García Lorca legt uit wat poëzie is

Poëzie zit in alle dingen, in het lelijke, in het mooie, in het stuitende; de moeilijkheid is haar te ontdekken, de diepe meren van de ziel te wekken. Het knappe van een geest is dat hij een gemoedsaandoening kan ondergaan en op vele manieren, die allemaal verschillend en tegengesteld zijn, kan interpreteren. En door de wereld kan gaan, opdat we bij de poort van onze ‘eenzame weg’ gekomen de beker kunnen ledigen van alle bestaande emoties, deugd, zonde, zuiverheid, zwartheid. Interpretatie dient altijd te geschieden door onze ziel over de dingen te schenken, door een spiritueel iets te zien waar het niet bestaat, door de vormen de verrukking te geven van onze gevoelens, we dienen op verlaten pleinen de zielen van weleer te zien die eroverheen gingen, we moeten één en duizend zijn om de dingen in al hun nuances te ondergaan. We moeten gelovig én profaan zijn. De mystiek van een strenge gotische kathedraal combineren met het wonder van het heidense Griekenland. Alles zien, alles ondergaan. In de eeuwigheid zullen we worden beloond voor het feit dat we geen horizonten hebben gekend. Liefde en erbarmen jegens allen en respect voor allen zal ons naar het ideële koninkrijk brengen. We moeten dromen. Ongelukzalig hij die niet droomt, want hij zal het licht nooit zien…

federico-garcia-lorca

bron illustratie: ikewrites.com

Federico García Lorca (1898 – 1936), Spaans

Uit: Voorwoord Impressie van Spanje – Federico García Lorca, Meulenhoff Amserdam, 1998; vertaling Barber van der Pol

‘Duvelmakere’ Jeroen Bosch liep vooruit op surrealisme en fantasy

Jeroen Bosch (1450 – 1516) was niet alleen ‘den duvelmakere’ maar ook een satiricus en een moralist, die volgens sommigen duidelijk schatplichtig was aan de kritische pre-reformatorische geschriften van Erasmus. Met zijn vervreemdende landschappen, zijn hoge horizonten en zijn morbide fantasieën veroverde hij de Europese vorstenhoven en beïnvloedde hij schilders als Cranach, Van Leyden, Dalí en Miró. Bosch mag gelden als een voorloper van het surrealisme en de fantasy in literatuur en film.

Bosch nam de religieuze standaardthema’s van zijn tijd – de zondeval, Johannes de Doper in de wildernis, de aanbidding der koningen, de doornenkroning van Christus, de kruisdraging, het Laatste Oordel, de verzoeking van de heilige Antonius – en omkleedde ze in een revolutionair schetsmatige schilderstijl met krankzinnige (angst)visioenen, waarin overal monsters, karikaturen en duivels opduiken. Ruim baan voor ‘het circus Jeroen Bosch‘, zoals dichter Lennaert Nijgh het omschreef in de tekst van Boudewijn de Groot’s Het Land van Maas en Waal.

Uit: Bosch en Bruegel – Pieter Steinz

BOSCH, Jheronimus, Laatste Oordeel

Het laatste Oordeel, Jeroen Bosch

BOSCH, Jheronimus, Tuin der Lusten

De Tuin der Lusten, Jeroen Bosch

Cranach-Bosch

Cranach de Oudere

van leyden, lucas, laatste oordeel

Lucas van Leyden

dali, bosch

Salvador Dalí

joan-miro-bosch

Joan Miró

Uit: Made in Europe – Piter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014