Rosa Bonheur schilderde en tekende dieren en hoe…

rosa bonheur; dierenrosa bonheur; dieren3rosa bonheur; dieren5

Rosa Bonheur (1822-1899, Bordeaux, Fr) was in 1850 beroemd en in 1853 wereldberoemd omdat ze een schilderij wist te verkopen aan de Franse keizer Lodewijk Napoleon: de Paardenmarkt. Een schilderij dat indruk maakt omdat het uitstekend laat zien waar het in schilderen om zou moeten gaan: het in verf omzetten van een illusie van licht, beweging en leven. Iets dat haar ook lukte met Labourage Nivernais waarop ploegende ossen aan het werk te zien zijn.

Rosa Bonheur was om meerdere redenen een opmerkelijke vrouw. Ze groeide op in het atelier van haar ouders. Haar vader was een aanhanger van de ideeën van Saint-Simon, die een universeel gelijkheidsideaal voorstond, en van Geoffroy de Saint-Hilaire die vooruit liepen op de opvattingen van Charles Darwin inzake de evolutie. Het was thuis levendig en studieus. Rosa legde al vroeg speciale belangstelling voor dieren aan de dag. Ze kreeg haar eigen menagerie met allerlei beestenspul, 5-hoog in een Parijs atelier. Op haar negentiende sneed ze in dode dieren om haar anatomische kennis te verfijnen. Op bekende Salons liet ze haar geschilderde en getekende dieren zien, die eerst geen indruk maakten, maar daarna steeds meer, totdat keizerin Eugenie besloot haar Paardenmarkt aan te schaffen. Kostje gekocht.

Bonheur verkeerde vanaf dat moment in de hoogste kringen. Kleedde zich opmerkelijk en hield er lesbische relaties op na. Een vrouw van de wereld, die goed verdiende, zich laafde aan de geneugten van het leven en overduidelijk haar eigen feministische pad trok. Rosa Bonheur werd als eerste vrouw benoemd tot Officier in het Franse Legioen van Eer.

bron: het feest achter de gordijnen – Mariëtte Haveman, Kunst en Schrijven Lochem, 2011

rosa bonheur; dieren2rosa bonheur; dieren4rosa bonheur; dieren6

Parijs voor de verbouwing

henry le secq; parijs3henry le secq; parijs5henry le secq; parijs6

In de negentiende eeuw veranderde het aangezicht van Parijs. Wijken werden platgelegd om plaats te maken voor de grote boulevards van Haussmann. Bewoners begonnen meer oog te krijgen voor het oude, middeleeuwse Parijs. Er werden restauratieprojecten gestart voor onder andere Notre Dame en op het Ile de la Cité.

Tekenaar Charles Meryon (1821-1868) en fotograaf Henry Le Secq (1818-1882) hielden van de oude stad en wilden de karakteristieke plekken vastleggen.

Meryon was marineofficier en reisde veel en vaak. Zijn indrukken legde hij vast in minieme en gedetailleerde tekeningen. Omdat hij kleurenblind was gebruikte hij tekeningen en etsen. Zijn tekeningen en etsen die Parijs als onderwerp hadden, werden beroemd onder de noemer: Eaux-fortes sur Paris. Meryon is relatief onbekend gebleven. Dat had te maken met zijn gebrek aan marketing-gevoel en met zijn psychische problemen die hem deden belanden in een inrichting.

Omdat Meryon wel bekend was in kleine kring, gaf fotograaf Henry Le Secq hem opdracht etsen en tekeningen te maken van het veranderend Parijs. Die zijn gelukkiog bewaard gebleven en geven een mooi (en geromantiseerd) beeld van hoe de lichtstad er toen uitzag.

bron: Hommes de valeur, Fantin-Latour en Redon en tijdgenoten, Waanders Zwolle, 2002

Charles_Meryon, eaux fortes7Charles_Meryon, eaux fortes4Charles_Meryon, eaux fortes2

Tsjechov: Liefde in 19-de eeuws Rusland is…

tsjechov; regionoordtvbron beeld: rtvnoord.nl

Zij neemt een boek ter hand, gaat tegenover mij zitten en begint haar lippen te bewegen… Ik kijk naar dat kleine voorhoofd van haar, naar de op en neer gaande lippen en verzink in gepeins.

Ze is nu bijna twintig… denk ik. Als je daar eens een intelligente jongen van dezelfde leeftijd naast zet, wat een verschil! Een jongen heeft parate kennis, overtuigingen en ook een stel hersens.

Maar ik vergeef haar gaarne dit onderscheid, zoals ik haar dat lage voorhoofdje en de prevelende lippen vergeef… Nog kan ik me heel goed herinneren, hoe ik in de tijd, toen mij de wilde haren nog niet uitgevallen waren, een vrouw de bons placht te geven als ik een vlekje op haar kous ontdekte, of als er één enkele domme opmerking uit haar mond kwam, als zij haar tanden niet had gepoetst – maar kijk, nu vergeef ik alles: dat gekauw, dat gezannik met die kurkentrekker, haar slordigheid en die ellenlange verhalen over niemandalletjes. Bijna onbewust zie ik dat allemaal door de vingers, zonder dat ik mijn wil geweld aan hoef te doen, net of Sasja’s tekortkomingen de mijne waren. En een heleboel dingen die mij vroeger ergerden, brengen mij nu in een stemming van vertedering, zelfs tot verrukking. Alle motieven van vergevingsgezindheid liggen in mijn liefde voor Sasja besloten, maar waarin de motieven van de liefde zelf liggen – dat zou ik heus noet weten.

uit: liefde; uit: Huwelijksverhalen, Muntinga Amsterdam, 1996; vertaling Charles B. Timmer

Abbie Burgess en ‘haar’ vuurtorens op Matinicus Rock

martinicus rock vuurtoren; mainelightstoday.com

bron beeld: mainelightstoday.com

Op Matinicus Rock, een eiland voor de kust van Maine (USA), stonden twee vuurtorens. Op het eiland vind je geen boom, struik of zelfs maar een grassprietje. De chaotische stapel losse stenen waaruit het eiland lijkt te bestaan, heeft te lijden van de voortdurende invloed van de golven, die het eiland borstelen en een beetje verplaatsen.

Aan Matinicus Rock is de naam van Abbie Burgess verbonden. Zij kwam als zestienjarige op het eiland met haar ouders en jongere zusjes. Abbie zou haar vader gaan helpen bij het onderhoudswerk aan de vuurtoren en bij het verzorgen van haar ziekelijke moeder.

In januari 1856 voer vader Samuel Burgess uit om nieuwe voorraden in te slaan. Tijdens zijn afwezigheid stak er plotseling een zware storm op waardoor hij niet terug kon naar het eiland. Na drie dagen begon het nog harder te waaien, de zee werd alsmaar ruwer en het merendeel van het eiland kwam onder water te staan. Toen ook hun huis blank stond, verplaatste Abbie haar moeder en haar zusjes naar de enige veilige plek waar ze konden schuilen: de vuurtoren aan de noordkant van het eiland. Met het water tot aan haar knieën waagde ze het de kippen die nog in de ren liepen in veiligheid te brengen. Op één na wist ze alle kippen te redden. Een paar tellen later werd het eiland overspoeld door een metershoge vloedgolf en het huis en de kippenren werden weggevaagd. Ze zaten vier weken in de vuurtoren vast en overleefden op het rantsoen van één kopje maïs en één ei per dag. Ondertussen zorgde Abbie ervoor dat het licht bleef branden.

Ten slotte ging de storm liggen. Samuel Burgess keerde met een beklemd gemoed terug naar het eiland, hij was bang dat hij zijn gezin niet zou terugzien. Maar het was een gelukkige hereniging. Ze waren allemaal veilig en ongedeerd.

Vijf jaar later kreeg Matinicus Rock een nieuwe vuurtorenwachter. John Grant arriveerde in gezelschap van zijn zoon Isaac om voor het licht op het eiland te zorgen. Het gezin Burgess moest verhuizen, al bleef Abbie nog een tijdje in de vuurtoren achter om de nieuwe vuurtorenwachters in te werken. Tussen Abbie en Isaac sloeg de vonk over en wat onstuimigheid betreft deed hun romance niet onder voor de golven van de Atlantische Oceaan. Abbie zou Matinicus Rock nooit meer verlaten. Een jaar later trouwde het stel en uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren die opgroeiden in meedogenloze stormen.

Abbie Burgess overleed in 1892. In haar laatste brief schreef ze dat ze vaak over de oude lampen van Matinicus Rock droomde en zich afvroeg of haar ziel, nadat hij haar uitgeputte lichaam zou hebben verlaten, voor de vuurtoren bleef zorgen.

Vuurtorens van Matinicus Rock

Architect: Alexander Parris; bouwjaar 1827; ontstoken 1846; geautomatiseerd 1983; nog actief; twee ronde torens van graniet; hoogte 14,5 meter; lichthoogte 27 meter; dracht 20 zeemijl; lichtkarakter elke 10 seconden één schittering van wit licht.

bron: Atlas van de vuurtorens aan het einde van de wereld – José Luis González Macïas; Meulenhoff Amsterdam, 2021; vertaling Irene van de Mheen

martinicus rock; flickr.com

bron beeld: flickr.com

Tsjechow ontneemt de letterkundeleraar de illusie

tjsechov; blogspot.combron beeld: blogspot.com

Wat maakt de mens de mens? Wat bepaalt geluk? Hoe ziet het ideale huwelijk eruit? Schrijver Anton Tsjechow (1860-1904) hield zich in zijn korte verhalen graag bezig met de psyche van de mens. Dat was ook in de mode, toen. In de bundel Huwelijksverhalen gaat het over het huwelijk en hoe betrokkenen daartoe geraken en hoe het hen vergaat.

In De letterkundeleraar volgen we de jonge leraar Nikitin, die met al zijn ambities voor de klas staat op het Russische platteland. Naast plezier in zijn werk, moet er op het privévlak nog wat puntjes op de i gezet worden. Zijn oog is gevallen op Manjoesja. En het lukt haar te schaken. Goede baan, plezier in het werk, de liefde van je leven trouwen: niets staat geluk in de weg. Maar de twijfel slaat toe. Nikitin trekt zich even terug in zijn studeerkamer:

Wat een onzin! probeerde hij zichzelf te kalmeren. Je bent pedagoog, verricht je werk op het nobelste terrein dat zich denken laat… Wat moet je dan nog met een andere wereld? Wat een geklets!

Maar al op hetzelfde ogenblik zei een stem in hem met volle overtuiging dat hij helemaal geen pedagoog was, maar een ambtenaar, precies zo’n onbegaafde, karakterloze figuur als die Tsjech, die Grieks doceerde; hij had nooit enige roeping voor het leraarsvak gevoeld, van opvoedkunde had hij geen verstand en hij had er zich nooit voor geïnteresseerd, met kinderen omgaan kon hij niet; de werkelijke betekenis van wat hij doceerde ontging hem en het kon best zijn dat hij zijn kinderen dingen leerde, waar zij niets aan hadden. Wijlen Ippolit Ippolitytsj was openlijk een botterik geweest en alle collega’s en leerlingen hadden geweten, wat voor vlees ze met hem in de kuip hadden en wat je van hem verwachten kon; hij, Nikitin daarentegen had net als de Tsjech zijn geborneerdheid weten weg te moffelen, hij had alle mensen handig zand in de ogen weten te strooien door net te doen, of bij hem goddank alles op rolletjes ging. Deze nieuwe gedachten joegen Nikitin zo’n schrik aan dat hij ze van zich afweerde, ze dwaasheden noemde en meende dat het allemaal van de zenuwen kwam en dat hij zichzelf er later om zou uitlachen.

En inderdaad, tegen de ochtend lachte hij al om zijn opgewondenheid en schold zichzelf uit voor een oud wijf, maar hij was er wel diep van doordrongen dat het vermoedelijk voorgoed afgelopen was met zijn rust en dat er voor hem in dat ongepleisterde huis met zijn twee verdiepingen al geen sprake meer van geluk kon zijn. Hij besefte dat zijn illusie in rook was opgegaan en dat er voor hem nu een nieuw, gejaagd, bewust leven was begonnen, dat onverenigbaar was met rust en persoonlijk geluk.

uit: de letterkundeleraar; uit: Huwelijksverhalen, Maarten Muntinga Amstredam, 1996; vertaling Charles B. Timmer

Anton Tsjechow (1860-1904, Taranrog, Rus)

James Tissot schilderde de Nouveau Riche

James-Tissot; nouveau richeJames-Tissot; nouveau riche3James-Tissot; nouveau riche5The Ball on ShipboardJacques Joseph Tissot (1836-1902, Fr) werd geboren in het Franse Nantes maar werd bekend als James Tissot omdat een belangrijk deel van zijn loopbaan zich in Groot-Brittannië afspeelde. Daar maakte hij furore en verdiende hij veel geld met het portretteren van de Nouveau Riche van die tijd.

‘Tissot, dat complexe wezen, een melange van mysticisme en aanstellerij, een moeilijkdoener in weerwil van een intelligente kop en de ogen van een gekookte vis, hartstochtelijk, met elke twee of drie jaar een nieuw appassionnement waarmee hij een nieuw contract met het leven sluit,’ aldus kritische tijdgenoten over de mooi-schilder, die een voorkeur had voor vrouwen die prachtig gekleed waren. Volgens critici waren het verkeerde jurken namelijk die van de Nouveau Riche. Volgens anderen was Tissot in onze tijd vermoedlijk mode-fotograaf geworden.

Tissot schaamde zich een beetje voor de schilderijen waarop de mooi geklede vrouwen te zien zijn. Terug in Frankrijk viel hij terug op een zweverige variant van het katholicisme en ging hij bijbelse voorstellingen maken. Het negentiende eeuwse publiek was erg onder de indruk.

De mooiste van Tissots schilderijen hebben een kwaliteit die het oog gevangen houdt, waardoor je blijft turen naar zo’n verschijning, gehuld in fabelachtige geschilderde stoffen, zwart kant, zijde, bont en wol.

(..) Bij Tissot bevond zijn beste, meest indringende werk zich daar waar noch hijzelf noch de kritiek het zocht: in de aankleding, de ambiance, de gevoelige weergave van kleinigheden.

(..) Tissots grote kracht lag in de transparante glans, de koele glasheldere precisie die boombladeren of voorwerpen op een tafel kunnen hebben, in een bepaald licht. Ik ken geen schilder die daar beter in was.

fragmenten uit: het feest achter de gordijnen – Mariëtte Haveman, Kunst en Schrijven Lochem, 2011

james tissot; nouveau riche8James-Tissot; nouveau riche2James-Tissot; nouveau riche4James-Tissot; nouveau riche6

Jean Léon Gérôme: rijk in de verbeelding

Jean-Leon Gerome; handschrift2Jean-Leon Gerome; handschrift4Jean-Leon Gerome; handschrift6

Jean-Léon Gérôme (1824-1904, Frans) was een Franse schilder en beeldhouwer. Hij weigerde mee te gaan in het door Monet en Manet begonnen Impressionisme en trachtte vast te houden aan de traditie van het Franse Neoclassicisme. Veel van zijn werk ademt een historische, oriëntalistische sfeer.

Jean-Leon Gerome; handschriftJean-Leon Gerome; handschrift3Jean-Leon Gerome; handschrift5

Jean-Léon Gérôme wordt verweten een kunstenaar te zijn zonder herkenbaar handschrift waarin zijn artistieke persoonlijkheid afleesbaar is. Gërôme was in technische zin een beter schilder dan veel van zijn leeftijdgenoten. Hij gaf veertig jaar les aan een paar duizend studenten, maar kreeg nooit een overzichtstentoonstelling tijdens zijn leven.

Zijn schilderijen zijn een soort fata morgana’s. Het zijn voorstellingen die uitnodigen tot een gretige absorptie, een behoefte om alles te bekijken, elk detail in je op te nemen; het zijn een soort visuele lekkernijen.

Het ontbrak Gérôme aan een gebrek, aan iets dat moest worden opgelost, iets waar alle krachten voor gebundeld moesten worden. Hoe paradoxaal ook, in de kunst is dat tot op zekere hoogte een nadeel.

Hij was groot in datgene waar de kunst van die eeuw het best in was: in de evocatie, de rijkdom en de verbeelding.

fragmenten uit: het feest achter de gordijnen, schilders van de 19-de eeuw – Mariëtte Haveman, Kunst en Schrijven Lochem, 2011

Het lezende meisje van Franz Eybl

Wat vooraf ging: In het Duitse taalgebied werd de term Emfindsam snel een sleutelwoord voor de nieuwe burgelijke levenswijze waarin het gevoelsleven werd gecultiveerd en verhevigd. De lectuur stond centraal in de ontwikkeling van de fijngevoeligheid van het individu. Lezen betekende voortaan zich verplaatsen in de gevoelens van iemand anders, neergeschreven op papier, om daarbij de horizon van de eigen gevoelsmogelijkheden te peilen en te verbreden.

Franz_Eybl; shirleytwofeathers.com

Lezend meisje, 1850, Franz Eybl (1806-1880, Wenen, Oostenrijk), bron beeld: shirleytwofeathers.com

De jonge vrouw gaat volledig op in haar lectuur. Ongemerkt is de blouse van haar schouder gegleden. De rechterhand, die nu en dan met de dunne halsketting speelt, rust op haar borst. Het boek snijdt haar de adem af. Omdat het verhaal zo spannend is dat ze absoluut wil weten hoe het verder gaat? Mogelijk, maar vooral omdat de lectuur haar inlevingsvermogen stimuleert en versterkt. De innerlijke opwinding van de lezeres wordt zelfs weerspiegeld in de openwaaierende pagina’s. De gelezen bladzijden liggen niet meer precies op elkaar, zodat het licht erdoorheen kan spelen.

De bekoring van het schilderij ligt in de combinatie van innerlijke bewogenheid met uiterlijke passiviteit. De schilder, Franz Eybl, die zijn geboortestad Wenen nooit verliet, had daar in de hogere kringen veel succes als genre- en portretschilder. Zijn voorkeur ging uit naar de idylle in het dagelijkse leven van de biedermeiertijd. Hij schilderde niet zozeer acties, als wel expressievormen van het innerlijke leven. Dit op het doek te vatten was in de 19-de eeuw de grote uitdaging voor de schilderkunst. We zien een jonge vrouw die volledig opgaat in de lectuur. Haar gedachten lijken even argeloos te zijn als haar lieftallige en onschuldige gezicht.

uit; vrouwen die lezen zijn gevaarlijk – Stefan Bollmann, AUP Amsterdam; vertaling Hilde Pauwels

Bijna iedere dag muziek: Robert Schumann

Als Lenny werkt luistert hij vaak naar muziek. Het klassieke pianorepertoire ken ik inmiddels vrij goed. Beethoven bevalt me het best. Maar een kort stuk van een andere componist, wiens naam ik niet ken, ontroert me altijd het meest.

Het gaat zo: een vogel kwinkeleert welluidend maar zinloos voor zich heen, zo’n anderhalve minuut lang, het lijkt lange tijd nergens over te gaan, maar dan zet er opeens een ruisende brede melodie in vol wijsheid, inzicht en belofte. Die breekt even plotseling weer af, de vogel kwinkeleert nog even onbeduidend voor zich heen, en dan is het afgelopen.*

*Robert Schumann, Vogel als Prophet

uit: het licht aan het einde van de loop, autobiografie van een kogel – Martin Michael Driessen, Van Oorschot Amsterdam, 2022

Robert Schumann (1810-1856, Zwickau, Dld)

Tsjechov: scenes uit een huwelijk

themoscowtimes.combron beeld: themoscowtimes.com

In het korte verhaal Tranen, die de wereld niet ziet vertelt Anton Tsjechov (1860-1904) het verhaal van een man die met zijn vrienden op stap is. Er wordt stevig gedronken en het wordt laat. De trek slaat toe. In de kroeg is geen eten meer te krijgen.

‘Nee, dat houd ik niet langer uit!’ zei hij. ‘Dat gaat zo niet verder! Ik ga naar huis en vind wel wat van mijn gading. Luister eens, heren, komt u toch met mij mee! Verdomd ja, dat doen we! We drinken dan nog een borreltje en eten wat we te pakken kunnen krijgen. Augurkjes, worstjes… en we zetten er de samowar bij op… Wat denken jullie daarvan? En dan gaan we het over de cholera hebben en allerlei herinneringen uit de goede oude tijd ophalen… Mijn vrouw slaapt, maar we zullen haar niet wakker maken… We doen het stilletjes…. Vooruit, kom mee!’

Maar ja, zijn vrouw wordt wakker (gemaakt) en is duidelijk in haar reactie:

‘O, God, wat een bezoeking! Ben je soms helemaal gek geworden? Wat moet ik nu met gasten op zo’n uur? Ze moesten zich schamen, die verlopen schooiers, om de mensen midden in de nacht lastig te vallen! Waar is dat ooit vertoond, dat er ’s nachts bezoek kwam?… Denken ze soms, dat dit een kroeg is? Ik zou wel idioot zijn als ik je de sleutels gaf! Laten ze hun roes uitslapen en morgen terugkomen!’

uit: tranen, die de wereld niet ziet; uit: de Russische bibliotheek, Van Oorschot Amsterdam, 1996