Jan Arends: ik schrijf gedichten…

jan arends, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Ik schrijf gedichten…

Ik / schrijf gedichten / als dunne bomen.

Wie / kan zo mager / praten / met de taal / als ik?

Misschien / is mijn vader / gierig geweest / met het zaad.

Ik heb / hem nooit / gekend / die man.

Ik heb / nooit / een echt woord gehoord / of het deed pijn.

Om pijn / te schrijven / heb je / weinig woorden / nodig.

Uit: Vrijgezel op kamers. Verzameld werk, samenstelling en bezorging Thijs Wierema, Nico Keuning, Bezige Bij Amsterdam, 2013

Jan Arends (1925-1974, Den Haag)

Jan Boerstoel: seizoenen

Seizoenen

Het wou niet zomeren het afgelopen jaar / en ook het herfsten kon als herfst niet echt bekoren, / over de laatste winter wil ik niks meer horen, / omdat geen mens die opgemerkt heeft, vandaar.

Geen jaargetijde wordt ons hier nog echt gegund, / meer en meer lijken ook de grenzen te vervagen: / één droeve rij van meestal natte grijze dagen, / waar zelfs Vivaldi weinig mee had aangekund.

Wie nog ouderwets weer wil dient dat ver te zoeken… / Hoog tijd om snel een nieuwe lente te gaan boeken.

Uit: Altjd het niemandsdier, Bert Bakker Amsterdam, 2001

boerstoel jan, bnnvara.nl

bron foto: bnnvara.nl

Jan Boerstoel (1944, Den Haag)

Pauline Slot over hoe je de ander kunt kennen

Het is een intrigrerend boek en een aanbevelenswaardig kleinood: Zuiderkruis van Pauline Slot. Het was haar debuut in 1999. Het werd het best ontvangen debuut van dat jaar. Kort door de bocht de inhoud: een vrouw heeft een vriendin. Die overlijdt tijdens haar backpackers-tocht over het zuidelijk halfrond (denk aan: Australië, Nieuw-Zeeland en de Fiji-eilanden). Na twee jaar besluit de vrouw dezelde reis over te doen om er achter te komen wat haar vriendin dreef.

Het is een boek waarin de relatie tot de ander onderwerp van onderzoek is. Hoe kun je de ander kennen. Wat weet je van je beste vriendin? Was het zelfmoord? Het lot? Welke rol speel jezelf in het leven van de ander? Veel vragen, een paar antwoorden; veel gedachten en veel observaties. Wat mij in dit boek ook opviel is het geluid. Regelmatig wordt de rol van het (omgevings)geluid belicht.

Hoofdpersoon Emma volgt de sporen die haar vriendin Floor achterliet in de vorm van brieven. Uiteindelijk belandt ze op de plek waar Floor het leven liet. En dan:

In de koraalriffen zag ik haar overal: zij die daar beneden was geweest. Tussen de kleurige vissen, die doelbewust door het water schoten, zag ik hoe haar lichaam zachtjes naar beneden viel, en dan weer werd opgetild en meegevoerd. Zij had zich als een astronaute onttrokken aan de zwaartekracht. Haar haar golfde mee met het water, en werd alle kanten op gedragen: soms een stralenkrans, dan weer een school zeeslangen, soms gladgestreken, uitgestrekt, dan weer zich windend om onzichtbare vingers. Haar blik was uitdrukkingsloos als die van de vissen, met hun ogen altijd gedrukt tegen het vloeibare venster dat de zee is. Wezens die geen liefde kennen. Zij was helemaal opgevuld met water.

Uit: Zuiderkruis, Arbeiderspers Amsterdam, 1999

slot, pauline, paulineslot.nl

bron foto: paulineslot.nl

Pauline Slot (1960, Den Haag)

Jozef Eijckmans: in de 2e maand al

In de 2e maand al

in de 2e maand al / deze warme / dag

werelds losgelaten gedachte / of zelfs / de aandrang van het vlees

zoals tussen bosschages het licht / en de dieren zich roeren

de wrok gebonden blijft ter / plekke achtergesteld

zo ongelegen tijdverlies / dat het aankleden

bemoeilijkt

Uit: Verzamelde gedichten, De Prom Baarn, 1988

jozefeijckmans, pietboekestijn.nl

bron foto: pietboekestijn.nl

Jozef Eijckmans (1907-1996, Gorinchem)

Nijhoff: impasse

Impasse

Wij stonden in de keuken, zij en ik. / Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag. / Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag / wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf, / en de kans hebbend die ik hebben wou / dat zij onvoorbereid antwoorden zou, / vraag ik: waarover wil je dat ik schrijf?

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan, / haar hullend in een wolk die opwaarts schiet / naar de glycine door het tuimelraam.

Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan / druppelend water op de koffie giet / en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.

Uit: Nieuwe gedichten, Querido Amsterdam, 1934

nijhoff, nrcbron foto: nrc.nl

Martinus Nijhoff (1894-1953, Den Haag)

Gerbrandy: kom je

Kom je

kom je / waar kom je / van ga je zo

open? Kijk je een blauw? / Klop je een kamertje? / Loop je een soepel stel benen?

Fluister een tongende schutting van muitende / tanden je buit is een zengende bries / in de wijnstok.

(a voice comes to one in the dark)

Uit: Drievuldig feilloos vals, Meulenhoff Amsterdam, 2005

youtube, gerbrandybron foto: still uit een Noorderlicht YouTube-video

Piet Gerbrandy (1958, Den Haag)

Jeugd Cees Nooteboom: ‘posthume helderziendheid heeft iets onaangenaams’

1FC22E38-87C5-49A8-9074-45415FE94753_1_201_aEen kasteelruïne in de buurt van Well, niet ver van Venray, waar ik als intern bij de fransiscanen op kostschool zat (Gymnasium Immaculatae Conceptionis). Het jaar zou 1948 kunnen zijn.

Er hangt een mooie schaduw over deze vroege foto, en toch schijnt de zon. Alles klopt, het ruïneuze sentiment, het ouwelijke pakje – met plusfours – de bestudeerde pose, de omgevallen zuil, de open deuropening die door geen muur meer gestut wordt, verval. De vraag is of ironie ten opzichte van het vroegere beeld is toegestaan. Degene die later naar die ander van vroeger kijkt weet gewoon te veel, zijn anachronistische blik heeft iets schennends, de ander kan zich tegenover die blik niet verdedigen, want al leest hij dan al Cicero en Livius, hij weet nog niet dat hij later een romanfiguur over het Forum Romanum zal laten lopen tussen andere, dezelfde, brokstukken en afgeknotte zuilen. Historici zijn naar achteren gerichte profeten, heeft Schlegel gezegd. Vooral in het eigen leven heeft die postume helderziendheid iets onaangenaams.

Cees Nooteboom (1933, Den Haag)

Uit: De gevoelige plaat, Lisa Kuitert en Mirjam Rotenstreich, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1995

Gerbrandy: winter staat in grondlucht van je schuur

Winter staat in grondlucht van je schuur

stil kamerlinde tussen kruimelende / schoppen harken bijlen droog te gaan.

Haar voet at aarde klemde zich in aarden / werken vast en stikte in haar tenger groene / uitwas – wat moesten we toch toen ze bank

dekkend blad toen ze erkers bedwelmende stampers / te baren begon toen ze overnam waar we haar / hielden – stil man stil toch hak haar

verschrompeld haar pot uit maak metten / met drift die je spaarde strooi werkenden giften / uit boven je vuurkorf die roest in het mos van je molgras.

In serre zint gestekte op revanche.

Uit: Drievuldig feilloos vals, Meulenhoff Amsterdam, 2005

static.putthelove.com, gerbrandy piet

bron foto: static.tagthelove.com

Piet Gerbrandy (1958, Den Haag)

Nooteboom: Zurbarán

Zurbarán

Je brief heb ik verloren. / Je sprak er in over zwart, / een gemartelde heilige, / omgekeerd op een kruis, / een Spaans visioen.

Jij bent in mijn land, ik / in het jouwe. Dat verdubbeld / traject / ijkt wat we maken, / een terugtocht.

In dat zwart / heerst zo’n woede om het weten, / het heeft spionnen van blauw / en goud / achter het pantser / van verbeelde stof.

Een zelfde weg naar het wit, / een uiterste strengheid / tot stilte.

En daarna niets.

Uit: Het gezicht van het oog, Arbeiderspers Amsterdam, 1989

io wp com, nooteboombron foto: io.wp.com

Cees Nooteboom (1933, Den Haag)

 

Vasalis: avond aan zee

Avond aan zee

Voor mijn vader

Het strand was vast-gevoegd en glad / en smalle golven sloegen om, / uit duizend smalle, witte monden / zacht prevelend en dan weer stom. / De zee keek op, alsof zij bad. / Toen heb ik u teruggevonden.

O grote, oude, grijze zee / in rusteloosheid zoveel rust, / één stem uit duizend kleine kelen / sprekende tot de smalle kust; / eenheid uit zoveel tegendelen. / Mijn oude liefde, mijn oud vertrouwen / zo groot, haast niet om uit te houen, / ouder dan voor mijn grote lief… / Ik zag voor ’t eerst weer naar de hemel: / hoe die zich rustende verhief.

Uit: Gedichten, Van Oorschot Amsterdam, 1985

vasalis, parmando24culture.nl

bron: parmando24culture.nl

M. Vasalis (1909-1998, Den Haag)