Murakami vertelt humorvol en surrealistisch over honger

Jezus, wat hadden we een honger! Zoiets kon je niet eens meer honger noemen. We hadden het gevoel alsof we al het vacuüm dat er in de kosmos te vinden is in één keer hadden ingeslikt. Eerst was het vacuüm nog klein – ongeveer zo groot als het gat in een donut – , maar naarmate de dagen verstreken zwol het in ons lichaam op tot een bodemloos Niets. Tot een monument voor de honger, met plechtige achtergrondmuziek.

Hoe ontstaat honger? Door een tekort aan voedsel natuurlijk. En hoe ontstaat een tekort aan voedsel? Door een tekort aan ruilobjecten van equivalente waarde. En waarom hadden we niet voldoende van zulke objecten tot onze beschikking? Waarschijnlijk omdat we niet voldoende verbeeldingskracht bezaten. Misschien was ons tekort aan fantasie wel de directe oorzaak van onze honger. Dat sluit ik helemaal niet uit.

Dat doet verder ook niet ter zake.

God, Marx en John Lennon waren allemaal dood. Wij hadden honger – dat was het enige dat ons interesseerde. Wij hadden honger, en dat dreef ons het slechte pad op. Let wel: het was niet de honger die ons ertoe bracht om Kwaad te doen, maar het Kwade dat ons het slechte pad op dreef door ons honger te laten lijden. Ik weet niet waarom, maar het klinkt existentialistisch.

‘Ik val van m’n graat,’ zei mijn kameraad. Die paar woorden vatten de situatie uitstekend samen.

Uit: De broodjesroof, Atlas Contact Amsterdam, Antwerpen, 2012

haruki-murakami-1Haruki Murakami (1949), Japans

X = XTC

Ik ga het niet over de drug hebben maar wel over iets geestverruimends: de muziek van de Britse band XTC.

Die muziek is vooral bedacht voor de geest. Geworteld in punk en new wave begon de groep rond Andy Patridge en Colin Moulding met nerveuze, gejaagde nummers die mooi de tijdsgeest verklankten. Met dat verklanken van de tijdgeest ging het vervolgens daarna bergafwaarts. De talenten van Moulding en Patridge zaten ook niet in het vorm geven van die tijdgeest. Hun vaardigheid was het om mooie songs te schrijven die verwezen naar Beatles, Kinks en Beach Boys, maar altijd met die onbestemde XTC-twist (scheutje psychedelica plus pastorale ingetogenheid). En in de teksten kon Patridge steeds vaker zijn intellectuele ei kwijt. Patridge die slecht tegen optreden en touren kon.

XTC’s doorbraak kwam met het derde album Drums and Wire waarop de single Making Plans for Nigel. Daarna volgden succesvolle albums die het beurtelings in de VS en de UK goed deden maar nooit tegelijkertijd. Black Sea, waarop Beatle en Kinks-invloeden duidelijk hoorbaar waren. English Settlement dat complexer van muziek en pittiger van tekst was.

Murmur, Skylarking en Nonsuch. Allemaal albums die door de critici geprezen werden, maar geen kopers trokken. Nonsuch werd door critici zelfs vergeleken met Revolver van The Beatles en Pet Sounds van The Beach Boys.

Skylarking was een album waarbij gebruik werd gemaakt van de hulp van producer Todd Rundgren. Een mooi sfeervol en pastoraal werkje.

Ondertussen stortte Patridge in als gevolg van de druk van het optreden en touren. Dat bood de mogelijkheid van zij-sprongen zoals het project Dukes of Stratosphear. Hier konden de heren hun voorliefde voor psychedelica kwijt.

Eigenlijk is XTC de band van de vergeten juweeltjes: muziek die mooi in het gehoor ligt maar zelden paste in de tijd waarin het verscheen. Jammer!