Melville’s Billy Budd: ‘God zegene kolonel Vere’

Herman_Melville_by_Joseph_O_Eaton, en.wikipedia.orgMelville geschilderd door Joseph O. Eaton; bron illustratie: en.wikipedia.org

Herman Melville (1819-1891, New York, USA) kent u wellicht van Moby Dick. Het klassieke meesterwerk over kapitein Ahab, walvisvaarder Peqoud en de witte potvis, die de naam Moby Dick krijgt. Ik las de novelle Billy Budd, voormarsgast. Een boek over plicht en geweten en het conflict daartussen. Net als Moby Dick is Billy Budd een boek over het maritieme, over de eigen ervaringen van Melville. Ook in Billy Budd tot in de details nauwkeurige beschrijvingen van alles aan boord van het 19-de eeuwse (zeil)schip.

Billy Budd is een jonge en Knappe Matroos. Dit laatste met hoofdletters want Billy is eigenlijk de Ideale Schoonzoon. Een jongeman met een rimpeloos karakter en een positieve invloed op zijn omgeving. Voor kolonel Vere reden om hem te benoemen tot voormarsgast op zijn oorlogsschip. Vere heeft behoefte aan betrouwbare figuren, die leidinggevende taken kunnen uitvoeren op zijn schip. Er dreigt namelijk oproer en muiterij op de schepen van de marine. Te weinig manschappen, te weinig soldij en teveel taken.

Billy heeft één minpuntje: hij stottert. Verder is hij plichtsgetrouw en voert hij de bevelen uit zonder slag of stoot. Zijn ideale karaktereigenschappen werken als een rode lap op een andere leidinggevende op het schip: Claggart, de scheepsprovoost, degene die voor orde en recht aansprakelijk is. Claggart heeft een kleine aanvaring met Billy maar dat heeft grote gevolgen. Claggart beschuldigt Billy van het plannen van muiterij. Billy wordt bij de officiële aanklacht zo geëmotioneerd dat hij niet uit zijn woorden komt. Hij geeft Claggart een klap die dodelijk blijkt. Volgens scheepsrecht moet Billy daarna ter dood worden veroordeeld. Kolonel Vere twijfelt over de juistheid van de aanklacht en over het doden van de Knappe Matroos.

Melville heeft een stijl die heel gedateerd aandoet en toch is hij de man van het Modernisme. De hoofdstukken zijn kort. Hij last soms een tussen-hoofdstuk in om toelichting te geven op een aspect van het verhaal. Zijn karakterbeschrijvingen en de innerlijke beleving zijn uitgebreid en verhelderend. Het boek gaat over de innerlijke strijd die Vere voert tussen plicht en geweten. De zinnen van Melville nodigen vaak uit tot meerder keren lezen om precies te snappen wat hij bedoelt. De zinnen zijn lang, uitwijdend en van vaak van tegenstellingen voorzien. Geen makkelijk leesbare kost maar de karakters komen tot leven. Vere, Claggart en Budd zijn herkenbare karakters. Melville schuwt de emotie en de humor niet. Zoals uit onderstaande fragmenten moge blijken.

Een vlootpredikant is zo te zeggen de vertegenwoordiger van de Vredesvorst, dienend in het leger van de oorlogsgod Mars. Als zodanig is hij even misplaatst als een musket op een kerstaltaar. Waarom hij er dan is? Omdat hij zijdelings het doel dient, uitgedrukt door het kanon, en omdat hij de sanctie van het geloof der zachtmoedigen verleent aan datgene wat in werkelijkheid de terzijdestelling van alles behalve geweld betekent.

(..)

Billy stond met het gelaat naar de kampanje gericht. Op het allerlaatste ogenblik waren zijn woorden, de enige woorden, volkomen onbelemmerd in de uiting ervan, deze: ‘God zegene kolonel Vere!’ Deze woorden, zo onverwacht komend van iemand met het onterende hennep om zijn hals, een zegening door een algemeen als misdadiger beschouwde, gericht tot de ereplaats aan dek, woorden ook, geuit met de heldere melodie van een zangvogel op het punt om van een twijg op te vliegen, hadden een fenomenale uitwerking, nog verhoogd door de zeldzame persoonlijke schoonheid van de jonge matroos, nu vergeestelijkt door de laatste zo treffend diepe ervaringen.

Uit: Billy Budd voormarsgast, Wereldbibliotheek Amsterdam, 2006

Herman Melville (1819-1891, New York, USA)

De Balzac en de adelijke sex

Honore_de_Balzac, wikipediaDe Balzac, buste gemaakt door Jean-Alexandre-Joseph Falguière; bron foto: wikipedia.org

Hoe heurt  het eigenlijk? Bent u ook zo nieuwsgierig naar hoe de adel zich beweegt in het huidig tijdsgewricht? Ik niet. Maar met de adel heb je wel eens van doen als je een boek leest. Meestal zijn dat boeken uit een ander tijdsgewricht. Toen edelen maatschappelijk-economisch van belang waren. Die tijd ligt alweer wat verder weg op de balk, die het ordent.

Ik las Honoré de Balzac, een aantal van zijn korte verhalen. Daarin verhaalt jongeman Jacob van Baune hoe hij probeert de dochter van de koning te schaken zodat hij zicht krijgt op meer: eer, belang, welvaart, land, bezit. Sex dient hier als glijmiddel. De jongeman is van het opschepperige, blufferige type.

‘Laten we het eerst over iets anders hebben,’ sprak de dame. ‘Hebt ge niet een beetje gejokt en overdreven toen ge het had over…, over eh…, over het aantal maanden, dat het jaar telt en zo?’

‘Waarachtig niet,’ sprak hij vurig.

‘Nou, goed dan,’ antwoordde de koningsdochter. ‘Ik herroep niets van hetgeen ik u reeds gezegd mocht hebben. Gij zijt mij zeer welgevallig en ik zal uw beschermvrouwe zijn.’ En met deze woorden maakte zij het de jongeling duidelijk, dat het kleine donderhannesje, dat die onwetende heidenen Amor genoemd hebben, te springen stond van ongeduld. Waarop hij alles terzijde en zichzelf aan de voeten van zijn meesteres wierp, deze kuste, vervolgens haar handen, haar knieën en hogerop, terwijl zij zich als een ware regentes, aan wie grote, heuvelachtige, rijke en beboste goederen zijn toevertrouwd, tegen alle over- en invallen met vuur verdedigde. De strijdlust barsste haar als het ware uit alle poriën te voorschijn, zij schreeuwde woeste bedreigingen, trachtte de vijand van zich te werpen, zij maltraiteerde hem met knepen, knijpen, klappen, kloppen, kortom, zij was een formidabele tegenstandster. En wat Jacob van Baune betreft, hij vond de dame onder de lakens niet meer zo oud als hij eerst wel had gedacht, er brandde nog maar één, een zeer schuchter bedlampje, een betoverend lampje, een lampje dat behekste, dat alles door elkaar husselde, leeftijden, illusies, visioenen. Ja, zo is dat, menige vrouw die in vol daglicht vijftig jaren telt, wordt bij zulk bedrieglijk licht tussen de beddelakens twintig, terwijl menig twinitigjarige tussen een zelfde soort lakens opeens wel een honderdjarige lijkt. De jongeling evenwel was er niet rouwig om, om de donder niet, hij gaf geen acht op alle wee- en ach-gekweel, dat hij uit volle borst overbrulde, kortom, hij deed zijn best. En buiten zichzelf van ellende, of welk ander gevoel het ook geweest mag zijn, beloofde de regentes hem kermend dat zij hem de heerlijkheid Ridel-Alzay, de genade voor zijn vader, diens eerherstel, àlles wat maar goed en edel en heerlijk was, zou schenken, indien hij als triomfator zou voleinden.

Uit: Van dolle, drieste, dwaze dingen, Meulenhoff Den Haag, 1961; vertaling Tim Maran

Honoré de Balzac (1799-1850, Tours, F)

Eigenzinnige Carpeaux maakte zijn werk bereikbaar

JB Carpeaux 4JB Carpeaux 6JB Carpeaux 8JB Carpeaux 10Jean Baptiste Carpeaux (1827-1875, Valenciennes, Frankrijk) geldt als één van de grootste beeldhouwers van zijn tijd. Zijn werk is academisch (het ambacht beeldhouwen tot in de puntjes behersen) en het tegenovergestelde van de toenmalige Zeitgeist. Carpeaux was zeer invloedrijk en een wegbereider voor bijvoorbeeld iemand als Auguste Rodin.

Zijn werk is realistisch, ritmisch en zeer gevarieerd. In 1854 wint hij de Prix de Rome voor zijn werk. Dat maakte het mogelijk om een aantal jaren naar Rome te gaan. Daar liet hij zich beïnvloeden door het werk van Michelangelo, Donatello en Verrocchio. Hij vestigde zijn reputatie met de werken Napolitaanse vissersjongen en Ugolino en zijn zonen. Dat bracht hem in de gunst van Napoleon de Derde en bracht hem een zee aan opdrachten voor bustes.

Voor de Parijse Opéra ontwierp hij de beeldengroep De Dans. Dat bracht verhitte discussies tot stand in het academische milieu. Velen vonden het werk immoreel.

Om zijn eigenzinnige werk te kunnen bekostigen, maakte Carpeaux hele series die voor een lage kostprijs van de hand konden. Dat maakte zijn werk beschikbaar voor velen, ook voor diegene die minder geld hadden.

JB Carpeaux 1JB Carpeaux 3JB Carpeaux 5JB Carpeaux 7

Landschap en herinnering: het kathedraal-bos

Caspar_David_Friedrich_-_The_Cross_in_the_Mountains, wikipedia commons

Het kruis in de bergen van Caspar David Friedrichs (circa 1811)

De evolutie van Noordeuropese boomaanbidding via de chistelijke iconografie van de levensboom en het houten kruis tot aan beelden als Caspar David Friedrichs (1798-1840, Dresden, Duitsland) uitgesproken associatie tussen de altijdgroene spar en de architectuur van de wederopstanding (zie illustratie) kan esoterisch lijken. Maar in werkelijkheid leidt zij rechtstreeks naar het wezen van onze diepste verlangens: de hunkering om in de natuur troost te vinden voor onze sterfelijkheid. Daarom vinden we groepjes bomen, met hun jaarlijkse belofte van de ontwakende lente, een passend decor voor ons stoffelijk overschot. Het mysterie achter deze gemeenplaats blijkt veel te zeggen over de intiemste relatie tussen natuurlijke vorm en menselijk ontwerp.

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer

Edwin Long’s Mozes gevonden: de wensdroom van de Victoriaanse toeschouwer

Edwin_Long, mozes gevonden

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en dat is natuurlijk juist naar dat Oosten dat nooit bestaan heeft, dat van de negentiende-eeuwse, zwoele, vervalsende wensdroom. Het is een schilderij van Edwin Long (1829-1891, UK), uit 1886, en ook in zwart-wit werkt de voorstelling nog: Mozes in het biezen mandje, gevonden door de dochter van de farao. Flamingo’s, nenuphars, hiëroglyfen, marmeren trappen, weelderige, o zo oosterse palmengroei, een gebeeldhouwde leeuw met melancholiek afgewende kop rustend op zijn gestileerde, viertenige klauwen. Maar daar gaat het niet om, en ook niet om de latere wetgever in zijn bedje van gevlochten riet, het gaat om de naakte en halfnaakte vrouwen die in de wensdroom van de schilder en zijn klanten dat onbereikbare koninkrijk bevolkten. Zichtbaar, beschikbaar zitten en staan zij daar op de tot in het water reikende trappen, hun lichamen gedrapeerd naar het ademloze libido van de Victoriaanse toeschouwer, hun kuisheid beschermd door het vernis op de voorstelling, een doorzichtige, maar ondoordringbare laag van gelakte tijd die als een tombe van vijfduizend jaar om hen heen zit.

Uit: Berlijnse notities – Cees Nooteboom, Arbeiderspers Amsterdam, 1990

Oswald Achenbach schilderde het licht en Zuid-Italië

Achenbach-Oswald-2

Achenbach-Oswald-4

Achenbach-Oswald-6

Oswald Achenbach (1827 – 1905, Duits) was landschapsschilder, geboren in Düsseldorf, volgde zijn opleiding aan de kunstacademie en bij zijn broer Andreas, die ook schilderde. Ter verdieping van zijn natuurstudies maakte hij een reis door Tirol en Italië. Oswald werd vooral bekend door zijn bonte genrestukken en zijn Zuid-Italiaanse landschappen met opvallende lichteffecten.

Achenbach-Oswald-1

Achenbach-Oswald-3

Het sprankelende kleurenpalet van Marià Fortuny

fortuny y marsal 1fortuny y marsal 3fortuny y marsal 5Marià Fortuny, eigenlijk Marià Josep Maria Bernat Fortuny i Carbó, ook Marià Josep Maria Bernat Fortuny i Marsal, (1838 – 1874), was een Spaans kunstschilder, graficus en tekenaar.

Fortuny maakte in de stijl van Meissonier een aantal kleine genrestukken. Hij schilderde bij voorkeur werken met een opgewekte inhoud in tegenstelling tot de zwaarmoedige Spaanse traditie. Hij gebruikte een sprankelend kleurenpalet, was technisch virtuoos, schilderde mooie lichteffecten en had een voorliefde voor anekdotische details in zijn werken.

Hij had in de jaren 1870 vooral succes in Frankrijk waar de critici de opkomende impressionisten als navolgers van Fortuny zagen en op basis van hun vrije penseelvoering en heldere lichte kleuren “fortunisten” werden genoemd. Fortuny’s succes viel dus samen met de opkomst van de impressionisten hoewel hijzelf niet bij die stroming kan ingedeeld worden. Hij blijft het academische clair-obscur gebruiken en zijn voorliefde voor zwart, bruin en aardtinten onderscheidt hem duidelijk van de impressionisten. In de periode na zijn huwelijk, schilderde hij vooral taferelen uit Sevilla, Portici en Granada, landschappen, portretten en naakten.

fortuny y marsal 2fortuny y marsal 4fortuny y marsal 6

John Ruskin concludeert over schoonheid…

ruskin 2ruskin 4In zijn fascinatie voor schoonheid en de toe-eigening daarvan, kwam Ruskin tot vijf bepalende conclusies: ten eerste is schoonheid het gevolg van een complex samenspel van factoren die een psychologische en visuele invloed uitoefenen op de geest. Ten tweede hebben mensen de aangeboren neiging op schoonheid  te reageren en naar het bezit ervan te verlangen. Ten derde bestaan er vele banale uitingsvormen van deze bezitsdrift, waaronder het verlangen souvenirs en tapijten te kopen, je naam in zuilen te kerven en foto’s te nemen. Ten vierde is er slechts één manier om je schoonheid werkelijk eigen te maken, en dat is door het wezen ervan te doorgronden, door je bewust te worden van (psychologische en visuele) factoren die ervoor verantwoordelijk zijn. En tot slot kun je, om op doeltreffende wijze tot dit bewuste begrip te komen, nog het best proberen mooie plaatsen door middel van kunst te beschrijven, zonder je erom te bekommeren of je daar wel of geen talent voor hebt.

ruskin 1ruskin 3

Uit: De kunst van het reizen – Alain de Botton, Atlas Amsterdam, 2002; vertaling  Jelle Noorman

Alain de Botton (1969, Brits)

John Ruskin (1819 – 1900, Engels)