Jan Campert: sonnetten voor Cynara 14

Sonnetten voor Cynara 14

Rebel, mijn hart, gekerkerd en geknecht, / die aan de tralies van den al-dag rukt, / weest om uw tijdlijk lot geenszins bedrukt, / al zijn de kluisters hard, de muren hecht.

Want in den aanvang werd het u voorzegd, / dat het aan enkelen steeds is gelukt / het juk te breken, dat hun schouders drukt, / laat dus niet af maar vecht en vecht en vecht.

Breekt uit en blaast de doove sintels aan, / die zijn verdoken onder ’t rookend puin; / vaart storm-gelijk over den lagen tuin, / die Holland heet; slaat dood’lijk toe en snel / opdat het kwaad schrikk’lijk zal ondergaan, / o hart, mijn hart, o bloedroode rebel.

jan campert, literatuurpleinbron foto: literatuurplein.nl

Jan Campert (1902-1943, Spijkenisse)

Uit: Verzamelde gedichten, Stols Den Haag, 1947

Advertenties

Herman de Coninck: je truitjes en je witte en rode…

Je truitjes

Je truitjes en je witte en rode / sjaals en je kousen en je slipjes / (met liefde gemaakt, zei de reclame) / en je brassières (er steekt poëzie in / die dingen, vooral als jij ze draagt) – / ze slingeren rond in dit gedicht / als op je kamer.

Kom er maar in lezer, maak het je / gemakkelijk, struikel niet over de / zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen, / gaat u zitten.

(Intussen zoenen wij even in deze / zin tussen haakjes, zo ziet de lezer / ons niet.) Hoe vindt u het / dit is een raam om naar de werkelijkheid / te kijken, alles wat u daar ziet / bestaat. Is het niet helemaal / als in een gedicht?

Uit: Onbegonnen werk, Gedichten 1964-1982, Manteau Antwerpen, 1984

de coninck, demorgen.bebron foto: demorgen.be

Herman de Coninck (1944-1997, Belgisch)

Buddingh’: de lariekoekoek

De Lariekoekoek

(vrij naar het leven)

Al wat de lariekoekoek zegt / Wordt door het kleinste kind weerlegd.

Wat hem helaas niet mag beletten / Zijn stem eens extra uit te zetten.

Uit: Het mes op de gorgel, Bruna Utrecht, 1960

Cees-Buddingh-Archieffoto RTV Rijnmondbron foto: rijnmond.nl

Cees Buddingh’ (1918-1985, Dordrecht)

Gonzalo Millán: avond

Avond

Het wordt avond zoals een omgekeerde ochtend, / achterwaarts naar de nacht.

En als de avond valt, / weet niemand / of hij zijn ogen open of dicht doet, / of hij zich uit- of aankleedt, / of hij opstaat of naar bed gaat.

Niemand weet of hij aankomt of weggaat, / of hij de deur opendoet of sluit, / of dit de dromen van gisteren zijn, / of de nachtmerries van morgen.

Gonzalo-Millan, revistasantiago.clbron foto: revistasantiago.cl

Gonzalo Millán (1947-2006, Chileens)

Uit: Vida, 1984; vertaling Mariolein Sabarte-Belacortu

Middellandse Zee: Istanboul

Istanboul

Hagia-Sophia-Istanboel, getbybusbron foto: getbybus.com

Roept de man van de minaret / het simpel gebed: / Allah, Inschallah, / sterren die vallen / schachten van straten, / hopeloos verlaten / dool ik rond / als een hond / door de stad.

Ik wist niet waarheen ik ging / blind achter bittere herinnering / eis tein boulan.

Een vrouw in een donkere straat / ik ben met haar meegegaan; / zal zij mijn taal verstaan / zal zij weten wat mij dreef, wat ik deed? / Zal zij weten welk gruwelijk leed / mij herwaarts dreef naar de stad?

Eis tein boulein / waar armen en rijken zijn / ver van wat ik had en liefhad.

O alles is doelloos en wreed. / Ik weet nauwelijks nog hoe ik heet. / Ik ben zwervende, zwervende, / ik ben stervende, dervende, / maar ik ben dag en nacht wervende / naar een hart dat mijn smart heeft gekend.

Louis de Bourbon (1908-1975, Renkum)

Uit: Verzamelde gedichten, Orion Brugge, 1974

Cyriel ‘Tarzan’ Delannoit nam de handschoen op voor kortstondige roem

delannoit, bruzz.be

bron foto: bruzz.be

Cyriel ‘Tarzan’ Delannoit (1926-1998) was een legendarische Belgische bokser uit het Oost-Vlaamse Geraardsbergen. Een leven vol heroïek maar eveneens vol dramatische wendingen.

Delannoit, een volksjongen uit Geraardsbergen, wordt in 1926 geboren. Op 21-jarige leeftijd behaalt hij de Belgische titel bij de middengewichten. Het begin van een grote carrière.

De ultieme triomf beleeft Delannoit op 23 mei 1948 tegen de toekomstige wereldkampioen Marcel Cerdan in een gevecht om de Europese titel in het middengewicht. Juist, Marcel Cerdan, de minnaar van Edith Piaf. Gedurende enkele maanden mag Delannoit zich Europees kampioen noemen. Tot hij op 10 juli de revanche verliest in het Sportpaleis te Brussel. In november 1948 verovert hij opnieuw de vacante titel die hij in 1949 dan definitief verliest aan de Italiaan Tiberio Mitri.

Van ’47 tot ’49 mag hij zich kampioen van België noemen. Maar hij is pas 25 jaar als het afgelopen is. Leeggebokst. Mentaal uitgeblust.

Delannoits leven is een aaneenschakeling van hoogtes en dieptes. Zo brandde in 1993 het huis af. Alle soevenirs die de man vergaarde gingen in vlammen op. Detail: Delannoit was niet verzekerd.

“Als ik mijn leven kon overdoen?”, liet hij ooit eens ontvallen. “Dan werd ik wereldkampioen.”

delannoit, radio2.be

bron foto: radio2.be

Robert Creeley: ik ken een man

Ik ken een man

Zoals ik al zei tegen mijn / vriend, omdat ik nooit / mijn mond hou – John, zei

ik, al heette hij niet / zo, we worden omringd / door het duister, wat kunnen we

er anders aan doen dan, & / waarom ook niet, een / te gek grote auto kopen,

en rijden, zei hij: gods / kolere, kijk toch / uit je doppen.

Robert-Creeley-parisreview.org

bron foto: theparisreview.org

Robert Creeley (1926-2005, Amerikaans)

Uit: For love, poems 1950-1960, Charles Scribner’s Sons New York, 1960; vertaling Peter Nijmeijer

Koos Schuur: verlaat je huis!

Verlaat je huis!

Verlaat je huis! Vergeet wie achterbleven! / Verwissel eens per week van jas en hoed!

Loochen de woorden die je ooit geschreven / hebt. Schrijf niet meer! Zorg dat je niemand groet!

Spreek tegen niemand, ook niet in de treinen: / zeg hoogstens dat het weer wel warmer kon of / dat de zon wat minder fel moet schijnen.

Je naaste buurman is misschien spion.

Wees nooit bevreesd! Laat nooit je onrust blij- / ken en blijf nooit staan bij ongeluk of brand!

Tracht iedere controle te ontwijken en als het / niet kan, hoest je achter je hand!

Vergeet dit lied, dat ik niet heb geschreven, / want ik ben niemand en niemand kent mij.

Onthoud dat velen thans onzichtbaar leven; / om hen te helpen leven ik en jij.

Koos Schuur (1915-1995, Veendam)

koos schuur, dnb.nlbron foto: dbnl.org

Een Deense beschrijft de mannelijke Russische ziel

‘Ik ken Tsjechov en Dostojevski,’ begon mrs. Arild terwijl ze Serjozja recht aankeek, haar armen om de leuning van het bankje geklemd, ‘en ik ben al bijna vijf maanden in Rusland. Jullie zijn erger dan de Fransen. Bij jullie wordt de vrouw per se een slecht geheim toebedeeld om in haar bestaan te kunnen geloven. Alsof zij reëel uitgebeeld iets kleurloos is, net als water. En wanneer ze dan als een schandaleuze schim ergens vanuit de diepte te voorschijn komt, ligt de zaak anders; over dat silhouet wordt niet getwist, dat kan niet genoeg geprezen worden. Op het Russische platteland ben ik nog niet geweest. Maar in de steden bewijst jullie zwak voor donkere steegjes dat jullie niet een eigen leven leiden en dat iedereen op zijn manier dat van een ander begeert. Bij ons in Denemarken is dat niet zo. Wacht, ik ben nog niet klaar…’

Uit: De laatste zomer – Boris Pasternak, Hema Amsterdam, 1989; vertaling Chris Koopmans

boris pasternakbron foto: pinterest.com

Boris Pasternak (1890 – 1960, Russisch)

Jeugd Gerrit Komrij: ‘het is of je achterwaarts leeft’

komrij jeugd 2019-05-05 at 19_Fotor

‘Ik vind het – om het mild uit te drukken – nogal onprettig om oude foto’s te bekijken. Ik voel ook altijd de aandrang krijsend weg te rennen, met mijn ene hand mijn haren uitrukkend en me met mijn andere pathetisch op de borst trommelend, als mensen weer eens beginnen herinneringen aan vroeger op te halen. Steeds dezelfde herinneringen. Het is of je achterwaarts leeft, met je rug naar morgen staat. Misschien dat sommigen daardoor de dood (die komende is) een poets denken te bakken, maar voor mij is de walm van nostalgie al net zo verstikkend als de dood.

Er zijn ongetwijfeld veel lessen uit het verleden en de geschiedenis te trekken, maar bewaar me voor dat deel waarin ik zelf rondliep, waaraan ik bijdroeg door bij voorbeeld harteklop, bloedneus, zondagmiddagverveling. Het is bevroren, het staat onder een stolp, en er is een moratorium voor afgekondigd tot aan mijn sterfuur. Probeer het te ontdooien, tik ertegen – en de ontbinding treedt in. Om niet ten prooi te vallen aan de Ontzetting kijk ik naar deze foto als naar een schaakbord, een anatomische les, een oude veldkaart. Het is duidelijk een kiekje van een radiodistributietoestel (‘draadomroep’). Een man die mijn vader moet zijn staat zich te scheren (‘Philips-eitje’) in de buurt van het enige stopcontact. Of slaat hij een borrel achterover? Zijn crapaud wacht in elk geval tot hij klaar is. Een vrouw die mijn moeder moet zijn zit bij een box. Een jongen die ik moet zijn leest in een Prisma-woordenboek. Engels-Nederlands? Nederlands-Engels? Hij is een jaar of tien en heeft geen jongere broers of zusjes. De box is voor het dochtertje van een zuster van zijn moeder. Zijn moeder verzorgt het kind tijdelijk, omdat haar zuster – zijn tante – in het gesticht zit (Het Groot Graffel, Warnsveld). So what?

Uit: De gevoelige plaat, Lisa Kuitert & Mirjam Rotenstreich, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1995