een man met een brede belangstelling en een alleskunner. Hij liefhebberde in mineralogie, plantkunde, biologie en meteorologie. En hij publiceerde theorieën die invloed hadden, zoals zijn Zur Farbenlehre,waarin de wisselwerking tussen licht en donker de basis was. Met zijn wetenschappelijke ideeën was hij inspiratiebron voor mensen als: Nietzsche, Wittgenstein, schilder Turner en pedagoog Rudolf Steiner. Maar ook iemand als Nikola Tesla, pionier van de wisselstroom en het roterende magnetische veld, zei geïnspireerd te zijn door Goethes Faust. Erkenning voor zijn bijzondere gaven kreeg Goethe al bij leven. In 1782 werd hij in de adelstand geheven. Hij mocht ‘von’ aan zijn naam toevoegen.

bron: Made in Europe – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014johann-wolfgang-von-goethe, famous people

Is Frankenstein actueler dan ooit?

frankenstein

bron foto: exhibitions.nypl.org

Mijn zoon zal 12 of 13 geweest zijn. Met zijn vrienden (en hier en daar een losse, maar moedige vriendin) is er een horror-avond georganiseerd. Ze gaan gezamenlijk een enge film kijken. Lichten uit, chips bij de hand en wat te drinken. Als het te spannend wordt, gaat het licht weer aan.

mary shelley, thenational.ae

Mary Shelley; bron foto: thenational.ae

Het is van alle tijden: ook bij de Britse dichters Lord Byron en Shelley thuis gaat het er in de 18-de eeuw ongeveer zo aan toe. Er wordt geen film gekeken, maar er worden elkaar griezelverhalen verteld. Onder de aanwezigen ook Mary Godwin (de latere mevrouw Shelley). Een aantal dagen later heeft ze een nachtmerrie met grote gevolgen. De nachtmerrie gaat over een geniale wetenschapper die in het verderf wordt gestort door het wezen dat hij zelf creëerde. Het werd een boek: Frankenstein of de moderne Prometheus.

Griezelverhalen bestaan al heel lang. Ook die over een wetenschapper die dode materie tot leven weet te wekken. In oude Joodse verhalen komt Golem voor. Een wrekende reus die door rabbi Löw uit klei werd geschapen om Praagse Joden te beschermen tegen antisemtische krachten. Golem kennen we nog steeds. Uit de Hobbit-film-triologie bijvoorbeeld, maar ook uit Goethe’s Zauberlehrling; Disney’s Fantasia; uit The Simpsons; the X-files en uit het Pokémon-spel (golemkaarten).

Ook in de tijd van Mary Shelley was er de gothic-novel. Bedreigde maagden, onbetrouwbare buitenlanders en sombere middeleeuwse kastelen zijn enkele gekende elementen. Ook in Frankenstein zijn de locaties zwart-somber en worden jonge vrouwen gruwelijk vermoord. Nieuw is de flinke dosis wetenschap. Shelley werd daarmee de grondlegster van een nieuw genre: de science-fiction.

De jonge Zwitserse wetenschapper Frankenstein gelooft in de zegeningen van de technologische vooruitgang. Hij knutselt uit menselijke resten een wezen in elkaar dat hij bezielt met een levenselixer. Net als de Griekse held Prometheus (die vuur van de goden stal) wordt Frankenstein gruwelijk gestraft voor zijn daad. De moraal: speel niet voor God en hoed je voor de gevaren van de techniek. Dat is een actuele discussie met de komst van kunstmatige intelligentie en gesleutel aan stamcellen en DNA.

Frankenstein is een roman met veel lagen en daardoor nog steeds actueel. Het boek gaat ook over de gekwelde kunstenaar, de nobele wilde en over de opvatting dat mannen door roeien en ruiten gaan als het gaat om leven op te wekken zonder tussenkomst van de vrouw (een opvatting die door de feministische moeder van Mary Shelley werd verkondigd).

Frankenstein werd natuurlijk wereldberoemd als film (1931, de eerste met Boris Karloff). We danken er ook het frankenstein-complex aan: onze angst voor robots. En aan diezelfde avond bij de laat-romantische Engelse dichters een andere gruwelheld: graaf Dracula. John Polidori, Byron’s lijfarts schreef The Vampyre waarop Bram Stoker zijn succesvolle roman Dracula baseerde.

Bron: Made in Europe – Peter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

Henry Raeburn schilderde veel, heel veel portretten

henry reaburn 1henry reaburn 3henry reaburn 5De Schot Henry Raeburn (1756 – 1823) schilderde in zijn werkzame leven veel portretten. Het totaal aantal gaat over de 1000 heen. Raeburn, die de Romantische school vertegenwoordigt, was niet alleen productief maar ook nog eens technisch bekwaam.

De Schot begon als schilder van miniaturen. Daar heeft hij waarschijnlijk een precies en secuur oog aan over gehouden. In zijn latere portretten is dat nauwkeurig werken met gevoel voor verhoudingen, kleuren en lichtval terug te vinden. Zijn roem in Schotland en ver daarbuiten vindt in dat bekwaam schilderen zijn oorsprong.

Voor Reaburn zijn de ontmoeting met vakgenoot Joshua Reynolds en een bezoek aan Italië van grote invloed geweest. Hij reisde hij naar Rome om Michelangelo te bestuderen maar raakte daar vooral onder de indruk van Pompeo Batoni en Giovanni Romanelli, vooral voor wat betreft hun weergave van lichteffecten.

henry reaburn 2DUMONT KIND_22_S40henry reaburn 6In tegenstelling tot vele andere Schotse kunstbroeders, ging Raeburn niet naar Engeland, maar keerde hij terug naar Schotland. Daar werd hij een belangrijk vertegenwoordiger van de Schotse Verlichting, een nieuwe bloeiperiode in het Schotse schilderen. Samen met David Wilkie is Raeburn van deze heropleving een belangrijk representant.

Raeburn liet zich inspireren door Frans Hals en Velázquez en legde beroemde Schotten als Walter Scott en James Hutton vast.

Raeburn had in zijn manier van schilderen veel belangstelling voor speciale lichteffecten. Gezichten zijn helder en scherp, terwijl de achtergrond vaak bleek, dreigend en vaag blijft. Brede vlakken vormen een sterk contrast met precieze details.

Hoe de politieke spotprent ooit begon

Bath racespolitieke prent rowlandson 2In menige krant en menig tijdschrift met een mening, mengde de politiek cartoonist zich in het debat. We kennen Opland, Jordaan, Bertram, Gorilla en Oppenheimer. Sinds de politiek tekenaar zich in het debat rond de Islam mengde, weten we dat tekeningen ook tot levensbedreigende situaties kunnen leiden en zelfs tot de dood.

politieke prent gilray 1politieke prent gilray 2

Er was een tijd waarin dat politiek tekenen begon. Hoewel het op de korrel nemen van de heersende macht (denk ook aan de nar aan het hof van de koning) waarschijnlijk zo oud is als de weg naar Rome, hangen we aan het begin van de politieke spotprent een tijd en een aantal namen. Pieter Steinz (1963 – 2016) zocht het al eens uit en deed daarvan verslag in zijn onvolprezen naslagwerk Made in Europa.

Twee Britse koffiehuis-habitués, de karikaturist Thomas Rowlandson en de etser James Gilray gelden als de grondleggers van de politieke spotprent, die in de late 18-de eeuw als kunstvorm opkwam. Als kroon op hun soms scabreuze werk werden ze door de gekroonde hoofden van hun vaderland gepaaid en vervolgd, iets wat ook het lot was van hun Frans evenknie Honoré Daumier (1808 – 1879).

politieke prent daumier 1politieke prent daumier 2Daumier beperkte zich niet tot de hoogste bomen; veel van zijn karikaturen treffen de bourgeoisie, advocaten en rechters, kleine krabbelaars in de politiek. Hij beperkte zich ook niet tot papier; in het Musée d’Orsay in Parijs zijn de kleiparodieën van zijn hand te zien die het grote voorbeeld moeten zijn geweest voor de makers  van de satirische poppenserie Spitting Image, die tussen 1984 en 1996 op de Britse tv te zien was.

politieke prent hahn 1politieke prent hahn 2

Belangrijk voor de verbreiding van de spotprent waren de onafhankelijke kranten en tijdschriften waarin maatschappijkritiek kon worden geleverd: in Frankrijk La Caricature en Le Charivari; in Engeland Punch (bedacht in 1834 het woord cartoon) en in Nederland De Notenkraker, een bijlage van dagblad Het Volk met cartoons van Albert Hahn, en De Groene Amsterdammer.

Uit: Made in Europe – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

Heine: steeds naderbij

Steeds naderbij

De slanke waterlelie / kijkt dromend naar omhoog; / daar groet de maan met teder / om liefde smekend oog;

van schaamte zinkt haar kopje / terug naar ’t spiegelend meer; / daar ziet zij aan haar voeten / die bleke minnaar weer.

heine hHeinrich Heine (1797 – 1856), Duits

Vertaling: W. L Penning

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Byron: ze schrijdt in schoonheid

byronZe schrijdt in schoonheid

Ze schrijdt in schoonheid, zoals ’n nacht / die helder is, vol sterren staat; / licht en donker, klare pracht / komt in haar ogen, haar gelaat: / vertederd tot een licht dat zacht / de mooiste dag achter zich laat.

Meer schaduw, of wat minder licht, / verzwakt de eed’le gratie; / die gaf haar lokken, haar gezicht, / hun naamloze staatsie; / en alle zoets waar zij aan dacht / droeg bij aan haar serene pracht.

En om haar mond, en op haar wangen, / speelt zacht en zonder vragen / een lach, een blos, een stil verlangen / naar vroeg’re, schone dagen; / haar ziel heeft alle rust ontvangen / om zuiver te behagen!

Lord George Gordon Byron (1788 – 1824), Brits

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982, vertaling Peter van Zonneveld

Wordsworth: sonnet op het sonnet

Sonnet op het sonnet

Smaal niet, al voorhoofd fronsend, op het klinkdicht, uit / miskenning van zijn roem: Shakespeare ontsloot zijn hart / met zulk een sleutel, en Petrarca’s liefdesmart / werd, als door luitmuziek, verzoet door dat geluid; / en Tasso, duizendmaal bespeelde hij die fluit; / Camoëns ballingsleed werd dáárdoor minder hard; / ’t blinkt hel – een mirteblad – te midden van het zwart / cipresseloof waarmee de grote Dante omsluit / zijn zienersvoorhoofd; het verlichtte – een glimwormlicht – / de zachte Spencer toen, ver van zijn feeënland, / hij tobde op donkre wegen; toen een nevel dicht / rondom op Miltons paden viel, werd in zijn hand / een schel klaroenend instrument uit het sonnet; / zieldrift – te zelden, ach! – blies hij in die trompet.

(c) The Wordsworth Trust; Supplied by The Public Catalogue Foundation

William Wordsworth (1770 – 1850), Brits

vertaling J. Decroos

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Friedrich Rückert: afscheid

friedrich rückert

Afscheid

Ik ben voor deze wereld wel verloren, / waarmee ik zoveel tijd reeds heb verdaan. / Ik heb zo lang niets van mij laten horen, / zij zal wel denken, ik ben heengegaan.

Er is mij ook niet veel meer aan gelegen / of zij mij werkelijk voor gestorven houdt. / Ik kan ook weinig inbrengen ertegen, / sinds ik mijn eigen wereld heb gebouwd.

Ik ben gestorven voor het aards gewemel / en rust in een onaangerand gebied. / Ik leef verloren in een verre hemel, / alleen in mijne liefde, in mijn lied.

Friedrich Rückert (1788 – 1866)

vertaling: Jan Vermeulen

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Brentano: de dichter

Clemens_Brentano_Christian_Friedrich_Tieck_1803

Buste van Brentano gemaakt door Christian Friedrich Tieck (1803)

De dichter

Zalig, wie zonder zinnen / zweeft, als een geest op het water, / niet als een schip – de vlaggen / wisselend der tijden, en zeilen / bollend, naar heden de wind waait. / Neen, zonder zinnen, als God zijnd: / zelf zich maar wetend en dichtend / schept hij ’t heelal, dat hij zelf is, / zonde bedrijft er de mens dan, / en dat was naar zijn wil niet! /  Doch in delen is alles. / Geen verkreeg alles, een heer heeft / alles wat is, slechts de heer niet, / eenzaam is deze en dient niet, / zo ook de Dichter.

Clemens Brentano (1778 – 1842)

vertaling: Albert Verwey

Uit: Aan een droom vol weelde onstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

Walter Scott: het viooltje

Het viooltje

Waar ’t beekje vliet met murmelend geklater, / en hazelaar en berk zich vormt tot bos, / noem’ zich ’t viooltje, aan d’effen zoom van ’t water, / der bloemen pronk door oogbekoorbre dos.

Ofschoon de dauw zijn knopjes hoger blauwen / en door zijn wicht ter aarde neigen doet; / mocht ik een oog van reiner blauw aanschouwen, / dat traan bij traan verhulde in zachter gloed.

De zomerzon zal ras die dauw doen drogen, / eer ’t heden weer in morgen is verkeerd; / niet langer blinkt de traan der smart in de ogen / van haar, die thans een ander liefde zweert!

Sir_Walter_Scott.jpg

Sir Walter Scott (1771 – 1832)

Vertaling: S.J. van den Bergh

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982