Goudzoekers

Remco Campert op zoek naar goud in de VK van 24 jan.2015. Na heftige gebeurtenissen keren we terug naar het gewone leven. Maar wat is ‘het gewone leven’? Hij citeert de Poolse dichteres en Nobelprijswinnares Szymborska: “In de taal van het dagelijks leven gebruiken we uitdrukkingen als ‘de gewone wereld’, ‘het gewone leven’, ‘de gewone gang van zaken’.

In de taal van de poëzie daarentegen, waarin elk woord gewogen wordt, is niets gewoon, is niets normaal. Geen steen en geen wolk boven een steen. Geen dag en geen nacht van de dag. En boven alles niemands bestaan op deze aarde’.

Campert komt als vanzelfsprekend bij de kunst van het dichten. Waar komt die kunst vandaan en waarom? Hij heeft ook pogingen gedaan daarover te dichten.

Poëzie is een daad

van bevestiging. Ik bevestig

dat ik leef, dat ik niet alleen leef

(…)

Poëzie is mijn adem, beweegt

mijn voeten, aarzelend soms,

over de aarde die daarom vraagt.

En dan komt Mulisch om de hoek: “Poëzie is de gouden tong van het zwijgen”. De vraag die zich opdringt: zijn dichters de goudzoekers van het geluk? Pablo Neruda geeft antwoord:

‘Op die leeftijd zocht Poëzie me op

ik weet niet, ik weet niet waar het vandaan kwam

van winter of een rivier.

ik weet niet hoe of wanneer,

nee, het waren geen stemmen

het waren geen woorden,

geen stilte

daar in die straat stond ik

zonder gezicht

en het beroerde me.’