Johnny van Doorn, the Selfkicker, als vader

The Selfkicker als vader, een idee dat moeilijk te omvatten is.

‘Ja, pijnlijk, ja, het vaderschap geeft allemaal wanhopige gedachtes. Ik heb mij ermee verzoend, het kon niet anders, maar het heeft jaren geduurd. Het gaf plotseling een dubbele verantwoordelijkheid. In het begin moest ik oppassen dat ik niet zorgelijk werd. Voortdurend  moest de knop worden omgedraaid om even te overdenken wie ik zelf was. Een heleboel mensen kunnen zich niet voorstellen dat ik vader ben en eigenlijk kan ik dat ook zelf nauwelijks begrijpen. Het idee blijft vreemd, eigenaardig. Zijn geboorte herinner ik mij heel goed. Je bent doodsbenauwd dat het een mongool zal zijn. Toen hij eruit kwam, schrok ik vreselijk, want ik keek tegen een achterhoofd aan en zag geen neus, geen mond en geen oren. Dat gaf mij een zeer wezenlijke schok, die een seconde duurde. Toen zag ik dat het een totaal gaaf kind was. Vervolgens keek ik naar buiten en zag aan de overkant van de straat een man in een kamer, die zich voor een spiegel traag en nadrukkelijk stond te scheren. Hij had alles kunnen volgen, maar ik had geen tijd om de symboliek te begrijpen, want ik werd tegelijkertijd overspoeld door de enorme euforie. Ik had het gevoel dat niets mij nog kon gebeuren. Later dacht ik: misschien ben ik nu zelf overbodig geworden. Het vaderschap heeft mij minder egocentrisch gemaakt en dat is voor een exhibitionist een diepe verandering.’

Uit: Max Pam Interviews, Bezige Bij Amsterdam, 1984

van doorn, gelderlander.nlbron foto: gelderlander.nl

Johnny van Doorn (1944-1991, Beekbergen)

Advertenties

Colin Blunstone laat (herkenbaar) van zich horen

Als zanger van de The Zombies gold Colin Blunstone (1945, Hatfield, UK) als 1 van de betere rockzangers van de jaren 60. Blunstone tilde met zijn onnavolgbare en adembenemende zang de meesterwerkjes van deze band naar een hoger niveau.

Na een korte tijd uit de muziekwereld te verdwijnen voor het werken bij een verzekeringsmaatschappij, keerde de Britse zanger terug in de business; solo en met als resultaat een paar interessante pop/rock-albums.

Veel van wat Blunstone solo doet, heeft duidelijke Zombies-invloeden. Niet verwonderlijk want Rod Argent en Chris White (ex-Zombies) leveren veel van zijn songmateriaal. Ook Argent-lid (de andere spin-off waar Blunstone zijn stem aan leent) Russ Ballard draagt het nodige materiaal aan. Blunstone zelf schrijft teksten en muziek. De songs zijn stemmig, kennen pop-Barokke elementen met hoofdrollen voor keyboards, gitaar en strings. Het klinkt lieflijk en geenszins psychedelisch zoals The Zombies deden op hun meesterwerk: Odessey and Oracle.

Blunstone kende een aantal bescheiden hits (zie bijgaande video’s) maar zal bij mij altijd in herinnering blijven als dat unieke warme stemgeluid dat ik uit duizenden herken. Meer dan een guilty pleasure.

Buddingh’: De Bozbezbozzel

De Bozbezbozzel

De bozbezbozzel lijkt wat op / Een jenk, maar heeft een klein’re kop.

Zijn poten staan steeds twee aan twee / Als eenmaal bij het stekelree.

Hij hinnikt als een maliepaard, / En als het sneeuwt heeft hij een staart.

Wanneer die staart zijn kop zou zijn, / Was hij precies een spieringzwijn.

En als hij zeven staarten had, / Een kolossale kolbakrat.

Nu lijkt hij nog het meeste op / Een jenk, maar met een klein’re kop.

Uit: Gedichten 1938-1970

Buddingh literatuurmuseum.nlbron foto: literatuurmuseum.nl

Cees Buddingh’ (1918-1985, Dordrecht)

W.F. Hermans over de moord op zijn zus

Het was de ochtend na de avond waarop de capitulatie plaatsvond. Ik hoorde een vreemd geluid in huis. Ik werd wakker en merkte toen op dat mijn ouders, die allebei hele droge mensen waren, liepen te snikken. Een verschrikkelijke sensatie voor mij, ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Mijn zuster was die vorige avond gevonden met die neef die eerst nog geprobeerd had naar IJmuiden met z’n gezin te ontkomen en dat was niet gelukt… Mijn neef heeft mijn zusje die avond in de auto opgehaald om zogenaamd een beetje met zijn vrouw te praten. Toen zijn ze later door die surveillancewagen gevonden, dood in die auto.

Wat voor man was die neef?

Een vreemde, wilde man (dat m’n zusje met hem een verhouding gehad bleek te hebben, kwam dan ook voor mij als een complete verrassing). Die neef heb ik beschreven in Ik heb altijd gelijk (de politieman). ’t Soort vlotte, enigszins corpulente man, je kent dat type wel: geintjes en zo, altijd grapjes, moppen over vrouwen. Leek een beetje op Mussolini, haha. Helemaal niet ’t soort man van wie ik zou denken dat-ie dol op mijn zuster zou worden…

Die neef was toen 40 of zo en wij 18 en 20. We kenden hem al van ons tweede jaar, hij was ons vertrouwd… Het was ook een ontnuchtering voor mij: dat mijn zusje, de brave Hendrik van de familie, met zulke feiten voor den dag kwam… Ik kon met die neef ook geweldig opschieten. Hij kon aardig scharrelen en zo, hè, hij praatte ook altijd luchthartig over allerhande dingen. Hij maakte een enorme indruk op mij.

Nu ben ik niet meer jaloers op dat soort mensen, ik háát dat soort mensen, ik haat waar ze voor staan, dat zijn nou typisch de mensen die hun omgeving met kletspraat zoet houden. Die mensen zijn gevaarlijk voor mij. In wezen ben ik een verlegen en naïef mens, ik kom makkelijk onder de invloed van dat soort mensen. Ze vormen een bedreiging voor mij. Ik ben argeloos. Iedereen wi macht. De mensen die over vrijheid praten, die denken dat de slavenmeester de macht heeft, maar de slaaf heeft ook macht. En zo is de bedrieger niet alleen machtig, maar de bedrogene ook.

Uit: De Interviewer – Ischa Meijer, Prometheus Amsterdam, 1999.

hermans, zuiderluchtbron foto: zuiderlucht.eu

W.F. Hermans (1921-1995, Amsterdam)

John Huston: filmmakende rebel van een aantal klassiekers

John Huston (1906-1987, Nevada USA) wisselde slechte met goede films af in zijn loopbaan. Werkte met alle beroemde Amerikaanse acteurs (Brando, Clift, Bogart, Astor, Hepburn, Taylor), trok zich weinig aan van wat het publiek wilde en maakte een aantal filmklassiekers: The Maltese Falcon; Treasure of the Sierra Madre en The African Queen.

Opvallend: die keuze tussen afgerafelde opdrachtfilms en meesterwerken zette hij door tot aan het eind van zijn artistieke loopbaan. Huston begon als scenarioschrijver voor Warner Brothers. Maakte zijn debuut in 1941 met The Maltese Falcon. Direct zijn eerste meesterwerk! Humphrey Bogart mocht schitteren en deed dat met overgave.

In zijn volgende meesterwerk Treasure of the Sierra Madre (naar het boek van de geheimzinnige schrijver Ben Traven) behandelde Huston een thema dat vaker in zijn films naar voren zou komen: een obsessieve zoektocht die tot een ramp leidt. Dit thema keerde bijvoorbeeld ook terug in de films The Asphalt Jungle en The African Queen.

Vanaf de jaren 60 ging Huston moeiteloos geniaal verder in het filmvak. Belangrijke films toen: Fat City (1972); The Man who would be King (1975) en Wise Blood (1979).

Zijn laatste film The Dead (naar een verhaal van de Ierse schrijver James Joyce) is wellicht zijn meest perfecte literaire verfilming. Zelf was Huston aan het eind van zijn leven (longemfyseem bracht hem in een ijzeren long) maar zijn verfilming laat liefde, blijdschap en een gevoel van spijt zien; kortom, een ontroerende afscheidsrede, bezield door het besef van vergankelijkheid van het leven.

Jan Wolkers schilt een appel

Ik bemoei me niet met de literaire clubjes, in de stad en op de Kring. Ik ben geen lid van de Kring, ik kom er nooit. Ik zou gek worden als ik daar elke avond zou zitten. Overdag ben ik hier aan het lassen en aan het kranen doorzagen. Schrijven doe ik ’s avonds. Ik zou niet de hele dag kunnen schrijven. Dat verhaal dat ik ga maken over die mobilisatie en die grote paling is langzaam aan het groeien. Onbewust is er al veel gedaan, terwijl ik aan het lassen ben, schuiven bepaalde dingen vooruit. Je werkt aan iets wat je broodnodig hebt, maar dat krijgt de lezer niet aangeboden. Het is net of je een appel schilt, de appel zelf opeet en de schil aanbiedt. Maar die schil zegt wel iets over de appel. De goeie lezer kan aan de schil zien hoe groot die appel is en welke kleur hij heeft en hij kan zien of het een goed schiller geweest is, de goeie lezer kan zien dat de appel broodnodig was.

Uit: Bibeb en VIP’s, Polak & Van Gennep Amsterdam 1965

jan wolkers, hollandse hoogte, nos.nlfoto: Hollandse Hoogte; bron foto: nos.nl

Jan Wolkers (1926-2007, Oegstgeest)

Erich Fried: vluchtelingen

Vluchtelingen

Vele stierven / deze hier / werden gered

en sterven nu langzaam / aan de verschuldigde dank / jegens hun redders

aan hun dankbaarheid / of / aan hun ondankbaarheid

Erich Fried (1921-1988, Oostenrijk)

fried, tekstsqip

bron foto: teksteshqip.com

Uit: Honderd gedichten zonder vaderland, Van Gennep Amsterdam, 1988; vertaling Hans Bakx

Pépé le Moko: het begin van veel filmplezier

De Franse film Pépé le Moko (1937) is een klassieker. Om een aantal redenen: het is de eerste gangsterthriller die van invloed zou zijn op latere (Amerikaanse) soortgelijke films. Het is het begin van wat we de film noir (ingrediënten: de hardboiled detective tussen de femme fatale en de goede (huwende) vrouw) zijn gaan noemen. En het is het eerste filmverhikel waardoor acteur Jean Gabin (1904-1976, Frans) zich internationaal in de kijker speelde. Gabin zou met zijn onderkoelde acteerprestatie latere Amerikaanse grootheden als Humphrey Bogart, Edward G. Robinson en Robert Mitchum beiïnvloeden.

Het verhaal in het kort: Een van moord verdachte gangster duikt onder in de kasbah van Algiers, tot hij verliefd wordt op een frivole Parijse toeriste. Om haar terug te zien komt hij uit zijn schuilplaats en wordt gearresteerd.

De film is een sfeervolle milieutekening en kent een reeks knap gespeelde bijrollen. Het camerwerk is dynamisch en de locatie (de Algerijnse kasbah) is met stijl benut als voorname bijdrage aan sfeer en stemming. Regisseur Julien Duvivier schreef ook het scenario naar de roman van schrijver Roger d’Ashelbe.

Portinari schilderde de Braziliaanse ziel

portinari 2portinari 4portinari 6Cândido Portinari (1903 – 1962) was een Braziliaanse kunstschilder.

Hij werd op een koffieboerderij in het binnenland van de deelstaat São Paulo geboren en bracht zijn jeugd door in het kleine plaatsje Brodowski. Zoals veel Brazilianen in die tijd waren zijn ouders Italiaanse immigranten.

Als telg uit een arme familie volgde hij slechts de lagere school. Toch liet hij vanaf zijn kindertijd zijn artistieke roeping blijken (hij schilderde al vanaf zijn 9-de jaar) en zijn lage vooropleiding weerhield hem er niet van om in 1918 een plaats te verwerven op de Escola Nacional de Belas Artes (ENBA) in Rio de Janeiro. In 1928 eindigde hij op een concours als eerste en won hij een reis naar Parijs waar hij tot 1930 zou blijven.

portinari 1portinari 3portinari 5In het jaar van zijn terugkomst ontmoet hij de negentienjarige Uruguayaanse Maria Victoria Martinelli met wie hij de rest van zijn leven zou delen. Om zijn jonge gezin te kunnen onderhouden begon hij in 1931 met het schilderen van de portretten. In 1935 neemt hij met zijn werk CAFÉ deel aan een expositie van het Carnegie Instituut in Pittsburgh waar het een eervolle vermelding krijgt. Het schilderij laat een koffieplantage zien zoals die algemeen waren in de regio waarin hij woonde.

Hij werd lid van de Braziliaanse communistische partij en stelde zich verkiesbaar als senator in 1947. Vanwege de vervolging van Communisten moest hij kort daarna naar Uruguay vluchten. Hij keerde terug naar Brazilië in 1951 maar gedurende de laatste 10 jaar van zijn leven zou hij aan een slechte gezondheid lijden. In die tijd schilderde hij in opdracht voor het gebouw van de Verenigde Naties in New York twee enorme muurschilderingen.

Portinari stierf op 58-jarige leeftijd aan loodvergiftiging. De loodverbindingen in zijn verf zijn hem uiteindelijk fataal geworden.

Schermafbeelding 2019-06-24 om 13.21.09

Voor een beknopte weergave van leven en werken van deze grote Braziliaanse schilder kopieer en plak deze link: https://g.co/arts/HqWPp5GoJZjRLe5s5

S.Vestdijk: narcissus

Narcissus

De avondwind schudt blaad’ren droog, er stromen / Rimp’lingen, vissen over ’t zand voorbij, / Maar altijd weer maakt mijn gelaat zich vrij / En kan nog uit een steenworp bovenkomen.

Veranderlijk, en toch de eeuw’ge éne / Bezegeling van spiegelavonturen / Is deze glimlach zelfs niet weg te wenen / Door ontrouw water of betraander turen. –

’t Werd nacht, geen bleek gelaat staart meer omhoog, / Hoe ik ook buk en zoek: ik ben verdwenen. / Gevaarlijk krul ‘k mij om, – daar vangt mijn oog / Een laatste schemer op mijn eigen benen, / Gehurkt, en hunk’rend in hun teed’ren boog.

Uit: Vrouwendienst, Nijgh & Van Ditmar Voorburg, 1934

vestdijk06-literatuurmuseumbron foto: literatuurmuseum.nl

Simon Vestdijk (1898-1971, Harlingen)