De creoolse kruidenier gezien door Patrick Chamoiseau

tripsavvy.com, local-products

bron foto: tripsavvy.com

De creoolse kruidenier is een wereld op zich. Een rommelkamer die ongetwijfeld beïnvloed is door de praktijk van de Chinese immigranten. Zodra deze het werk in de suikerriet op de velden van de blanken ontvlucht waren, openden ze zo ongeveer overal op het eiland winkels waar ze wat dan ook verkochten van welk gewicht en in welke maat dan ook. In die tijden dat iedereen platzak was, was dat een geniale vondst. De kleine straatkruideniers in Fort-de-France gingen van hetzelfde principe uit. Op de bovenste planken schaarden de rariteiten die maar zelden besteld werden zich aaneen: Noilly Prat, vermout, whisky. Daaronder de planken met wijn. Die droegen lange flessen met een onbepaalde wijn, bedekt met een stof van weleer, die niemand leken te intersseren. Daaronder waren de conservenblikken opgestapeld (sardines, worst, linzen, cassoulet, gezouten boter, margarine of orleaanboter). De grote blikken met reuzel die per afgestreken houten lepel verkocht werd, sloten de schappenwand af. Op de grond rond de toonbank stonden de zakken (rijst, bonen, Franse bloem) en de vaten (gezouten vlees, olie, petroleum, rum) waarop meestal een pomp geplaatst was. Aan het plafond slingerden de vliegenvangers, de worsten, de strengen knoflook en de gedroogde kruiden. Op de toonbank zelf vond je het papier, de weegschaal, de chocoladebrokken, de zeepspaanders, de gewichten, de maatbekers, de bakken met Franse uien, de opgestapelde broden, oudbakken hier, verse daar, de bossen inheemse uien, de bokalen met gedroogde kruiden. Bij gebrek aan plaats werd alles tot in het onbeschrijflijke op alles gestapeld.

Uit: Creoolse kindertijd – Patrick Chamoiseau, Ambo Baarn, 1996

Patrick Chamoiseau (1953, Fort-de-France, Martinique)

Patrick Chamoiseau: ‘waarom de dichter nooit volwassen wordt’

Je verlaat de kindertijd niet, je drukt hem diep in jezelf weg. Je maakt je er niet van los, je verdringt hem. Het is geen proces van verbetering dat naar de volwassenheid voert, maar het langzame afzetten van een korst rond een gevoelige staat die altijd het principe blijft stellen van wat je bent. Je verlaat de kindertijd niet, je begint te geloven in de werkelijkheid, of dat wat de werkelijkheid genoemd wordt. De werkelijkheid is stevig, stabiel, vaak als langs een winkelhaak getrokken – en gemakkelijk. De werkelijkheid (die het kind ruimschoots om zich heen waarneemt) is een complexe en ongemakkelijke ontploffing van mogelijkheden en onmogelijkheden. Groot worden is niet langer de kracht hebben de waarneming ervan te aanvaarden. Of het is het tussen die waarneming en jezelf oprichten van een schild, een mentale bolster. Daarom wordt de dichter nooit volwassen, of maar een klein beetje.

Uit: Creoolse kindertijd – Patrick Chamoiseau, Ambo Baarn, 1993; vertaling Ernst van Altena

thenational.ae, chamoiseaubron foto: thenational.ae

Patrick Chamoiseau (1953, Fort de France, Martinique)

Creoolse kindertijd is een autobiografisch verhaal door Patrick Chamoiseau op schrift gesteld. Het is mijn kennismaking met een wereld die ik niet ken. Die mij vreemd is. En de kennismaking was aangenaam. Het is de beschrijving van het dagelijks leven op het Caraïbisch eiland Martinique, gedomineerd door overleven. Het is een leven in armoede waar mensen dicht op elkaar leven, elkaar na staan. Het is het leven waar men bezig is met eten, drinken, kleding, naar school gaan en werken als dat mogelijk is. Maar ook leven onder de dreiging van geweld en de komst van die dreigende, rampzalige orkaan, die gaat komen. Chamoiseau vertelt over die werkelijkheid met de blik van de dichter. Hij zet die werkelijkheid naar zijn hand waarbij de magie en het mysterie van wat je wel en niet onthoudt een voorname rol speelt. Vanuit je geheugen kun je veel terughalen, maar veel ook niet. Wat haal je terug? Dat de dichter andere aspecten belicht en de werkelijkheid anders beleeft, is in dit boek nadrukkelijk de kracht. Ik las het met groot plezier.