Bijna iedere dag muziek: Steve Reich

David Bowie, Brian Eno, Aphex Twin, The Orb, Coldcut, Mantronix en DJ Spooky hebben 1 belangstelling gemeen: modern klassieke componist Steve Reich (1936, New York, USA). De man die sampling, minimalisme, repetitieve beats en cut-up-technieken in zijn composities verwerkte. Daarmee een nieuwe weg insloeg die tot veel hoongelach leidde. Overigens zoals bij zijn grote voorbeeld en inspiratiebron: Stravinsky.

De ouders van Steve Reich zijn van grote invloed geweest op zijn werk. “De muzikale erfenis is van mijn moeders kant. Mijn vaders analystische brein was wezenlijk voor wie ik geworden ben,’ zei hij er zelf over. Na kennismaking met het werk van Stravinsky begon hij in 1965 met zijn eigen composities. Er volgden zo’n 40 grotere werken.

Reich’s werk past in de minimalistische traditie. Volgens eigen zeggen, leende Reich de herhaling van noten uit de jazz. Reich bezocht in de jaren 50 veelvuldig The Birdland Club in New York. Daar zag en hoorde hij John Coltrane, Miles Davis en Charlie Parker. ‘Coltrane was ons ver vooruit. Die speelde nummers van 30 minuten in één toonsoort. Dat was voor mij van extreme invloed,’ stelt Reich.

‘Mijn muziek zijn geen songs en het is ook geen echte vocale muziek,’ vat Reich het samen. Invloedrijk en innovatief is het werk van Reich zeker, ook voor huidige muzikanten die zich op het snijvlak van hiphop, dance en electronic bevinden. Zoals bijgaande voorbeelden duidelijk maken.

 

Bijna iedere dag muziek: Stevie Wonder

Als puber een soul-sensatie in de jaren 60; daarna steeds invloedrijker en belangrijker geworden in de R&B; en nooit te beroerd om nieuwe wegen en paden te proberen. Avontuurlijk, sociaal bewogen en geniaal in zijn muzikale keuzes en ideeën. Ik heb het over Stevie Wonder (1950, Saginaw, USA) die onlangs 70 jaar oud werd.

Zijn loopbaan overziend heb ik een voorkeur voor de periode in de jaren 70, vorige eeuw. Die periode begon met het album Talking Book (1972) en eindigde met Songs in the Key of Life (1976). In die periode liet Wonder zien dat hij tot de allergrootste en invloedrijkste behoorde. Tekstueel omdat hij steeds meer van zichzelf liet zien: wat bewoog de man, waar hield hij zich mee bezig en wat waren zijn zorgen? Muzikaal omdat hij zijn palet enorm uitbreidde: van simpele liefdesliedjes tot nieuwe dancegrooves. Van You are the sunshine of my life tot Superstition; van Sir Duke tot Pasttime Paradise. Veel van die nummers waren raak. Stevie was volop bezig zichzelf te ontdekken en begon daarmee een boeiende muzikale reis waarbij ik me met alle plezier mee liet voeren.

Bijna iedere dag muziek: Arvo Pärt

Hij moet een aparte knaap zijn geweest. Zijn moeder had een oude Russische piano op de kop getikt. De middelste toetsen haperden, alleen de diepste bassen en de hoogste registers klonken redelijk. Op die piano kon je eigenlijk niet Für Elise spelen of een ander stuk voor beginners. Arvo gaf zich daarom over aan improvisaties en experimenteerde met eigen wijsjes die licht en hoog klonken of donker en diep. De middelste toetsen meed hij. De krakkemikkige piano dwong hem niet alleen tot improviseren maar ook tot minimalistische muziek.

In zijn latere loopbaan als componist zou hij van weinig middelen gebruik blijven maken. Een van zijn bekendste werken bestaat uit één lang aangehouden octaaf op de piano en een aantal repetivieve hoge ijle tonen. Hij noemde het Für Alina.

(..)

Op die avond in de Niguliste kirik in Tallinn worden Orient & Occident en Silouans Song uitgevoerd. Buiten is het gaan sneeuwen, binnen lijkt het publiek bedwelmd. Ik moet plotseling aan een voorval uit mijn jeugd terugdenken waaraan ik nooit meer heb gedacht.  Ik werd eens huilend wakker omdat ik in mijn droom muziek hoorde die hier op aarde helemaal niet bestond. Zo mooi dat ik na die nacht bleef zoeken wat voor soort muziek dat precies was. Op het moment dat ik Silouans Song in de kerk hoor, vraag ik me af of het niet die muziek uit mijn droom is geweest. Niet door stemmen gezongen maar door veertien strijkers.

Fragmenten uit: Tabula Rasa, op zoek naar Arvo Pärt; uit: Baltische zielen, Jan Brokken, Atlas Contact Amsterdam, 2010

Arvo Pärt (1935, Paide, Estland)

Bijna iedere dag muziek: Max Richter

Max Richter (1966, Hameln, Dld) werd geboren in Duitsland maar woont in de UK. De Duits-Britse componist speelt piano, orgel en synthesizer en beweegt zich compositorisch in het post-minimalisme. Richter houdt zich vooral bezig met muziek die modern-klassiek en alternatieve pop, zoals ambient en new age, bestuift en kruist.

Zijn eerste grote compositorische klus was een eigentijdse en persoonlijke versie van Vivaldi’s Vier Jaargetijden. Dat werd een succes, waarna verstilde, bedachtzame stukken volgden. Richter’s werk valt in de smaak bij zowel de liefhebber van modern klassiek als de volger van ambient en new age-stijlen. Hieronder een kennismaking of een klein overzicht van zijn werk. (Bekijk de video’s op YouTube als ze niet beschikbaar zijn in je browser)

Pasternak: Hamlet

Hamlet

De zaal wordt stil. Ik aarzel op de planken. / Leunend in de deurpost blijf ik staan. / Even vang ik op uit verre klanken / Hoe het in mijn leven zal vergaan.

In het nachtelijke duister keren / Duizenden binocles zich naar mij. / Als het mogelijk is, Abba Here, / Draag dan deze kelk aan mij voorbij.

Uw geboden wil ik niet beschamen / En ik ben tot deze rol bereid, / Maar vandaag speelt hier een ander drama, / Scheld mij deze keer Uw opdracht kwijt.

Voorbeschikt is alles in dit leven, / Onafwendbaar ’t einde van de reis. / Ik sta alleen, door huichelaars omgeven. / Deze aarde is geen paradijs.

Uit: De meisjes van Zanzibar, 20-ste eeuwse gedichten uit Oost-Europa, Plantage Leiden, 2000

boris pasternak, 1910, L.PasternakBoris geschilderd door zijn vader Leonid Pasternak, in 1910.

Boris Pasternak (1890-1960, Moskou, Rusland)

Bijna iedere dag muziek: Reinbert de Leeuw

Reinbert de Leeuw (1938-2020, Amsterdam) is niet meer onder ons. De man die eerst rebelleerde tegen de oude cultuur en culturele elite; nieuwe muziek onder de aandacht bracht van een breder publiek, heeft de baton voor altijd laten vallen.

De man die Satie onder de aandacht bracht; Stockhausen; Reich, Ives; Ligeti, Górecki en Messiaen. Vergeten of avant-garde componisten die anders wellicht minder of nooit voor het voetlicht waren gebracht. De Leeuw was een man met een missie. Dat was al in de begindagen van zijn bekendheid. Hijzelf kon er smakelijk over vertellen. Wist ik, en ik zocht en vond een interview met Max Pam uit juli 1978. In Vrij Nederland vertelde De Leeuw het volgende:

Wij speelden met de tent aan de Bos en Lommerweg en dan bestaat het publiek uit 23 jonge jongens op bromfietsen, die het even komen aanzien. Zelf vind ik het stuk ontzettend mooi, maar als het dan begint, dan blijkt al gauw dat ze daar geen zin hebben en worden de hendels van de gaskranen wijd opengetrokken: whaam!!! En dan kun je nog iets harder versterken, maar tegen het geluid van 23 brommers is dat uitzichtloos.

Daar moet nog aan toegevoegd worden dat het in Nederland altijd regent. In Middelburg speelden wij een ander stuk van Peter Schat. De technici gaan vast vooruit om de stellages op te bouwen. Met de leden van het Nederlands Blazersensemble stap je in de bus en tegen de tijd dat je de plaats van bestemming bereikt, zie je grijzende onweerswolken zich boven de einder samentrekken. De rest van de musici zat nog keurig onder tentdoek, maar ik zat met de elektrische piano buiten. Ik herinner mij nog hoe Peter de opmaat gaf, écht de opmaat, en als op teken viel tegelijkertijd de regen met bakken uit de hemel. Mijn partituur die op de piano lag, veranderde ogenblikkelijk in een onleesbare waterige inktvlek en na een paar noten kwamen er allemaal enge vonkjes ui het instrument. Ik zelf had nog een zekere trots van the show mus go on, maar toen ik over mijn schouder keek, bleken alle toeschouwers te zijn weggevlucht.

Zo iets is natuurlijk erg grappig, maar het heeft ook zijn tragische kant. Peter schrijft een bepaald soort muziek – en ik vind het volkomen terecht dat hij die schrijft – maar hij denkt dat muziek voor iedereen bestemd kan zijn, maar dat is een illusie. Achteraf heeft het ook iets vertederends dat je die illusie ooit hebt gehad. Het zijn de dromen van de jaren 60, de opstand in Parijs, alles kan, de Verbeelding aan de macht. En dan word je door die brommers wel even ingepeperd dat het wat anders ligt.

Uit: Max Pam interviews, Bezige Bij Amsterdam, 1984

Reinbert de Leeuw (1938-2020, Amsterdam)

https://youtu.be/qeqrUAxnlaE

Jankélevitch over het onzegbare en onnoembare van muziek

vladimir-jankelevitch, radio-canada.cabron foto: radio-canada.ca

De Franse filosoof Vladimir Jankélevitch (1903-1985, Bourges, Frankrijk) schreef een boekje over het onzegbare van muziek: La musique et l’ineffable (1961). De conclusie:

Muziek is een ‘bijna niets’, waarvan geen definitie valt te geven, dat alleen kan worden beleefd door de luisteraar. De luisteraar herschept elke keer opnieuw wat de componist heeft gemaakt. Wie weet zal ooit de ideale luisteraar samenvallen met de inspiratie waaruit het stuk is ontstaan. Het mysterie is daarmee nog niet opgehelderd, maar dat kan ook niet. Muziek is een onkenbaar verschijnsel, net zo onmogelijk te begrijpen als het mysterie van een artistieke schepping – een mysterie dat alleen ‘ervoor en erna’ kan worden begrepen. Ervoor is er psychologie, het karakter van de schepper, antropologie. Erna is er de beschrijving van hetgene dat is ontstaan. Hoe kun je het goddelijke moment tussen die twee vangen, wat zo doorslaggevend voor onze kennis zou zijn, maar dat zo obstinaat verborgen blijft voor ons? Het ergelijke, verwarrende geheim van de muziek ontwijkt ons en lijkt ons te beschimpen.

Om het ideale muzikale moment, waarbij de inspiratie van de luisteraar en de componist volledig samenvallen, wat dichter te benaderen, is zelf muziek spelen en luisteren naar muziek oneindig veel effectiever dan welk intellectueel inzicht dan ook, dat je zou kunnen opdoen uit een boek. Luisteren naar muziek schept een toestand van genade in een oogwenk, waar lange bladzijden vol poëtische metaforen niet aan voldoen.

Uit: Elk boek wil muziek zijn – Peter de Bruijn en Pieter Steinz, Prometheus Amsterdam, 2006

Proust en de verliefdheid die muziek heet

Luisteren naar muziek verloopt, in de beschrijving van Proust, in fases. Eerst is er de indruk van het geheel, van alle elementen van de muziek op hetzelfde moment. Maar dan gebeurt er zoveel dat het onmogelijk is om helderheid over de muziek te krijgen. Stap voor stap ontdekt Swann (van Du côté de chez Swann) regelmatigheden in de sonate. Hij begint ‘een ontwerp, een architectuur, een gedachte’ te horen, ‘een melodische zin die boven de geluidsgolven uitkomt’. De melodie houdt voor hem een belofte in van ‘eindeloze verrukking’ die alleen dit specifieke, unieke muziekstuk hem kan bezorgen. Proust introduceert zo twee nieuwe elementen:het voortdurend heen en weer bewegen in de tijd, tussen herinnering aan de muziek die al voorbij is en verwachting van wat nog komen gaat. En het besef van het unieke van deze speciale compositie, los van iedere abstractie. Wat Proust over muziek schrijft, heeft veel weg van verliefdheid op het eerste gezicht.

Voor even wordt Swann door de mzuiek opgetild uit zijn mondaine, hedonistische bestaan, voor een kort moment is hij weer ontvankelijk voor de ‘hooggestemde ideeën’ die hij in het dagelijks leven uitsluitend met ironie benadert. Dankzij de ‘petite phrase’ uit de sonate van een componist van wie hij nog steeds de naam niet kent, ontdekt hij plotseling weer de ‘aanwezigheid van een van die onzichtbare werkelijkheden, waaraan hij opgehouden had geloof te hechten en waar hij toch weer, alsof de muziek de geestelijke dorheid waaraan hij leed met nieuwe levenssappen had doordrenkt, het verlangen en bijna ook de kracht voelde zijn leven voor in te zetten’.

Uit: Hoe Proust je kan leren luisteren; uit: Elk boek wil muziek zijn – Peter de Bruijn, Pieter Steinz, Prometheus Asmterdam, 2006 

Marcel Proust (1871-1922, Auteuil-Neuilly-Passy, Frankrijk)

César Franck (1822-1890, Luik, België)

Bijna iedere dag muziek: Kubrick en Von Beethoven

‘Bij Beethoven wisselen grandeur en muzikale grappen elkaar snel af, liggen humor en pathos dicht bij elkaar.’

‘Die ongelofelijke Diabelli-variaties van Beethoven – het hele spectrum van gedachten en gevoelens, maar alle in relatie tot een belachelijk klein walsdeuntje.’

Aldus  schrijver Aldous Huxely over de muziek van Ludwig von Beethoven. Huxley probeerde de muzikaliteit van Beethoven in zijn schrijven te gebruiken. Het meest duidelijke voorbeeld is de roman Point Counter Point uit 1928.

Ook filmer Stanley Kubrick vond Beethoven goed bij zijn werk passen. Met enige regelmaat keren composities terug in zijn films. Bekendste voorbeelden: a Clockwork Orange en Barry Lyndon. Bij Kubrick ondersteunt Beethovens muziek ons gevoel als kijker bij wat we te zien krijgen. Het versterkt de emotie, niet alleen bij ons, maar ook bij de acteur. Duidelijkst is het voorbeeld (wat Beethoven betreft) in a Clockwork Orange. Hieronder een compilatie van Kubrick filmfragmenten met daaronder de 7-de symfonie van Beethoven. Kijk, luister en voel wat ik bedoel.

Vervolgens het menuet uit de Diabelli-variaties van Beethoven. Deze piano-werken componeerde Beethoven als antwoord op de vraag van de Oostenrijkse componist Anton Diabelli om variaties te maken op de wals die hij componeerde. Beethoven voldeed aan deze opdracht en deed dat in 2 delen. Deze variaties lieten zien waartoe Beethoven in staat was: breedte en diepte. Vaak worden de Diabelli-variaties vergeleken met de Goldberg-variaties van Bach.

Bijna iedere dag muziek: Thelonius Monk

Een pianist in een nauwsluitend, drie-delig kostuum. Zwetend, met open mond spelend. Een platte hoed op. In een niet nader genoemde studio. Zijn vingers lijken kort en dik. De patserige juwelen om zijn hand die de solo speelt. De noten worden zowat gehamerd. De dynamiek laat harde en zachte noten horen. Die zachte noten worden met zwier en liefde vertolkt. Ik hoorde blues, de rivier de Mississippi stromen en zag New Orleans. Het zwart-wit filmpje concentreert zich op de piano-spelende man, die alle aandacht opeist. Maar tussendoor zien we de rest van het gezelschap. Mannen die zich moeten vermaken omdat ze even niet mee mogen doen. Even het genie met rust moeten laten. Een merkwaardig filmpje dit, met jazz-grootheid Theolonius Monk (1917-1982, Rocky Mount, USA) in de hoofdrol. Misschien zegt dit filmpje ook wel meer dan duizend woorden kunnen beschrijven. Aandachtig kijken dus en letten op elk klein, onbenullig detail. Het kan inzicht bieden in waarom Monk zo belangrijk was en is.