Tolstoj over Toergenjev volgens Karel van het Reve

Ongeveer een jaar na Toergenjevs dood heeft zijn leerling Tolstoj in een brief getracht een karakteristiek te geven van de man, van wie hij veel geleerd had, die hem in het Westen beroemd gemaakt had en met wie hij het persoonlijk nooit goed had kunnen vinden – het was zelfs een keer bijna tot een duel gekomen. Er zijn drie factoren, schreef Tolstoj, die in een geschrift van belang zijn: wie aan het woord is, hoe hij spreekt, goed of slecht, en: of hij oprecht is. Toergenjev was volgens Tolstoj iemand die op zeldzame wijze deze drie dingen verenigde. Verder, zegt Tolstoj – en men kan de nu volgende formulering niet anders dan gelukkig noemen – vindt men bij Toergenjev drie dingen: geloof in de schoonheid, in vrouwenliefde, in kunst, twijfel aan deze dingen en twijfel aan alles, en, tenslotte, een beschaamd, zich zelden helemaal uitsprekend, ongeformuleerd geloof in het goede.

Uit: Arnon Grunberg leest Karel van het Reve, Muntinga Amsterdam, 2004

Tolstoj (1828-1910, Yasnaya Polyana, Rusland)

Toergenjev (1818-1883, Orjol, Rusland)

Karel van het Reve, groene.nlbron foto: groene.nl

Karel van het Reve (1921-1999, Amsterdam)

Isaak Babel en de pikante vrouw

Een situatieschets: stel je voor je bent redacteur bij een (literair) tijdschrift en aan de deur verschijnen kandidaten voor een functie. In dit geval zijn het er 9. In onderstaand fragment gaat het om de tweede kandidaat die een gooi doet naar… ja, wat eigenlijk?

Nummer twee is een juffrouw, mager, verlegen en heel mooi. Ze komt al voor de derde keer. Haar poëzie is niet voor de druk bestemd. Ze wil weten – en dat is alles wat ze wil – of het voor haar de moeite waard is met schrijven door te gaan. De redacteur spreekt haar vriendelijk toe. Af en toe ziet hij haar op de Newski Prospekt, in gezelschap van een lange meneer die dan soms heel omstandig een half dozijn appelen voor haar koopt. Die omslachtigheid geeft te denken. De gedichten leggen er getuigenis van af. Zij behelzen de ongekunstelde geschiedenis van haar leven.

Wil je mijn lichaam, -schrijft het meisje – neem het dan, mijn vriend, mijn vijand, maar – waar vindt mijn ziel haar droom?

De redacteur denkt na. Dat lichaam krijgt die meneer straks wel. Alles wijst erop. Kijk maar eens naar die verwarde, hulpeloze blik in die mooie ogen van je. Je ziel zal haar droom minder gauw vinden, maar als vrouw zul je pikant zijn.

In haar gedichten beschrijft het meisje, het ‘waanzinnig-schrikwekkende’, of het ‘waanzinnig-verrukkelijke’ leven, plus een aantal kleine onaangenaamheden en verder nog klanken, klanken, klanken om mij heen, die mij dronken maken, klanken zonder eind…

Je kunt er zeker van zijn dat, als de solide heer zijn werk tot een goed einde heeft gebracht, het meisje zal ophouden met het verzen schrijven en een vroedvrouw zal raadplegen.

Uit: Mijn blocnote; uit: Miniaturen, verspreide verhalen en dagboekbladen, Moussault Amsterdam, 1970; vertaling Charles B. Timmer

Babel, Isaak, groene.nlbron foto: groene.nl

Isaak Babel (1894-1940, Odessa, Oekraïne)

Het bos als huis

whittredge, oude jachtvelden

Afbeelding 1: De oude jachtvelden – Worthington Whittredge

(Albert) Bierstadt en (Worthington) Whittredge schilderden tijdens hun verblijf in Duitsland tussen 1850 en 1860 een aantal landschappen waarin grote bomen (meestal eiken) voorkomen als heroïsche en spirituele acteurs in de natuur. En kort na zijn terugkeer schilderde Whittredge een van zijn succesvolste en imposante landschappen, De oude jachtvelden (zie afbeelding 1). De berken van Whittredge, in de achtergrond belicht in de traditie van Friedrich, rijzen als gecanneleerde zuilen op naar de gebogen, donkere bomen op de voorgrond die de compositie omlijsten, Het effect is zuiver architectonisch, bijna een illustratie van de traditie die de oorsprong van de gotische spitsbogen en -gewelven in de spontane verstrengeling van boomtakken zocht. Maar de titel van Whittredges bosinterieur is geen loze kreet, want het schilderij is vol spirituele associaties die veel gebruikt werden door de schilders uit de Hudson Valley. Een lekke, halfvergane kano ligt in een poel water als een gedenkteken aan de verbannen en verdwenen Indianen, die hier ooit hun ‘jachtvelden’ hadden. De afgebroken stronk en de trillende berkenblaadjes, zinnebeelden van dood en nieuw leven, echoën het canonnieke, hymne-achtige karakter van het schilderij. Naast twee andere, even beroemde Amerikaanse bosinterieurs werd het schilderij van Whittredge de letterlijke visuele expressie van het vrome cliché, het ‘kathedraal-bos’,

bierstadt, redwoodsAfbeelding 2: Redwood reuzebomen van Californië – Albert Bierstadt

In zijn eigen Redwood reuzebomen van Californië verplaatste Bierstadt deze ecclasiastische opvatting van de oerbossen naar een sequoiabos (afbeelding 2). De bomen zien er inderdaad meer uit als  de Sequoia sempervirens van de bossen aan de kust dan als Big Trees, en het rode licht dat van de schors afstraalt, suggereert de lichtende schemering van de veel dichtere, donkerde redwoods in de streek van Mendocino en Humboldt. Maar alle standaardmotieven van de sequoia-iconografie zijn er weer: oudheid, verering en grootsheid. En in plaats van de sentimentele, ongeïnspireerde lofzang op de redwood-roodhuid, beeldt Bierstadt drie Indianen af, een krijger die met zijn zoon bij de poel zit en een squaw die terugkomt met een mand op haar rug, een Amerikaanse versie  van de bucolische idylle. Maar waar het hier om gaat is de wigwam-achtige, driehoekige opening in de zijkant van de voorste boom die blijkbaar het onderkomen van de Indianen voorstelt. Het is de letterlijke vertaling van wat John Muir (die zelf een soort godsverschijning beleefde in Yosemite) bedoelde toen hij terugkeren naar de Amerikaanse wouden omschreef als ‘naar huis gaan’. Bierstadts schilderij toont het bos als huis: de oude woonplaats van de meest inheemse van alle Amerikanen.

Uit: Landschap en herinnering – Simon Schama, Olympus/Contact Amsterdam, 1995; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer

Albert Bierstadt (1830-1902, Solingen, Dld)

Worthington Whittredge (1820-1910, Springfield, USA)

Proust en de verliefdheid die muziek heet

Luisteren naar muziek verloopt, in de beschrijving van Proust, in fases. Eerst is er de indruk van het geheel, van alle elementen van de muziek op hetzelfde moment. Maar dan gebeurt er zoveel dat het onmogelijk is om helderheid over de muziek te krijgen. Stap voor stap ontdekt Swann (van Du côté de chez Swann) regelmatigheden in de sonate. Hij begint ‘een ontwerp, een architectuur, een gedachte’ te horen, ‘een melodische zin die boven de geluidsgolven uitkomt’. De melodie houdt voor hem een belofte in van ‘eindeloze verrukking’ die alleen dit specifieke, unieke muziekstuk hem kan bezorgen. Proust introduceert zo twee nieuwe elementen:het voortdurend heen en weer bewegen in de tijd, tussen herinnering aan de muziek die al voorbij is en verwachting van wat nog komen gaat. En het besef van het unieke van deze speciale compositie, los van iedere abstractie. Wat Proust over muziek schrijft, heeft veel weg van verliefdheid op het eerste gezicht.

Voor even wordt Swann door de mzuiek opgetild uit zijn mondaine, hedonistische bestaan, voor een kort moment is hij weer ontvankelijk voor de ‘hooggestemde ideeën’ die hij in het dagelijks leven uitsluitend met ironie benadert. Dankzij de ‘petite phrase’ uit de sonate van een componist van wie hij nog steeds de naam niet kent, ontdekt hij plotseling weer de ‘aanwezigheid van een van die onzichtbare werkelijkheden, waaraan hij opgehouden had geloof te hechten en waar hij toch weer, alsof de muziek de geestelijke dorheid waaraan hij leed met nieuwe levenssappen had doordrenkt, het verlangen en bijna ook de kracht voelde zijn leven voor in te zetten’.

Uit: Hoe Proust je kan leren luisteren; uit: Elk boek wil muziek zijn – Peter de Bruijn, Pieter Steinz, Prometheus Asmterdam, 2006 

Marcel Proust (1871-1922, Auteuil-Neuilly-Passy, Frankrijk)

César Franck (1822-1890, Luik, België)

Vladislav Chodasevitsj: vreugde en last

Het is een vreugde en een last

Het is een vreugde en een last / Een afgetakeld lijf te dragen. / Wat vroeger wild en bloeiend was / Is nu vermoeid en aangeslagen.

Het bloed gaat in een trage stroom / De moegeworden schouders zakken. / Zo neigt een volle appelboom / Onder gewicht van eigen takken.

Gij jongelieden hebt geen weet / Van tederheid en smart die maken / Dat bomen met hun bladerkleed / Eens nog de aarde willen raken.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 2000

chodasevitsj-berberova, indipendezia

Chodasevitsj, links op de foto, met zijn geliefde Nina Berberova; bron foto: indipendenza.nl

Vladislav Chodasevitsj (1886-1939, Moskou, Rusland)

Frances Hodgkins schilderde beweeglijke stillevens

Frances Hodgkins (1869-1947, Dunedin, Nieuw-Zeeland) is 1 van Nieuw-Zeeland’s meest vermaarde kunstschilders. In de jaren 30 en 40 behoorde ze tot de Britse avantgarde, nadat ze in 1901 naar Europa emigreerde. Hodgkins schilderde portretten, landschappen en stillevens. Naast schilderen, ontwierp ze ook textiel.

Haar meest kenmerkende werk bestaat uit stillevens die een plek krijgen in een landschap. Centraal in het schilderij staan tafels met daarop gerangschikte spulletjes zoals vazen, tafelkleden, bloemen, fruitschalen of (zee)dieren.  Daar rondom heen de landschappen. In de beginperiode duidelijk herkenbaar. In de latere jaren worden de gecombineerde werken meer abstract. Niet altijd zijn de vormen duidelijk. Wie naar het werk van de Nieuw-Zeelandse kijkt ziet beweeglijkheid. Soms lijken de voorwerpen in de ruimte rond te zweven. Wel rond een soort middelpunt waardoor de werken sterk de indruk wekken rond te draaien. Kleurgebruik en schildertechniek laten een duidelijk eigen en uniek handschrift zien. Dat eigen handschrift werd in Groot-Brittannië wel gewaardeerd, ook in de kringen waarin Hodgkins zich begaf (waarin zich ook beeldhouwer Henry Moore bewoog). Het leidde ertoe dat Hodgkins in 1940 GB mocht vertegenwoordigen op de Biënnale in Venetië.

Hodgkins overleed in 1947 in een psychiatrisch hospitaal in Dorset. Haar as werd naar Nieuw-Zeeland verscheept waar het werd bijgezet in het familie-graf, dat ten noorden van Wellington ligt.

Frances Hodgkins, 7Frances Hodgkins, 1Frances Hodgkins, 2Broken Tractor 1942 by Frances Hodgkins 1869-1947Frances Hodgkins, 6

Veranderende tijden geschilderd door Frederick William Elwell

Frederick William Elwell (1870-1958, Beverly, UK) schilderde portretten, interieurs en figuratieve onderwerpen. De man leefde in een tijd waarin veel, heel veel veranderde. Daarvan deed hij in zijn werk (beperkt) verslag. Het portret van de vrouw in een café, gezeten op een barkruk, sigaret rokend en wijn drinkend, is een treffend voorbeeld van hoe hij de veranderende tijden vastlegde. Het interieur van het café lijkt eeuwenoud. De vrouw met haar zorgvuldig uitgekozen kleding, de houding die veel zelfbewustzijn uitstraalt, en de manier waarop ze contact met ons maakt, duiden op iets nieuws. Tijden gaan veranderen.

Dat je in het werk van Elwell de laatste koets tegenkomt en hij het interieur van een garage-bedrijf schildert, laat op een andere manier zien dat Elwell oog had voor de veranderende tijden waarin hij zich bevond.

elwell, 6

elwell, 3elwell, 5

Ernst Ludwig Kirchner manipuleerde de tijd

(Bij de eerste afbeelding)

Venijnige kleuren in grove penseelstreken botsen heftig en wekken een troosteloze sfeer. Het schilderij is bijna te klein voor het tafereel en de verf lijkt de randen zelfs naar buiten te drukken. Dit schilderij (Zelfportret met model, ca. 1910) is kenmerkend voor de sensuele, heldere kleuren, dramatische intensiteit en de hoekige contouren van het expressionisme. Kirchner (1880-1938, Aschaffenburg, Dld) was lid van de expressionistische groep Die Brücke, die een brug wilde slaan tussen de kunst van het verleden en die van de toekomst. Er bestond rivaliteit tussen hem en een ander lid, Erich Heckel. Kirchner rommelde met de datum waarop hij een schilderij schilderde om te bewijzen dat hij vernieuwender was dan de anderen van de groep.

Vanaf 1917 woonde hij in Zwitserland omdat hij tuberculose had. In 1937 werd veel van zijn ‘ontaarde’ kunst door de Nazi’s in beslag genomen; een jaar later pleegde Kirchner zelfmoord.

kirchner 1

kirchner 3kirchner 5

kirchner 4

Bijna iedere dag muziek: Erik Satie

Erik Satie (1866-1925, Honfleur, Frankrijk) was componist en pianist. Zijn (piano)muziek is uniek en tijdloos. Satie leidde het leven van een bohemien en was een buitenstaander. Het was een ideeën-man, althans dat was mijn indruk nadat ik het museum (in Honfleur) in zijn geboortehuis had bezocht.

Satie liet daar zien wat hij allemaal op zijn kerfstok had: muziek, gedichten, mechanische piano’s, peren en appels. Een man met vele talenten en vele wegen die hij bewandelde. Satie was van goede komaf, maar leefde in armoe. Hij verdiende zijn brood als bar-pianist.

Satie werd in zijn tijd onderschat. Hij werd gezien als kolderieke zonderling en provocateur. Tijdens zijn leven kwam hij in contact met de componisten Ravel, Debussy, Milhaud, Varèse en Poulenc. Maar ook een componist als John Cage is door hem beïnvloed. Satie was een modernist in de muziek, iemand die nieuwe wegen zocht en vond.

Satie componeerde zijn muziek als maakte hij gebruik van een bouwdoos. Hij gebruikte geprefabriceerde elementen (vanwege een gebrekkige theoretische kennis), onafhankelijk van melodie, ritme en harmonie. Zonder vaste reeks, inwisselbaar en herhaalbaar, konden deze elementen op verschillende toonhoogten aaneen geregen worden. Repetitief en daarmee zette Satie de toon voor de minimal music, die daarna volgde.

Satie componeerde orkestwerken, missen, muziektheater (opera, operette en ballet), schreef toneel, vocale muziek, kamermuziek, filmmuziek en werken voor piano. Die laatste categorie is met name bekend geworden (in Nld) door Reinbert de Leeuw. Satie was een genie met alle gevolgen van dien. Miskend in zijn tijd en daarna van enorme invloed op de muziek. Een ode dus!

 

Chodasevitsj: met goede verzen

Met goede verzen

Met goede verzen weet ik vaak geen raad, / De slechte zijn mij dierbaar daarentegen: / Die steken niet, die doen de ziel geen kwaad, / Daarin is huiselijk geluk gelegen. / Ze zijn fris als een glaasje limonaad. / (Of als een zijden verderlicht gewaad,) / Genieën staan mij in een oogwenk tegen. / Maar talentloosheid… – o, voor ik het weet, / Heb ik daaraan een avondlang besteed.

Niet eerder gepubliceerd; vertaling Marja Wiebes en Margriet Berg, 1916-1917

tzum, chodasevitsjbron foto: tzum.nl

Vladisav Chodesevitsj (1886-1939, Moskou, Rusland)