Simon Stijl: boeken

Boeken

‘k Heb mooglijk duizend pond aan boeken / doorgelezen; / Mijn kennis weegt een greintje: och arm! hoe kan dit / wezen? / ’t Valt hard: maar ‘k zag in ’t eind, bij daaglijks / onderzoek, / Dat niets zo zeldzaam is als Wijsheid in een Boek.

Uit: Nagelaten gedichten, Mengelpoëzij, Leeuwarden-Harlingen, 1837

Simon_Stijl, wikipedia.org

bron illustratie: wikipedia.org

Simon Stijl (1731-1804, Harlingen)

Edna St. Vincent Millay: al wie mijn lippen kusten

Al wie mijn lippen kusten

Al wie mijn lippen kusten, waar, waarom, / Vergat ik; ook de armen, ooit gelegen / Onder mijn hoofd tot ’s morgens. Maar de regen / Is deze nacht vol geesten, die de trom / Van ’t venster roeren, horen of ik kom. / En in mijn hart gaat kalme pijn bewegen / Om jongens, door ’t geheugen doodgezwegen; / Geen keert zich ’s nachts nog roepend naar mij om. / Zo staat een boom er ’s winters eenzaam bij. / Niet wetend welke vogels zijn gevlogen, / Weet hij zijn takken stiller dan tevoren. / Mijn liefdes staan me niet meer zo voor ogen; / Ik weet slechts dat de zomer zong in mij, / Heel even, maar hij laat zich niet meer horen.

ednamillay2cbarehouse.com_

bron foto: barenose.com

Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950, USA)

Uit: Collected Poems, New York; vertaling Jan Kal

Kafka niet over schrijven, maar over lezen

Wat vooraf ging:

De boeken in mijn boekenkast kennen mij niet voordat ik ze opensla, en toch ben ik er zeker van dat ze mij bij mijn naam aanspreken – en mij en elke andere lezer; ze wachten onze commentaren en meningen af. Ik word voorondersteld bij Plato, zoals ik voorondersteld word in elk boek, zelfs in de boeken die ik nooit zal lezen.

bron: Een geschiedenis van het lezen – Alberto Manguel, Ambo Amsterdam, 2000; vertaling Tinke Davids

En dan Franz Kafka:

Kafka, wikiwijs

bron foto: maken.wikiwijs.nl

‘Over het geheel genomen,’ schreef Kafka in 1904 aan zijn vriend Oskar Pollak, ‘geloof ik dat wij alleen boeken moeten lezen die ons bijten en steken. Als het boek dat we lezen ons niet wakker schudt als een klap op de schedel, waarom zou je dan de moeite nemen? Opdat het ons blij maakt, zoals jij het uitdrukt? Goeie God, we zouden precies even blij zijn als we helemaal geen boeken hadden; boeken die ons blij maken, zouden we desnoods zelf wel kunnen schrijven. Wat wij nodig hebben, dat zijn boeken die ons treffen als een uiterst pijnlijk ongeluk, zoals de dood van iemand die we meer liefhadden dan onszelf, die ons het gevoel geven dat wij zijn verbannen naar de wildernis, ver van alle mensen, als een zelfmoordenaar. Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee binnen in ons. Dat is mijn overtuiging.’

bron: The nightmare of reason. A life of Franz Kafka – Ernst Pawel, New York, 1984

Proust over de beperkingen van het boeken lezen

Inderdaad is een van de mooiste en bijzonderste eigenschappen van goede boeken (die ons inzicht verschaft in de essentiële, zij het beperkte rol die lezen in ons geestelijk leven kan spelen) dat ze voor de auteur kunnen gelden als ‘conclusies’ en voor de lezer als ‘aansporingen’. We voelen heel wel aan dat onze eigen wijsheid begint waar die van de auteur ophoudt, en we zouden wensen dat hij ons antwoorden verschaft terwijl hij ons slechts verlangens kan bieden (…) Dat is de waarde en tegelijkertijd de tekortkoming van het lezen. Wanneer we het tot een discipline maken kennen we een te grote rol toe aan wat slechts een aansporing is. Lezen staat op de drempel van het geestelijk leven; het kan ons er binnenleiden, maar vormt er niet het wezen van.

proust, newyorkreviewofbooks

Marcel Proust met tennisracket omringd door zijn familie tijdens een vakantie, circa 1892; bron foto: nybooks.com

Marcel Proust (1871 – 1922, Frans)

Uit: Hoe Proust je leven kan veranderen – Alain de Botton, Atlas Amsterdam, 1997

“Lezen is een anarchistische activiteit”

Betaald-om-te-lezen

bron foto: nijhoflee.nl

Elk boek geeft de goede lezer zijn eigen, specifieke leesaanwijzingen. Het ene boek vraagt erom in kleine porties en langzaam gelezen te worden, het andere liefst in één keer. Nu eens is tussendoor mijmeren, het maken van kanttekeningen en terugbladeren gewenst, dan weer een lange, ononderbroken concentratie. Lezen is een anarchistische activiteit, maar dan in zeer paradoxale zin: het boek legt zijn wil op aan de lezer; het vraagt van hem, periodiek, zowel een grote vrijheid van geest als een volledige beschikbaarheid. En de beloning daarvoor komt nooit aan het eind, in een te berekenen omvang, maar, al lezende, altijd onverwacht, en daardoor des te onthutsender.

Uit: De ontdekking van de wereld – Cyrille Offermans, Bezige Bij Amsterdam, 2000

Twee lezers gezien door Kees Fens

fra angelico dominicus

Hij kijkt iets langs het boek heen dat op zijn schoot ligt. Zijn linkerhand raakt net de onderzijde van de linkerbladzijde, twee vingers van de rechterhand spelen in gedachten langs zijn kin. Hij lijkt in zijn ruime koormantel te zitten. Uit de kap steekt het gekruinde jongenshoofd, de ogen neerwaarts. Naar het boek? Naar binnen. Hij leest niet, hij is iets verder: hij denkt over het net gelezene na. Wat in het boek staat staat, neemt hij heel langzaam in zich op. Hij is de mooiste lezer die ik ken. Fra Angelico schilderde hem: de stichter van zijn orde. Dominicus. Direct valt het boek in de goed zichtbare slootjes. De ene helft helt al naar de andere. Het heeft dan niet zijn werk gedaan. Het begint dan pas. Hier is dat meditatieve hoofd, dat ook de consequenties overdenkt van het gelezene. En die zijn duidelijk zwaar.

rogier van der weyden maria magdalena

Haar groene kleed is overdadig, ook in de plooien ervan. Het valt aan alle kanten om haar heen, want zij zit op de grond, tegen een kastje. Ze draagt een heel lichte witte sluier. In haar handen houdt ze een boek, een getijdenboek, denk ik.

Haar hoofd buigt zij iets naar voren en naar rechts, want zij leest de tekst op de linkerzijde onderaan. Die getijden moet ze kennen, maar haar gezicht heeft de blankheid van de eerste lezing. Ze lijkt nieuwsgierig naar het vervolg van het vertrouwde. Elke tekst van waarde blijft nieuw. Een doekje beschermt het boek als de sluier haar hoofd. Boek en hoofd gaan op elkaar lijken; ze geven elkaar en nemen van elkaar. Zij is de mooiste lezer die ik ken. Naast haar op de grond staat de balsemfles. Zij is Maria Magdalena, geschilderd door Rogier van der Weyden. Ze zit daar al bijna zes eeuwen. Het is een dag. Zo mooi is lezen.

Uit: Handgroot – Kees Fens, Thomas Rap Amsterdam, 1994 

Kees Fens over het boekelijk tekort

Leegte

Wie een boek koopt, koopt ook een gat. Een boekenkast is ook een verzameling tekorten; achter elke bibliotheek ligt een leegte. De bibliotheek als tweede, besloten heelal is een wensdroom van de onwetenden die dromen dat er systeem zit in onze kennis en de productie daarvan. Wij doen maar wat.

Over de hele wereld zitten geleerden boeken te schrijven. In afgesloten kamers. Overleg is er niet. Zij kiezen een onderwerp. Bij voltooiing hebben zij ook een lacune geschapen: alles wat wij over het onderwerp niet weten. Hun lezer krijgt dat erbij. Elk jaar komen er duizenden hiaten op de markt. Er staat geen leger reservegeleerden klaar om die op te vullen. En elke nieuwe generatie schrijft die geleerdheid van de vorige af. Het scheppingsproces van het tekort begint opnieuw.

(..) Geen boek heeft een vervolg gekregen. Kijk in de boekenkast van een specialist. Wie ‘alles’ over een onderwerp heeft, heeft evenveel of nog meer niet. Wij kunnen veel weten omdat we niet de kans krijgen alles te weten te komen.

Wat doet de kritiek? Die zegt wat er niet in het boek staat. Dat zegt de kritiek alle eeuwen. Al die tekorten samen – die zijn het negatief van ons geweten. Elke dag vallen er nieuwe gaten. Er wordt niets aan gedaan. Er valt niets te doen. Een systeem zal het gat alleen maar groter maken.

De literatuur heeft het gemakkelijk. Die vult niets aan. Elke schrijver begint opnieuw. Er wordt ook niets verwacht. Een literaire boekenkast is altijd vol.

kees fens, ad.nlbron: anp; bron foto: ad.nl

Kees Fens (1929 – 2008)

Uit: Handgroot, postscripta bij boeken en lezen, Thomas Rap Amsterdam, 1994

Annie MG: drie ouwe ottertjes

Drie ouwe ottertjes

Drie ouwe ottertjes wilden gaan varen / over de zim zom / over de Zaan. / Eigenlijk wilden ze dat al sinds jaren, / maar om het feit dat ze ottertjes waren / hadden ze ’t nooit gedaan, / want… / daar hing een bordje op alle bottertjes: / VERBODEN VOOR OTTERTJES

Drie ouwe ottertjes stonden te schreien / daar bij de zim zom / daar bij de Zaan. / Stonden te schreien op ’t land, en ze zeien: / Dan gaan we maar met het spoortreintje rijen, / dat zal wel beter gaan, / maar… / daar hing een bordje op elke coupé: OTTERTJES MOGEN NIET MEE

Drie ouwe ottertjes stonden te turen / over de zim zom / daar bij de Zaan. / Daar op een weilandje, tussen twee schuren, / daar was een vent, waar je fietsen kon huren, / fietsen, met vaantjes eraan. / En… / daar hing een bordje op iedere fiets: OTTERTJES MOGEN VOOR NIETS

Nu rijden die ottertjes over de brug, / over de brug en weer terug.

annie-mg schmidtAnnie M.G. Schmidt (1911 – 1995)

Uit: Ziezo. De 347 kinderversjes, Querido Amsterdam, 1989

BewarenBewaren

Peter Rosei: ach was! (kom nou!)

Ach was!

Vom Fleisch der Bücher ass ich gern. Ich / war jung. Wie alles duftete, rötlich war! / Leben kann ich nicht, habs nie gelernt. / Wie weiss doch die Bücher sind! Der Schnee.

Kom nou!

Van het vlees der boeken at ik graag. Ik / was jong. Wat geurde alles, wat was alles rood! /Leven kan ik niet, heb het nooit geleerd. / Wat zijn de boeken toch wit! De sneeuw.

Peter Rosei (1946), Oostenrijk

peter rosei

Rachel Glass: The Domestic Aviary

Over de fascinatie met andermans woonruimte. Soms heb je dat wel eens: je betreedt de woonruimte van een ander en ziet meteen een heel ander leven voor je. De fantasie slaat op hol. Je ziet een ander leven voor je of hoe je je eigen leven anders kunt inrichten. En dan komen de verhalen over die bestaande of totaal verzonnen plekken. Een Frans appartement met uitzicht op een rumoerige straat? Het appartement aan de Ramblas, Barcelona met zicht op de dansschool aan de overkant, waar de stelletjes moeite doen om elkaar en de dans onder de knie te krijgen? Het huisje in de hellende straat in het Portugese Palmela waarvoor het enige dorpsmeisje zat met blauwe ogen? Vlakbij het plein waar ’s avonds het leven begint en de kinderen tot 11 uur rondspoken? Over dat idee bestaat een mooi boek: Elegant als een egel van Muriel Barbery.

Het idee ontstond om een fotoserie te zoeken die over interieurs gaat. Liefst van een Britse fotograaf. The Domestic Aviary is een serie van de Ierse fotografe Rachel Glass. Let op: ze fotografeerde gevederde vrienden in de kamers van hun baasje. Spot de vogel!

Rachel Glass – The Domestic Aviary1 Rachel Glass – The Domestic Aviary3 Rachel Glass – The Domestic Aviary5 Rachel Glass – The Domestic Aviary6 Rachel Glass – The Domestic Aviary7 Rachel Glass – The Domestic Aviary8