Bernard Dewulf Dicht de Dag

Het is plezierig als een dichter een gevoel in klare taal verwoordt. Als duidelijk wordt dat het gevoel bij de ander hoort, dat ik besta. Het besef dat wij er zijn als je er woorden aan geeft. Dat is in essentie taal en de rol van dichtkunst. Mooi voorbeeld is dit:

Thuiskomst

Ik heb je lief, al kan ik het niet weten. / Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag / in je leven. Maar het is geen gedachte. / Je streelt mijn wang en wie weet, / dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt / voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok, / iets van niets, maar morgen ontbreekt het / misschien. Of schudt de dag uit je haar. / Wat ik dan daarin in zie, is het begin. / Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats, / wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet / denkbaar dat iemand dit alles verzint.

uit: waar de egel gaat. Gedichten; Prometheus Amsterdam, 1995

dewulf bernard; nrc.nlbron beeld: nrc.nl

Bernard Dewulf (1960-2021, Brussel)

Dirk van Bastelaere Dicht de Dag

Turkooizen scheepje

Het is al dag. Maar wie maakt dat / Waar? Niet de vrouw met haar hand / Bij een lichtknop. In die gang ook / De rode trui om een lichaam niet. / Wat is niet ooit onklaar geraakt?

Tot dan weer, op mijn mouw gebreid, / Het ding zich uit een draad bevrijdt / Dat kruipt alsof het aan komt varen: / Turkooizen scheepje op een rode trui. / Een wollen schoorsteen en niet daar. / En dat de draad mij wist te vinden.

Het is al dag, maar zonder geluid. / Tussen het niets / Dat de dag maakt / En het niets na een gil / Een klein turkooizen scheepje

Van verschil.

uit: pornschlegel en andere gedichten, Prometheus Amsterdam, 1988

van bastelaere, dirk; demorgen.be.jpegbron beeld: demorgen.be

Dirk van Bastelaere (1960, Sint Niklaas, Belg)

Stefan Hertmans Dicht de Dag

stefan hertmans; standaard.bebron beeld: standaard.be

Verwensing van het einde

Springen in de diepte / van een huidomgrens begin, / en daar je verste erfenis / aan flarden vinden.

Je drukte je vinger op / een zoute holte. Pas op – / er is te veel om je tot / bloedens toe op te winden.

Blijf waar je was, drink water, / rasp wortelen en ramenas, / kom niet voor twaalven klaar, / hou op met voortdurend / schenden van geheimen

die je onverdiend / en onrijp las.

uit: turkooizen scheepje van verschil; Prometheus Amsterdam 1997; keuze van Peter Ghyssaert

Stefan Hertmans (1951, Gent, Be)

De Coninck Dicht de Lente

lentezon; raamopen_wordpress_combron beeld: raamopen.wordpress.com

een gebalde zon

een gebalde zon, een koude, vastberaden / klaarte, een licht zo hard / als ijs klaar kan zijn, dit is geen licht / dit is wilskracht, lente.

eigenlijk staat de zon in de hemel / zoals een hart in de met / koud water gewassen borst / van een atleet.

en inderdaad, het is een beetje warm, / zoals je er warm van krijgt / een dokwerker te horen vloeken / van de kou.

uit: de gedichten, Arbeiderspers Amsterdam, 2000

Herman de Coninck (1944-1997, Mechelen, Be)

De mindfucks van Cornelius Gysbrechts

cornelius gijsbrechts; mindfuckcornelius gijsbrechts; mindfuck2cornelius gijsbrechts; mindfuck3cornelius gijsbrechts; mindfuck5Cornelius Gysbrechts (1630-1684, Antwerpen) was een kunstschilder uit de zuidelijke Nederlanden. Maakte vooral stillevens en schilderijen die de dood als onderwerp hadden (vanitas=het voorbijgaan van alles) maar werd vooral bekend vanwege zijn geschilderde illusies (trompe-l’oeil). Gysbrechts bracht een belangrijk deel van zijn leven door in het nabije buitenland: Hamburg, Breslau en Regensburg in Duitsland en Denemarken. In Denemarken werkte hij vier jaar lang als hofschilder voor de koningen Frederik de Derde en Christian de Vijfde. Daar hangen ook zijn belangrijkste werken. Zijn meest besproken werk is een schilderij van de achterkant van een schilderij: een echte mindfuck!

Essayist en columnist Kees Fens zag een tentoonstelling van zijn werk in de National Gallery, Londen, midden jaren 2000 en verbaasde zich:

cornelius gijsbrechts; mindfuck8Zijn modernste schilderij (bijna dada) staat op een plankje. Het is de geschilderde ahterkant van een schilderij (met een papiertje met een nummer erop, het lijkt bestemd voor een collectie), zo gemaakt dat de verleiding om het om te keren heel groot wordt. Wie het zou doen, krijgt de achterkant van een schilderij! Dat is zonder meer schitterend: achterkant blijkt voorkant, voorkant achterzijde. Kunst bestaat helemaal niet, ze is een illusie.

cornelius gijsbrechts; mindfuck4Het toppunt van bedrog is een schilderij in de vorm van een schildersezel. Daarop staat een werkelijk meesterlijk stilleven. Eronder staat, met de keerzijde naar de kijker, een ander doek. Een palet hangt met nog druipende verf aan de ezel, de schilderstok ligt licht diagonaal, ervoor een bundel penselen. De schilder heeft zijn werk gedaan; hij is net weg. En dat is een extra illusie.

Dit is het allermooiste: uit alle illusies breekt de werkelijkheid van de ijdelheid van alle leven tevoorschijn, van de kunst niet minder. Met het verkeerde been staat de kijker in het graf.

uit: in het voorbijgaan, Kees Fens, Atheneum-Polak & Van Gennep Amsterdam, 2007

Cornelius Gysbrechts (1630-1684, Antwerpen, Be)

Kees Fens (1929-2008, Amsterdam)

cornelius gijsbrechts; mindfuck6

Koos van Zomeren: de universele schoolklas

blogspot.com; schoolklasEen jongensklas in de jaren 50 vorige eeuw op de Franciscusschool in Amsterdam; bron beeld: josh-wolf.blogspot.com

Nabije vergezichten en huiveringwekkende herinneringen komen voorbij als ik Een jaar in scherven lees van Koos van Zomeren. Het gaat over de schoolklas. Een universeel thema waar maar zelden belangwekkend over geschreven is. Er schieten me alleen Nederlandse schrijvers te binnen, Theo Thijssen voorop met Kees de jongen.

Van Zomeren krijgt ene Henk op bezoek. Vermoedelijk een leraar want het leraarschap is onderwerp van gesprek. Volgt een rake typering:

Henk is in Nederland en kwam traditiegetrouw oud en nieuw vieren. Gepraat over de problemen van het leraarschap. Luiheid, valsheid, onmacht en pose worden door scholieren onherroepelijk bespeurd en onverbiddelijk afgestraft. In Zimbabwe net zo goed als hier, zij het daar wat beleefder want hun cultuur is beleefder. Dezelfde types in de klas: slimmeriken, stiekemerds, zielepoten en de bijenkoningin. De pikorde komt op dezelfde manier tot stand en wordt op dezelfde manier gehandhaafd. Er bestaat kennelijk zoiets als een universele schoolklas.

uit: een jaar in scherven, Arbeiderspers Amsterdam, 1988

Koos van Zomeren (1946, Velp)

Aad Nuis zocht Nederland en vond…

aad nuis; olofspoort.nlAad Nuis tijdens een reünie; bron beeld: olofspoort.nl

Aad Nuis (1933-2007) was onder andere: publicist, dichter, essayist, (mild) literair criticus, maar ook politicoloog, D66-er, Tweede Kamerlid en staatssecretaris voor Cultuur. In de bundel Op zoek naar Nederland ging hij op zoek naar wat typisch Nederlands is, ter lering ende vermaak.

In het eerste hoofdstuk volgt de voorlopige conclusie:

Waarschijnlijk hebben veel nieuwkomers de typisch Nederlandse hebbelijkheden en vooral onhebbelijkheden al veel beter door dan wij, de oudgedienden. Het zijn de grote woorden en waarden niet waarin wij ons van de anderen onderscheiden, en de anderen van ons. Over de kern daarvan kunnen oude en nieuwe Nederlanders het waarschijnlijk wel min of meer eens worden, als ze elkaar en zichzelf de nodige ruimte gunnen. Het verradelijke misverstand schuilt eerder in kleine, schijnbaar oppervlakkige maar uiterst gevoelige en hardnekkige stijlverschillen. Het zit in manieren van praten, eten, kleden, grappen maken, in omgangsvormen, nauwelijks bewuste signalen van toenadering of distantie, van je plaats kennen en die van de ander respecteren. Het schuilt ook in de verborgen reservoirs van gemeenschappelijke herinneringen en daaraan verbonden emoties. Wie daar geen oog voor ontwikkelt, verzeilt maar al te gauw in afkeer en onbegrip. Daar liggen de gemene koraalriffen van het voortkabbelende sociale verkeer.

En dan volgt een waarschuwing voor de zoeker naar de Nederlandse identiteit:

Wie een portret wil maken van de Nederlanders, zoals die zich de laatste vijftig jaar ontwikkeld hebben, en wie daarbij de veranderlijke kleinigheden niet over het hoofd wil zien, kan beter niet als een ouderwetse fotograaf zelf onder een zwarte doek wegkruipen. Je kunt beter zorgen dat je ook op het plaatje staat, met je eigen geschiedenis, ervaringen en emoties. Niet helemaal vooraan zodat je het zicht belemmert, maar wel openlijk aanwezig. Van veel beweringen berust de met aplomb gepresenteerde objectiviteit op zelfbedrog: iedereen behalve de spreker ziet er de onbewuste en dus onbeheerste subjectiviteit doorheen schijnen. Maar ook wie zorgvuldig objectiveert en alles wat hij te berde brengt baseert op verantwoorde bronnen kan beslissende details en sporen missen.

uit: op zoek naar Nederland, Augustus Amsterdam, 2004

Aad Nuis (1933-2007, Sliedrecht)

Abram de Swaan ontdekt de verrassingen van de Surinaamse jungle

Ooit hebben slaven de kreek verbreed en uitgediept tot aan de Commewijne-rivier. Aan de monding van de kreek stond het grote plantershuis, de swampen waren gedraineerd met sloten en sluizen en citrusboomgaarden bedekten het terrein. Langs de kreek woont nu nog een oude man in een ruïne van een schuur, hij eet wat hij oogst en vangt er een visje bij. Verderop, op het zandstrand, wonen vissers in hutten van aangespoeld hout, vervuild en in een zwerm van vliegen die op het afval van hun rokerijen afkomen.

Een haast onvindbaar paadje gaat van het kampement achter de zandbank langs de rand van het moeras. Soms wijkt de begroeiing en staan reuzecacteeën in het gelid, agaves en huizenhoge euphorbia’s. Er moet daar een siertuin geweest zijn en misschien een oprijlaan. Dan is alles weer dichtgegroeid en alleen een platgetreden spoor in het zand geeft aan waar iemand nu nog af en toe zijn voeten zet.

Achter een bosschage van struiken die bij de bloemist in Amsterdam per tak gaan, ligt opeens een open plek, een rechthoek van fijn zand, zonder enige begroeiing, aangeharkt. Iemand heeft op dit veld met gevonden balken en boomstammetjes staketsels gebouwd, een palissade, een poort, of toch een altaar? Verdedigingswerken, een afgodsdienst? Een stok, aan weerszijden verzwaard met klompen beton, rust op twee staande vorken: dat moet een halter zijn, gereedschap voor gewichtheffers. De poort is dus een rekstok, de palissade een klimkooi. Hier staat uit oud hout opgesteld, een gym in de jungle.

fragment uit: een gym in de jungle; uit Noorderzon, Meulenhoff Amsterdam, 1990

Abram de Swaan (1942, Amsterdam)

abram de swaan, amnesty.nlbron beeld: amnesty.nl

In dit korte verhaal zet socioloog en schrijver Abram de Swaan een zeer herkenbaar beeld neer van hoe hij Suriname ervaarde toen hij er was. Zelf ben ik er begin jaren 80 geweest. Bouterse was net aan het bewind. Er heerste avondklok. Ondanks dat feit konden we (mijn reisgenoot en ik) gaan en staan waar we wilden. We gingen van Albina naar Nickerie, meestal met de veerdienst/postboot. Diep de jungle in met de VW Kever of met een stoomtrein die lopend bij te houden was. De Swaan schrijft treffend over de verrassingen die het land biedt. Geheel in de tijdgeest noemde De Swaan toen ‘Suriname geen land, maar een factorij.’

Met het vertrek van de kolonisten is die vestiging in verval geraakt. Er is nog een staat, maar het volk is al grotendeels weg.

We hebben het over eind jaren 80 toen Surinamers massaal naar Nederland waren vertrokken. In bange afwachting van wat komen ging.

Duo dicht de dag

De geboorte

De dokter trekt het kind uit je vandaan / alsof je ’t niet aan vreemden af wilt staan. / ’t Ontvouwt zijn ledematen als het blad / van de kastanjeboom thuis voor ons raam. / Het slaakt zijn eerste onwaarschijnlijke geluid, / opent zijn ogen in de droom van ’t leven / en zoekt toenadering, als een verlaten bruid, / die het ook schuwt, waarover het zich schaamt, / zodat het preuts en bang de ogen sluit. / Het heeft nog slechts een toebedachte naam. Jij glimlacht nu gelukkig om de pijn / die je geleden hebt om ’t kind te laten zijn. / Het heeft reeds zijn verleden in jouw schoot / en nu krijgt het zijn toekomst in de dood.

Uit: moeders en zonen – Adriaan Morriën, Bezige Bij Amsterdam, 1962

Adriaan_Morrien; wikipedia.orgbron beeld: wikipedia.org

Adriaan Morriën (1912-2002, Amsterdam)

Beukenlaan

De gedachte dat deze bomen weten / wie ik ben, uit al deze mensen deze toevallige / man, vrouw, deze ene

ze komen zo langzaam uit het gazon / gaan zo langzaam langs het pad / verdwijnen zo langzaam

de gedachte dat deze bomen / om mij geven, dat zij op mij wachten, / dat ze weten dat ik kom

Uit: Tot het ons loslaat – Rutger Kopland, Van Oorschot Amsterdam, 1997

kopland, rutger; hln.bebron beeld: hln.be

Rutger Kopland (1934-2012, Goor)