De vogels van Jan Mankes

mankes, vogels6mankes, vogels8mankes, vogels2mankes, vogels4‘Mankes was niet zo goed in figuren, vooral niet in de menselijke, en daarom hield hij zijn voorstellingen plat, schilderde hij de dingen frontaal. Om er leven in te krijgen sloeg hij aan het ‘puimen’: een techniek waarbij de olieverf in dunne laagjes werd aangebracht en met een puimsteen weer werd afgeschuurd. Zo kregen de werken hun dromerige karakter.’, aldus Stefan Kuiper in De Volkskrant van 16 april jl.

Juist die dromerigheid maakt zijn werk bijzonder en uniek, vind ik. Jan Mankes (1889-1920, Meppel) was vooral graficus. Hij kreeg zijn opleiding aan glasschilderfabriek in Delft en volgde daarna avondlessen aan de Haagse academie. Hij schilderde dieren, stillevens, landschappen en portretten. Dat deed hij doorgaans in vlakke, gedempte kleuren waarbij hij ‘puimde’.

Mankes werd niet oud maar was productief. Wat talrijk restte was zijn grafisch werk, vooral de houtsneden. De vele vogels die hij tekende, etste, schilderde zijn vooral door de dromerige stijl een lust voor het oog.

Mankes, vogels1mankes, vogels3mankes, vogels5mankes, vogels7

Achmatova: Goeiedag!

anna-achmatova, laboratoripoesia.itbron foto: laboratoripoesia.it

Goeiedag! Hoor je dat licht geruis

Goeiedag! Hoor je dat licht geruis / Rechts van de tafel? / Je zal deze verzen niet afmaken, want / Ik ben naar je toegekomen. / Zal je me niet weer krenken / Zoals laatst, – / En zeggen dat je geen handen ziet, / Mijn handen niet en mijn ogen / Bij jou is het eenvoudig en klaar. / Ach, jaag me niet daarheen, waar onder / De benauwende boog van de brug / Het smerige koude water versteent.

1913

Uit: En de nacht belooft geen dageraad, De Vries-Brouwers Antwerpen, 1985; vertaling Miriam Van hee

Anna Achmatova (1889-1966, Odessa, Oekraïne/Rusland)

Isaak Babel: Heldhaftige zusters!

heldhaftige zusters, pinterest.com

bron foto: pinterest.com

Onder het allerverschrikkelijkste vuur legt de zuster met een alles verachtende onverschrokkenheid noodverbanden aan en sleept de gewonden op haar schouder van het slagveld weg.

De aanval is afgelopen. Opnieuw een uitputtende mars. Nacht en regen. De soldaten zwijgen somber en het enige geluid is het koortsachtige gefluister van de zuster die de gewonden moed inspreekt en probeert te kalmeren. Een uur later – het bekende beeld – een vuile, donkere hut, waarin het peleton wordt ondergebracht. En in een hoekje gaat de zuster bij het jammerlijke schijnsel van een houtspaan door met het verbinden van wonden, met zwachtelen, zwachtelen…

De lucht staat stijf van het gevloek. De zuster houdt het niet langer uit, ze bijt van zich af, wat een langdurige schaterlach oproept. Niemand helpt haar, geen mens die stro uitspreidt voor het nachtleger, niemand schikt een kussen recht.

Hier zijn ze, onze heldhaftige zusters! Neem je muts voor ze af, voor onze verpleegsters! Soldaten en commandanten, houdt de zusters in ere! Per slot van rekening dienen wij toch ergens een onderscheid te maken tussen de feeën van de legertros die ons leger bezoedelen en de zuster-martelaressen die het sieraad van datzelfde leger zijn.

Uit: Miniaturen – Isaak Babel, Moussault Amsterdam, 1970; vertaling Charles B. Timmer

Osip Mandelstam: wij leven…

Wij leven en hebben geen voet aan de grond, / Wij spreken alleen met een blad voor de mond,

En waar wij vertrouwelijk raken, / Komt de man in het Kremlin ter sprake.

Zijn vingers zijn dik en als wormen zo vet, / En onder zijn woorden wordt alles geplet.

Zijn kakkerlakkensnorren smalen, / Zijn laarzenschachten stralen.

Om hem heen het gespuis dat beweegt op zijn wens, / Dunhalzige leiders, half monster, half mens.

Zij hinneken, blaffen, miauwen, / En hij alleen trekt aan de touwen.

Als hoefijzers smeedt hij bevel op bevel: / Jij moet zus, jij moet zo, jij moet niet, jij moet wel!

Hangop is zijn lievelingseten, / En breed de borst der Osseten.

Uit: De meisjes van Zanzibar, samengesteld door Karel van het Reve en Joep Schreurs, Plantage Leiden, 1999

mandelstam, osip,Mugshot van Mandelstam gemaakt bij zijn arrestatie nadat hij Stalin in bijgaand gedicht had beledigd. bron foto: wsj.com

Osip Mandelstam (1891-1938, Warschau, Polen)

Tolstoj over Toergenjev volgens Karel van het Reve

Ongeveer een jaar na Toergenjevs dood heeft zijn leerling Tolstoj in een brief getracht een karakteristiek te geven van de man, van wie hij veel geleerd had, die hem in het Westen beroemd gemaakt had en met wie hij het persoonlijk nooit goed had kunnen vinden – het was zelfs een keer bijna tot een duel gekomen. Er zijn drie factoren, schreef Tolstoj, die in een geschrift van belang zijn: wie aan het woord is, hoe hij spreekt, goed of slecht, en: of hij oprecht is. Toergenjev was volgens Tolstoj iemand die op zeldzame wijze deze drie dingen verenigde. Verder, zegt Tolstoj – en men kan de nu volgende formulering niet anders dan gelukkig noemen – vindt men bij Toergenjev drie dingen: geloof in de schoonheid, in vrouwenliefde, in kunst, twijfel aan deze dingen en twijfel aan alles, en, tenslotte, een beschaamd, zich zelden helemaal uitsprekend, ongeformuleerd geloof in het goede.

Uit: Arnon Grunberg leest Karel van het Reve, Muntinga Amsterdam, 2004

Tolstoj (1828-1910, Yasnaya Polyana, Rusland)

Toergenjev (1818-1883, Orjol, Rusland)

Karel van het Reve, groene.nlbron foto: groene.nl

Karel van het Reve (1921-1999, Amsterdam)

Isaak Babel en de pikante vrouw

Een situatieschets: stel je voor je bent redacteur bij een (literair) tijdschrift en aan de deur verschijnen kandidaten voor een functie. In dit geval zijn het er 9. In onderstaand fragment gaat het om de tweede kandidaat die een gooi doet naar… ja, wat eigenlijk?

Nummer twee is een juffrouw, mager, verlegen en heel mooi. Ze komt al voor de derde keer. Haar poëzie is niet voor de druk bestemd. Ze wil weten – en dat is alles wat ze wil – of het voor haar de moeite waard is met schrijven door te gaan. De redacteur spreekt haar vriendelijk toe. Af en toe ziet hij haar op de Newski Prospekt, in gezelschap van een lange meneer die dan soms heel omstandig een half dozijn appelen voor haar koopt. Die omslachtigheid geeft te denken. De gedichten leggen er getuigenis van af. Zij behelzen de ongekunstelde geschiedenis van haar leven.

Wil je mijn lichaam, -schrijft het meisje – neem het dan, mijn vriend, mijn vijand, maar – waar vindt mijn ziel haar droom?

De redacteur denkt na. Dat lichaam krijgt die meneer straks wel. Alles wijst erop. Kijk maar eens naar die verwarde, hulpeloze blik in die mooie ogen van je. Je ziel zal haar droom minder gauw vinden, maar als vrouw zul je pikant zijn.

In haar gedichten beschrijft het meisje, het ‘waanzinnig-schrikwekkende’, of het ‘waanzinnig-verrukkelijke’ leven, plus een aantal kleine onaangenaamheden en verder nog klanken, klanken, klanken om mij heen, die mij dronken maken, klanken zonder eind…

Je kunt er zeker van zijn dat, als de solide heer zijn werk tot een goed einde heeft gebracht, het meisje zal ophouden met het verzen schrijven en een vroedvrouw zal raadplegen.

Uit: Mijn blocnote; uit: Miniaturen, verspreide verhalen en dagboekbladen, Moussault Amsterdam, 1970; vertaling Charles B. Timmer

Babel, Isaak, groene.nlbron foto: groene.nl

Isaak Babel (1894-1940, Odessa, Oekraïne)

Het bos als huis

whittredge, oude jachtvelden

Afbeelding 1: De oude jachtvelden – Worthington Whittredge

(Albert) Bierstadt en (Worthington) Whittredge schilderden tijdens hun verblijf in Duitsland tussen 1850 en 1860 een aantal landschappen waarin grote bomen (meestal eiken) voorkomen als heroïsche en spirituele acteurs in de natuur. En kort na zijn terugkeer schilderde Whittredge een van zijn succesvolste en imposante landschappen, De oude jachtvelden (zie afbeelding 1). De berken van Whittredge, in de achtergrond belicht in de traditie van Friedrich, rijzen als gecanneleerde zuilen op naar de gebogen, donkere bomen op de voorgrond die de compositie omlijsten, Het effect is zuiver architectonisch, bijna een illustratie van de traditie die de oorsprong van de gotische spitsbogen en -gewelven in de spontane verstrengeling van boomtakken zocht. Maar de titel van Whittredges bosinterieur is geen loze kreet, want het schilderij is vol spirituele associaties die veel gebruikt werden door de schilders uit de Hudson Valley. Een lekke, halfvergane kano ligt in een poel water als een gedenkteken aan de verbannen en verdwenen Indianen, die hier ooit hun ‘jachtvelden’ hadden. De afgebroken stronk en de trillende berkenblaadjes, zinnebeelden van dood en nieuw leven, echoën het canonnieke, hymne-achtige karakter van het schilderij. Naast twee andere, even beroemde Amerikaanse bosinterieurs werd het schilderij van Whittredge de letterlijke visuele expressie van het vrome cliché, het ‘kathedraal-bos’,

bierstadt, redwoodsAfbeelding 2: Redwood reuzebomen van Californië – Albert Bierstadt

In zijn eigen Redwood reuzebomen van Californië verplaatste Bierstadt deze ecclasiastische opvatting van de oerbossen naar een sequoiabos (afbeelding 2). De bomen zien er inderdaad meer uit als  de Sequoia sempervirens van de bossen aan de kust dan als Big Trees, en het rode licht dat van de schors afstraalt, suggereert de lichtende schemering van de veel dichtere, donkerde redwoods in de streek van Mendocino en Humboldt. Maar alle standaardmotieven van de sequoia-iconografie zijn er weer: oudheid, verering en grootsheid. En in plaats van de sentimentele, ongeïnspireerde lofzang op de redwood-roodhuid, beeldt Bierstadt drie Indianen af, een krijger die met zijn zoon bij de poel zit en een squaw die terugkomt met een mand op haar rug, een Amerikaanse versie  van de bucolische idylle. Maar waar het hier om gaat is de wigwam-achtige, driehoekige opening in de zijkant van de voorste boom die blijkbaar het onderkomen van de Indianen voorstelt. Het is de letterlijke vertaling van wat John Muir (die zelf een soort godsverschijning beleefde in Yosemite) bedoelde toen hij terugkeren naar de Amerikaanse wouden omschreef als ‘naar huis gaan’. Bierstadts schilderij toont het bos als huis: de oude woonplaats van de meest inheemse van alle Amerikanen.

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus/Contact Amsterdam, 1995; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer

Albert Bierstadt (1830-1902, Solingen, Dld)

Worthington Whittredge (1820-1910, Springfield, USA)

Proust en de verliefdheid die muziek heet

Luisteren naar muziek verloopt, in de beschrijving van Proust, in fases. Eerst is er de indruk van het geheel, van alle elementen van de muziek op hetzelfde moment. Maar dan gebeurt er zoveel dat het onmogelijk is om helderheid over de muziek te krijgen. Stap voor stap ontdekt Swann (van Du côté de chez Swann) regelmatigheden in de sonate. Hij begint ‘een ontwerp, een architectuur, een gedachte’ te horen, ‘een melodische zin die boven de geluidsgolven uitkomt’. De melodie houdt voor hem een belofte in van ‘eindeloze verrukking’ die alleen dit specifieke, unieke muziekstuk hem kan bezorgen. Proust introduceert zo twee nieuwe elementen:het voortdurend heen en weer bewegen in de tijd, tussen herinnering aan de muziek die al voorbij is en verwachting van wat nog komen gaat. En het besef van het unieke van deze speciale compositie, los van iedere abstractie. Wat Proust over muziek schrijft, heeft veel weg van verliefdheid op het eerste gezicht.

Voor even wordt Swann door de mzuiek opgetild uit zijn mondaine, hedonistische bestaan, voor een kort moment is hij weer ontvankelijk voor de ‘hooggestemde ideeën’ die hij in het dagelijks leven uitsluitend met ironie benadert. Dankzij de ‘petite phrase’ uit de sonate van een componist van wie hij nog steeds de naam niet kent, ontdekt hij plotseling weer de ‘aanwezigheid van een van die onzichtbare werkelijkheden, waaraan hij opgehouden had geloof te hechten en waar hij toch weer, alsof de muziek de geestelijke dorheid waaraan hij leed met nieuwe levenssappen had doordrenkt, het verlangen en bijna ook de kracht voelde zijn leven voor in te zetten’.

Uit: Hoe Proust je kan leren luisteren; uit: Elk boek wil muziek zijn – Peter de Bruijn, Pieter Steinz, Prometheus Asmterdam, 2006 

Marcel Proust (1871-1922, Auteuil-Neuilly-Passy, Frankrijk)

César Franck (1822-1890, Luik, België)

Vladislav Chodasevitsj: vreugde en last

Het is een vreugde en een last

Het is een vreugde en een last / Een afgetakeld lijf te dragen. / Wat vroeger wild en bloeiend was / Is nu vermoeid en aangeslagen.

Het bloed gaat in een trage stroom / De moegeworden schouders zakken. / Zo neigt een volle appelboom / Onder gewicht van eigen takken.

Gij jongelieden hebt geen weet / Van tederheid en smart die maken / Dat bomen met hun bladerkleed / Eens nog de aarde willen raken.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 2000

chodasevitsj-berberova, indipendezia

Chodasevitsj, links op de foto, met zijn geliefde Nina Berberova; bron foto: indipendenza.nl

Vladislav Chodasevitsj (1886-1939, Moskou, Rusland)

Frances Hodgkins schilderde beweeglijke stillevens

Frances Hodgkins (1869-1947, Dunedin, Nieuw-Zeeland) is 1 van Nieuw-Zeeland’s meest vermaarde kunstschilders. In de jaren 30 en 40 behoorde ze tot de Britse avantgarde, nadat ze in 1901 naar Europa emigreerde. Hodgkins schilderde portretten, landschappen en stillevens. Naast schilderen, ontwierp ze ook textiel.

Haar meest kenmerkende werk bestaat uit stillevens die een plek krijgen in een landschap. Centraal in het schilderij staan tafels met daarop gerangschikte spulletjes zoals vazen, tafelkleden, bloemen, fruitschalen of (zee)dieren.  Daar rondom heen de landschappen. In de beginperiode duidelijk herkenbaar. In de latere jaren worden de gecombineerde werken meer abstract. Niet altijd zijn de vormen duidelijk. Wie naar het werk van de Nieuw-Zeelandse kijkt ziet beweeglijkheid. Soms lijken de voorwerpen in de ruimte rond te zweven. Wel rond een soort middelpunt waardoor de werken sterk de indruk wekken rond te draaien. Kleurgebruik en schildertechniek laten een duidelijk eigen en uniek handschrift zien. Dat eigen handschrift werd in Groot-Brittannië wel gewaardeerd, ook in de kringen waarin Hodgkins zich begaf (waarin zich ook beeldhouwer Henry Moore bewoog). Het leidde ertoe dat Hodgkins in 1940 GB mocht vertegenwoordigen op de Biënnale in Venetië.

Hodgkins overleed in 1947 in een psychiatrisch hospitaal in Dorset. Haar as werd naar Nieuw-Zeeland verscheept waar het werd bijgezet in het familie-graf, dat ten noorden van Wellington ligt.

Frances Hodgkins, 7Frances Hodgkins, 1Frances Hodgkins, 2Broken Tractor 1942 by Frances Hodgkins 1869-1947Frances Hodgkins, 6