Aki Kaurismäki samengevat

De Finse filmregisseur Aki Kaurismäki (1957, Fins) maakt films die sterk aan zwarte komedies doen denken. Terugkerende elementen daarin zijn: stijf acteerwerk, live-muziek en de hoofdpersonen zijn vaak arbeiders zoals Karl Marx die voor ogen had. Verder drinken de hoofdpersonen veel koffie en roken sigaretten. De weinige tekst die gesproken wordt, is emotieloos en wordt met een stalen gezicht gedeclameerd.

De films spelen vaak in Helsinki, gaan over het lot van arbeiders die hunkeren naar liefde en begrip. Er is de sleur van alledag en de financiële eindjes worden moeizaam aan elkaar geknoopt. Ondanks somberte alom (nee, zo gezellig is het leven als arbeider niet), gloort er in Kaurismäki’s films altijd een sprankje hoop.

In de video-bijdrage van tv-station Arte (Frans-Duits) een blik op de films van de Finse regisseur. Met terugkerende elementen, acteurs en die typische Kaurismäki-filmstijl die je herkent uit duizenden. Vandaar:

Advertenties

Jeugd Rutger Kopland: ‘een paard te zijn in een weiland, onder de paarden’

Paard

kopland-paard2_FotorIn veel van mijn gedichten komen paarden voor. Dat komt, omdat ik een paard heb willen zijn. Het is minder geworden, maar overgaan zal het wel niet. Nu ik erover nadenk komt het zelfs weer vrij sterk terug. Ik herinner mij nu dat ik met mijn broer speelde, dat ik paard was en hij mij mende. Nog voel ik de ergenis over de geringe gelijkenis van mijn lichaam met dat van een paard. Het vervelendste was nog dat mijn broer mij af en toe vragen stelde die een paard nooit zou kunnen beantwoorden. Tot verbazing van mijn veel jongere broer hinnikte ik dan, want ik kon niet praten. Ik herinner mij ook hoe ik eindeloze pogingen heb gedaan om een paard te tekenen. Duizenden tekeningen heb ik gemaakt, ze zijn allemaal mislukt, allemaal hadden ze die ellendige houterigheid die de illusie verstoorde.

Maar het meest levendige gevoel dat ik uit mijn jeugd kan terugroepen is de droom een paard te zijn in een weiland, onder de paarden. Als dat even lukte, als ik even mijn eigen lichaam als het ware verlaten had, was dat geluk, dat woordeloze, gedachtenloze, lichaamloze gat, waaruit ik als een paard te voorschijn kwam, ver weg in een weiland. Dit fotootje maakt me weemoedig; ‘onze dromen zullen wijken voor de feiten, nooit andersom, nooit andersom,’ schreef ik ongeveer dertig jaar later. Er is niet meer dan een weiland en een elfjarig jongetje op zijn knieën met zijn gezicht in een pan. Niet andersom.

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)

Uit: De gevoelige plaat – Lisa Kuitert en Mirjam Rotenstreich, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1995

Roger M.J. de Neef: rivieren, zij zijn de bloedsomloop van de aarde

Rivieren, zij zijn de bloedsomloop van de aarde

Rivieren, zij zijn de bloedsomloop van de aarde. / Ook al sluiten zij de ogen, / Zij openen het land als verse lakens / En rusten nooit.

Rivieren, zij verwijderen zich van hun oorsprong, / Keren nooit terug en blijven aan zich zelve gelijk. / Meerdere malen leggen zij het oor te luisteren en / Horen hoe de vissen hun bolle buiken / Berijden en bereizen.

Rivieren vieren weleens feest of praten met de lucht. / Zij rapen de winden op en winden zich op / Zij vermenigvuldigen het voedsel / En in hun lenden landen de zo levendige steden.

Rivieren zijn minnaars, / Met hun laatste monden / Werpen zij zich in zee.

Uit: De vertelkunst van de bloemen, Manteau Antwerpen, 1985

De-Neef, schrijversgewijs.bebron foto: schrijversbewijs.be

Roger M.J. de Neef (1941, Belgisch)

Komrij: hoog op de gele wagen

Hoog op de gele wagen

Je hebt goddank twee goede longen, want als je / Rookt, dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart / Daarbij, want dans je voor je bed een walsje / Dan voel je je, dolgesprongen, niet benard.

Je hebt immers een zeer fijne neus voor vuile / Lucht, en slinks bespoten snijbonen en sla. / Om het zemelloze kadetje kan je huilen, / En je grijpt zesmaal ’s daags naar de tandpasta.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd, / Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde, / En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp / Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’

Uit: Je kon je redden langs een trap van vuur (Ragnarok! Ragnarok!5)

komrij, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Gerrit Komrij (1944-2012, Winterswijk)

García Márquez keert terug naar zijn dorp en herinnert zich de anime

De anime is bij ons een soort weldoende geest die zijn beschermelingen op benarde momenten te hulp schiet; wanneer men dan ook van iemand zegt dat hij ‘animes’ heeft, bedoelt men dat hij door een of andere mysterieuze persoon of kracht wordt beschermd.

De animes van Aracataca (geboortedorp van Márquez) waren iets heel anders: minuscule wezentjes van amper een duim groot die op de bodem van waterkruiken leefden. Soms verwarde men ze met de bortselwormpjes, ook wel sarapicos genoemd, die in werkelijkheid de larven van de muskieten waren die onder in het drinkwater wriemelden. Maar de echte kenners verwarden ze niet: de animes waren in staat om uit hun natuurlijke schuilplaats te ontsnappen, zelfs als de waterkruik goed was afgesloten, en ze vermaakten zich door allerlei kattekwaad in huis uit te halen. Het waren ondeugende maar vriendelijke geesten die de melk  verzuurden, de ogen van de kinderen van kleur lieten veranderen, de sloten deden roesten of verwarde dromen opriepen. Maar bij tijden raakten ze om duistere redenen uit hun humeur en dan bekogelden ze het huis waar ze woonden met stenen. Ik leerde ze kennen in het huis van don Antonio Daconte, een Italiaanse emigrant die indrukwekkende nieuwigheden in Aracataca introduceerde: de stomme film, de biljartzaal, de verhuur van fietsen, de grammofoon en de eerste radio. Op een avond ging het gerucht in het dorp dat de animes stenen gooiden naar het huis van don Antonio Daconte, en het hele dorp liep uit. In tegenstelling tot wat je zou denken, was het geen gruwelijk schouwspel maar een uitgelaten feest, waarbij hoe dan ook geen ruit heel bleef. Je zag niet wie de stenen gooide, want ze kwamen van alle kanten aan vliegen en hadden de magische eigenschap niemand te raken, maar rechtsstreeks op hun doelwit af te gaan: dingen van glas. Lang na die fantastische avond hielden wij kinderen vast aan de gewoonte het huis van don Antonio Daconte binnen te sluipen en het deksel van de waterkruik in de eetkamer op te lichten om te kijken naar de kalme en bijna doorzichtige animes die zich onder in de kruik verveelden.

Uit: Terug naar mijn dorp; uit: De zee van mijn verloren verhalen, Meilenhoff Amsterdam, 1992; vertaling Francine Mendelaar en Wieke Westra 

garcia marquze, smithsonian magazinebron foto: smithsonianmag.com

Gabriel García Márquez (1927-2014, Colombiaans)

Gerbrandy: waar zoek je

Waar zoek je

waar zoek je / naar vriend is

het zwart is / het licht is / het schallende

stof zwaai / me op in je / blauw graai me

vast in je / dans voor we

vallen.

op meer dan respijt kan niemand aanspraak maken

gerbrandy, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Piet Gerbrandy (1958, Den Haag)

Uit: drievuldig feilloos vals, Meulenhoff Amsterdam, 2005

Szymborska: decolleté

Decolleté

Decolleteé komt van decollo, / decollo betekent: ik onthals. / De koningin der Schotten, Mary Stuart, / betrad in gepast hemd het schavot, / het hemd was uitgesneden / en rood als een bloeduitstorting.

Tegelijkertijd / stond in een afgelegen zaal / Elizabeth Tudor, de koningin van Engeland, / in een witte japon bij het raam. / De jurk was triomfantelijk dichtgeknoopt onder de kin / en afgewerkt met een gesteven ruche.

Zij dachten in koor: / ‘God, erbarm u mijner.’ / ‘Het gelijk staat aan mijn kant.’ \ ‘Leven is tegenstreven.’ / ‘In bepaalde omstandigheden is de uil de dochter van de bakker.’ / ‘Dit gaat nooit voorbij.’ / ‘Het is al voorbij.’ / ‘Wat doe ik hier, hier is toch niets.’

Verschillend gekleed – ja, daar kunnen we zeker van zijn. / Het detail / is onbewogen.

szymborska, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Wislawa Szymborska (1923-2012, Pools)

Uit: Grote pret, Meulenhoff Amsterdam, 1967; vertaling Gerard Rasch

Lévi Weemoedt als uitzondering op de Schepping

Ik hield me schuil in mijn werkkamer en keek door de kleine bestofte ruitjes van de openslaande deuren naar buiten. Schrijven lukt niet, ik kwam tot niets. Op het plaatsje, tussen de spleten van de betonnen vloer drong het leven zich omhoog, het was voorjaar en zelfs door het beton kwamen allerlei plantjes en tere groeiseltjes naar boven, óp naar het licht. Dat was op zich al verbazingwekkend, maar toen ik zo een tijd had zitten staren viel mijn oog plotseling op iets dat ik eerst niet kon geloven.

Op een omgekeerde borstel die van boven, van mijn achterbalkon, was gevallen waren tussen de ruwe, scherpe bruinen haren kleine broze stengeltjes gegroeid die aan het eind een klein groen bladerkroontje hadden. Ik kwam verbaasd uit mijn stoel, liep om het bureau heen en tuurde door de groezelige ruitjes naar buiten. De borstel bloeide! Hoe was dat mogelijk! Verbijsterd en tegelijk pijnlijk getroffen stond ik naar dit wonder voor me te kijken. Als alles zó wilde leven om mij heen, waarom ik dan niet? Was ik de uitzondering op de Schepping? Ik groeide, zoals mijn moeder zei, als een koeiestaart. Naar beneden.

Alles stormde en drong zich omhoog in de natuur, en liet zich door niets weerhouden. Maar ik was leeg en inert. Niets boeide me. Ik rookte de ene sigaret na de andere, maar waar rook was was geen vuur. In- en uithalerend zat ik achter mijn schrijfblad en tuurde voor me uit, naar het vochtige plaatsje. Dat leek, net als ik, niets te doen, in zijn lemen, massieve treurigheid, maar was ondertussen met alles bezig en bracht de wonderbaarlijkste dingen voort. Het beton ontlook, de wasborstel liep uit en gaf de prachtigste bloesem. Alleen ik wierp geen vruchten af.

Uit: Acte van verlating, Contact Amsterdam, 1990

Weemoedt_Levi, singeluitgeverijen.nlbron foto: singeluitgeverijen.nl

Lévi Weemoedt (1948, Geldrop)

De fotografie van Tina Barney: ‘iedere familie doet dezelfde dingen’

tina barney-1tina barney-3tina barney-5

Tina Barney (1945, USA) is fotografe en leerde zelf de kneepjes van het vak. Ze komt uit de welgestelde familie van de Lehman Brothers. Ze werd bekend door haar omvangrijke kleurige portretten waarop familie, vrienden en bekenden te zien zijn. In hun eigen hum en doende met wat mensen zoal doen in hun huiselijke omgeving.

Dat is wat Barney ook beweert te bereiken met haar fotografie: ‘Ik ben geiïïnteresseerd in de herhaling van gewoontes, rituelen en tradities. Mijn idee is dat het niet uitmaakt waar families vandaan komen, ze houden zich altijd bezig met dezelfde dingen’.

Haar foto’s doen denken aan de schilderijen die in vroegere eeuwen gemaakt werden van welgestelde personen en families. Het zijn een soort tableaus die het goede leven tonen en de rijken en welgestelden laten zien in hun door luxe omgeven habitat.

tina barney-2tina barney-4tina barney-6

Judith Herzberg: maal 2

o de jonge moeders

O de jonge moeders in het park, / wat kunnen ze foeteren; / je zou bijna gaan denken dat zij / van de kinderen moederen moeten.

lig links

lig links / op je hart / dat plet / wat verwart.

Judith_Herzberg_, groene amsterdammerbeeld: Konstantinos Papamichalopoulos; bron beeld: groene.nl

Judith Herzberg (1934, Amsterdam)

Uit: Beemdgras, Van Oorschot Amsterdam, 1968 en Dagrest, Van Oorschot Amsterdam, 1984