Bijna iedere dag muziek: John Prine

Singer-songwriter John Prine (1949, Nashville, USA). ‘Ik kan een gitaar stemmen en zingen. Als je daar 50 jaar een baan van kunt maken, dan doe je iets speciaals. Mijn gevoel voor humor is mij altijd goed van pas gekomen. Ik wil geen droevige performer zijn, want er is al genoeg verdriet. Ik ben een optimistische pessimist. Ik zie veel slechte dingen, maar probeer daar toch iets positiefs in te ontdekken.’

Prine is een levendige legende in de kringen van de singer-songwriters. Hij komt uit Nashville, zingt tijdloze, verhalende liedjes op basis van folk, country en pop. Was postbode en werd ontdekt door Kris Kristofferson. Hij zingt over eigen ervaringen of over de ervaringen van anderen, zoals de Vietnam-veteraan die aan de drugs raakt en zijn kinderen radeloos en reddeloos achterlaat.

Bob Dylan is fan en omschrijft Prine als een hedendaagse Proust. Prine’s debuut-album staat op hetzelfde niveau als Dylan’s Blood on the tracks en Neil Young’s Harvest (volgens de samenstellers van de Grammy Hall of Fame). Kijk, luister en huiver.

Bron: John Prine door René Megens, DG, 13 feb 2020

Bijna iedere dag muziek: Bob Dylan

Over Bob Dylan (1941, Duluth, USA) valt veel te vertellen. Dat het een idool was van mijn broer. Dat Dylan van folk overstapte naar de electrische versie = rock; dat die stap een schandaal was. Dat Dylan met zijn protestsongs stem gaf aan een hele generatie. Dat hij onvoorspelbaar is. Zijn geheel eigen weg gaat en daarbij baanbrekend was. Dat hij country en blues omarmde toen dat niet sexy was. Dat hij in de Here ging, terwijl niemand dat verwachtte. Dat hij kon croonen. Maar in alles was Dylan revolutionair, eigengereid en van grote invloed op singer-songwriters. Zijn teksten waren Nobelprijs-waardig, zo bleek. Daarom dit eerbetoon.

 

 

Bijna iedere dag muziek: Johnny Cash

Johnny Cash (1932-2003, Kingsland, USA) is vooral The Man in Black. Een titel van een zelfgeschreven lied waarin hij uitlegt waarom hij meestal zwart gekleed gaat. Het was een statement, gemaakt tijdens een roerige periode in zijn leven. Johnny Cash was een uitgesproken country-zanger, gitarist, singer-songwriter en daarnaast nog acteur en schrijver. Cash was invloedrijk en veelzijdig. Gezien zijn handel en wandel zou je hem a rebel with a cause kunnen noemen. Drank en drugs waren hem niet vreemd en dus een probleem. Hij was gelovig; zette zich in voor de rechten van de American Natives. Beroemd waren zijn optredens in San Quentin en Folsom Prison. En met Bob Dylan werkte hij samen op diens Nashville Skyline.

De levenswandel van Cash was een boek, of nee, een film waard. Die film kwam er ook. Zijn laatste jaren maakten hem fameus doordat hij een meesterlijke hand bleek te hebben om zijn naderende dood onder ogen te zien. Zijn laatste albums stonden in het teken van die dood. Met zijn kenmerkende bariton zong hij nummers van anderen (The Mersey Seat van Nick Cave, bijvoorbeeld). Hij bereidde zich voor op een welverdiende plek in zijn hemel.

Beck gaat zijn eigen muzikale weg

In de marge van de mainstream-popmuziek kom je veel interessants tegen. Muzikanten die nieuwsgierig zijn, wegblijven van de gebaande paden, op zoek zijn naar hun unieke song. Zo iemand is Beck Hansen (1970, USA). Wereldberoemd vanwege een paar hits: Loser en Devil’s haircut bijvoorbeeld, maar inmiddels zijn we een tiental albums verder. Ondertussen probeerde Beck: funk, soul, alt-pop, tropicalia, country, freak-folk en leftfield. Ruim baan voor de gitaar in zijn muziek, maar ook brass en strings zijn van de partij. Zijn songs gaan van singer-songwriter naar ballad of komen uit bij funk. Alles is mogelijk mits goed gespeeld, muzikaal en interessant. Kortom, iemand die iets meer aandacht verdient.

CSN&Y: baanbrekend en invloedrijk

Veel in wat popmuziek zijn gaan noemen, vond zijn oorsprong in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Op het Britse eiland luisterde men goed naar wat er in de States gebeurde: jazz, blues, country. Van skiffle ging het naar beat-muziek. The Beatles lieten zich beïnvloeden door wat ze op de radio hoorden en in de clubs zagen en hoorden. Voor the Rolling Stones was het de blues en later country, die een rol speelde bij het tot standkomen van de eigen sound.

Bij de Amerikaanse band Crosby, Stills and Nash (later kwam Neil Young over uit Canada) was het de combinatie van muzikale invloeden, sterke songteksten met een boodschap en het plezier in samenzang. Die combinatie was baanbrekend en zou invloedrijk zijn en blijven. CSN&Y was vooral akoestisch afgewisseld met rock; prachtige samenzang met ruimte voor de individuele stem (Young kreeg bijvoorbeeld ruimte voor zijn zelfgeschreven songs). En aanwijsbare invloeden uit: singer-songwriter, folk, country en rock. Maar bovenal was de band een deel van de (puber)tijd waarin ze bestond. CSN&Y verbind ik aan flower-power, hippie-tijd en experimenteren met liefde en drugs. Zeg maar de puberteit van de pop. Al die elementen hoor ik terug in hun muziek. Hun speciale mix van muzikale invloeden, songteksten en de tijd waarin ze groot waren (opkomende burgerrechten-beweging, black-awareness) maakten de band een belangrijke schakel in de popmuziek.

Een overzicht van de geschiedenis van de band.

Een paar favoriete nummers van CSN&Y.

Talking Heads: hoe het zover kwam…

Talking Heads (1974 – 1991) was postpunk en new wave, maar vooral New York. Dat was niet vanzelfsprekend want zanger David Byrne was bijvoorbeeld Schots, Canadees en kwam uiteindelijk in de States terecht. Bassiste Tina Weymouth woonde in Californië; Chris Frantz, de drummer, leefde in Kentucky. Deze drie bezochten de Rhode Island School of Design en besloten muziek te gaan maken. Via de club CBGB leerden ze Jerry Harrison kennen die als gitarist en toetsenist de band completeerde.

De band viel op door haar staccato-muziek, abstracte teksten en het afstandelijke zingen van Byrne. Vervolgens kwam Brian Eno in beeld; covers; funk; akoestische en elektronische instrumenten. De volgende stap voor de Heads waren vervlechting van Afrikaanse invloeden (met dank aan Fela Kuti) en polyfone ritmes. Met het album Remain in Light volgde de internationale doorbraak en hun hitalbum. Ondertussen vond een waterscheiding plaats binnen de band: Eno/Byrne aan de ene en Weymouth/Frantz aan de andere muzikale kant. Soloprojecten volgen.

Een ander hoogtepunt is de film Stop making sense van regisseur Jonathan Demme, die met deze registratie van de gelijknamige TH-tournee een filmische mijlpaal produceerde.

De Heads maken minder interessante albums waarin folk en country een rol gaan spelen. Naked in 1988 was het laatste Talking Heads-album waarop meer wereldmuziek te horen was, dit keer de Zuid-Amerikaanse.

Frontman David Byrne besloot zich te wagen aan een solo-loopbaan, die nog altijd duurt.

Talking Heads was voor mij een grensverleggende band, die niet de makkelijkste muzikale weg bewandelde. Ieder album voegde iets toe aan de luisterervaring en dat deed deugd. Vooral de verweving van Afrikaanse invloeden was een eye-opener. De band opende voor mij nogal wat muzikale deuren en bracht me op heel wat nieuwe paden.