Rudy Kousbroek filosofeert over de ongerepte natuur

natuurschoon, ongerepte natuur 1

Ervaart U dit als ongerepte natuur?

natuurschoon, ongerepte natuur 2

Of dit?

Is schoonheid een gegeven? Is landelijk schoon een gegeven? Wat is natuurschoon? Over deze kwestie filosofeert essayist Rudy Kousbroek in Ongerepte natuur. Onderstaand een aantal citaten.

Darwin: “geen enkel dier is in staat tot het bewonderen van een landschap of van de nachtelijke sterrenhemel”.

Er is veel te zeggen voor de veronderstelling dat de mensen alleen datgene mooi (of lelijk) kunnen vinden waarop zij eerst tekens hebben aangebracht: iets dat niet bekleed is met betekenis wordt niet esthetisch ervaren.

De eerste voorwaarde ervoor, een onbevangen houding tegenover de natuur, ontstaat niet eerder dan in de zeventiende eeuw; pas met het inzicht de natuur te kunnen beheersen, aan zich onderworpen te hebben, begint de gedachte op te treden van een natuur waar men van kan genieten, dat wil zeggen de natuur als object, iets dat men op zijn gemak kan gadeslaan.

De ongerepte natuur is een recente uitvinding. Ongerept betekent hier ‘onbedorven’, waarbij het de geciviliseerde mens is die verondersteld wordt de bederver te zijn. De investering van gevoel in ongerepte natuur bedekt een soort smachten naar onschuld, de ‘onschuld die de mens eenmaal gehad heeft’, een terugverlangen naar het verloren paradijs. Vandaar dat het ondergaan van natuurschoon volgens dit recept gekenmerkt wordt door de melancholie (..) die er nog steeds het hoofdbestanddeel van is.

Rudy Kousbroek (1929 – 2010)

Uit: Morgen spelen wij verder, Meulenhoff Amsterdam, 1989

Ernst Haeckel: begenadigd illustrator

Ernst Heinrich Philipp August Haeckel (Potsdam, 1834 – Jena, 1919) Duits zoöloog en filosoof die het werk van Charles Darwin in Duitsland bekend maakte. Hij was oorspronkelijk arts en later hoogleraar in de vergelijkende anatomie. Haeckel was ook een begenadigd illustrator, zoals blijkt uit zijn boek Kunstformen der Natur. Uit dat boek enkele illustraties.

Haeckel_1Haeckel_2Haeckel_3Haeckel_4

Velimir Khlebnikov: idioot genie?

chlebnikov

Is hij de grootste Russische dichter van de 20-ste eeuw of een onbegrijpelijke maniak, chaotisch en gek? Een half krankzinnig visionair; iemand met een uiterst verward brein; geestelijk onevenwichtig en balancerend op de grens van de idioterie?  Vladimir Khlebnikov is zijn naam en een bijzonder mens. Dichten was zijn ding.

In deze dagen waarin een ander genie zijn gelijk haalt met trillingen in de ruimte, roep ik dit genie aan. Hij werd in 1885 geboren in de buurt van de Zuid-Russische stad Astrakan. In ‘een nederzetting van Mongoolse nomaden die de Boeddha vereerden’, zoals hij later zelf beweerde. Dat klopt; de streek heeft een duidelijk Oosters tintje. Het is/was een ontmoetingsplaats tussen West en Oost, tussen Slavische en Aziatische volken. Uit zijn kindertijd behield Khlebnikov zijn belangstelling voor Azië en het Verre Oosten.

Hij kwam uit een pre-revolutionair intelligentsia-gezin. Vader was leraar en enthousiast natuurbeschermer. Vader was een groot vogelkenner en aanhanger van de ideeën van Darwin en Tolstoj. Moeder studeerde geschiedenis en hield van vertellen. Zij stimuleerde zijn belangstelling voor het verleden van het Slavische volk.

Khlebnikov was een bedeesd en schuchter jongetje; een goede leerling met een fenomenaal geheugen. Naast tekenen, trokken wiskunde en de Russische taal en literatuur  zijn belangstelling. Hij ging wiskunde studeren; nam deel aan revolutionaire activiteiten, belandde in het gevang en las gretig wetenschappelijke en filosofische werken. En veel literatuur: de Russische symbolistische dichters. Zelf schreef hij ook. Hij stuurde zijn werk naar de schrijver Maksim Gorki om het van commentaar te laten voorzien.

Na wiskunde studeerde Khlebnikov in Sint-Petersburg: biologie, slavistiek, en sanskriet. In zijn schaarse vrije tijd bezocht hij de Akademie van Poëzie, het wekelijks avondje uit van de symbolistische dichter Ivanov. Ivanov stimuleerde hem zijn gedichten te publiceren. Hij stuurde werk op naar het tijdschrift Apollon, maar dat werd niet gepubliceerd. Khlebnikov voelde zich miskend en brak met de symbolisten.

(wordt vervolgd)