Bijna iedere dag muziek: John Prine

Singer-songwriter John Prine (1949, Nashville, USA). ‘Ik kan een gitaar stemmen en zingen. Als je daar 50 jaar een baan van kunt maken, dan doe je iets speciaals. Mijn gevoel voor humor is mij altijd goed van pas gekomen. Ik wil geen droevige performer zijn, want er is al genoeg verdriet. Ik ben een optimistische pessimist. Ik zie veel slechte dingen, maar probeer daar toch iets positiefs in te ontdekken.’

Prine is een levendige legende in de kringen van de singer-songwriters. Hij komt uit Nashville, zingt tijdloze, verhalende liedjes op basis van folk, country en pop. Was postbode en werd ontdekt door Kris Kristofferson. Hij zingt over eigen ervaringen of over de ervaringen van anderen, zoals de Vietnam-veteraan die aan de drugs raakt en zijn kinderen radeloos en reddeloos achterlaat.

Bob Dylan is fan en omschrijft Prine als een hedendaagse Proust. Prine’s debuut-album staat op hetzelfde niveau als Dylan’s Blood on the tracks en Neil Young’s Harvest (volgens de samenstellers van de Grammy Hall of Fame). Kijk, luister en huiver.

Bron: John Prine door René Megens, DG, 13 feb 2020

Bijna iedere dag muziek: Johnny Cash

Johnny Cash (1932-2003, Kingsland, USA) is vooral The Man in Black. Een titel van een zelfgeschreven lied waarin hij uitlegt waarom hij meestal zwart gekleed gaat. Het was een statement, gemaakt tijdens een roerige periode in zijn leven. Johnny Cash was een uitgesproken country-zanger, gitarist, singer-songwriter en daarnaast nog acteur en schrijver. Cash was invloedrijk en veelzijdig. Gezien zijn handel en wandel zou je hem a rebel with a cause kunnen noemen. Drank en drugs waren hem niet vreemd en dus een probleem. Hij was gelovig; zette zich in voor de rechten van de American Natives. Beroemd waren zijn optredens in San Quentin en Folsom Prison. En met Bob Dylan werkte hij samen op diens Nashville Skyline.

De levenswandel van Cash was een boek, of nee, een film waard. Die film kwam er ook. Zijn laatste jaren maakten hem fameus doordat hij een meesterlijke hand bleek te hebben om zijn naderende dood onder ogen te zien. Zijn laatste albums stonden in het teken van die dood. Met zijn kenmerkende bariton zong hij nummers van anderen (The Mersey Seat van Nick Cave, bijvoorbeeld). Hij bereidde zich voor op een welverdiende plek in zijn hemel.

Lucinda Williams is een eigenwijze perfectionist

De Amerikaanse singer-songwriter Lucinda Williams (1953) is eigenwijs en een perfectionist. In de muziek-bizniz geen gelukkige combinatie. En dat ze door critici het stempel de vrouwelijke Bob Dylan opgedrongen kreeg, helpt dan ook niet echt.

Lucinda werd in Lake Charles, Louisiana geboren als dochter van een hoogleraar literatuur. Haar vader publiceerde gedichten en had een voorliefde voor de Delta blues en Hank Williams. Dat werd haar met de paplepel ingegoten. Zelf ontdekte ze de folk van onder andere Joan Baez. En met het horen van Bob Dylan’s Highway 61 Revisted wist Lucinada wat het moest worden: muziek maken, liedjes schrijven en zelf vertolken. Later kwamen daar de ontdekkingen Leonard Cohen en Joni Mitchell bij om duidelijk te maken dat ze op de juiste weg was.

In 1969 werd ze van school gestuurd omdat ze de Pledge of Allegiance niet wilde opzeggen. Ze verliet thuis en kwam via tussenstop New Orleans in Austin, Texas terecht. Daar wortelde ze zich in de plaatselijke muziekscene. Vervolgens ging het richting New York om daar in 1979 haar eerste album Ramblin’ op te nemen. Wat volgt is een pendelen tussen Austin en Houston, Texas en het opnemen van albums bij verschillende platenmaatschappijen (CBS, RCA, Rough Trade). Altijd met dezelfde problemen: het opnemen van albums is een lange lijdensweg want Lucinda is nooit tevreden over het resultaat. Platenmaatschappijen weten zich geen raad met de muziek van Williams: het past niet in een dan populair hokje. Verbanning naar de eeuwige jachtvelden dreigt.

Totdat anderen met Williams veren gaan pronken. Emmylou Harris en Tom Petty nemen nummers van haar op. Haar bekendheid groeit. Er is weer een album in de maak: zelfde productieproblemen totdat wonder-producer Rick Rubin zich meldt. Hij wil Car Wheels on a Gravel Road wel afmaken. Het album verschijnt in 1998, levert veel lof op en wint prijzen. Onder andere verdient het een Grammy voor Best Contemporary Folk Album. Williams ster aan het entertainment-hemeltje is dan op z’n hoogtepunt.

Er volgen nog wat albums maar dat duurt weer lang. Ondertussen doet Williams toch maar waar ze zich zelf het beste bij voelt: optreden, samenwerken met onder andere Elvis Costello en zich ver houden van de muziekbiz. Uiteindelijk richt ze ook haar eigen platenlabel op. Geheel zelfstandig brengt ze in 2014 dan een dubbelalbum uit: oude songs in een betere uitvoering en nieuwe songs naar geheel eigen inzicht.

Lucinda Williams houdt vast aan haar aandacht voor detail, haar eigen ideeën en visie. Ze doet dat met een stem die volledig in dienst staat van haar songs. Die zijn veelal literair van karakter, poëtisch en met veel zeggingskracht. Wie haar beluistert (en ik kan het iedereen aanraden) zal merken dat de vergelijking vrouwelijke Bob Dylan mank gaat. Townes van Zandt komt dan eerder in beeld. Maar eigenlijk is Lucinda Williams vooral zichzelf.

Patti Smith verlegde veel grenzen

Patti Smith (1946) is de vrouw die punk en poëzie bij elkaar bracht. Ambitieus, onconventioneel en uitdagend. Volgens kenners is het werk van Smith minstens zo belangrijk en invloedrijk geweest als dat van Bob Dylan. Niet gek dat Dylan haar naar Oslo stuurde om de Nobelprijs op te gaan halen.

Smith ging en gaat geheel haar eigen weg. Rock en poëzie zijn daarbij de drijfveren. Soms begrijpelijk en te volgen, andere keren volledig compromisloos. Soms op fraaie muziek gezet, een andere keer bovenop een bak ongestructureerde herrie. Fluisterend en gedragen tegenover expressief en schreeuwend. Kort en krachtig tegenover lang en slepend. Bij Patti Smith is alles mogelijk. Ze neemt wat ze nodig denkt te hebben.

Haar live-optredens zijn gebeurtenissen, evenementen. Ze zingt, declameert met ongetrainde stem, beweegt zich over het podium als een sjamaan in trance. Haar allereerste podium was het befaamde New Yorkse CBGB‘s. Ze was de allereerste artieste die er een heus platencontract wegsleepte. Het artistieke en de comprimisloze houding ten opzichte van wat goede popmuziek is/was, gaf haar aanzien in de punkscene. Dat gold voor artiesten van die tijd, maar nog steeds voor haar navolgers.

Patti Smith is belangrijk voor vrouwelijke navolgers. Ze liet zien dat je niet alleen op sex-appeal succesvol kunt zijn. Ook dat je compromisloos creatief kunt combineren met intellect. Haar verschijning was mager, hard en androgyn. Van haar geslacht heeft ze nooit een issue gemaakt. Het ging haar om wat ze te vertellen had, niet of ze vrouw was. Daarom kon ze ook optreden als een soort mannelijk rock-idool. Ze verlegde grenzen en voldeed niet aan die typische verwachtingen die we van rock-vrouwen hadden.

Bron: All-Music, Wikipedia

Laura Nyro: even uit de schaduw

lauranyroBriljant en innovatief componiste. Haar werk kreeg meer bekendheid in de uitvoering van anderen dan dat ze zelf de lof kreeg die haar toekwam. Haar composities waren ingewikkeld maar beklijvend. Met haar krachtige stemgeluid zong ze haar suggestieve teksten in een mix van gospel, soul, folk en jazz. Haar muzikale erfenis is klein maar fijn.

Nyro was de dochter van een trompettist. Op 8-jarige leeftijd schreef ze haar eerste liedjes. Na haar studie aan een Hoge School voor de Kunsten, begon ze met optredens in clubs. Haar invloeden liepen uiteen van Bob Dylan tot aan John Coltrane. In 1967 kwam haar eerste album uit: More Than a New Discovery. Haar werk werd ontdekt door onder andere Barbara Streisand en Blood, Sweat and Tears, die haar nummers coverden. Tijdens het Montery Pop Festival maakte ze live veel indruk. David Geffen, toen nog geen labelbaas van Geffen Records, bood aan haar management te doen. Hij regelde ook een contract met Columbia Records. Haar tweede album Eli and The Thirteen Confession maakte indruk op de critici en ook nu weer liepen anderen weg met haar composities en het succes.

New York Tendaberry, haar derde album, bevestigde haar status. Het bood haar de mogelijkheid om zich te verdiepen in soul. Ondertussen kreeg ze ook de gelegenheid om met gitarist Duane Allman te werken. Dit alles leidde tot een cover-album waarin ze onder andere Motown, doo wop en girlgroup-nummers opnam.

Op 24-jarige leeftijd trad Nyro uit de schijnwerpers. Trouwde en trok zich terug in een kleine stad op het platteland. Dat was geen succes en leidde tot een scheiding. Tussen 1976 en 1978 deed ze nog een poging terug te keren in de muziekbusiness, zonder succes.

En uit het niets stond ze daar weer: in 1984 bracht ze het album Mother’s Spiritual uit. Muzikaal rijper zong ze over haar ervaringen als moeder en over haar rustige teruggetrokken bestaan op het platteland. Daarna volgden met flinke tussenpauzes nog twee albums voordat ze in 1997 stierf aan eierstok-kanker.