Luuk Gruwez: Estetika

Estetika

het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water / waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt / en de rimpeling van vriendelijke huiver / die zij door haar stil bewegen weeft.

het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel / waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt / (en rimpels toont als rimpelen in water) / en hoe een hand ontastbaar haast / verschuift over je huid, / en hoe een streling dan, / als een omhelzing van zichzelf, / op jouw lichaam liggen gaat.

terwijl mijn blik die dat niet blijvend / vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd, / zoals wie ééns genodigd tot genot, / daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

gruwez, uitinvlaanderen.bebron foto: uitinvlaanderen.be

Luuk Gruwez (1953, Belgisch)

Uit: De feestelijke verliezer, Manteau Antwerpen, 1985

Herman de Coninck: je truitjes en je witte en rode…

Je truitjes

Je truitjes en je witte en rode / sjaals en je kousen en je slipjes / (met liefde gemaakt, zei de reclame) / en je brassières (er steekt poëzie in / die dingen, vooral als jij ze draagt) – / ze slingeren rond in dit gedicht / als op je kamer.

Kom er maar in lezer, maak het je / gemakkelijk, struikel niet over de / zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen, / gaat u zitten.

(Intussen zoenen wij even in deze / zin tussen haakjes, zo ziet de lezer / ons niet.) Hoe vindt u het / dit is een raam om naar de werkelijkheid / te kijken, alles wat u daar ziet / bestaat. Is het niet helemaal / als in een gedicht?

Uit: Onbegonnen werk, Gedichten 1964-1982, Manteau Antwerpen, 1984

de coninck, demorgen.bebron foto: demorgen.be

Herman de Coninck (1944-1997, Belgisch)

Roger M.J. de Neef: rivieren, zij zijn de bloedsomloop van de aarde

Rivieren, zij zijn de bloedsomloop van de aarde

Rivieren, zij zijn de bloedsomloop van de aarde. / Ook al sluiten zij de ogen, / Zij openen het land als verse lakens / En rusten nooit.

Rivieren, zij verwijderen zich van hun oorsprong, / Keren nooit terug en blijven aan zich zelve gelijk. / Meerdere malen leggen zij het oor te luisteren en / Horen hoe de vissen hun bolle buiken / Berijden en bereizen.

Rivieren vieren weleens feest of praten met de lucht. / Zij rapen de winden op en winden zich op / Zij vermenigvuldigen het voedsel / En in hun lenden landen de zo levendige steden.

Rivieren zijn minnaars, / Met hun laatste monden / Werpen zij zich in zee.

Uit: De vertelkunst van de bloemen, Manteau Antwerpen, 1985

De-Neef, schrijversgewijs.bebron foto: schrijversbewijs.be

Roger M.J. de Neef (1941, Belgisch)

Cyriel ‘Tarzan’ Delannoit nam de handschoen op voor kortstondige roem

delannoit, bruzz.be

bron foto: bruzz.be

Cyriel ‘Tarzan’ Delannoit (1926-1998) was een legendarische Belgische bokser uit het Oost-Vlaamse Geraardsbergen. Een leven vol heroïek maar eveneens vol dramatische wendingen.

Delannoit, een volksjongen uit Geraardsbergen, wordt in 1926 geboren. Op 21-jarige leeftijd behaalt hij de Belgische titel bij de middengewichten. Het begin van een grote carrière.

De ultieme triomf beleeft Delannoit op 23 mei 1948 tegen de toekomstige wereldkampioen Marcel Cerdan in een gevecht om de Europese titel in het middengewicht. Juist, Marcel Cerdan, de minnaar van Edith Piaf. Gedurende enkele maanden mag Delannoit zich Europees kampioen noemen. Tot hij op 10 juli de revanche verliest in het Sportpaleis te Brussel. In november 1948 verovert hij opnieuw de vacante titel die hij in 1949 dan definitief verliest aan de Italiaan Tiberio Mitri.

Van ’47 tot ’49 mag hij zich kampioen van België noemen. Maar hij is pas 25 jaar als het afgelopen is. Leeggebokst. Mentaal uitgeblust.

Delannoits leven is een aaneenschakeling van hoogtes en dieptes. Zo brandde in 1993 het huis af. Alle soevenirs die de man vergaarde gingen in vlammen op. Detail: Delannoit was niet verzekerd.

“Als ik mijn leven kon overdoen?”, liet hij ooit eens ontvallen. “Dan werd ik wereldkampioen.”

delannoit, radio2.be

bron foto: radio2.be

Richard Minne: verweer tegen de winter

Verweer tegen de winter

Gij land van sneeuw en snerpend ijs, / wat heb ik van u te verwachten? / Boven het bos begint de reis / der witte maan door al de nachten / en ’t is alsof de stilte kraakt. / In uwen grond, onder de zoden, / liggen huivrend mijn goede doden, / terwijl mijn zieke ziele haakt / aan iedren droom, o, Abissag! / gij die daar rust onder de tente, / in ’t roze gloren van de dag. / Waarom, gij land van snerpend ijs, / brengt gij uw zoon zo van de wijs / en zucht ik altijd naar de Lente?

Richard Minne_flandersliterature.bebron foto: flandersliterature.be

Richard Minne (1891-1965, Belgisch-Vlaams)

Uit: Wolfijzers en schietgeweren, Manteau Brussel, 1942

Jan Vercammen: Acoustica

meteora_trikala2, greeceTrikala, Griekenland; bron foto: web-greece.gr

Acoustica

Geen stroom, geen strand ruist zo herkenbaar / als mijn moede bloed dat ik beluister in / zijn menigvuldigheid: een woud, een schaar, / een firmament, een onbeperkte sluiervin,

een nachtelijke morsezin, een radarscherm, / een volle teleskoop, een open oven brood, / een trein naar Trikkala, een bijenzwerm. / Niets boeit als dit verkennen van de dood.

Jan Vercammen (1906-1984, Belgisch-Vlaams)

Uit: Magnetisch veld, Colibrant Deurle, 1967

Richard Minne: verweer tegen den winter

Verweer tegen den winter

Gij land van sneeuw en snerpend ijs, / wat heb ik van u te verwachten? / Boven het bosch begint de reis / der witte maan door al de nachten / en ’t is alsof de stilte kraakt. / In uwen grond, onder de zoden, / liggen huivrend mijn goede dooden, / terwijl mijn zieke ziele haakt / aan iedren droom, o Abisag! / gij die daar rust onder de tente, / in ’t roze gloren van den dag. / Waarom, gij land van snerpend ijs, / brengt gij uw zoon zoo van de wijs / en zucht ik altijd naar de Lente?

Uit: Wolfijzers en schietgeweren, Manteau Brussel, 1947

Minne, schrijfsgewijs.bebron foto: schrijfsgewijs.be

Richard Minne (1891-1965, Belgisch-Vlaams)

Middellandse Zee: Kreta

September/ Baai in Kreta

De wijn verlaat mijn lichaam / en een rilling brengt hem / in een grond van kurk;

licht gaat versplinterd in / olijven op de heuvel over / in een groter licht.

De branding is geniepig als / een ploertendoder in een vrouw, / gemakkelijk en warm.

Dood nu de laatste hagedissen / bij de muur, de open fetisj / van het smeulend warme lijf.

Wat sterft beweegt zich door / het donker van de woorden, / onweerstaanbaar

tijd die zich als een huis / om wiegende heupen spant.

Net daarom razen minnaars door hun dromen / en staan nooit stil bij wat moet komen.

kreta_-_souda_baai, grieksegids.nlStrand aan de Souda baai, Kreta; bron foto: grieksegids.nl

Stefan Hertmans (1951, Belgisch-Vlaams)

Uit: Francesco’s paradox, Meulenhoff Amsterdam, 1995

Middellandse Zee: Griekse gedachten

grieks dorp, stroomwaarts

bron foto: stroomwaarts.net

Griekse gedachten

Ook hier, in het ontspanningsreservaat, weegt / deze zon, kersrood en groot als onze / bruine, ingevette hand.

De dag hangt in een druivenblauwe droom / die niet verlost. Aan einders wuift / de zee, en ook de lucht staat als een buik / zo bol. Verlorenheid woont in / de beenderwitte huizen.

Hoe echter kou soms tintelt in uw hand. / Hoe het regent uit magnolia’s of / sneeuwt. Zacht blaat het lam / dat voor ons welzijn bloedt.

Uit: Fratsen, Arbeiderspers Amsterdam, 1993

Erik Spinoy (1960, Vlaams-Belgisch)