Ten Berge: ochtend/het gebeuren

Ochtend/het gebeuren

Bijna winter, spreeuw / Bespiedt de lijsterbes / En steekt zich in de veren

Berijpte snavels, dode vogels in de tuin

Vroege vorst witselt / Het veilig hout. je koude hand / Tast langs mijn huid

As

Bedekt het pad. met zacht getik / Verkilt de norton

En wordt wit

Uit: de cyclus ‘Kockyn’, een Kermiskroniek, Merlyn, jaargang 3, 1965

ten berge, contact.nlbron foto: contact.nl (Zutphen-Warnsveld)

H.C. ten Berge (1938, Alkmaar)

Venetië en de moderne kunst: ziek van weerzin

Venetie, explorista

Drukte in Venetië. bron foto: explorista.nl

Venetië is de stad van de oude en de nieuwe kunst, zeg maar de moderne. Voor beiden bestaat veel belangstelling. De oude kunst wordt inmiddels onder de voet gelopen door miljoenen toeristen jaarlijks. Voor de moderne kunst is er elke twee jaar de Biënnale.

Schrijver Dirk van Weelden (1957) situeert zijn korte verhaal De schatbewaarder in dat Italiaanse (cultuur)toeristenparadijs. Twee vrienden van vroeger ontmoetten elkaar in deze hotspot. De vriend is succesvol in de kunsten. Reden om er eens lustig op los te filosoferen.

‘Het lot van Venetië is dat van de moderne kunst. Zo zie ik het. Venetië wordt onzichtbaar door haar bewonderaars, de stad bezwijkt onder haar eigen aantrekkelijkheid. De moderne kunst wordt ook steeds meer een toeristische attractie, en veel hedendaagse kunst speelt daarop in, en lijkt nog het meest op een tourist trap. Veel kunst heeft tegenwoordig haar eigen arrogante hoerigheid tot onderwerp en haar voornaamste werkmodel is dat van de societyroddel. Het gaat niet om het geld, begrijp me goed, het gaat erom dat de meeste kunst er niet tegen bestand is om een massamedium te zijn. En ik verzet me ertegen dat dat steeds meer een norm wordt.’

‘Maar ik begrijp niet dat je je dan zo verlustigt aan de hoerigheid, het valse, en het destructieve, of kick je alleen op je eigen weerzin ertegen!’

‘Hee, kom op, Gregg, dat begrijp je best. Waarom kwamen onze oude kameraden Shelley en Byron hier, of moet ik zeggen Julian en Maddolo? Venetië is toch van oudsher de stad van de melancholie. Melancholie is niet zomaar een zoet weemoedig sausje over je hersenpan, het is een stemming die van je ziel een filosofische machine maakt. ‘Sein eignen Kummer lieben’ heette dat vroeger, en dat is een ziekte, maar ook een wapen. Er is geen betere plek op aarde om dat wapen te slijpen en te leren beheersen dan Venetië. Er is niets waar ik zo hartstochtelijk van houd als kunst en daarom ook niets wat me zo kotsziek van weerzin kan maken.’

van weelden, bladkrant

bron foto: bladkant.nl

Dirk van Weelden (1957)

Uit: De schatbewaarder; uit: Bij-lezen, Bezige Bij Amsterdam, 1991

Joost Zwagerman over locatie, werkelijkheid en verbeelding

zwagermanDe onlangs overleden schrijver Joost Zwagerman heeft niet alleen romans geschreven. Hij was ook essayist. Ik lees zijn verhandelingen over literatuur, kunst en cultuur met plezier.

In zijn boek Transito probeert Zwagerman zijn geboortestad Alkmaar een plek in de literatuur te gunnen. Bij gebrek aan voorbeelden uit de Nederlandse letteren valt hij terug op zijn eigen werk, want daarin heeft Alkmaar wel een plek. In zijn essay ‘Tussen droom en daad in Dubbelstad’ komt hij tot een bekentenis als schrijver.

Mijn reservoir aan ervaringen in en herinneringen aan de stad is groot, heel groot. Dat kan ook niet anders als je er de eerste achttien jaar van je leven hebt doorgebracht. Aan dat reservoir kan ik inmiddels een tweede hoeveelheid toevoegen, die van de fictionele voorvallen die ik heb beschreven, in Vals licht, maar ook in de daarop volgende roman, De buitenvrouw. Ik heb in Vals licht niet opgeschreven wat ik heb beleefd, maar ik weet nog dat ik mij bij het schrijven (..) zó intens heb beziggehouden met de denk- en gevoelswereld van (hoofdpersoon) Simon Prins dat het bijna is alsof ik daardoor niet alleen heb verzonnen maar ook heb doorleefd wat ik hem laat meemaken. Dus zijn Simons ervaringen in zekere zin de mijne geworden, en leiden ze een parallel bestaan naast mijn feitelijke levensloop. Het opmerkelijke is dat sommige van de verzonnen en nadien doorleefde ervaringen en herinneringen in helderheid en intensiteit niet onderdoen voor de dingen die ik werkelijk heb meegemaakt. Verbeelding en werkelijkheid zijn in mijn geheugen een ingrijpende alliantie aangegaan.

Uit: Joost Zwagerman, Transito, Uitgeverij De Arbeiderspers Amsterdam, 2006