Brathwaite: Columbus

columbus ontdekt

Een knielende Columbus zet voet aan wal in Amerika

Columbus

Columbus zag vanaf zijn achter- / dek bebaarde vijgebomen. Gele pouis / vlamden als pollen en dunne

watervallen hingen in het groen / terwijl zijn blik klom naar de hoogste richels / waar onze hoeven verborgen lagen.

Nu was hij er zeker van / dat hij zachte spottende stemmen hoorde in de bladeren. / Wat betekent deze reis, betekende

deze nieuwe wereld? Ontdekking / of een terugkeer naar de gruwelen waarvan / hij was weggevaren? Was hij het zich bewust?

Ik zag hem pauseren.

Toen plaste hij door de stilte. / Krabben klapten hun klauwen dicht / en vluchtten weg terwijl hij liep naar onze kust

Kamau Brathwaite (1930), Barbados

vertaling Jan Eijkelboom

Drummond de Andrade: de wereld is groot

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In dit raam op zee

De wereld is groot

De wereld is groot en past / in dit raam op zee. / De zee is groot en past / in het bed op de liefdesmatras. / De liefde is groot en past / in de korte duur van de kus.

Carlos Drummond de Andrade (1902 – 1987) Braziliaans

Vertaling: Kathinka van Dorp

Peri Rossi: gelijkenis

pinguins op smeltend ijs

Terwijl het eiland langzaam smelt. foto: Shutterstock

Op een drijvend eiland van ijs

Op een drijvend eiland van ijs / losgeraakt van Antarctica / reist een heel volk van pinguïns, / domme vogels die niet weten dat ze reizen. / Terwijl het eiland langzaam smelt / op weg naar de Atlantische oceaan, / werken de pinguïns, zwemmen, / vangen hun voedsel, planten zich voort / en geloven in de onsterfelijkheid.

Cristina Peri Rossi (1941), Uruquaans

Vertaling: poëziewerkgroep ccc

Les Murray: machineportretten met zwevende astronaut (fragment)

Olie-platform

De buitengaatse stalen muggen die neerstrijken op de zee

Machineportretten met zwevende astronaut

Aan de enorme oliepompende ladders die uit het landschap opschieten / en aan de buitengaatse stalen muggen die neerstrijken op zee / gaat waarzeggerij vooraf met op de in kaart gebrachte bodem aangesloten telefoons, / de dompe dynamietschok die vrachtwagens doet schudden en het reeksen uitschrijvend papier / als mannen er het nummer draaien van een onderaards geplooid koraalrif / of luisteren naar zwarte freudiaanse stranden; ze zoeken een immense puistige / rotskoepel van reine Ruwe, een St.Paul’s in profundus. Er zijn talloze / verkeerde nummers op de geofoon, maar hij bracht ons een heel eind, en met de auto. / Elke machine is liefde en een waarachtig antwoord geweest.

Les Murray (1938), Australisch

Vertaling Maarten Elzinga

Willem Brakman: vader als trooster

In deze vaderdagen dit keer Willem Brakman. In zijn korte roman Een winterreis stelt de hoofdpersoon zijn vader voor.

vader en zoon

Een vader… iedere keer, als hij het woord in gedachten  uitsprak, ontstond er een ander beeld. Hij zag de voeten van zijn vader, waarvan er een in de toekomst zou ontsteken, razen door het mulle zand. Zijn vader hield van het strand; mahoniebruin en met harige borst kon hij harder lopen dan zijn broer, die toch watervlug was. Zijn vader… hij zag hem staan in zee, tot zijn middel in het water, met opgeheven vinger als Johannes de Doper, ongepast… en opeens was hij weg. Dat gaf hem altijd een vreemd gevoel van spanning; angstig turend naar het water hoorde hij dan opeens alle geluiden scherp om zich heen, helder en toch in elkaar vervloeiend, terwijl hij zijn adem inhield en zijn lip begon te trillen.

Kleine krullende golven liepen uit over het zand met het geluid van zacht brekend glas. Kinderen renden en lachten in een lege ijle wereld zonder vader… tot deze opeens weer opdook, proestend, snuitend en vrolijk zwaaiend met de armen.

Zijn vader… die met grote passen uit de zee kwam om hem te troosten, de haren van borst en benen tegen de huid geplakt, waardoor hij veel magerder leek. Met een zwaai werd hij op de schouders getild, die klam en kil aanvoelden en waarop de druppels parelden in het zonlicht.

Uit: Een winterreis – Willem Brakman, Querido Amsterdam, 1961

Wonodi: aan de rand

vissers nigeria

Probeer te vissen op het eind van de dag Bron foto: SamSam.net

Aan de rand

Ik wacht op de kust / op het kerende tij / en op zeevogels met volle mond / garnalen gevangen op natte gronden.

Om mij heen brandt het zand, / hittetrillingen komen omhoog / van onder mijn voeten / en lemen muren barsten; / toch klinkt er gekakel in kroegen.

Want ik, die boerderij in de middag, / eet van andere boeren / en probeer te vissen op het eind van de dag…

Maar ik heb moeten wachten, / geduldig, / wachtte op de terugkeer van Aka / die, onaangeraakt door de vloed / bij het vloeien van dag en nacht, / zijn voorvaders aas aanhaakt / en jaren en jaren vooruitziet.

Ik zal wachten op zijn terugkeer, / wachten op het keren van het tij / zodat er boomstammen groeien / uit het zilt van vroege overstromingen.

Okogbule Wonodi (1936), Nigeriaans

Vertaling Jan Eijkelboom

Vieira: in de slavenhaven, gedicht bij de zee in dit jaar 1970

slavenschip-de-Leusden-aan-boord4

In de slavenhaven, gedicht bij de zee in dit jaar 1970

Hoewel het blauw / helder is / en in wit verdwijnt / op het fijne zand, / en de wind de diepte der palmen / tot gezangen snijdt, / is er nog steeds het bloed / dat fluistert in de golven; / op volle zee verflarden / de gewonde kreten van slaven. / Boven de oude graven en het voormalige fort / van door het zout vervormde steen, / slapen warm / de vette hagedissen, / maar toch klinkt / tussen de gaten / pijnlijk en aanwezig / het snikken van kinderen / en het klagen van bruiden, / tot begeleiding van het wiegen / van slavenschepen.

Sérgio Vieira (1941), Mozambiquaans

Vertaling Harrie Lemmens

Breytenbach: zeegezicht

tafelberg

Zeegezicht

net nog de zee gezien: een flitsbericht / van de hellingen van de zon / zo blitst het handspiegeltje van de Heer

alle tijd is tijdloos, het getij / uiteindelijk een blijde doodstijding

hand beweegt over het land / en licht schroeit het papier / tot een brand van lichte gedachten

dichten is landmeten / van de gouden rand die je scheidt / in toon en waarde van maatschappij / en veiligheid: / en dichten is ook zandwegen / en geheugen van vuur / kapot als het gezicht / van de zee

Breyten Breytenbach (1939), Zuid-Afrikaans

Vertaling Adriaan van Dis