Erika Dedinszky: liefdes strand

Liefdes strand

toen je het in ’t donker beroerde / toen de vuurslak begon te kruipen / toen de schelp ’t zweet uitbrak / toen ik geluidloos riep en draaide / toen we zoet ineenzwommen / toen de golf tussen de lippen vertrok / toen hij aankwam en zich als ’n waaier spreidde

 

Uit: De ijstijd begint met de kou, In de Knipscheer Haarlem, 1980

erika dedinzsky, wikipedia

bron foto: wikipedia.org

Erika Dedinszky (1942, Boedapest, Hongarije)

Pasternak: Hamlet

Hamlet

De zaal wordt stil. Ik aarzel op de planken. / Leunend in de deurpost blijf ik staan. / Even vang ik op uit verre klanken / Hoe het in mijn leven zal vergaan.

In het nachtelijke duister keren / Duizenden binocles zich naar mij. / Als het mogelijk is, Abba Here, / Draag dan deze kelk aan mij voorbij.

Uw geboden wil ik niet beschamen / En ik ben tot deze rol bereid, / Maar vandaag speelt hier een ander drama, / Scheld mij deze keer Uw opdracht kwijt.

Voorbeschikt is alles in dit leven, / Onafwendbaar ’t einde van de reis. / Ik sta alleen, door huichelaars omgeven. / Deze aarde is geen paradijs.

Uit: De meisjes van Zanzibar, 20-ste eeuwse gedichten uit Oost-Europa, Plantage Leiden, 2000

boris pasternak, 1910, L.PasternakBoris geschilderd door zijn vader Leonid Pasternak, in 1910.

Boris Pasternak (1890-1960, Moskou, Rusland)

Bijna iedere dag muziek: Fela Kuti

Muzikant Fela Kuti (1938-1997, Abeokuta, Nigeria) was een man met een missie. In zijn kortstondige, maar dynamische leven, was hij nadrukkelijk aanwezig. Hij vertolkte de gevoelens van miljoenen Afrikanen die corruptie en vriendjespolitiek moe waren. De eigenaardigheden van de nieuwe Afrikaanse machthebbers, die zich na de kolonisten de macht verschaften.

Fela werd door zijn ouders in 1958 naar Londen gestuurd om medicijnen te studeren. In Londen koos Kuti voor een loopbaan als muzikant. Met diverse andere Nigeriaanse muzikanten richtte hij een band op. In 1963 keerde Kuti terug naar de hoofdstad Lagos, nadat Nigeria zich in 1960 onafhankelijk had verklaard. In 1969 verhuisde de band naar Los Angeles, USA, waar Kuti onder invloed kwam van de radicale ideeën van Malcolm X.

Ondertussen ontwikkelde Kuti een nieuwe muziekstijl die we Afrobeat zijn gaan noemen. Die muziekstijl werd enorm populair onder Afrikanen. Terug in Lagos opende Fela een eigen club waar bezoekers getracteerd werden op nachtenlange sessies: de Afro-Shrine. Via deze club ventileerde Kuti zijn politieke ideeën en werd het een bonte verzamelplaats voor allerlei ondermijnende activiteiten. Dat ging niet onopgemerkt, want de toenmalige machthebbers traden herhaaldelijk hard op tegen wat genoemd werd, de Kalakuta Republiek.

Fela radicaliseerde verder, besloot met 27 vrouwen te trouwen, stelde zich verkiesbaar als presidentskandidaat, kwam in de gevangenis terecht en overleed in 1997 aan de gevolgen van Aids. Ondertussen was zijn succes als muzikant ook doorgedrongen tot Europa en de VS. Daar werden de Afro-ritmes en de cultuur omarmd en bleken ze van beslissende invloed op de cultuur.

Bijna iedere dag muziek: Miles Davis

Aanleiding is het thema van de Boekenweek: Rebellen en Dwarsdenkers en een verhelderende docu op Netflix. Die docu gaat over Miles Davis (1926-1991, Alton, USA) en laat zien hoe Davis rebelleerde tegen verwachtingen die men van hem had. Dat begon al met de keuze van het instrument dat hij wilde spelen: trompet in plaats van viool, zoals zijn ouders wilden. Op 19-jarige leeftijd leidde hij al een band. Trad op met Dizzy Gillespie en Charlie “Bird” Parker, die bepalend zouden worden voor de jazz. Waarna uittochtjes naar Parijs volgde. In de Lichtstad maakte hij kennis met alles wat toen hip en cultureel bepalend was. Denk aan: Greco, Malle, Moreau en Satre. In Frankrijk leidde dat op enig moment tot de opname van Ascenseur pour l’Échafaud. De soundtrack van de gelijknamige film die Davis improviserend bij de beelden volspeelde. Davis was muzikaal gelijkwaardig aan hoofdrolspeelster Jeanne Moreau en haar lijden. De film werd dankzij de score een enorm succes. Terug in de USA begonnen de voorbereidingen voor wat een mijlpaal in de jazz zou worden: het opnemen van het album Kind of Blue.

De (on)regelmatige dosis Nabokov: lente in Fialta

Lente in Fialta is een kort verhaal. Het beschrijft de ontmoeting met Nina, die de rode draad is in deze geschiedenis. Nina is de vrouw waar de verteller zich toe aangetrokken voelt. Die gevoelens zijn wederzijds. Maar van een echte duurzame en bestendige relatie komt niets terecht. Het blijven ontmoetingen.

Waar de verteller zich beperkt tot die ene relatie, hopt Nina van de één naar de ander. En nu de verteller, waarin we de meester zelf herkennen, aan het woord:

En met iedere ontmoeting groeide mijn vrees; neen – ik maakte geen innerlijke emotionele ineenstorting door, geen schaduw  van een tragedie spookte door ons feestelijk samenzijn, mijn huwelijksleven bleef onaangetast terwijl anderzijds haar echtgenoot, ruim van opvatting, haar terloopse affaires negeerde hoewel hij ervan profiteerde door aangename en nuttige relaties. Ik werd bevreesd omdat iets moois, teers en onherhaalbaars werd verkwist, iets dat ik misbruikte door er in grove haast armzalige glanzende stukjes af te rukken en de bescheiden maar ware kern te verwaarlozen, die mij wellicht steeds weer op meelijwekkende fluistertoon werd aangeboden. Ik was bevreesd omdat ik, op de lange duur, op een of andere manier Nina’s leven accepteerde, de leugens, de futiliteit, het gebrabbel van dat leven. Hoewel er geen sprake was van enige gevoelsdisharmonie, voelde ik mij verplicht te zoeken naar een rationele, zo niet morele, interpretatie van mijn bestaan, en dit betekende dat ik moest kiezen tussen de wereld temidden waarvan ik zat voor mijn portret, met mijn vrouw, mijn dochtertjes, mijn doberman-pincher (idylliische guirlanden, een zegelring, een slanke wandelstok), tussen die gelukkige, verstandige en goede wereld… en wat? Bestond er een praktische mogelijkheid voor een leven samen met Nina, een leven dat ik mij haast niet kon voorstellen omdat het, dat wist ik, vol zou zijn van een hartstochtelijke, ondraaglijke bitterheid en ieder ogenblik in dat leven zich bewust zou zijn van een verleden vol onbestendige partners.

Uit: Lente in Fialta, Bezige Bij Amsterdam, 1981; vertaling M. Coutinho

Is deze geschiedenis waar gebeurd? In het verhaal speelt een Frans-Hongaarse schrijver een rol. Hij is de min of meer vaste relatie van Nina. Schrijver van het korte verhaal (Nabokov, dus) geeft een mooi portret van de Franse Hongaar waarin hij natuurlijk niet gespaard wordt. ‘Deze schrale, arrogante, valse snaak, die steeds een vergiftigde woordspeling op het puntje van zijn agressieve gespleten trillende tong had.’ ‘Een woordenwever.’ Uiteindelijk doet het de jaloerse verteller dwingen tot de volgende bekentenis:

… ik persoonlijk heb nooit kunnen begrijpen, wat het voor nut heeft, boeken te bedenken, dingen neer te pennen die niet op een of andere wijze echt zijn gebeurd; en ik herinner mij dat ik eens, de spotternij van zijn aanmoedigend knikken trotserend, tegen hem zei dat ik als ik zelf schrijver was, slechts mijn hart fantasie zou toestaan en voor de rest zou steunen op mijn geheugen, die langgerekte zonsondergangschaduw van je persoonlijke waarheid.

Het is Nabokov die we hier aan het woord hebben…

nabokov, newyorker.combron foto: newyorker.com

Vladimir Nabokov (1899-1977, Sint Petersburg, Rusland)

Jorge Amado: ‘vervloekte cacao’

jorge-amado, thekitchensisters.combron foto: kitchensisters.org

De Braziliaan Jorge Amado (1912-2001, Itabuna, Brazilië) schreef veel en vaak over de streek waar hij vandaan kwam. Zelf was hij zoon van een plantage-eigenaar. Van nabij maakte hij het lot van de plantage-arbeiders mee. Het uitputtende werk in de verzengende hitte, de uitbuiting, de ontslagdreiging, de liefdesavonturen, de uitstapjes naar het bordeel, de enkele feestdagen waarnaar met veel ongeduld werd uitgekeken. Een leven dat in schril contrast stond met dat van de grootgrondbezitter (de kolonel). Amado maakte de bewustwording van de arbeiders mee en het ontdekken van de realiteit van de klassenstrijd. Dat was zijn drijfveer om erover te schrijven. Een voorbeeld van zijn werk uit de roman Cacao plantage:

Een simpele geschiedenis uit het Zuiden van Bahia. Ze waren lang geleden uit Ceara gekomen. De man was pachter van kolonel (=grootgrondbezitter) Henrique Silva in Palestina geworden. Een interessant type arbeider, de pachter. De grootgrondbezitter sluit met een gezinshoofd een contract voor het ontginnen van een stuk oerwoud en het aanleggen van een plantage op het terrein. De pachter is heer van het terrein gedurende de twee of drie jaar van het contract. Hij plant maniok en groenten en leeft daarvan. En aan het eind van het contract betaalt de eigenaar hem 500 tot 800 reis (=de Braziliaanse munteenheid) voor elke cacaoboom.

Osvaldo, de man van Sinhá Margarida, had zo’n contract afgesloten met kolonel Henrique Silva. Toen de termijn afgelopen was, probeerde hij zijn geld te krijgen. De kolonel betaalde niet. Hij ging wel drie keer naar Ilhéus om zich bij de autoriteiten te beklagen. De laatste keer antwoordde de commissaris: ‘Dat lijken wel vrouwenruzies. Regel dat als een man.’

Osvaldo ging terug naar huis en ’s avonds doodde hij de kolonel met messteken. De openbare aanklager hield een fraai betoog waarin hij de bijbel citeerde en verzen declameerde. De advocaat van de verdediging (die niet betaald werd) deed geen enkele moeite. De jury die uit grootgrondbezitters was samengesteld, veroordeelde de beklaagde tot 18 jaar, om een voorbeeld te stellen. Zijn vrouw en kinderen kwamen hem in de gevangenis opzoeken. Hij huilde voor de eerste keer in zijn leven. En vervloekte de cacao.

Uit: Cacao plantage, Wereldvenster Baarn, 1978; vertaling Bertus Dijk

Jorge Amado (1912-2201, Itabuna, Brazilië)

Barbara Hepworth speelde voor zee

Curved Form (Trevalgan) 1956 by Dame Barbara Hepworth 1903-1975bhepworth, sculpture 4bhepworth, sculpture 6bhepworth, sculpture 8

De Britse beeldhouwer Barbara Hepworth (1903-1975, Wakefield, UK) won op 17-jarige leeftijd een studiebeurs waardoor ze kon gaan studeren op de Leeds School of Art. Daar ontmoette ze Henry Moore. Dat zou een gedenkwaardige ontmoeting worden. Samen met Moore sloot ze zich aan bij de Seven and Five Society. Een groep kunstenaars die geen nieuw -isme wilden, maar de bestaande (abstract, kubisme en modernisme) stijlen uitdiepen.

Het werk van de Britse kenmerkt zich door abstracte vormen. Het zijn vaak ovalen of cirkels. Zo nu en dan komen we vierkanten tegen. En heel soms iets wat figuratief is (moeder en kind). Net als Henry Moore begon Hepworth met het boren van gaten in haar materiaal. Die gaten werden verder uitgehold, zoals grotten door de zee worden uitgehold. Een soort kunstmatige erosie in verkorte tijd. De gaten werden glad geschuurd, het oppervlak glimmend gemaakt en van verf voorzien. Of juist werd de textuur van het materiaal gevolgd. Ze gebruikte hout, steen, marmer en staal. Maar altijd was de inspiratie het landschap, de natuur. En nog vaker de dramatische kustlijn en het landschap van Cornwall, waar ze woonde.

Haar werk maakte haar wereldberoemd. Dat leidde tot opdrachten van bijvoorbeeld de Verenigde Naties in New York. Haar werk kom je tegen in Groot Brittannië, maar ook in het Kröller-Müller op de Veluwe. Ze was een bewonderaar van het werk van Mondriaan, waaraan ze een beeld wijdde (Construction: Homage to Mondrian, 1966). Haar levenseinde was dramatisch. Ze kwam om bij een brand in haar atelier.

Corinthos 1954-5 by Dame Barbara Hepworth 1903-1975bhepworth, sculpture 3bhepworth, sculpture 5bhepworth, sculpture 7

De mooie vrouw: ‘ver vuur ben ik’

In Don Quichot van Miguel de Cervantes zit een prachtig hoofdstuk over de herderin Marcela die schuldig zou zijn aan de dood van de herder Grisóstomo. Hij pleegde zelfmoord omdat hij zoveel van haar hield en haar niet kon krijgen. Dit komt uit de verdedigingsrede van Marcela:

‘En zoals de adder niet verdient te worden beschuldigd vanwege het gif dat zij bij zich draagt, hoewel ze ermee doodt, daar de natuur het haar heeft gegeven, zo verdien ik het niet te worden berispt omdat ik mooi ben; want schoonheid bij een eerbare vrouw is als een ver vuur of een scherp zwaard, dat niet brandt of snijdt wie niet in de buurt komt. (…) Ver vuur ben ik en een ver weggelegd zwaard. Wie ik verliefd heb gemaakt met mijn aanblik heb ik met mijn woorden ontnuchterd.’

En verder:

‘Männer umschwärmen mich wie Motten um das Licht, und wenn sie verbrennen, ja dafür kann ich nichts.’

Uit: Een prachtig neusje. De schrijver als cosmetisch chirurg. NRC Handelsblad, 10-10-1997

Bron: Arnon Grunberg (1971, Amsterdam)

Cami: de ogen van mijn vader

De ogen van mijn vader

De ogen van mijn vader hebben in mij nooit / Vertrouwen gewekt.

In mijn herinnering zie ik mijn vader / Met opgeheven vuist: / Teken voor een jeugd, / Teken voor een tijd.

De vuist die de mens / Tot een perfectie / Sloeg.

Daarom is het dat ik zorgvuldig / De humanisten en de kerken, / Allen die me met perfecties pesten, / Haat.

Al vergeet ik daarbij nooit dat mijn vader / Ondanks zijn ontzag voor God en zijn Oorlogen / Op de een of andere wijze mijn moeder / Heeft liefgehad.

Uit: Gedichten 1954-1983, Manteau Antwerpen, 1984

cami, ben, bol.com

bron foto: bol.com

Ben Cami (1920-2004, Durham, UK)

Gust Gils: de waarheid over het paard

Paard_van_Troye, wikipedia.orgbron foto: wikipedia.org

De waarheid over het paard

(vrij naar Homerus)

het befaamde paard van troje / was oorspronkelijk als koe bedoeld / tot die uier buiten verwachting moeilijk / in hout te realizeren bleek.

dus werd dat detail maar weggelaten / en het ding maar paard genoemd / omdat het daar eerlijk gesproken / in elk geval nog het meest op leek.

vandaar dus het paard van troje, alsook / de uitdrukking: een waarheid als een paard.

Gust Gils (1924-2002, Antwerpen, België)

Uit: Uniek onkruid, Manteau Antwerpen, 1982