Edwin Long’s Mozes gevonden: de wensdroom van de Victoriaanse toeschouwer

Edwin_Long, mozes gevonden

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en dat is natuurlijk juist naar dat Oosten dat nooit bestaan heeft, dat van de negentiende-eeuwse, zwoele, vervalsende wensdroom. Het is een schilderij van Edwin Long (1829-1891, UK), uit 1886, en ook in zwart-wit werkt de voorstelling nog: Mozes in het biezen mandje, gevonden door de dochter van de farao. Flamingo’s, nenuphars, hiëroglyfen, marmeren trappen, weelderige, o zo oosterse palmengroei, een gebeeldhouwde leeuw met melancholiek afgewende kop rustend op zijn gestileerde, viertenige klauwen. Maar daar gaat het niet om, en ook niet om de latere wetgever in zijn bedje van gevlochten riet, het gaat om de naakte en halfnaakte vrouwen die in de wensdroom van de schilder en zijn klanten dat onbereikbare koninkrijk bevolkten. Zichtbaar, beschikbaar zitten en staan zij daar op de tot in het water reikende trappen, hun lichamen gedrapeerd naar het ademloze libido van de Victoriaanse toeschouwer, hun kuisheid beschermd door het vernis op de voorstelling, een doorzichtige, maar ondoordringbare laag van gelakte tijd die als een tombe van vijfduizend jaar om hen heen zit.

Uit: Berlijnse notities – Cees Nooteboom, Arbeiderspers Amsterdam, 1990

Advertenties

Oswald Achenbach schilderde het licht en Zuid-Italië

Achenbach-Oswald-2

Achenbach-Oswald-4

Achenbach-Oswald-6

Oswald Achenbach (1827 – 1905, Duits) was landschapsschilder, geboren in Düsseldorf, volgde zijn opleiding aan de kunstacademie en bij zijn broer Andreas, die ook schilderde. Ter verdieping van zijn natuurstudies maakte hij een reis door Tirol en Italië. Oswald werd vooral bekend door zijn bonte genrestukken en zijn Zuid-Italiaanse landschappen met opvallende lichteffecten.

Achenbach-Oswald-1

Achenbach-Oswald-3

Het sprankelende kleurenpalet van Marià Fortuny

fortuny y marsal 1fortuny y marsal 3fortuny y marsal 5Marià Fortuny, eigenlijk Marià Josep Maria Bernat Fortuny i Carbó, ook Marià Josep Maria Bernat Fortuny i Marsal, (1838 – 1874), was een Spaans kunstschilder, graficus en tekenaar.

Fortuny maakte in de stijl van Meissonier een aantal kleine genrestukken. Hij schilderde bij voorkeur werken met een opgewekte inhoud in tegenstelling tot de zwaarmoedige Spaanse traditie. Hij gebruikte een sprankelend kleurenpalet, was technisch virtuoos, schilderde mooie lichteffecten en had een voorliefde voor anekdotische details in zijn werken.

Hij had in de jaren 1870 vooral succes in Frankrijk waar de critici de opkomende impressionisten als navolgers van Fortuny zagen en op basis van hun vrije penseelvoering en heldere lichte kleuren “fortunisten” werden genoemd. Fortuny’s succes viel dus samen met de opkomst van de impressionisten hoewel hijzelf niet bij die stroming kan ingedeeld worden. Hij blijft het academische clair-obscur gebruiken en zijn voorliefde voor zwart, bruin en aardtinten onderscheidt hem duidelijk van de impressionisten. In de periode na zijn huwelijk, schilderde hij vooral taferelen uit Sevilla, Portici en Granada, landschappen, portretten en naakten.

fortuny y marsal 2fortuny y marsal 4fortuny y marsal 6

John Ruskin concludeert over schoonheid…

ruskin 2ruskin 4In zijn fascinatie voor schoonheid en de toe-eigening daarvan, kwam Ruskin tot vijf bepalende conclusies: ten eerste is schoonheid het gevolg van een complex samenspel van factoren die een psychologische en visuele invloed uitoefenen op de geest. Ten tweede hebben mensen de aangeboren neiging op schoonheid  te reageren en naar het bezit ervan te verlangen. Ten derde bestaan er vele banale uitingsvormen van deze bezitsdrift, waaronder het verlangen souvenirs en tapijten te kopen, je naam in zuilen te kerven en foto’s te nemen. Ten vierde is er slechts één manier om je schoonheid werkelijk eigen te maken, en dat is door het wezen ervan te doorgronden, door je bewust te worden van (psychologische en visuele) factoren die ervoor verantwoordelijk zijn. En tot slot kun je, om op doeltreffende wijze tot dit bewuste begrip te komen, nog het best proberen mooie plaatsen door middel van kunst te beschrijven, zonder je erom te bekommeren of je daar wel of geen talent voor hebt.

ruskin 1ruskin 3

Uit: De kunst van het reizen – Alain de Botton, Atlas Amsterdam, 2002; vertaling  Jelle Noorman

Alain de Botton (1969, Brits)

John Ruskin (1819 – 1900, Engels)

Emily Dickinson: ik stierf voor Schoonheid

– 

Ik stierf voor Schoonheid – maar was nauw / Geborgen in het Graf / Of Een die stierf voor Waarheid lag / Een scheidswand van mij af –

Zacht vroeg hij ‘Waar had ik gefaald’? / ‘In Schoonheid’, zei ik – en Hij – / ‘In Waarheid – ik – Zij twee zijn Een – / Broeder en Zuster, wij’ –

Zo, als Verwanten. ’s Nachts bijeen – / Spraken zij – Kist tot Kist – / Tot Mos de lippen had bereikt – / De namen – uitgewist –

dickinson emily,

bron foto: frenchquest.com

Emily Dickinson (1830 – 1886, USA)

Uit: Poems, the Belknap Press, Harvard University, 1955; vertaling Marko Fondse

Félix Valloton gaat intiem

Félix Édouard Vallotton (1865 – 1925, Zwitsers-Frans) was van oorsprong Zwitsers en kunstschilder. In 1900 liet hij zich tot Frans staatsburger naturaliseren.

Met een artikel in het Franse tijdschrift L’Art et l’Idée werd de aandacht op het werk van Vallotton gevestigd. Hij vestigde zijn naam als illustrator en houtgraveur en zou nog aan vele tijdschriften en ander publicaties meewerken. Vallotton was degene die de techniek van de houtgravure opnieuw leven ingeblazen heeft. Vallotton zou ook jaren met deze techniek blijven werken; een groot deel van zijn inkomsten kwam van zijn gravures.

Bevriend als hij was met Édouard Vuillard, Pierre Bonnard en Maurice Denis kwam Vallotton welhaast vanzelfsprekend ook in de jonge kunstenaarsgroep Les Nabis terecht. Aan de eerste tentoonstelling van de Nabis werkte Vallotton mee.

Met de uitwerking van de serie Intimités was Vallotton op de top van zijn artistieke loopbaan aangekomen.

Intimités was een indrukwekkend werk en werd bij publicatie meer gewaardeerd dan het schilderwerk van Valloton. Het werk omvat 10 houtsnedes, voornamelijk zwart met weinig, maar scherpe witte lijnen. Vallotton deed een poging om de emoties van de Parijse bourgeoisie te verbeelden. Het is een portret van de strijd tussen man en vrouw in theatrale scenes en suggestieve titels. Dat Valloton nogal cynisch was over de liefde, bleek uit deze serie. De afgebeelde vrouwen lijken oppervlakkig, berekenend, wreed, onverzadigbaar en triomferend over de man.

Bronnen: wikipedia; tumblr.austinkleon.com

felix-edouard-vallotton-intimites 5felix-edouard-vallotton-intimites 4felix-edouard-vallotton-intimites 3felix-edouard-vallotton-intimites 2felix-edouard-vallotton-intimites 1

Walt Whitman: een geluidloze spin vol geduld

Een geluidloze spin vol geduld

Een geluidloze spin vol geduld / merkte ik op, die afgezonderd op een uitsteeksel stond, / merkte hoe hij, om het reusachtige lege rondom te verkennen, / bedrading, bedrading, bedrading uitzond, uit zijn zelf, / het altijd weer afwond, het onvermoeibaar versnelde.

En jij o mijn ziel waar je staat, / omsingeld, losjes, in mateloze oceanen van ruimte, / die onophoudelijk peinzend gist en waagt, de sferen opzoekt om die te verbinden, / tot de brug die je nodig zult hebben af is, tot het smeedanker pakt, / tot de dunne draad die je werpt zich ergens hecht, o mijn ziel.

Walt Whitman

bron foto: hurray-usa.nl

Walt Whitman (1819 – 1892, Noord-Amerikaans)

Uit: The new Oxford book of American verse, Oxford University Press New York, 1976; vertaling Jan Eijkelboom

Emily Brontë: lang verwaarloosd…

Lang verwaarloosd…

Lang verwaarloosd en de zoete / Toverglimlach half vergaan; / Bloesem, door de tijd bezoedeld; / Schimmel tast de ogen aan.

Maar die lok van zijden haren, / Steeds nog onder ’t schilderij, / Toont hoe eens die trekken waren, / Schetst de geest hun makelij.

Schóón de hand die schreef die regel, / ‘Liefste, trouw blijf ik altoos’; / Vlugge vingers vlogen teder / Toen de pen dat motto koos.

Emily_Brontë

bron: Wikipedia

Emily Brontë (1818 – 1848, Brits)

uit: The New Oxford Book of Victorian Verse, Christopher Ricks Londen, 1972; vertaling Wiebe Hogendoorn

Chopin drukte zijn liefde voor Polen uit in polonaises

Frédéric Chopin (1810 – 1849, Pools) werd geboren in Polen maar leefde lang in Frankrijk. Zijn Poolse naam: Fryderyck Szopen. In 1830 vertrok Chopin naar het buitenland om zijn loopbaan als pianist te vervolgen. Hij zou er niet meer terugkeren. Oorzaak: in Warschau brak een opstand uit tegen de Russische tsaar. Die opstand werd bloedig neergeslagen en wat volgde was brute onderdrukking. Reden voor Chopin om niet meer terug te keren naar zijn geboorteland. Maar Polen bleef hem wel bezighouden. De meeste van Chopins piano-polonaises vinden hun oorsprong in de oorlog tegen Rusland, maar zijn vooral bedoeld als huldeblijken aan zijn moederland.

De Franse schrijfster George Sand, vriendin van de componist-pianist, noemde Chopin de grootste patriot onder de musici. Volgens haar was hij Poolser dan welke Fransman ooit Frans was geweest. Zijn ziel en zijn muziek ontsprongen aan het verwoeste en onderdrukte Polen van die tijd. Tegenwoordig zouden we zeggen dat Chopin’s polonaises en mazurka’s een typisch voorbeeld zijn van de romantische Sehnsucht naar zijn vaderland.

Chopin is om velerlei redenen een belangrijk maar vooral invloedrijk pianist-componist. Zijn composities waren vernieuwend: maakten gebruik van klassieke vormen als contrapunt en fuga, maar ook van dissonanten en halve toonafstanden. Hij gaf een nieuwe aanvulling aan klassieke vormen als de sonate, de etude en het scherzo. Veel van zijn composities kenmerkten zich door expressief pianospel met veel ritmische vrijheid. Met zijn linkerhand gaf hij het ritme aan, terwijl zijn rechterhand wonderlijke dingen deed. Het genie van de rechterhand.

Chopin werd bewonderd en gevolgd om zijn composities, maar ook zijn pianospel kende zijn weerga niet. Zijn roem reikte tot ver buiten Europa. De Amerikaanse ragtime (geïntroduceerd door de componist Gottschalk uit New Orleans) werd geschreven onder invloed van Chopin. De Antilliaanse muziekfamilies Palm en Corsen maakten danza’s en treurwalsen met de Poolse componist als bron van inspiratie.

Chopin overleed jong aan tbc. Zijn laatste wens was dat zijn hart uit het lichaam zou worden gehaald. Geconserveerd in alcohol moest het naar Warschau worden gesmokkeld om daar bijgezet te worden in een zuil van de Heiligkruiskerk. De rest van Chopin is bijgezet op de Parijse begraafplaats Père Lachaise. Daar was hij lang de grootste publiekstrekker totdat de Amerikaanse Doors-zanger Jim Morrison er zijn laatste rustplaats kreeg.

Frederic_Chopin_photo

bron foto: Wikipedia

Frédéric Chopin (1810 – 1849, Pools)

bron: Made in Europa – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

Tennyson: Zeewaarts

Crossing the border/Zeewaarts

Zonsondergang, één ster. / Hun roep: ‘vaar uit’ geldt mij! / Al is het reisdoel ver, / géén jammerend laagtij,

maar ebbend springtij, stil alsof het sliep; / géén schuimend golfgedruis / wanneer wat voortkwam uit het peilloos diep / vertrekt naar huis!

Dit avondlijk bestel, / en duisternis daarna! / Mijn schip is ree. Géén treurnis bij ’t vaarwel / wanneer ik ga.

Want ook al voert de ebstroom mij misschien / tot buiten Tijd en Ruimte mee, / ik hoop mijn Loods in het gelaat te zien / daarginds op zee.

Tennyson, raptis rare books

bron foto: raptisrarebooks.com

Lord Alfred Tennyson (1809 – 1892, Brits)

Uit: The Northern Anthology of English Literature, vol.2, Abrams New York/Londen, 1986; vertaling Wim Jonker