Douwe Draaisma: over jezelf troosten tijdens rouw

alban-berg; www1.wdr.de

Componist Alban Berg; bron beeld: www1.wdr.de

elias canetti; elpais.com

Schrijver Elias Canetti; bron beeld: elpais.com

Schrijver en hoogleraar Douwe Draaisma schreef al een aantal boeken over de werking van ons brein. Zijn nieuwste boek behandelt wanen en illusies. In De Volkskrant van 29 oktober jl schreef hij een essay dat de rouwhallucinatie als onderwerp heeft. Rouwhallucinatie: overleden dierbaren die in hallucinaties verschijnen:

Rouwhallucinaties dienen zich ongevraagd aan. Ze verdwijnen ook weer spontaan, de ervaringen zijn niet naar willekeur te verlengen. Hun inhoud is niet te sturen. Er is al snel het besef dat ze niet echt zijn en daarom worden ze zelden als bedreigend ervaren. Anders dan herinneringen of dagdromen, die zich ‘in je hoofd’ afspelen, worden rouwhallucinaties in de buitenwereld geprojecteerd, ze voelen aan als een zintuiglijke waarneming. Medicijnen hebben er geen vat op. Trouwens, niemand zou deze medicijnen willen nemen; ze willen de hallucinaties niet kwijt.

Aan het einde van het essay geeft Draaisma een veelzeggend voorbeeld van hoe zo’n rouwhallucinatie werkt en wat daarvan het nut is:

Schrijver en Nobelprijswinnaar Elias Canetti was bevriend met componist Alban Berg.

Die overleed op zijn vijftigste. In zijn autobiografie Het ogenspel schrijft Canetti dat hij zo’n dertig jaar na de dood van Berg na een lezing diens weduwe Helene terugzag. Zij was toen in de tachtig, een kleine, broze vrouw. Canetti aarzelde om haar aan te spreken. Hij deed het toch maar. Ze herkende hem niet, maar toen hij zich voorstelde zei ze: ‘Ach, meneer Canetti. Dat is lang geleden. Alban heeft het nog altijd over u.’

Canetti was daardoor zo ontroerd dat hij snel afscheid nam en ook zijn schroom niet kon overwinnen om haar nog eens thuis op te zoeken. Hij wilde de intimiteit van haar gesprek met haar man niet verstoren, een gesprek waarin alles zich afspeelde alsof het de dag van vandaag was: ‘Wanneer het om zijn werken ging vroeg zij hem om raad en hij gaf haar het antwoord dat zij zelf had bedacht. Gelooft iemand dat anderen zijn wensen beter kenden? Er is heel veel liefde voor nodig om een dode zo tot leven te roepen dat hij nooit meer verdwijnt, dat je hem hoort, met hem praat en kennis neemt van zijn wensen, die hij altijd zal hebben, omdat je hem zelf hebt geschapen.’

fragmenten uit: sprekende doden – Douwe Draaisma; De Volkskrant 29 oktober 2022, Boekenkatern

Bijna iedere dag muziek: Errol Garner

https://youtu.be/5lMy-5xIFao

De Honda startte vlot, hij deed een bandje van Errol Garner in zijn casetteradio. Voor een optreden luisterde hij altijd naar Errol Garner, zoals die de intro’s van zijn nummers speelde, concertant, breed, en dan stevig swingend daar zogenaamd eenvoudig de melodie van het nummer uit liet voortkomen, dat vond hij nog steeds een inspiratie van de bovenste plank. Errol was heel lang erg uit de mode geweest. Als hij op partijen à la Errol speelde, kreeg hij toch altijd verzoeken om meer. En tegenwoordig hoorde je hem wel weer eens op de radio. Zoals met alles, ook Errol kwam weer terug.

uit: an der Musik – Marjan Berk; uit: Koninginnedag, Atlas Amsterdam, 1993

Errol Garner (1921-1977, USA)

Bernlef ontdekt Eric Satie en diens teksten

bernlefdichtdedagHet boek heet Alfabet op de rug gezien en is een verzameling teksten van heel uitzonderlijke aard. Samensteller en (soms) vertaler is Bernlef. In een toelichting op de eerste reeks teksten verhaalt Bernlef over zijn eerste ontdekking van de merkwaardige teksten van componist en pianist Eric Satie (1866-1925). Ik ken het Franse multitalent vooral van zijn verstilde pianomuziek (bekend gemaakt door Reinbert de Leeuw) en zijn prachtige museum in het Franse Honfleur.

In onderstaand fragment vertelt Bernlef, toen als vertaler werkzaam bij uitgeverij Nilsson & Lamm, over zijn kennismaking met het werk van Satie.

Zo kwam ik erachter dat de muziek van Eric Saties cyclus korte pianostukjes Sports et Divertissements, voorzien van gedichtjes van de componist en tekeningen van een zekere Charles Martin, nog steeds in de catalogus van Editions Salabert in Parijs vermeld stond. Tot mijn verbazing kwam het album, in oblong formaat, na enkele weken op de Herengracht aan. Op zicht. Het kostte ongeveer zestig gulden, een voor mij toen formidabel bedrag. Van aanschaf kon geen sprake zijn. En dus schreef ik de korte gedichtjes van Satie over en stuurde het album terug naar Parijs.

Sindsdien is Satie, zo dood als hij toen al was, een vaste medewerker van Barbarber gebleven. Door toedoen van uitgever Reinold Kuipers verschenen in 1976 zijn verzamelde Teksten bij Querido.

Saties gedichtjes en teksten verbergen achter hun schijnbare naïviteit een spotzieke geest, die het vooral voorzien had op alles wat naar dikdoenerij zweemde. Een deel van Saties muziek en teksten heeft dan ook een parodistisch karakter.

uit: alfabet op de rug gezien – Bernlef, Querido Amsterdam, 1995 

Erik Satie; blogspot.com

bron beeld: blogspot.com

De schommel

Wat daar zo schommelt is mijn hart. Het is niet duizelig. Wat een kleine voetjes heeft het. Zou het terug willen in mijn borst?

De jacht

Hoort u het konijn zingen? Wat een stem! De nachtegaal zit in zijn hol. De uil zoogt zijn kinderen. Het zwijntje gaat trouwen. Met mijn geweer schiet ik op de noten.

Zeilen

Wat een weer! De wind snuift als een zeehond. Het jacht danst. Het ziet eruit als een kleine dwaas. De zee kookt. Mits zij niet te pletter slaat op een rots! Niemand kan haar laag zetten. – Ik wil hier niet blijven, zegt de mooie passagiere. Het is hier niet leuk. Ik heb liever iets anders. Haal een rijtuig voor mij.

De inktvis

De inktvis zit in zijn hol. Hij vermaakt zich met een krab. Hij zit haar achterna. Hij heeft haar overdwars ingeslikt. Woest trapt hij zich op de benen. Hij drinkt een glas zout water om op verhaal te komen. Deze drank doet hem zeer goed en brengt hem op andere gedachten.

De tango

De tango is de dans van de Duivel. Het is zijn favoriete dans. Hij danst hem om af te koelen. Zijn vrouw, zijn dochters en zijn bedienden, zij allen verkoelen zich zo.

Bijna iedere dag muziek: Wolfgang Amadeus Mozart

Mozart (1756-1791, Oostenrijk) en zijn librettist Da Ponte (1749-1838, It) hebben in de opera Don Giovanni de beroemde catalogus-aria opgenomen, waarin de knecht Leporello een inventaris van zijn veroveringen geeft: ‘Dit is de catalogus van de vrouwen die mijn heer heeft liefgehad, een catalogus die ik zelf heb aangelegd. Kijk maar, lees met me mee. In Italië 640, in Duitsland 231, 100 in Frankrijk, in Turkije 91, maar in Spanje zijn het er al 1003!’ Net als Don Juan hadden de Ptolemaeën dienaren-boekhouders nodig die garandeerden dat de som van hun aanwinsten alleen maar toenam, dat ze het recht hadden om zich telkens belangrijker en machtiger te voelen. Net zo zijn de sociale netwerken de Leporello’s van onze virtuele wereld. Ze voeden het narcisme en de verzamelwoede die in ieder van ons zit en houden de rekening bij van het aantal vrienden, volgers en likes die we weten te scoren.

uit: papyrus – Irene Vallejo, Meulenhoff Amsterdam, 2021; vertaald door Adri Boon

Bijna iedere dag muziek: Robert Schumann

Als Lenny werkt luistert hij vaak naar muziek. Het klassieke pianorepertoire ken ik inmiddels vrij goed. Beethoven bevalt me het best. Maar een kort stuk van een andere componist, wiens naam ik niet ken, ontroert me altijd het meest.

Het gaat zo: een vogel kwinkeleert welluidend maar zinloos voor zich heen, zo’n anderhalve minuut lang, het lijkt lange tijd nergens over te gaan, maar dan zet er opeens een ruisende brede melodie in vol wijsheid, inzicht en belofte. Die breekt even plotseling weer af, de vogel kwinkeleert nog even onbeduidend voor zich heen, en dan is het afgelopen.*

*Robert Schumann, Vogel als Prophet

uit: het licht aan het einde van de loop, autobiografie van een kogel – Martin Michael Driessen, Van Oorschot Amsterdam, 2022

Robert Schumann (1810-1856, Zwickau, Dld)

Bijna iedere dag muziek: Sergej Prokofjev

https://youtu.be/aSJezJisLws

De Russische violist David Oistrach was 18 jaar oud toen hij Sergej Prokofjev (1891-1953) voor het eerst ontmoette. Ter ere van de componist was er een feestelijk concert in de badplaats Odessa. David speelde het scherzo uit het Eerste Vioolconcert in aanwezigheid van Prokofjev zelf. ‘Zo hoor je dat niet te spelen, jongeman,’ riep hij uit ten overstaan van een volle zaal. De componist betrad het podium en liet op de piano horen hoe het wèl moest klinken. Een pijnlijke situatie.

Bijna tien jaar later zagen ze elkaar weer. De ontmoeting vond plaats aan het schaakbord in het Centrum voor Kunstarbeiders in Moskou. Het was 23 oktober 1937. Na zeven partijtjes (uitslag onbekend) herinnerde de inmiddels gevierde violist zijn tegenstander aan het voorval in Odessa dat hem een klein trauma had bezorgd. De componsit schaamde zich en beloofde een sonate voor viool en piano te schrijven. Er ontstond een hechte vriendschap tussen twee muzikale grootmeesters.

Het duurde nog tot 23 oktober 1943 voordat de Sonate in F mineur voor het eerst werd uitgevoerd in de kleine zaal van het conservatorium in Moskou. Uiteraard door Oistrach, die de aanwijzingen van de componist ter harte nam. ‘Het eerste deel moet klinken als de wind die waait over het kerkhof,’ vond Prokofjev. Daar was een reden voor. Kunstenaars, zo had Stalin bevolen, waren arbeiders die hun talent onder streng toezicht van het politbureau dienden in te zetten voor het volk. Prokofjev begon aan de compositie nadat hij het werk aan de muziek voor Eisensteins film Alexander Nefsky had beëindigd. De sonate werd een tijdsdocument in noten. Een Hongaarse recensent die de première bijwoonde, schreef dat hij verbijsterd was door de impact die de sonate op het publiek bleek te hebben. Het gehoor voelde tijdens de première in de notenreeksen de beklemming van het sovjetregime. De pizzicato-akkoorden die door de piano worden beantwoord leken een ongehoorde aanklacht tegen de aanwezige kameraden uit het politbureau van dictator Stalin. Ze riepen het verlangen op naar een magische wereld zonder terreur en censuur.

Prokofjev liet zich zelf uit zelfbehoud niet uit over het provocerende karakter van zijn noten. ‘Het eerste deel is ernstig, het tweede deel levendig en het derde lieflijk en teder. De finale is weer snel en geschreven in een ingewikkelde ritmiek,’ lichtte hij toe.

uit: een ontmoeting aan het schaakbord; uit: In hoger sferen, Paul Witteman, Balans Amsterdam, 2005

Bijna iedere dag muziek: Richard Wagner

Er zijn maar weinig momenten beter geschikt om na te denken over de mythische oorsprong van Duitsland dan tijdens het beluisteren van het voorspel tot de tweede acte van Siegfried. Dit bijna onuitvoerbare muziekstuk roept in een vijftal minuten een ondoordringbaar, verstikkend, duister woud en een dreigende sfeer op (dat laatste met name door een slapende draak) en een gevoel van verwachting – de talloze jaren waarin dwergen en goden ongeduldig met de vingers hebben getrommeld in afwachting van de belangrijke (zij het aan dwaasheid grenzende) gebeurtenissen die zich eindelijk zullen ontvouwen.

Je kunt moeilijk ontkomen aan een gevoel van irritatie, vermengd met opluchting, dat niet-Duitsers zich zo indirect tot deze muziek verhouden. Er zijn nogal wat belangrijke niet-Duitse dwepers en Wagner-interpreten geweest, maar niemand van hen heeft zich zo aangesproken gevoeld door de wortels en de betekenis van dit muziekdrama als de Duitsers. Achter alle elementen van het voorspel in de bossen gaat iets schuil dat kenmerkend is voor de Duitse cultuur. Engelse bossen ben je voorbij voor je het weet en erin rondlopen stelt als vorm van lichaamsbeweging nauwelijks iets voor, met om de paar meter een speeltuin, patatkraam of picknicktafel. Maar in Duitsland kun je nog boven op een hoge heuvel gaan staan en zo ver de horizon reikt niets dan bomen zien. Het zijn weliswaar piekfijn verzorgde bomen, maar ze lijken deel uit te maken van een oerbos. De draak, de dwergen en de goden maken eveneens een overtuigende indruk. Het lijken onderdelen van een doos speelgoed met wezens die zich in bergen en wouden ophouden en steeds weer zijn geschilderd door generaties taalkundigen, folkloristen en componisten, en die de ziel vormen van talloze festivals en kinderboeken.

uit: Germania – Simon Winder, Unieboek, Het Spectrum Amsterdam, 2014; vertaling Margreet de Boer en Ronald Kuil

George Sand: ‘reizen is nieuwe contacten, sympathieke verhoudingen en uitwisseling’

In 1838 beginnen (de Franse) schrijfster George Sand en (de Poolse) componist Frédéric Chopin een verhouding. Tout Paris heeft het over deze relatie. Dat leidde tot de vlucht van het paar, weg van de roddel, naar Mallorca. Ze trekken naar een kartuizerklooster. Daar heeft Sand volop tijd om te reflecteren. Over reizen bijvoorbeeld:

Ik zou mij het menselijk ras gelukkiger willen voorstellen en derhalve rustiger en verlichter, met twee levens; het ene aan huis gebonden, gekenmerkt door huiselijk geluk, burgerplichten, ijverige studie en filosofische beschouwingen; het andere actief in het uitwisselen van eervolle betrekkingen, zulks ter vervanging van de schaamteloze manier van zaken doen die men tegenwoordig handel noemt: kunstzinnige inspiratie, wetenschappelijke onderzoekingen en vooral: het verbreiden van ideeën. Om kort te gaan: ik denk dat het normale doel van het reizen is: de behoefte aan nieuwe contacten, aan sympathieke verhoudingen en uitwisseling met andere mensen en dat genoegen altijd gepaard zou moeten gaan aan plicht. Anderzijds geloof ik echter dat de meesten vandaag de dag reizen op zoek naar mysterie en afzondering en gedreven door een soort wrevel die de samenleving van onze medemensen uitoefent op onze persoonlijke indrukken, of die nu aangenaam van aard zijn of pijnlijk.

uit: een winter op Majorca, George Sand, Arbeiderspers Amsterdam; 1986; vertaling Frans Otten

chopin-sand; cdn.theculturetrip.com

bron beeld: theculturetrip.com

Bijna iedere dag muziek: Ryuichi Sakamoto

Een derde deel van het Yellow Magic Orchestra (YMO); prijswinnende componist van film-soundtracks; belangrijk vernieuwer van de synthpop en verbinder tussen (moderne) klassieke muziek uit Oost en West: Ryuichi Sakamoto.

Sakamoto (1953, Tokyo, Jp) zat als 3-jarige achter de piano, speelde in jazzbands in zijn studententijd en hoorde van alles voorbij komen. Van Beethoven tot Beatles tot John Cage. Ging elektronische muziek studeren en formeerde YMO met Takahashi en Hosono. Liet zich inspireren door het Duitse Kraftwerk en werd een popster in zijn thuisland. De single Computer Game werd bepalend voor een hele generatie tot aan rapper Afrika Bambaataa aan toe.

Eind 70-er jaren ging Sakamoto meer zijn eigen muzikale pad volgen en dat leidde in 1983 tot opheffen van YMO. Dat eigen pad leidde tot filmscores en acteer-werk. Merry Christmas, Mr. Lawrence werd een hit, ook dankzij de andere hoofdrolspeler David Bowie. Single Forbidden Colours, gezongen door Japan-frontman David Sylvian, is een fraai voorbeeld van hoe wonderschoon Sakamoto kan componeren.

Een tijdlang zoekt de componist de samenwerking met muzikale en uiteenlopende bondgenoten zoals: Tony Williams, Bootsy Collins, Iggy Pop, Robert Wyatt en Brian Wilson. In de volgende jaren volgen filmscores en solo-projecten elkaar op, meestal succesvol. Ondertussen onderzoekt hij alle hoeken en gaten van het muzikale spectrum.

Zijn verdiensten voor de (pop)muziek vielen vooral in Frakrijk op. Dat leidde in 2009 tot een hoge onderscheiding: Officier du Ordre des Arts et des Lettres. Waarvan acte.