Odilon Redon’s obsessie: de duistere wereld van het onbestemde

odilon redon 5

odilon redon 4

Odilon Redon (1840 – 1916, Frans) mag je in één adem noemen met James Ensor (1860 – 1946, Belgisch). Dat heeft te maken met het symbolisme, dat beiden in hun kunstwerken lieten zien. Redon en Ensor schetsten hun droomwereld en vermengden bewust in hun werk de zintuigelijke prikkels. Het werk was bedoeld voor ogen, oren en het hart.

odilon redon 3

Redon zocht zijn heil in de ongebreidelde fantasie en in hallucinaties. ‘Alles komt voort’, schrijft hij, ‘uit de onderworpenheid en het onbewuste.’ De Fransman werd geobsedeerd door ‘de duistere wereld van het onbestemde’.

Ensor en Redon vertolkten in verschillende technieken (ets, litho, gravure, tekening, pastel) vreemde visoenen en dromen waarin de mens wordt vervormd. Dat riep uiteenlopende reacties op: de dichter/schrijver J.K. Huysmans bewonderde Redon: ‘hij schijnt te hebben gemediteerd over het troostrijke aforisme van Edgar Allen Poe: alle zekerheid ligt in de dromen.’

Ook dichter en criticus Stéphane Mallarmé kende het werk van de Fransman en was er enthousiast over: ‘U roert in onze stilten het gevederte van de droom en de nacht. Alles boeit mij en in de eerste plaats hetgeen voortkomt uit uw eigen dromen. De fantasie heeft diepten die overeenkomen met bepaalde zwarten, lithograaf en demon, en u weet het, Redon, ik ben jaloers op uw onderschriften.’

Uit: Meesters der prentkunst in de 20-ste eeuw – Adhémar en Cogniat, Gaade Den Haag, 1964

Arij Prins was kaarsenfabrikant en wilde schrijver zijn

Een kleinood vond ik tussen de tweedehands boeken: Uit het leven van Arij Prins. Arij Prins is een vergeten schrijver. Hij maakte een poosje deel uit van de kringen rond Lodewijk van Deyssel, de schrijver die bekend is vanwege zijn naturalistisch werk. Zeg maar de Emile Zola van het Nederlands taalgebied.

Prins (1860 – 1922), geboren en getogen in Schiedam, was een zoon van een kaarsenfabrikant en werd later directeur van de stearine-kaarsenfabriek Apollo. Maar de ambities van de kaarsenfabrikant lagen op het vlak van de literatuur. In 1885 debuteerde hij, onder het pseudoniem A. Cooplandt,  met een aantal schetsen uit het leven van fabriek- en landarbeiders. Daarmee bekeerde hij zich tot het naturalisme. Sociale bewogenheid en oog voor het wel en wee van de arbeidersklasse stonden daarbij voorop. Het ging erom zo realistisch mogelijk de miserabele omstandigheden te schetsen waaronder het proletariaat moest ploeteren om in het levensonderhoud te voorzien. We spreken over eind negentiende, begin 20-ste eeuw.

In het kort en kleine boekwerkje Uit het leven beschrijft Prins de hardheid en uitzichtloosheid van het arbeidersbestaan. Voor die tijd gewaagd vanwege dat realisme. Verschillende tijdschriften weigerden de verhalen te publiceren. Wel mocht Prins in tijdschriften gaan uitleggen wat dat naturalisme inhield.

Ondertussen ontdekte Prins het werk van schrijver Joris-Karl Huysmans en raakte bevriend met de schrijver. Die vriendschap zou een leven lang duren. Het moedigde Prins aan om te kappen met het naturalisme.

Prins vertrok naar Hamburg om daar de producten van de kaarsenfabriek bekend te maken onder het (Noord-)Duits publiek. Daar trok het werk van Edgar Allan Poe zijn aandacht. Baudelaire maakte een vertaling en Prins was erg onder de indruk van Poe’s verhalen. De volgende verhalen die Prins zelf schreef stonden onder invloed van het Poe-isme.

De laatste fase van Prins zijn loopbaan als auteur wordt gekenmerkt door een verandering van stijl. Een zo plastisch mogelijke weergave van alle aspecten van de omgevende werkelijkheid werd de schrijfopdracht. Dat leidde tot Een koning en De heilige tocht. Vooral dat laatste boek werd zeer wisselend en negatief ontvangen door pers en publiek. Prins was van die kritiek zo onder de indruk dat er daarna op schrijversgebied niet veel meer van hem vernomen is.

Ik eindig met een citaat uit het verhaal Afgedankt uit Uit het leven. Een groep fabrieksarbeiders, jong en oud, krijgt te horen dat het bedrijf de productie gaat inkrimpen vanwege mindere vraag. Dat leidt tot arbeidstijdverkorting voor velen en ontslag voor sommigen.

arij-prins

De laatst geroepene was Kees van Eijs, een jongen van vijftien jaar, met lange armen en een bleek, bloedeloos gezicht, bezoedeld met kolenkwart.

‘Zeven-en-zestig uur à vijf cents maakt drie gulden vijf-en-dertig, ziehier.’

‘Dankie meneer.’

‘Je hoeft maandag niet terug te komen, we hebben geen werk meer voor je.’

De jongen bleef enige ogenblikken onbeweeglijk voor het loket staan en vergat het geld op te nemen; voor zijn geest vertoonde zich de dreigende gestalte van zijn vader, ‘een ouwe lap’, die hem zeker half dood zou ranselen, als hij hoorde dat hij niets meer verdiende.

De hand van de jongen, zo vereelt en hard als die van een oude man, rustte op het plankje en de benauwde warmte uit het kantoor sloeg hem verstikkend in het bleke, vuile gezicht. Eindelijk zei hij: ‘Maar…’

‘Nee, Van Eijs, ’t spijt ons, wij kunnen je niet langer houden, de volgende week zullen er nog meer weg moeten.’

Het loket werd gesloten en de jongen stond in de sombere, natte duisternis.

Uit: Uit het leven, Zilverschoonreeks, Van Walraven, Apeldoorn

Bronnen: Wikipedia; dbnl.org;  Arij Prins 1860 – 1922 door Harry G.M. Prick

 

Dick Matena: Van Tom Poes tot Kees de Jongen

Dick Matena (Den Haag, 1943) is tekenaar en scenarist van stripverhalen. Behalve onder zijn echte naam publiceerde hij onder de pseudoniemen A. den Dooier, John Kelly en Dick Richards.
Matena begon in 1960 op 17-jarige leeftijd als vrijwilliger bij de Toonder Studio’s. In het begin werkte Dick Matena vooral mee aan tekenprojecten van Tom Poes (1962-1963) en Panda (1961-1968). In 1964 ging hij freelance werken, in eerste instantie alleen voor de Toonder studio’s. Hij tekent in het begin onder andere zijn eerste eigen strip Polletje Pluim. In 1968 verscheen de eerste strip van zijn eigen hand in het jeugdtijdschrift Pep.

Voor Pep tekende hij de strips De Argonautjes (1968-1973) en Ridder Roodhart (1969-1971), naar scenario’s van Lo Hartog van Banda. Zelf schreef hij de scenario’s voor de Macaroni’s (1971-1975) en Blook (1972-1973).
Later tekende en schreef hij de strip Grote Pyr (1971-1975) die werd opgevolgd door de strip Kleine Pier (1975-1976) in het blad Eppo. Voor Eppo maakte Matena ook drie verhalen van de strip Dandy (1979-1981), en een aantal korte verhalen onder pseudoniem A. den Dooier.

Matena_Pepplaat_GrotePyr_1973

Gedurende de periode dat hij voor Eppo werkte schreef hij vier scenario’s voor de strip Storm (1978-1980) en onder pseudoniem Dick Richards acht scenario’s voor de strip De Partners (1976-1984), getekend door Carry Brugman.

In 1977 tekende Matena zijn eerste realistische strip, Virl, voor Mickey Maandblad. In hetzelfde jaar begon hij met het tekenen van korte verhalen voor een volwassen publiek. Al snel werden deze verhalen ook in het buitenland gepubliceerd, en naderhand zijn ze in albums als Amen en Mythen verzameld.
In de periode van 1982 tot 1984 woonde Dick Matena in Spanje waar hij voor het Spaanse agentschap Selleciones Illustrades de strips Het Web en De Prediker tekende.
In het stripblad Titanic verschenen twee verhalen van Sterrenschip. Na zijn verhuizing naar België maakte hij De laatste dagen van Adgar Allan Poe voor uitgeverij Casterman, en voor uitgeverij Lombard tekende hij Gauguin en Van Gogh en Mozart & Casanova.
Op scenario’s van Martin Lodewijk tekende Dick Matena vanaf 1996 een drietal spin-off verhalen van Storm. In eerste instantie deed hij dit onder het pseudoniem John Kelly. Het laatste deel is wel onder zijn eigen naam verschenen. Deze albums zijn onderdeel van de reeks Kronieken van de Tussentijd.

Op verzoek van de Toonder studio’s blies hij in 1997 Tom Poes nieuw leven in. Hiervan zijn twee verhalen verschenen in de Donald Duck. Op 19 oktober 2012 verscheen de eenmalige Bommelglossy. Dick Matena tekende voor deze glossy het omslag en diverse illustraties. Vanaf 8 maart 2013 verschijnt er een nieuw Tom Poes verhaal: “de Pas-Kaart”, waarvan Matena zowel de schrijver als de tekenaar is.

Klassieke romans uit de literatuur
Een ambitieus project van Matena is het in stripvorm gieten van klassiek geworden romans uit de (internationale) literatuurgeschiedenis. Vanaf 2001 werkte Dick Matena aan een bewerking van de roman De Avonden van Gerard Reve. Daarna verschenen onder andere: Kaas en Kort Amerikaans.

matena kees de jongen