D.J. Enright: verklaring

Verklaring

Kijk, het ontwikkelt zich als volgt. De zogeheten handen / Die eindigen in vingers, die eindigen in nagels, / Die hangen als geheel aan armen. Zo ook de benen, / Die overgaan in voeten, waaruit zogeheten / Tenen spruiten. Daar ziet u een hoofd. Die onderdelen groeien / Langzaam aan elkaar, of uit elkaar. Alsof er, / Zo lijkt het wel, liefde en zorg in het spel zijn.

Een zogeheten bom wordt langzaam, met liefderijke zorg, / Uit delen gemonteerd. Vervolgens legt men hem voorzichtig / Op plaatsen waar doorgaans veel armen, benen en hoofden / Samenzijn. Er volgt een luide knal en de delen , / Hiervoor beschreven, komen weer vrij, vergezeld van een rode, / Tevoren inwendige vloeistof die bloed wordt genoemd. / Wat langzaam verenigd is wordt snel gescheiden.

enright, vimeobron foto: vimeo.com

D.J. Enright (1920-2002, Brits)

Uit:Collected poems, Oxford University Press Oxford, 1981; vertaling Ko Kooman

Advertenties

Ff wat heel anders: Britse vs Amerikaanse humor

Het begon met Monty Python en All in the family. Tv-series die humor als hoofdmoot presenteerden. Ik ben er mee opgegroeid. Humor in tv-series is nooit meer verdwenen, wel veranderd en een toonbeeld van de Zeitgeist. En er zijn verschillen bijvoorbeeld tussen humor uit Groot Brittannië en de Amerikaanse. Een poging tot verklaring van die verschillen in bijgaande video (het is om te lachen).

Jenny Saville schildert groteske vrouwelijke figuren

De Britse kunstenaar Jenny Saville (1970) schildert figuratief en vooral portretten van vrouwen, veelal naakt afgebeeld. Zelf zegt ze in 1 van de video-bijdragen, dat ze altijd abstract begint maar als vanzelf op beelden uitkomt. Wat haar werk (wereld)beroemd maakte, is de zittende vrouw. Een toelichting op dat werk en het werk van Saville in het algemeen volgt in de eerste video-bijdrage.

In de volgende video-bijdrage is Saville zelf aan het woord over haar werk.

j saville 2j saville 6

j saville 7

j saville 3j saville 5

j saville 8

Helen Dunmore: hij woonde zijn hele leven hiernaast

Hij woonde zijn hele leven hiernaast

Eén jaar schilderde hij zijn deur geel. / Het was de lichtvlek van een plastic tas / in het saaie villawijkje, / maar voor de rest was hij onopvallend.

Hij ging een kant op en kwam van de andere terug, / vaak met wasgoed in zijn armen en eenmaal met compost / voor de boom die hij wilde laten groeien in de achtertuin. / Later vulde het skelet daarvan / bijna de hele vuilnisbak.

Hij zei gepast ‘Wat een ellende’ / als het regende op een zaterdag / en noemde het buurkind een ‘verschrikking’. / Hij pakte zijn woorden als koekjes van een schaal

en morste geen kruimel. Als zijn voordeur dichtsloeg / was hij méér weg dan de laatste kerst. / Maar voor de meisjes die opgeborgen zaten in zijn kelder, / om hen te leren wat dat betekende: / ellendig te zijn, verschrikking te zijn, / was hij er wel.

Helen_Dunmore_Charlie_FB_004.JPGbron foto: theindependent.co.uk

Helen Dunmore (1952 – 2017, Brits)

Uit: Out of the blue, Bloodaxe Tarset, 2001

John Masefield: zeekoorts

Zeekoorts

Ik moet weer naar de zee terug, naar de eenzame zee en de wind, / En al wat ik vraag is een viermastschip en een ster waar ‘k het noorden bij vind. / En de ruk van het roer en het zingen van ’t want en het klappen van ’t zeil in de vlagen, / En een grauwe mist die de einder bedekt en een grauwe kim als ’t gaat dagen.

Ik moet weer naar de zee terug, want de roep van eb en vloed / Is een wilde roep en een klare roep en een die ‘k gehoorzamen moet; / En al wat ik vraag is een dag met veel wind en met witte wolken die jagen / En het spattende sop en het vliegende schuim en de meeuwen die krijsen en klagen.

Ik moet weer naar de zee terug, waar ik als zigeuner kan zwerven, / Naar de weg die de meeuwen en walvissen gaan, waar de winden als messen kerven; / En al wat ik vraag is een vrolijk verhaal, van een maat die met mij lacht, / En de rust van de slaap en ’t geluk van de droom aan het eind van mijn lange wacht.

Strang, William, 1859-1921; John Masefield (1878-1967)bron foto: artuk.org

John Masefield (1878 – 1967, Brits)

Uit: The Oxford Book of Twentieth-Century English Verse, Clarendon Press Oxford, 1973; vertaling Ko Kooman

Julia Fullerton Batten toont de ‘old fahter’ Theems-verhalen

jfb-old father thames 1jfb-old father thames 3jfb-old father thames 5De rivier de Theems is niet de langste rivier ter wereld, laat staan van het Britse eiland. Maar uiterst Brits en historisch belangrijk. Bijna 450 km lang voert de rivier door Londen naar zee, talloze Britse steden en dorpjes achter zich latend.

Londen is een wereldstad. Zonder de Theems was die stad er niet geweest. De Theems maakte een natuurlijke haven mogelijk en dat sinds de tijd van de Romeinen. De handelsroute naar de rest van de wereld was geboren en communicatie met die rest ook.

Voor fotografe Julia Fullerton Batten (geboren in Duitsland, na scheiding van de ouders verhuisd naar Groot-Brittannië) is de Theems een weergaloze plek die ze steeds weer opzoekt. Op loopafstand van de rivier wonend, geniet ze van de steeds wisselende omstandigheden, de invloed van de seizoenen en de activiteiten langs de rivier.

Haar fascinatie met de Theems heeft Julia in een verhalende vorm gegoten. Haar foto’s kiezen, onderzoeken en tonen de culturele en historische verhalen die de oevers bieden. Zij noemde het project: Old Father Thames.

jfb-old father thames 2jfb-old father thames 4jfb-old father thames 6

William Henry Davies: vrije tijd

Vrije tijd

Wat is dit leven als wij, vol met bezwaren, / geen tijd hebben om maar wat rond te staren.

Geen tijd om te staan onder de bomen / en als schapen of koeien starend te dromen.

Geen tijd om te zien, als we gaan langs het bos, / waar de eekhoorns hun noten verbergen in het mos.

Geen tijd om te zien, op klaarlichte dag, / stroompjes vol sterren als de hemel bij nacht.

Geen tijd om Schoonheid een blik te gunnen, / haar voeten te zien, hoe die dansen kunnen.

Geen tijd om te wachten tot haar mond / die glimlach verrijkt die met kijken begon.

Armzalig dit leven als wij vol bezwaren /geen tijd hebben om maar wat rond te staren.

w-h-daviesbron foto: theprojectspacenewport.wordpress.com

William Henry Davies (1871 – 1940, Brits)

Uit: Collected poems, Cape Londen, 1972; vertaling Jan Eijkelboom

Thomas Hardy: i look into my glass

I look into my glass

Ik zie mijn oude haar / En huid in ’t spiegelglas / En zeg: o dat mijn hart nu maar / Ook zo versleten was.

Dan zou ‘k, onaangedaan / Door vroege liefde en lust, / Gelaten wachten op ’t vermaan / Van de eindeloze rust.

Maar de onverbeden tijd / Neemt deels, en deels weer niet / En wekt dit hart, dat de avond beidt, / Met morgens vurg lied.

thomas hardy, IMDb

bron foto: IMDb

Thomas Hardy (1840 – 1928, Brits)

Uit: the New Oxford Book of English Verse, Clarendon Press Oxford, 1972; vertaling J.C. Bloem

Is Frankenstein actueler dan ooit?

frankenstein

bron foto: exhibitions.nypl.org

Mijn zoon zal 12 of 13 geweest zijn. Met zijn vrienden (en hier en daar een losse, maar moedige vriendin) is er een horror-avond georganiseerd. Ze gaan gezamenlijk een enge film kijken. Lichten uit, chips bij de hand en wat te drinken. Als het te spannend wordt, gaat het licht weer aan.

mary shelley, thenational.ae

Mary Shelley; bron foto: thenational.ae

Het is van alle tijden: ook bij de Britse dichters Lord Byron en Shelley thuis gaat het er in de 18-de eeuw ongeveer zo aan toe. Er wordt geen film gekeken, maar er worden elkaar griezelverhalen verteld. Onder de aanwezigen ook Mary Godwin (de latere mevrouw Shelley). Een aantal dagen later heeft ze een nachtmerrie met grote gevolgen. De nachtmerrie gaat over een geniale wetenschapper die in het verderf wordt gestort door het wezen dat hij zelf creëerde. Het werd een boek: Frankenstein of de moderne Prometheus.

Griezelverhalen bestaan al heel lang. Ook die over een wetenschapper die dode materie tot leven weet te wekken. In oude Joodse verhalen komt Golem voor. Een wrekende reus die door rabbi Löw uit klei werd geschapen om Praagse Joden te beschermen tegen antisemtische krachten. Golem kennen we nog steeds. Uit de Hobbit-film-triologie bijvoorbeeld, maar ook uit Goethe’s Zauberlehrling; Disney’s Fantasia; uit The Simpsons; the X-files en uit het Pokémon-spel (golemkaarten).

Ook in de tijd van Mary Shelley was er de gothic-novel. Bedreigde maagden, onbetrouwbare buitenlanders en sombere middeleeuwse kastelen zijn enkele gekende elementen. Ook in Frankenstein zijn de locaties zwart-somber en worden jonge vrouwen gruwelijk vermoord. Nieuw is de flinke dosis wetenschap. Shelley werd daarmee de grondlegster van een nieuw genre: de science-fiction.

De jonge Zwitserse wetenschapper Frankenstein gelooft in de zegeningen van de technologische vooruitgang. Hij knutselt uit menselijke resten een wezen in elkaar dat hij bezielt met een levenselixer. Net als de Griekse held Prometheus (die vuur van de goden stal) wordt Frankenstein gruwelijk gestraft voor zijn daad. De moraal: speel niet voor God en hoed je voor de gevaren van de techniek. Dat is een actuele discussie met de komst van kunstmatige intelligentie en gesleutel aan stamcellen en DNA.

Frankenstein is een roman met veel lagen en daardoor nog steeds actueel. Het boek gaat ook over de gekwelde kunstenaar, de nobele wilde en over de opvatting dat mannen door roeien en ruiten gaan als het gaat om leven op te wekken zonder tussenkomst van de vrouw (een opvatting die door de feministische moeder van Mary Shelley werd verkondigd).

Frankenstein werd natuurlijk wereldberoemd als film (1931, de eerste met Boris Karloff). We danken er ook het frankenstein-complex aan: onze angst voor robots. En aan diezelfde avond bij de laat-romantische Engelse dichters een andere gruwelheld: graaf Dracula. John Polidori, Byron’s lijfarts schreef The Vampyre waarop Bram Stoker zijn succesvolle roman Dracula baseerde.

Bron: Made in Europe – Peter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

Emily Brontë: lang verwaarloosd…

Lang verwaarloosd…

Lang verwaarloosd en de zoete / Toverglimlach half vergaan; / Bloesem, door de tijd bezoedeld; / Schimmel tast de ogen aan.

Maar die lok van zijden haren, / Steeds nog onder ’t schilderij, / Toont hoe eens die trekken waren, / Schetst de geest hun makelij.

Schóón de hand die schreef die regel, / ‘Liefste, trouw blijf ik altoos’; / Vlugge vingers vlogen teder / Toen de pen dat motto koos.

Emily_Brontë

bron: Wikipedia

Emily Brontë (1818 – 1848, Brits)

uit: The New Oxford Book of Victorian Verse, Christopher Ricks Londen, 1972; vertaling Wiebe Hogendoorn