James Abbe pionierde in celeb-fotografie

james abbe; vrouw2james abbe; vrouw4james abbe; vrouw6james abbe; vrouw8

James Abbe (1883 – 1973) was een Amerikaans fotograaf. Zijn loopbaan als internationaal fotograaf kreeg een boost dankzij de Washington Post, die hem de opdracht gaf te reizen en te fotograferen aan boord van de Amerikaanse marinevloot. Een reis die 16 dagen duurde en hem in 1910 bracht naar Engeland en Frankrijk.

Vele jaren later reisde hij als jonge fotojournalist door Europa. Het waren de late jaren 20 en vroege jaren 30. Europa probeerde weer op krachten te komen na een desastreuze oorlog. Naam maakte Abbe pas terug in de VS waar zijn blik zich richtte op de sterren uit theater en de ontluikende filmindustrie. New York, Hollywood, maar ook Parijs en Londen werden zijn werkterrein.

Zijn ongebruikelijke techniek van buiten de studio om werken, onderscheidde hem van andere fotografen. Om geld te verdienen verkocht Abbe zijn foto’s aan tijdschriften als Vogue en Vanity Fair en daarmee was hij een pionier. Met het publiceren van foto’s in die bladen, bracht het de sterren meer bekendheid en daarmee ontstond de celeb-fotografie als industrie.

james abbe; vrouwjames abbe; vrouw3james abbe; vrouw5james abbe; vrouw7

Duo vindt afdoende details

Met duo bedoel ik Martin Bril en Dirk van Weelden. In 1987 publiceerde het tweetal het boek Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril & Van Weelden. Een debuut, waarin teksten een plaats kregen die veel en niets met elkaar van doen hadden. Op alfabetische volgorde gerangschikt komen overpeinzingen, verhalen, anekdotes en essays voorbij, overgoten met  een saus van ernst en humor. Het is fragmentarisch als het leven zelf, springerig en vol van ideeën.

In het onderstaande stuk gaat het over de plek van het detail in onze cultuur:

Afdoende

Het volmaakte detail bestaat niet. Ik heb het over de oer-Russische, maar stijlbewuste en zelfs zwierige hoed die de nieuwe Sovjet-leider (Gorbatsjov) draagt. Een minder courant voorbeeld is de knik in het biljart in een van George Braque’s schilderijen. Een anonieme vorm van het volmaakte detail zijn de delicate oortjes van de passerende vrouw, die vervolgens voorgoed onvindbaar blijft.

Waarom is het volmaakte detail volmaakt? Omdat het de plaats is waar de aandacht zich verdicht zonder dat er van een symbool sprake is. Het volmaakte detail verschilt in twee opzichten van het symbool, namelijk dat het alleen ter plekke geldig is (itt het symbool dat als een colporteur overal zijn tronie opdringt om gevraagd en ongevraagd zijn veelbetekende waar aan de man te brengen), en in de tweede plaats doordat niet duidelijk is wat het detail precies betekent, wat onze aandacht iets van suspense geeft. Door deze twee eigenschappen kunnen details grotere volmaaktheid bereiken dan om het even welk symbool.

(..)

Ter afsluiting enkele voorbeelden: de hoed van Gorbatsjov, de handgranaten van Hemingway, de pijp van Mulisch, het spleeetje van Rob de Nijs, de motoriek van Scholte, het flanellen ruitjeshemd van John Fogerty, de snor van Toklas, en de beenstand van Claus tijdens het uitspreken van de Troonrede.

fragmenten uit: afdoende; uit: Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril & Van Weelden, Bezige Bij Amsterdam, 1987

Van Weelden en Bril; pinterestVan Weelden en Bril; bron beeld: pinterest.com

Martin Bril (1959-2009, Utrecht)

Dirk van Weelden (1957, Zeist)

Foto’s Wright Morris illustreerde armoede en verval

wright morris; illustratie2wright morris; illustratie4wright morris; illustratie6Naast zijn schrijverschap wijdde de Amerikaan Wright Morris (1910-1998) een korte periode in zijn leven aan de fotografie. Op bijzondere wijze legde hij de armoede en het verval in het Amerika van de jaren ’30 en ’40 vast.

Het eerste wat opvalt aan de foto’s van Morris is de afwezigheid van mensen. Hij fotografeerde veelal stillevens van alledaagse objecten die de sfeer van armoede en verval ademden. Wright Morris documenteerde daarmee op unieke wijze het harde bestaan op het Amerikaanse platteland in de nasleep van de economische crisis van de jaren ’30.

Tijdens een reis door Europa in 1933 fotografeerde Morris voor het eerst. Bij terugkeer in de Verenigde Staten ontwikkelde zijn schrijverschap en fotografie zich gelijktijdig. Morris fotografeerde vooral in de periode 1938-1947. Omdat zijn beeldromans niet goed verkochten, moedigde zijn uitgever hem aan zich volledig op het schrijven te richten.

bron: cultureleagenda.nl

wright morris; illustratiewright morris; illustratie3wright morris; illustratie5

Yourcenar: ‘wat een mens denkt te zijn, wat hij wil zijn en wat hij was’

m.yourcenar; lelivrescolaire.frbron beeld: lelivrescolaire.fr

In de novelle Alexis of de verhandeling over de vergeefse strijd laat de Franse schrijfster Marguerite Yourcenar (1903-1987) een jonge aristocraat een brief schrijven aan zijn vrouw. De brief gaat over het feit dat de jongeman ontdekt heeft dat hij homoseksueel is. Een typisch Yourcenar-thema. Want de française schreef veel en vaak over wat een mens denkt te zijn, wil zijn en wat hij/zij uiteindelijk is.

In Alexis komen veel kwesties aan de orde die te maken hebben met wat het betekent homoseksueel te zijn in een heteroseksuele relatie.

Ik heb vaste verbintenissen geschuwd. Ze berustten op kunstmatige vertedering, zinnelijk bedrog en gemakzucht. Ik zou alleen van een volmaakt mens kunnen houden, lijkt me; ik zou te middelmatig zijn om door hem geaccepteerd te worden, zelfs als het mij mogelijk was hem eens te vinden. Dat is niet alles, Monique. Onze ziel, onze geest en ons lichaam hebben meestal tegengestelde behoeften; ik geloof dat het moeilijk is zo uiteenlopende geneugten te verenigen zonder de ene te verlagen en de andere te ontmoedigen. Daarom sneed ik de liefde af. Ik wil mijn daden niet mooier maken met filosofische verklaringen, als mijn schuwheid een voldoende reden was. Door een verborgen angst verbonden te raken en te lijden heb ik mij altijd beperkt tot oppervlakkige contacten. Het is al genoeg de slaaf te zijn van je natuur zonder de slaaf van een liefde te zijn; en ik ben oprecht van mening dat ik nooit heb liefgehad.

uit: Alexis of de verhandeling over de vergeefse strijd – Marguerite Yourcenar; Atheneum – Polak & Van Gennep Amsterdam, 2007; vertaling Theo Kars en Jenny Tuin

Marchand & Meffre fotograferen filmpaleizen van weleer

marchand &meffre; bioscoop2marchand &meffre; bioscoop4marchand &meffre; bioscoop6marchand &meffre; bioscoop8

Typisch 20-ste eeuws verschijnsel? De enorme filmpaleizen die in de USA uit de grond werden gestampt om een nieuw verschijnsel ruimte te geven: de film. Ze boden onderdak aan filmliefhebbers en kijkers. In den beginne werd er zelfs (live)muziek gemaakt.  Het Franse fotografenduo Yves Marchand en Romain Meffre was nieuwsgierig naar de teloorgang van de vooroorlogse filmtheaters. Marchand en Meffre hadden al een naam als het gaat om het precies vastleggen van architecturale teloorgang. Eerder al maakten ze series over verwaarloosde binnenplaatsen in Boedapest en de industriële ruïnes van Detroit.

Het Franse duo gebruikt voor de foto’s grootbeeldcamera‘s. Dat maakt duidelijke en precieze beelden mogelijk. De vooroorlogse bioscoop heeft in veel gevallen, zo zien we, een andere functie gekregen. In andere gevallen helemaal geen functie meer. Dat vergankelijkheid ook schoonheid in zich bergt, lieten de Fransen al eerder zien. Met deze nieuwe serie Movie Theaters zien we hoe eens majestieuze en magnifieke architectuur snel vergaat en tot een verleden gaat behoren. Een jong verleden, zelfs.

marchand &meffre; bioscoopmarchand &meffre; bioscoop3marchand &meffre; bioscoop5marchand &meffre; bioscoop7

De absurde gedichten van Hans Arp bevielen Bernlef

Een oude catalogus van het Limes Verlag in Wiesbaden bracht mij op het spoor van de gedichten van beeldhouwer/dichter Hans Arp (1887-1966). De absurde gedichten van Arp, vooral in zijn bundel Auf einem Bein uit 1955, bevielen mij omdat Arp er in die bundel in was geslaagd nonsensicale gebeurtenissen binnen de strenge vorm van een sprookje te brengen. In die gedichten heerste een vrolijk soort causaliteit die steevast uitliep op het uit elkaar vallen van vaststaande afspraken en vormen. Zo zijn ook deze gedichten een afspiegeling van wat Arp in zijn beeldende werk interesseerde: het punt waar de vorm terugkeert naar het vormloze (en het vormloze naar een vorm op zoek gaat).

uit: alfabet op de rug gezien – J. Bernlef, Querido Amsterdam, 1995

hans arp; stiftungarp.de

Hans (Jean) Arp tussen enkele van zijn beeldhouwwerken. bron beeld: stiftungarp.de

Met een groen lijf

De stad en alles daarin is groen / Binnen de kortste keren worden reizigers / die deze stad bezoeken groen. / Velen komen uit verre landen aangesneld / om groen te worden. / Enkelen brengen hun paarden en honden mee / opdat ook zij groen zullen worden. / Alle bewoners van deze stad / op enkele uitzonderingen na / zijn grasgroen en benijden de paar / die al groen als dennebomen zijn. / Slechts één bewoner van deze stad wordt niet groen. / Wat zou hij er niet voor geven om groen te worden! / Volgaarne zou hij dagelijks kleiner en kleiner worden / als hij maar groen was. / Hij lijdt er verschrikkelijk onder / en verkeert in een uiterst opgewonden toestand. / Uit jaloezie slaat hij zachte groene planten kapot. / Hij is ontroostbaar / omdat hij niet groen is. / Met een groen lijf / zo denkt hij / zou het leven kinderspel zijn.

uit: Auf einem Bein – Hans Arp, Limes Verlag, Wiesbaden; vertaling J. Bernlef

Fotograaf Walker Evans; ‘Zo moet een portret zijn’

walker evans; portret

walker evans; portret3walker evans; portret7walker evans; portret9De Amerikaanse fotograaf en fotojournalist Walker Evans (1903 – 1975) ken ik vooral van zijn werk voor de Farm Security Administration (FSA). Hij documenteerde voor deze organisatie de effecten van de Grote Depressie, de tijd na het ineenstorten van de Amerikaanse economie aan het begin van de 20-ste eeuw. Zijn foto’s moesten literair zijn, autoriteit uitstralen en transparant zijn. Veel van zijn werk kwam in museum-collecties terecht vanwege de indruk die ze maakten op de toeschouwer.

In het fotoboek Many Are Called liet hij zien waar hij drie jaar lang mee bezig was geweest. In die tijd gebruikte hij de New Yorkse metro voor het maken van foto’s met een verborgen camera, verstopt in zijn jas. Evans fotografeerde passagiers die er geen idee van hadden dat ze geportretteerd werden. Dat stiekeme was voor Evans een pluspunt. ‘Zo moet een portret zijn. Anoniem vastgelegd, recht voor z’n raap. Mensen gefotografeerd zonder poespas, zoals ze zijn, zoals ze zich tonen.’

walker evans; portret2walker evans; portret4walker evans; portret6walker evans; portret8

De Nijhoffs: ‘Dat ik liefheb, is dat uit, voorgoed?’

Nijhoffs in sankt moritz; fembio.orgDichter Martinus Nijhoff en zijn vrouw Netty op de ski in Sankt Moritz. bron beeld: fembio.org

Schrijfster Marja Pruis doet in De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk, verslag van een zoektocht naar het ware verhaal achter het huwelijk van Martinus ‘Pom’ Nijhoff, de dichter, en zijn vrouw Netty. Daarbij verzucht zij ergens halverwege het boek:

een zekere mate van onbestemdheid lijkt noodzakelijk om mijn speurtocht naar haar leven voort te kunnen zetten. Het zolang mogelijk botvieren van de gedachte dat een levensverhaal minstens dertig kanten heeft. Maar eigenlijk is het natuurlijk pure angst.

Voorbij de helft van het boek worden de contouren wat duidelijker. Als het gaat om hoe de omgeving van de dichter hem heeft ervaren:

Hij had de gewoonte om alles en iedereen af te kammen, Slauerhoffs dichtkunst bijvoorbeeld (‘gejat en overschat’), volgens Vestdijk meer bij wijze van verbale training dan voortkomend uit jaloezie, zoals Du Perron dacht. Wat er ook over hem werd gezegd en gedacht, zijn meesterschap was onaantastbaar en onbetwist. ‘Je moet goed begrijpen,’ zei Marsman, ‘het is altijd Pom Nijhoff.’ Of het nu een speels booswichtje was (Vestdijk), een nomade met een leren koffertje (Faan, zijn zoon), of een prins in het kostuum van burgerman (Elschot), het was altijd: Pom Nijhoff.

‘Onder mijn huid leeft een gevangen dier / Dat wild beweegt en zich naar buiten bijt’ dichtte de dichter zelf. In De pen op papier uit 1926, zijn poëtische beginselverklaring, beschrijft Nijhoff de twee figuren die in de dichtersziel met elkaar in gevecht zijn: de burgerman en de avonturier. Een opvallend verhaal, een van de weinige prozastukken van Nijhoff, over een artistieke worsteling: Dichter laat pen boven papier zweven zonder resultaat en wordt uit impasse geholpen door een Rattenvanger van Hamelen-figuur. Vederlicht verteld als was het een sprookje, maar door de manier waarop de vrouw en de zoon van de dichter aan het eind een verlossende rol krijgen toebedeeld, wordt het zwaar melancholiek. Achter De pen op papier neemt Nijhoff dan ook nog eens zijn vertaling van een fabel van La Fontaine op, De twee duiven, waarin met grote weemoed een verloren liefdesgeluk wordt bezongen. Van een liefhebbend stel duiven houdt de een het thuis niet meer uit en gaat op reis, ondanks het verdriet van de ander. Onderweg overkomen de reisluchtige duif de verschrikkelijkste rampen. Zwaar gehavend keert hij terug op het nest. Moraal van het verhaal: ga nooit te ver weg van je geliefde, de rest heeft toch geen waarde. Tegelijkertijd weet de verteller van het verhaal maar al te goed hoe weerloos hij ooit was. Vertwijfeld vraagt hij zich tot slot dan ook af: Dat ik liefheb, is dat uit, voorgoed?

uit; de Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk – Marja Pruis, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1999

Marsman Dicht de Dag

hendrik marsman; linteratuurmuseum.nl

bron beeld: literatuurmuseum.nl

Zonder weerklank

Volk, ik ga zinken als mijn lied niet klinkt; / ik moet verdrogen als gij mij niet drinkt; / verzwelg mij, smeek ik – maar zij drinken niet ; / wees mijn klankbodem, maar zij klinken niet.

H.Marsman (1899-1940, Zeist)

uit: de dichter en de muze, boekenweekgeschenk 1964; bijeengebracht door Anthonie Donker