Wolkers: ken jij ook dat meisje

Wolkers,Jan, literatuurmuseum.nlbron foto: literatuurmuseum.nl

Ken jij ook dat meisje

ken jij ook dat meisje / opgevouwen in een koffer leeft ze / van gebersten vreugden eet ze het avondbrood / als rode maïskolven handenstrekkend geeft ze

ik weet ook van reizen met haar / reigers en mos weten in oksels te schuilen / anemonen offert ze tussen haar dijen

dragen wij haar om de beurt / en lachen haar dood tussen de tanden / en maken haar egel en varen minded

dat meisje ken je dus ook / kokend en kokerjufferbevend / van gebartsen vreugde eet ze het abendkadmiumrot / als rode maïskolven handenstrekkend geeft ze

Uit: Verzamelde gedichten, Bezige bij Amsterdam, 2008; samenstelling Onno Blom

Jan Wolkers (1925-2007, Oegstgeest)

Eigenzinnige Carpeaux maakte zijn werk bereikbaar

JB Carpeaux 4JB Carpeaux 6JB Carpeaux 8JB Carpeaux 10Jean Baptiste Carpeaux (1827-1875, Valenciennes, Frankrijk) geldt als één van de grootste beeldhouwers van zijn tijd. Zijn werk is academisch (het ambacht beeldhouwen tot in de puntjes behersen) en het tegenovergestelde van de toenmalige Zeitgeist. Carpeaux was zeer invloedrijk en een wegbereider voor bijvoorbeeld iemand als Auguste Rodin.

Zijn werk is realistisch, ritmisch en zeer gevarieerd. In 1854 wint hij de Prix de Rome voor zijn werk. Dat maakte het mogelijk om een aantal jaren naar Rome te gaan. Daar liet hij zich beïnvloeden door het werk van Michelangelo, Donatello en Verrocchio. Hij vestigde zijn reputatie met de werken Napolitaanse vissersjongen en Ugolino en zijn zonen. Dat bracht hem in de gunst van Napoleon de Derde en bracht hem een zee aan opdrachten voor bustes.

Voor de Parijse Opéra ontwierp hij de beeldengroep De Dans. Dat bracht verhitte discussies tot stand in het academische milieu. Velen vonden het werk immoreel.

Om zijn eigenzinnige werk te kunnen bekostigen, maakte Carpeaux hele series die voor een lage kostprijs van de hand konden. Dat maakte zijn werk beschikbaar voor velen, ook voor diegene die minder geld hadden.

JB Carpeaux 1JB Carpeaux 3JB Carpeaux 5JB Carpeaux 7

Barbara Hepworth speelde voor zee

Curved Form (Trevalgan) 1956 by Dame Barbara Hepworth 1903-1975bhepworth, sculpture 4bhepworth, sculpture 6bhepworth, sculpture 8

De Britse beeldhouwer Barbara Hepworth (1903-1975, Wakefield, UK) won op 17-jarige leeftijd een studiebeurs waardoor ze kon gaan studeren op de Leeds School of Art. Daar ontmoette ze Henry Moore. Dat zou een gedenkwaardige ontmoeting worden. Samen met Moore sloot ze zich aan bij de Seven and Five Society. Een groep kunstenaars die geen nieuw -isme wilden, maar de bestaande (abstract, kubisme en modernisme) stijlen uitdiepen.

Het werk van de Britse kenmerkt zich door abstracte vormen. Het zijn vaak ovalen of cirkels. Zo nu en dan komen we vierkanten tegen. En heel soms iets wat figuratief is (moeder en kind). Net als Henry Moore begon Hepworth met het boren van gaten in haar materiaal. Die gaten werden verder uitgehold, zoals grotten door de zee worden uitgehold. Een soort kunstmatige erosie in verkorte tijd. De gaten werden glad geschuurd, het oppervlak glimmend gemaakt en van verf voorzien. Of juist werd de textuur van het materiaal gevolgd. Ze gebruikte hout, steen, marmer en staal. Maar altijd was de inspiratie het landschap, de natuur. En nog vaker de dramatische kustlijn en het landschap van Cornwall, waar ze woonde.

Haar werk maakte haar wereldberoemd. Dat leidde tot opdrachten van bijvoorbeeld de Verenigde Naties in New York. Haar werk kom je tegen in Groot Brittannië, maar ook in het Kröller-Müller op de Veluwe. Ze was een bewonderaar van het werk van Mondriaan, waaraan ze een beeld wijdde (Construction: Homage to Mondrian, 1966). Haar levenseinde was dramatisch. Ze kwam om bij een brand in haar atelier.

Corinthos 1954-5 by Dame Barbara Hepworth 1903-1975bhepworth, sculpture 3bhepworth, sculpture 5bhepworth, sculpture 7

Panamarenko: onbeweeglijke vliegmachines doen verlangen naar vliegen

Panamarenko 12Panamarenko 14Panamarenko 16Panamarenko 18

Panamarenko (1940, Antwerpen, België) is beeldhouwer en het meest bekend vanwege zijn vliegmachines (assemblages die het vliegen verbeelden). Vliegen gaat over beweeglijkheid en dynamiek. Dat doen de vliegmachines van Panamarenko niet: ze zijn onbeweeglijk.

De machines doen vliegen vermoeden. Er zijn vleugels, mechanieken, aandrijving, maar er is geen loskomen, opstijgen of zweven.

De sculpturen zijn heuse vliegconstructies. Alleen, ze functioneren niet op een technologische manier. Het zijn geen machines en ze zijn ook niet zo bedoeld. De broosheid van hun constructie lijkt veeleer de broosheid van een gedachteconstructie gestalte te geven. Anders gezegd, ze lijken er te zijn om ideeën op te wekken over wat vliegen zou kunnen zijn.

Zo bezien zijn Panamarenko’s bouwsels echt en bedenksel tegelijk, tastbare verbeeldingen. Als ze al kunnen zweven (hijzelf houdt met de mogelijkheid ten zeerste rekening), dan toch voornamelijk tussen droom en werkelijkheid. Vliegen bestaat, voor mensen, voornamelijk in de geest.

(..)

Vrijwel altijd stijgen Panamarenko’s voertuigen op in dezelfde ruimte die ze in ons creëren. Daar vliegen ze rond met hun beweeglijke onbeweeglijkheid, als een wonderschone verbeelding van een verlangen. Niet zozeer een verlangen om te vliegen, maar een verlangen dat een verlangen naar vliegen wil blijven.

Uit: De blauwe gitaar – Anna Tilroe, Querido Amsterdam, 1992; over Panamarenko

PanamarenkoPanamarenko 13Panamarenko 17

Willem den Ouden: ‘het ontzaglijk onnoembare’

willen den ouden 2willen den ouden 4

Rivier. Dijk. Wolken. Landschap als geheugen / voor tekens van een eeuwen gesproken taal.

Doorgestreept door wie geen tegen- / spraak verdragen, langs een dode lineaal.

Willem van Toorn

Elke windrichting heeft zijn eigen licht en zijn eigen structuur in de wolken en daardoor zijn eigen atmosfeer. Wat het meest voorkomt zijn de zuidwester en de westenwinden: flarden van wolken die voorbij jagen met heel diffuus licht. Bij noordwester wind komen stapelwolken vanuit de Noordzee als beeldhouwwerken naar binnen toe drijven. ’s Zomers krijg je bij oostenwind een strakke lucht, die er een beetje schemerig en vlakkerig uit ziet. Vaak heb je dan ook een hele harde wind en dat geeft weer een hele andere kleur. Zuid is meestal heel zachte, blauwe lucht met van die warmtenevels waar zich dan later weer wolken uit formeren. Soms verandert dat een aantal keren per dag en daarom kun je ook op een plaats blijven staan, want de veranderingen komen naar je toe. Als die wolken over het landschap schuiven, zie je schaduwen en dan opeens straalt daar de zon, alsof de grote regisseur, God zelf, daar opeens een straal door de wolken laat komen (‘het ontzaglijk onnoembare’ noemde Vincent van Gogh het Drentse landschap eens in een brief. Den Ouden herkent dat gevoel.). Als je dan op de rivier kijkt en je ziet het stromen van het water en je kijkt tegen de zon in, dan kaatst het licht van bovenaf in dat stromende water en weer terug.

Uit: Dit is de plek – Wam de Moor, Gaillarde Pers Zutphen, 1992

Willem den Ouden (1928, Haarlem)

willen den ouden 1willen den ouden 3

Jan Wolkers schilt een appel

Ik bemoei me niet met de literaire clubjes, in de stad en op de Kring. Ik ben geen lid van de Kring, ik kom er nooit. Ik zou gek worden als ik daar elke avond zou zitten. Overdag ben ik hier aan het lassen en aan het kranen doorzagen. Schrijven doe ik ’s avonds. Ik zou niet de hele dag kunnen schrijven. Dat verhaal dat ik ga maken over die mobilisatie en die grote paling is langzaam aan het groeien. Onbewust is er al veel gedaan, terwijl ik aan het lassen ben, schuiven bepaalde dingen vooruit. Je werkt aan iets wat je broodnodig hebt, maar dat krijgt de lezer niet aangeboden. Het is net of je een appel schilt, de appel zelf opeet en de schil aanbiedt. Maar die schil zegt wel iets over de appel. De goeie lezer kan aan de schil zien hoe groot die appel is en welke kleur hij heeft en hij kan zien of het een goed schiller geweest is, de goeie lezer kan zien dat de appel broodnodig was.

Uit: Bibeb en VIP’s, Polak & Van Gennep Amsterdam 1965

jan wolkers, hollandse hoogte, nos.nlfoto: Hollandse Hoogte; bron foto: nos.nl

Jan Wolkers (1926-2007, Oegstgeest)

John Morris werkt van papier naar hout

john morris sculptures 1john morris sculptures 2John Morris (Australië) begon als grafic designer, werkte als freelance illustrator en begon met het maken van beelden in 1996.

john morris sculptures 3john morris sculptures 4Zijn techniek om het hout te bewerken is verfijnd. Om het precies te krijgen zoals Morris wil, werkt hij eerst met papier. Details worden in papier uitgewerkt en als die naar zijn zin zijn, begint het tijdrovende werk met verschillende houtsoorten. Het resultaat is opmerkelijk.

john morris sculptures 5john morris sculptures 6

 

Marie Bashkirtseff bewees dat ze leefde

Marie Bashkirtseff | Мария БашкирцеваMarie Bashkirtseff (1858 – 1884) was Russische, haar voorouders waren nomaden aan de Kaspische Zee. Op haar tiende bad zij: ‘God, maak dat ik nooit de pokken krijg, mooi word, een fraaie stem krijg, gelukkig word in het huwelijk en lang zal leven!’ Ze kreeg geen pokken, werd mooi, had een goede stem, ze speelde harp en piano, leerde zes talen, ze kon meer dan aardig dansen, schilderen, beeldhouwen, had schrijftalent, en ze was schatrijk. Ze was gevierd in de mondaine kringen van Nice, Napels, Rome. Ze werd echter niet gelukkig in het huwelijk en stierf jong. Ze was een flirt, verliefde gemakkelijk bij de paardenrennen en op de rolschaatsbaan. Maar toen ze werkelijk liefkreeg werd haar liefde niet beantwoord. Toen haar aanbedene ging trouwen, schreef Marie, dat jongemeisje uit duizend, een brief die ze nimmer verstuurde met regels als: ‘Als het waar is dat u enkel een verstandshuwelijk sluit, weet dan dat er een vrouw is, veel rijker dan uw verloofde, en die meer van u houdt dan welke vrouw ook ter wereld.’ Men heeft gesuggereerd dat het liefdesverdriet haar dood heeft bespoedigd.

Misschien heeft niemand zo klemmend onder woorden gebracht als zij, waarom zij dagboek hield. Kort voor haar overlijden, op 1 mei 1884, noteerde zij: ‘… men zal mijn dagboek vinden, mijn familie zal het vernietigen na het te hebben gelezen en dan zal er weldra niets meer van mij over zijn, niets…niets! Dat heeft me altijd verschrikkelijk geleken. Leven, zoveel plannen hebben, lijden, huilen, vechten, en, ten slotte, vergetelheid! Als ik niet lang genoeg leef om beroemd te worden, zal dit dagboek toch de naturalisten belang in boezemen; het is toch merkwaardig, het leven van een vrouw, van dag to dag, zonder aanstellerij, alsof niemand ter wereld het ooit had moeten lezen, en tezelfdertijd toch geschreven met de bedoeling om gelezen te worden; want ik ben er zeker van dat men mij aardig zal vinden, en ik zeg alles, alles, alles. Wat heeft het anders voor zin!’

Uit: Binnenste buiten – Hans Warren, Bert Bakker Amsterdam, 1989