Bij Borges maakt kleding de man

Op genoemde datum verschenen twee dienaren van de openbare orde, in burger en aangevoerd door de commissaris zelf, bij een houten huisje in de Straat zonder Naam. Ze klopten verscheidene malen aan, forceerden tenslotte de deur en drongen met het pistool in de hand de wankele woning binnen. Bradford gaf zich onmiddellijk en zonder enige tegenstand over. Hij stak zijn handen omhoog, maar zonder zijn peperhouten stok los te laten of zijn hoed af te nemen. Zonder een minuut te verliezen rolden de gerechtsdienaren hem in een laken dat zij beroepshalve bij zich hadden en namen hem, terwijl hij huilde en tegenspartelde, op hun schouders. Wat hun opviel, was zijn geringe gewicht. Toen Bradford door de officier van justitie, doctor Codovilla, beschuldigd werd van misbruik van vertrouwen en inbreuk op de goede zeden, capituleerde hij onmiddellijk en stelde daardoor zijn getrouwen grondig teleur. Van 1923 tot 1931 had Bradford, de gentleman van de rambla, naakt door Necochea rondgelopen. Hoed, schildpadden bril, snor, boord, das, horlogeketting, pak en knopen, peperhouten stok, handschoenen, pochette, laarzen met militaire hakken, waren slechts een tekening in kleuren die aangebracht was op het onbeschreven blad van zijn opperhuid. Op het bittere moment van het proces zou de oppertune invloed van vrienden op strategische punten een grote steun voor hem geweest zijn, maar er kwam nóg een omstandigheid aan het licht en die deed hem de laatste sympathie die men hem toedroeg verspelen. Zijn economische situatie liet veel te wensen over! Hij had niet eens het geld gehad om zich een bril aan te schaffen. Hij had zich genoodzaakt gezien hem op zijn huid te laten schilderen, net zoals al het andere, peperhouten stok incluis. De rechter deed op de delinquent al de gestrengheid van de wet neerkomen. Bradford openbaarde ons daarna zijn pionierskarakter tijdens zijn martelaarschap in de Sierra Chica, waar hij stierf aan een broncho-pneumonie, zonder enig ander kledingstuk aan dan een chalk-and-gray pak dat op zijn magere lichaam geschilderd was.

Uit: Kronieken van Jorge Luis Borges en Adolfo Bioy Casares, Meulenhoff Amsterdam, 1971; vertaling J. Lechner

Jorge-Luis-Borges, theparisreviewbron foto: theparisreview.com

Jorge Luis Borges (1899-1986, Argentijns)

Ariel Dorfman: het meisje verliest haar eerste tandjes

Het meisje verliest haar eerste tandjes

en wie is dat die / naast oom Roberto?

maar kindje, dat is toch je vader.

en waarom komt pappa niet?

omdat hij niet kan.

is pappa dood / dat hij nooit komt?

en als ik haar zeg dat pappa / leeft / dan lieg ik / en als ik haar zeg dat pappa / dood is / dan lieg ik.

en daarom zeg ik haar het enige dat ik kan zeggen / en dat geen leugen is: / hij komt niet omdat hij niet kan.

Wallace-ArielDorfman, newyorker.combron foto: newyorker.com

Ariel Dorfman (1942, Argentijns-Chileens-Amerikaans)

Uit: Verdwijnen, De Populier Amsterdam, 1985; vertaling Eric Gerzon

Julio Cortázar braakt konijntjes

Uit: Brief aan een meisje in Parijs

Als ik voel dat ik een konijntje ga braken, steek ik twee vingers in mijn mond en geef ze de vorm van een geopend pincet. Dan wacht ik tot ik in mijn keel het lauwe pluis voel, dat naar boven komt net als mousserend vruchtenzout. Alles gaat vlug en hygiënisch en het is in een ogenblikje gebeurd. Ik haal mijn vingers weer uit mijn mond en die houden een wit konijntje bij zijn oren vast. Het konijntje lijkt tevreden; het is een normaal, een volmaakt konijntje, alleen maar heel klein, zo klein als een konijntje van chocola, maar wit en helemaal een konijntje. Ik zet het dan in de palm van mijn hand, strijk zijn pluishaar op met liefkozende vingers; het konijntje schijnt blij te zijn dat het geboren is en het beweegt maar en strijkt met zijn snoetje tegen mijn huid. Dat brengt hij dan in beweging met dat rustig kriebelende malen dat een konijnensnoetje tegen het vel van je hand veroorzaakt. Hij kijkt rond of er wat voor hem te eten is en dan neem ik hem mee (zo deed ik altijd in mijn huisje buiten) naar het balkon en zet hem daar in de grote bloempot met klaver die ik speciaal daarvoor gezaaid heb. Het konijntje trekt zijn oren dan helemaal naar boven, omklemt een jong klaverblaadje met een snelle ruk van zijn snoetje en dan weet ik  dat ik hem gerust  kan achterlaten en weggaan, en een tijdje  lang hetzelfde leven kan leiden als zoveel mensen die van tijd tot tijd een konijntje kopen op een boerderij.

cortazar, pinterestbron foto: Pinterest

Julio Cortázar (1914 – 1984, Argentijns)

Uit: De toppen van Latijns-Amerika, Meulenhoff Amsterdam, 1984

(on)Zin: de wroeging

De wroeging

Ik heb de ergste zonde begaan / Die een mens begaan kan. Ik ben niet / Gelukkig geweest. Laat de meedogenloze gletsjers / Der vergetelheid me meesleuren en verzwelgen. / Mijn ouders hebben me verwekt voor het / Hachelijke, prachtige spel van het leven, / Voor de aarde, het water, de lucht, het vuur. / Ik heb ze bedrogen. Ik ben niet gelukkig geweest. / Hun prille wens is onvervuld gebleven. / Mijn geest heeft zich toegelegd / Op de symmetrische disputen van de kunst, / Die futiliteiten vlecht. Ze hebben me moed vermaakt. / Ik ben niet moedig geweest. Nooit wijkt van mijn zijde / De schaduw van de ongelukkige die ik ben geweest.

borgesJorge Luis Borges (1899 – 1986), Argentijns

Uit: Gedichten, Bezige Bij Amsterdam, 1990, vertaling Robert Lemm

Dood: ik ga slapen

Ik ga slapen

Gebit van bloemen, kap van morgendauw, / handen van kruiden, jij, bezorgde min, / houd de lakens van aarde voor me klaar / en de donsdeken van gekaarde mossen.

Ik ga slapen, mijn min, leg mij in bed. / Zet bij mijn hoofdeinde een nachtlampje, / een sterrenbeeld, eentje dat je bevalt, / ze zijn allemaal goed, demp het licht wat.

Laat mij alleen: je hoort de knoppen breken … / Van boven af wiegt jou een hemelse voet / en een vogel trekt een paar cirkels om je

te doen vergeten… Dank je. Ach, dit nog: / als hij nog een keer zou telefoneren, / zeg dat hij niet meer belt, want ik ben weg…

Alfonsina Storni (1892 – 1938), Argentijns

Uit: De tiende muze, Onsterfelijke vrouwenpoëzie, Kritak-Goosens Antwerpen Rijswijk, 1995, vertaling Paul Claes

alfonsina-storni

Toen de Zwitsers-Argentijnse dichteres wist dat ze ongeneeslijk ziek was, stuurde ze dit gedicht naar de Argentijnse krant ‘La Nacion’ en pleegde zelfmoord door zich in de Rio de la Plata te storten.

‘Parijs dat de jeugd minacht’

parijs minacht de jeugd

foto: Pierre-Ange Carlotte, bron: ID-Vice.com

Witold Gombrowicz (1904 – 1969), geboren Pools, vertrok voor de Tweede Wereldoorlog naar Argentinië en kwam begin jaren 60 terug naar Europa. In Argentinië was hij eerst down-and-out, werd bankmedewerker en begon met het publiceren van romans. Zijn bekendste werken: Ferdydurke, De pornografie en Kosmos. Daarnaast schreef Gombro toneel en hield hij dagboeken bij waaruit hij publiceerde.

De terugkeer van de Pool naar Europa was geen succes. Na een teleurstellend Parijs, vertrok hij naar Berlijn waar hij artist-in-residence was op uitnodiging van de Ford Foundation. Gombro kon niet aarden en werd ziek. In het Franse Vence, leefde hij tot aan zijn dood, lijdend aan astma, terug getrokken op het platteland en voldeed moeizaam en met tegenzin aan verzoeken om zijn werk toe te lichten.

Over de thema’s van zijn 3 grote romans zei hij: ‘Ferdydurke gaat over de mens geschapen door de andere mens; De pornografie is de volwassene geschapen door de jeugdige en Kosmos gaat over de mens geschapen door en zelf schepper van de Vorm.’

Voor de Pool Gombrowicz was de jeugd een alles overheersend thema. Het keerde in vele gedaanten in zijn werk terug. Ook in onderstaand fragment waarin hij ingaat op het gevoel dat Parijs hem teleurstelde.

Om welke cultus van de naaktheid is het mij te doen wanneer ik zeg dat Parijs haar naaktheid verloren heeft? Kan ik het nader preciseren? Ik verlang niet van hen dat zij met een simpel hart het lichaam, de natuur en het natuurlijke leven vereren, ik vraag niet dat zij hymnes aanheffen op de nudisten. Maar ik vraag wel van de mens dat in hem (zelfs al was hij een monster) het idee leeft van de schoonheid van het menselijk geslacht, ik zou willen dat hij het volgende niet vergat: ‘Ik behoor tot een ras dat mij verrukt; ik aanbid de schoonheid van de wereld door de menselijke schoonheid.’

Daarom is het belangrijk, dat wij innerlijk nooit met de periode van ons leven breken waarin de schoonheid toegankelijk is, dat wil zeggen: met de jeugd. Want elk later verkregen schoonheid zal altijd onvolledig zijn, misvormd door het gebrek aan jeugd. Daarom is de jonge schoonheid een naakte schoonheid, de enige die zich niet hoeft te schamen.

En wie voortdurend met de jeugd verbonden is, zal nooit van kleren houden. Dat is het fundament van mijn esthetiek. Om deze afkeer van de kleding gaat het mij, daarom zal ik me niet verzoenen met Parijs dat de jeugd minacht.

Uit: Dagboek Parijs-Berlijn – Witold Gombrowicz, Moussault Amsterdam, 1972, vertaling Paul Beers

De rijke, tedere en onverwachte wereld van Guille en Belinda gezien door de ogen van Alessandra Sanguinetti

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-8Men neme twee nichtjes ergens in Argentinië. Volgt ze vijf jaar lang en legt hun relatie en verandering van kind naar puber vast in foto’s. Dat deed de Argentijnse fotografe Alessandra Sanguinetti, die voor het persbureau Magnum werkt.

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-7De nichtjes heten Guille en Belinda. Sanguinetti begon haar project in 1999. De meiden waren toen 9 en 10 jaar oud. Ze leefden op het Argentijnse platteland in de provincie Buenos Aires. Sanguinetti werd aangetrokken door de affectie die beide meiden voor elkaar hadden. Dat ze geen rolmodellen waren, eerder elkaars tegenpolen qua fysiek, was extra aantrekkelijk voor de fotografe.

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-6

In de vijf jaar die Sanguinetti ervoor uittrok om de beide meiden te volgen, wordt je getuige van een aandoenlijk, onderhoudend en aantrekkelijk samenspel tussen de twee nichtjes. Daarnaast ontstaat er, naarmate de tijd vordert, ook een relatie met de fotografe. De serie die het gevolg was, kreeg de titel: The Adventures of Guille and Belinda and the Enigmatic Meaning of their Dreams. Er ontrolt zich voor je oog een levensfase die van kind naar jong-volwassene voert. De meiden spelen, dromen en tonen hun geheim van kind zijn voor het oog van de camera.

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-1

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-2

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-3

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-4

alessandra-sanguinetti-guille-y-belinda-5

Alejandra Pizarnik: avond

Avond

Quoi, toujours? Entre moi sans cesse et le bonheur? G. de Nerval

Misschien is deze avond geen avond, / het moet een gruwelijke zon zijn, of / het andere, wat dan ook… / Weet ik veel! Woorden ontbreken, / argeloosheid, poëzie, / wanneer het bloed huilt en huilt!

Ik zou zo gelukkig kunnen zijn vanavond! / Als mij maar was gegeven de schaduwen / te voelen, stappen te horen, / ‘goedenavond’ te zeggen tegen iemand / die zijn hond uitliet, / dan zou ik kijken naar de maan, gewagen / van haar vreemde melkachtigheid, lukraak / struikelen over stenen, zoals dat gaat.

Maar er iets wat de huid breekt, / een blinde woede / die door de aders holt. / Ik wil eruit! Portier van de ziel: / laat mij, laat mij je glimlach overschrijden!

Ik zou zo gelukkig kunnen zijn vanavond! / Nog resten mij achtergebleven illusies. / En zoveel boeken! En zoveel lichten! / En mijn weinige jaren!  Waarom niet? / De dood is ver. Hij kijkt niet naar mij. / Zoveel leven Heer! / Waarom zoveel leven?

Uit: De dichter is een kleine God, Barber van de Pol, Maarten Steenmeijer, Atheneum, Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010

alejandra-pizarnik

Alejandra Pizarnik (1936 – 1972) Argentijns dichter. Geboren in 1936, in Avellaneda, een stad in de provincie Buenos Aires, uit Joodse ouders van Russische en Slovaakse komaf. Ze had een moeilijke jeugd waarin een zwaar Europees accent, stotteren, acné en een negatief zelfbeeld bepalend waren.

Publiceerde in 1955 haar eerste dichtbundel La tierra más ajena na het eerste jaar aan de Universidad de Buenos Aires, waar ze Letteren en Filosofie studeerde. Haalde nooit haar graad aan de Universiteit. Ging met Juan Batlle Planas aan het schilderen en publiceerde nog twee dichtbundels: La última inocencia (1956) en Las aventuras perdidas(1958).

Van 1960 to 1964 woonde Pizarnik in Parijs. Werkte mee aan tijdschriften, en was aanwezig in de literaire wereld. Vertaalde werk van o.a. Artaud, Michaux, Césaire and Bonnefoy in het Spaans. Studeerde religieuze geschiedenis en Franse literatuur aan de Sorbonne. En raakte bevriend met Julio Cortázar, Rosa Chacel and Octavio Paz. Paz schreef de proloog in haar vierde bundel Árbol de Diana (1962), die bundel getuigde van meer volwassenheid en ervaring opgedaan in Europa.

Keerde in 1964 terug naar Buenos Aires, publiceerde haar bekendste werken: Los trabajos y las noches (1965), Extracción de la piedra de la locura (1968) and El infierno musical (1971).

Ze ontving achtereenvolgens het Guggenheim Fellowship in 1968, en in 1971 een Fulbright Scholarship. Pizarnik maakte op 25 september 1972 een einde aan haar leven door een overdosis medicijnen. Ze werd 36 jaar oud.

Juan Gelman: misschien past de wereld in de keuken

Misschien past de wereld in de keuken

Misschien past de wereld in de keuken / waar we praten over het kind. / De toekomst is een gezicht, een lieve naam, / bloed op weg naar deze weg.

Liefde uit zich op een vreemde wijze: / wieg, luier, de ochtendjas. / Deze gewone dingen. / Die blanke woorden.

De liefde is gegroeid. / De lente zingt in mijn zakdoek.

Uit: De dichter is een kleine God, Barber van de Pol, Maarten Steenmeijer, Atheneum, Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010

juan-gelman

Juan Gelman (1930 – 2014) Argentijns dichter. Gelman werd geboren in Buenos Aires als zoon van immigranten uit de Sovjet-Unie. Hij was journalist en politiek activist. Hierdoor moest hij Argentinië ontvluchten tijdens de coup in 1976, waarna hij vijftien jaren in ballingschap doorbracht in Italië, Frankrijk en Mexico. Zijn zoon en schoondochter werden tijdens het bewind van Jorge Videla vermoord. Zijn schoondochter was net bevallen van een meisje. In 2000 vond Gelman zijn kleindochter terug, die bij een gezin in Uruguay was opgegroeid.

In 2007 kreeg Gelman de Cervantesprijs, de belangrijkste literaire prijs voor Spaanstalige schrijvers.

Oliverio Girondo: plenaire gemeenschap

oliverio-girondo

Oliverio Girondo (1891 – 1967) Argentijns dichter. Geboren in Buenos Aires, uit een welgestelde familie waardoor hij vroeg kon gaan reizen naar Europa, waar hij studeerde in Frankrijk en Engeland. Hij werd vooral bekend als medewerker aan Argentijnse tijdschriften die zich bezighielden met het Ultraisme, de tegenbeweging van het Modernisme.

Zijn dichtwerk is kleurrijk, ironisch; de beschrijving van de schoonheid van de ons omringende natuur overstijgend door juist te kiezen voor het stadse leven en het kosmopolitisch beleven daarvan. Dat deed hij door het lyrisch dichten maar altijd met een kritisch oog voor de nadelen van de stad.

Girondo was een tijdgenoot van Jorge Luis Borges en onderhield nauw contact met de dichters Pablo Neruda (Chili) en Frederico Garcia Lorca (Spanje).

De Argentijn heeft ook nog een poosje (na 1950) geschilderd. Zijn werk was surrealistisch, maar hij verkocht bij leven nooit een enkel schilderij.

Plenaire gemeenschap

Mijn zenuwen omklemmen / de modderbrij, de muren, / omarmen alle takken, / dringen de aarde binnen, / waaieren door de lucht / tot aan de hemelboog.

Het marmer en de paarden / hebben mijn eigen aders. / Iedere pijnscheut deert / mijn vlees, mijn botgestel. / De keren dat ik stierf / als ik een stier zag doden!…

Als ik een wolk bespeur / moet ik het luchtruim in. / Gaat er een vrouw naar bed, / ik leg mij met haar neer. / Zo vaak heb ik mijzelf gezegd: / Zou ik die steen niet zijn?

Nooit volg ik enig lijk / of ik lig er languit naast. / Wordt er een ei gelegd, / ik kakel lustig mee. / Er denkt iemand aan mij / en ik ben een herinnering.

Uit: De dichter is een kleine God, Barber van de Pol, Maarten Steenmeijer, Atheneum, Polak en Van Gennep, Amsterdam, 2010