De Razende Roelands van onze tijd

Harrison, Robert; news stanford.edubron foto: news.stanford.edu

Gedreven doelloos, zo typeert Robert Harrison (1954, Izmir, Turkije), onze tijdgeest. Harrison is professor Literatuur aan de Britse Stanford University. Hij maakt met enige regelmaat interssante podcasts over literatuur en muziek. Interssant omdat ze verrassende verbanden leggen tussen onze tijd en lang geleden.

In bijgaande podcasts gaat het over onze tijd waarin velen van ons op zoek zijn naar weer die volgende kick (beleving, dat vreselijke woord), de volgende illussie, de volgende (on)bevredigende inlossing van een behoefte. We zijn inmiddels grotendeels losgezongen van het collectief, onze religie, ons morele kompas. Wat rest is: vulling. We maken ons druk over veel oppervlakkigs en doen dat in een razend tempo.

Dat was Harrison opgevallen en het deed hem denken aan het werk van de Italiaanse schrijver en dichter Ludovico Aristo (1474-1533). Zijn bekendste werk en een klassieker in de Italiaanse literatuur: Orlando Furioso (Razende Roeland). Wat de parallelen zijn met onze tijd legt Harrison in dit boeiende betoog uit. Daarbij zijn de ridders van belang, de tuinen (de ene sensationeel, de ander saai) en hun betekenis. Het is meer dan interessant te horen wat een werk van vijf eeuwen oud kan zeggen over de tijd waarin we nu leven.

(kopieer en plak deze link) https://podcasts.apple.com/nl/podcast/entitled-opinions-about-life-and-literature/id81415836?i=1000479796030

Bijna iedere dag muziek: Joy Division

Het is Punk-tijd. Ik ben anarchist en anti-christ. De boodschap is belangrijker dan de muziek. Een band moet bestaan uit drummer, bassist en gitarist, die niet persé goed kunnen spelen. De zanger zingt niet, maar declameert. Zijn tekst moet duidelijk anti zijn: anti-alles! Het gaat om reuring en dat de rest van de wereld weet dat ik er ook nog ben. Dat mijn mening er ook toe doet. En mijn gevoel.

Joy Division is heel even een band geweest die aan al mijn eisen voldeed. Totdat zanger Ian Curtis er een eind aan maakte. Ons in verbijstering achterlatend. De twee albums, die de band achterliet,  waren donker, diep duister maar gemaakt naar de punk-normen. Kale drums met dat typische Martin Hannet-geluid, een bassist die zijn rol opeiste en een gitarist die de ruimte zocht en vond om zijn eigen ding te doen. En toch klonk het als een eenheid, een soort Division. En Ian Curtis zong daar hartverscheurende teksten overheen. Over eenzaamheid, onbegrip en geen toekomst hebben. En dan het eerste album uitbrengen en dat Unknown Pleasures noemen!

Het vervolg: Closer. Aan alles voelde je dat dit een bijzondere plaat was. Het einde naderde (van Ian Curtis) en dat ademde deze plaat. Depri-muziek zou mijn omgeving zeggen. Maar ik heb hem veel en vaak geluisterd, gebiologeerd. Dit was iets bijzonders.

En dan: Love will tear us apart. Daarna is de wereld nooit meer hetzelfde geweest. Zo bepalend en zo invloedrijk was dit. Voor mij.

Bijna iedere dag muziek: Roxy Music

Roxy Music is het karretje waarmee onder andere Brian Eno, Phil Manzanera, Andy MacKay en Bryan Ferry rondreden in de gelukkige jaren 70. De jaren van rock and glam, art-rock. De jaren van David Bowie en Lou Reed. En waarom viel ik er toen voor? Dat geluid van die band: nieuw en oorspronkelijk. Het was in zeker opzicht geen gemakkelijke muziek: geen meezing, veel geëxperimenteer met sax en hobo, gitaar en electronica. Nummers varieerden van kort tot aanzienlijk langer dan de single-duur; van up-tempo tot langzaam en gedragen, soms in hetzelfde nummer. En die stem van Ferry was toch herkenbaar uit duizenden?

En toch duurde mijn liefde voor de Britse band niet langer dan 5 albums, beginnend met Roxy Music (1972) tot aan Siren (1975). Op alle albums staan onvergetelijke klassiekers en ik hoor ze nog graag. Roxy Music was invloedrijk. Japan, ABC, Pulp en Blur zijn schatplichtig aan de groep. Maar na Siren herhaalde de groep zich, futloos, zonder puf en dreef routinieus over de Top 40-golven, rimpelloos en onopvallend. Maar daarvoor was het opwindend en baanbrekend, en dat was wat me aansprak. In de jaren 90 liet ik me nog eens overhalen naar een live-concert te gaan. Met een Ferry die zichtbaar moeite had om het eind te halen, was dat een definitieve afknapper.

Ian McEwan en het onherleidbare menselijke element

Ik las Amsterdam van de Britse schrijver Ian McEwan (1948, Aldershot). Een schrijver die veel en vaak indruk maakt door zijn onnavolgbare personages en de extreme gebeurtenissen in zijn boeken. De cementen tuin (1978) maakte op mij een diepe indruk.

In Amsterdam volgen we de drie hoofdpersonen: Clive, componist die bezig is met een symfonie die het werk van Beethoven naar de kroon gaat steken. Vernon, hoofdredacteur van een krant die op het punt staat met een belastende primeur te komen, die de oplagecijfers naar grote hoogte moet stuwen. En Garmony, een politicus met typisch Britse eigenschappen. Clive en Vernon zijn vrienden die een hekel hebben aan Garmony. Zij treffen elkaar in het begin van het verhaal op de begrafenis van vriendin Molly Lane. Molly heeft in het verleden met alle drie een verhouding gehad.

Het is een verhaal over falen, schuld en boete, euthanasie, vriend- en vijandschap. In de goede handen van McEwan leest dat heerlijk weg. Hoewel met een Booker Prize bekroond (1998) is het zeker niet het beste boek van McEwan. Maar verveeld heb ik me niet. Daarvoor is McEwan een te groot vakman.

Een fragment:

Om hem de pas af te snijden hield Clive zijn hand op voor nog een foto. Op deze, een opname van hoofd en schouders, was de jurk van Garmony meer zijig vrouwelijk. De pofmouwtjes en halslijn waaren eenvoudig afgezet met kant. Misschien had hij wel lingerie aan. Het effect was minder geslaagd, want het leidde tot volledige ontmaskering van de verholen mannelijkheid en toonde de aandoenlijke, onmogelijke hoop van zijn verwarde identiteit. Molly’s kunstige belichting kon niet de kaakbeenderen van een reusachtig hoofd laten verdwijnen, of de zwelling van een adamsappel. Hoe hij eruitzag en hoe hij eruit dacht te zien, lagen waarschijnlijk ver uiteen. Ze hadden lachwekkend moeten zijn, die foto’s, ze wáren ook lachwekkend, maar Clive was ook onder de indruk. We weten zo weinig van elkaar. We liggen grotendeels ondergedompeld, als drijfijs, en alleen ons zichtbare sociale ik steekt koel en wit naar boven. Hier was een zeldzame blik onder de golven, op iemands persoonlijke leven en gewoel, op zijn waardigheid die ten onder ging door de overweldigende noodzaak van de zuivere verbeelding, de zuivere gedachte, door het onherleidbare menselijke element – de geest.

Uit: Amsterdam, Harmonie Amsterdam, 1998

ian-mcewan-tellerreport.debron foto: tellerreport.com

Ian McEwan (1948, Aldershot, UK)

Barbara Hepworth speelde voor zee

Curved Form (Trevalgan) 1956 by Dame Barbara Hepworth 1903-1975bhepworth, sculpture 4bhepworth, sculpture 6bhepworth, sculpture 8

De Britse beeldhouwer Barbara Hepworth (1903-1975, Wakefield, UK) won op 17-jarige leeftijd een studiebeurs waardoor ze kon gaan studeren op de Leeds School of Art. Daar ontmoette ze Henry Moore. Dat zou een gedenkwaardige ontmoeting worden. Samen met Moore sloot ze zich aan bij de Seven and Five Society. Een groep kunstenaars die geen nieuw -isme wilden, maar de bestaande (abstract, kubisme en modernisme) stijlen uitdiepen.

Het werk van de Britse kenmerkt zich door abstracte vormen. Het zijn vaak ovalen of cirkels. Zo nu en dan komen we vierkanten tegen. En heel soms iets wat figuratief is (moeder en kind). Net als Henry Moore begon Hepworth met het boren van gaten in haar materiaal. Die gaten werden verder uitgehold, zoals grotten door de zee worden uitgehold. Een soort kunstmatige erosie in verkorte tijd. De gaten werden glad geschuurd, het oppervlak glimmend gemaakt en van verf voorzien. Of juist werd de textuur van het materiaal gevolgd. Ze gebruikte hout, steen, marmer en staal. Maar altijd was de inspiratie het landschap, de natuur. En nog vaker de dramatische kustlijn en het landschap van Cornwall, waar ze woonde.

Haar werk maakte haar wereldberoemd. Dat leidde tot opdrachten van bijvoorbeeld de Verenigde Naties in New York. Haar werk kom je tegen in Groot Brittannië, maar ook in het Kröller-Müller op de Veluwe. Ze was een bewonderaar van het werk van Mondriaan, waaraan ze een beeld wijdde (Construction: Homage to Mondrian, 1966). Haar levenseinde was dramatisch. Ze kwam om bij een brand in haar atelier.

Corinthos 1954-5 by Dame Barbara Hepworth 1903-1975bhepworth, sculpture 3bhepworth, sculpture 5bhepworth, sculpture 7

Bijna iedere dag muziek: the Smiths

De dag waarvan je wist dat die zou komen: 1 van je favoriete bands during lifetime: the Smiths. Koude rillingen, kippenvel, iets horen waarvan je het vermoeden had dat het bestond; zou moeten bestaan. En daar was ie: This charming man, de single, de eerste kennismaking. Daarna verdieping, verwachtingsvol verder zoeken en vinden. Een volstrekt uniek geluid, maatschappij-kritische teksten, melodieën die staan als bomen: statig, buigzaam, wind- en waterbestendig, sierlijk en bescherming biedend tegen die boze buitenwereld. Want the Smiths waren vooral een innerlijke ervaring. Tienerleed verwoordend maar ook oog voor de grote mensen-wereld, die aan verandering toe was. Wat hadden die ouderen er een puinhoop van gemaakt. Thatcher voorop!

En altijd die stille kracht: gitarist Johnny Marr, die de ene naar de andere wonderschone melodie uit zijn snaren plukte. En invloedrijk waren ze, die jongens. En dit was hun beste plaat:

Bijna iedere dag muziek: Sandy Denny

Sandy Denny (1947-1978, Wimbledon) zong folk op z’n Brits(Keltisch). En dat deed ze op onnavolgbare wijze. Bij het zoeken naar de video van Late November bedacht ik me dat ik sinds Sandy de Britse folkzangeres herken aan hoe ze op Sandy’s zangstem lijken. Denny is van enorme invloed geweest op alles wat daarna kwam. Dat had ook te maken met haar bijdrage aan Fairport Convention. De legendarische Britse band die folk koppelde aan rock en daarmee een nieuw publiek aanboorde.

Denny gaf aan Fairport Convention die typisch Brits-Keltische invloed mee die de band tot een internationaal succes maakte. Met haar was de band groots, invloedrijk en een top-act. Na haar afscheid van de band (1970) ging het kwakkelend verder, zowel met Denny als met Fairport. Hier gold: de som was meer dan de delen. Denny’s solo-carrière was geen enorm succes. Voor haar reden om met haar man Trevor Lucas het maar eens in de VS te gaan proberen. Zo ver is het nooit gekomen. Een noodlottig ongeval in huis (van de trap vallen) betekende het einde van een zangeres wiens doorleefde stem zo mooi klank gaf aan eeuwenoude liedjes.

Bijna iedere dag muziek: David Sylvian

David Sylvian (1958, Beckenham, UK) leerde ik kennen als de zanger van Japan, een cultband uit de jaren 80, vorige eeuw. Beetje art-rock, beetje glam-rock. Na vier albums, die niet erg succesvol waren, ging de Britse zanger solo. Sylvian bleek een bijzonder muzikaal pad te gaan bewandelen. Hij zocht samenwerking met Robert Fripp, Ryuichi Sakamoto (van Yellow Magic Orchestra) en Holger Czukay (van Can). Daarmee plaatste de zanger zich in de avantgarde. Zijn grootste hit zou Forbidden Colours worden uit de film Merry Christmas, mr. Lawrence. Een film waarin David Bowie een gedenkwaardige hoofdrol zou spelen.

Sylvian, die naast zanger ook gitarist en componist is, zal steeds vaker muziek maken die neigt naar klassiek, minimal en die avontuurlijk en instrumentaal is. En dat terwijl hij over een bijzondere stem beschikt, die warm en buigzaam is. En die hoorde ik graag.

Bijna iedere dag muziek: Elizabeth Fraser

The Cocteau Twins heette de groep die ongeveer twee decennia lang de ene na de andere prachtplaat uitbracht. Donker van sfeer in den beginne en steeds lichter van toon (bijna vrolijk) aan het eind. Kenmerkend is het gitaar-geluid van gitarist Robin Guthrie. Zweverig, vol galm en effect. Daaronder als baken de bas van Simon Raymonde die richting gaf. Maar het belangrijkst: die hemelse stem van Elizabeth Fraser. Loepzuiver zong zij de muziek naar hogere sferen. Soms onverstaanbaar, in haar eigen brabbeltaaltje, dan weer gewoon in het Engels. Ik mocht er graag bij wegdromen.