Bijna iedere dag muziek: Lou Reed

Ik heb een haat-liefde-verhouding met Lou Reed (1942-2013, New York city, USA). De man heeft prachtige nummers geschreven, die nog altijd veel indruk maken (denk aan: Perfect Day en Sad Song), maar ook ongelofelijke rotzooi. Wat voor Reed spreekt, is dat hij het experiment niet uit de weg ging. Hij bewandelde een muzikaal pad met hoogte- en dieptepunten maar was invloedrijk.

Reed is tijdgenoot van David Bowie en die twee hebben elkaar bezig gehouden. Mijn kennismaking was het album Transformer. Een plaat die in veel huiskamers te vinden is, in ieder geval van mijn generatie. Via Transformer kwam ik terecht bij opvolger Berlin. Een duister en donker album met prachtige songs, over verloren gegane liefdes en drugsgebruik (‘it’s so cold in Alaska’). Berlin maakte veel indruk op mij omdat het zo beduidend anders was en meer zeggingskracht had dan Transformer.

Automatisch volgde de gang naar The Velvet Underground, de vorige muzikale bezigheid van Reed. De samenwerking met onder andere zangeres Nico en kompaan John Cale leverde in de jaren 60 eenvoudige pop op die toch van enorme invloed bleek. Iedere band die wilde beginnen zag aan VU dat alles mogelijk was. Drang, de wil om zich muzikaal te uiten in een eigen geluid waren belangrijker dan instrumentbeheersing, zoiets.

Reed zelf heeft veel en vaak nummers uit de VU-tijd opnieuw opgenomen en van andere arrangementen voorzien, waarmee hij bevestigde dat die nummers niet feilloos, tijdloos en van eeuwigheidswaarde waren. Eigenzinnig en tijdloos was Lou Reed vandaar deze huldeblijk.

Lucebert: school der poëzie

School der poëzie

ik ben geen lieflijke dichter / ik ben de schielijke oplichter / der liefde, zie onder haar de haat / en daarop een kaaklende daad.

lyriek is de moeder der politiek, / ik ben niets dan omroeper van oproer / en mijn mystiek is het bedorven voer / van leugen waarmee de deugd zich uitziekt.

ik bericht, dat de dichters van fluweel / schuw en humanisties dood gaan. / voortaan zal de hete ijzeren keel / der ontroerde beulen muzikaal opengaan.

nog ik, die in deze bundel woon / als een rat in de val, snak naar het riool / van revolutie en roep: rijmratten, hoon, / hoon nog deze veel te schone poëzieschool

Uit: Er is alles in de wereld, Bezige Bij, Amsterdam, 2009

Lucebert-vn.nlbron foto: vn.nl

Lucebert (1924-1994, Amsterdam)

Bijna iedere dag muziek: John Coltrane

John Coltrane (1926-1967, Hamlet, USA) is als jazz-artiest met enige regelmaat terug te vinden op lijstjes van pop-liefhebbers. Samen met Miles Davis, met wie Coltrane samen speelde. Dat heeft vooral te maken met de behoefte van beide heren zich voortdurend te vernieuwen, technisch beter te worden en zich her uit te vinden. Vernieuwers die van grote invloed zouden zijn op pop en jazz.

Coltrane vertegenwoordigde de hard-bop in de jazz. Als saxofonist zocht hij naar nieuwe wegen, leunend op zijn techniek, en niet bang om impopulair te worden. Coltrane kende zijn lyrische fase, maar zocht snel naar het experiment. Daarbij gesteund door zijn mede-spelers: pianist McCoy Tyner, drummer Elvin Jones en bassist Jimmy Garrison. Later zou hij met Archie Shepp en Pharoah Sanders nog verder de grenzen van de jazz opzoeken.

Op 40-jarige leeftijd overleed Coltrane aan lever-kanker. Daarmee kwam een einde aan een periode van 20 jaar waarin de sax-speler pionierde in de jazz en de free-jazz handen en voeten gaf.

Lucebert: het gerecht

Het gerecht

Al sloegen zij de handen tot taarten / Van vlees en bloed op tafel na tafel / Bleek bleef de zon en de wijn was al zuur

De ingenieurs van chaos en tucht / Stelden teleur de buik van hun huig / Vertoonde wel de navel van het orakel / Maar hun voorspellingen bleken / Sneltreinen tussen gehucht en gehucht

Niets kan nog schaden de legendarische toekomst / Van vrouwe Justitia de ene of andere nap / Is al vol karige pap of magere soep / En hoe vult men een kale zaal met bekakte estheten / Die eeuwig lijden aan buikloop en moet de togus / Van de schuldige schooier zo seignant gebakken / Dat rechter Lekkerbek er zijn toga aan hecht?

Zovele vragen zovele twijfels nog vandaag / Wat zal het zijn? wie zal het zeggen? / Plechtstatig knoeit en prakt een ieder mee / Terwijl men wel weet de tafel waaraan gegeten / Was al eeuwen eeuwen leeg

Uit: Troost de hysterische robot, Bezige Bij Amsterdam, 1989

kunstveiling, man met hond, lucenbertLitho Lucebert: Man met hond; bron foto: kunstveiling.nl

Lucebert (1924-1994, Amsterdam)

Elspeth Diederix biedt bijzondere blik op de natuur

elspeth_diederix__miracle__3

elspeth_diederix__miracle__7

Elspeth Diederix (1971, Nairobi) is fotograaf, hovenier, duiker en kunstenaar die het experiment niet schuwt. Ze maakt stillevens van planten, boven en onder water. In haar werk gaat het om de schoonheid van de natuur maar ook om de kwestbaarheid.

Wat haar experimentele kant betreft: ze kweekt nieuwe bloemsoorten met bijzondere strepen en patronen. Tijdens de expositie van haar werk in Schiedam (tot 30 september 2018 in het Stedelijk museum) laat ze buiten op het plein en in de beeldentuin, bloemen bloeien.

elspeth_diederix__miracle__1_en__2

elspeth_diederix__miracle__4

elspeth_diederix__miracle__6

‘Onze oogleden brengen er een scheiding in aan’

Uit: De onzichtbare steden

Kublai Khan: ‘Ik weet niet wanneer je de tijd hebt gehad om al die landen die je me beschrijft te bezoeken. Mij lijkt het of je nooit bent weggeweest uit deze tuin.’

Marco Polo: ‘Alles wat ik zie en doe krijgt zijn zin in een ruimte van de geest waar dezelfde rust heerst als hier, dezelfde schemering, dezelfde stilte waarin alleen het geritsel van de bladeren te horen is. Op het ogenblik dat ik mij concentreer op mijn gedachten, bevind ik mij altijd weer in deze tuin, op dit uur van de avond, in jouw koninklijke aanwezigheid, terwijl ik intussen, zonder een ogenblik van rust, stroomopwaarts een rivier blijf opgaan die groen is van de krokodillen, of kisten gezoute vis blijf tellen die in het ruim zakken.’

Kublai: ‘Ik ben er evenmin zeker van dat ik hier ben, dat ik wandel tussen de porfieren fonteinen en het geluid van de waterstralen hoor weerklinken, en niet, overdekt met het vuil van zweet en bloed, te paard mijn leger aanvoer om die landen te veroveren die jij nog moet beschrijven, of de vingers afhak van aanvallers die met ladders de muren van een belegerde vesting bestormen.’

Polo: “Misschien bestaat deze tuin wel alleen in de schaduw van onze neergeslagen ogen en doe jij nog steeds stof opwaaien op de slagvelden, en verhandel ik nog steeds zakken peper op verre markten zonder dat we daar ooit mee zijn opgehouden, maar is het ons, elke keer dat wij onze ogen sluiten temidden van het tumult en de mensenmassa’s, toegestaan ons hier terug te trekken in zijden kimono’s om wat wij zien en beleven in ogenschouw te nemen, conclusies te trekken, de zaken op een afstand te bezien.’

Kublai: ‘Misschien heeft dit gesprek van ons wel plaats tussen twee schooiers, bijgenaamd Kublai Khan en Marco Polo, die in een berg afval graaien, en oud ijzer, flarden stof, oud papier op een hoop gooien, en die, dronken van een paar slokken slechte wijn, rondom zich alle schatten van het Oosten zien schitteren.’

Polo: ‘Misschien is er van de wereld wel een vaag, met afval bedekt terrein over, én de hangende tuin van het paleis  van de grote Khan. Onze oogleden brengen er een scheiding in aan, maar je weet niet welk deel erbinnen ligt en welk erbuiten.’

Uit: De onzichtbare steden – Italo Calvino, Bert Bakker Amsterdam, 1982, vertaling Henny Vlot.

Calvino Italobron foto: http://pastandfuturepresents.blogspot.nl

Italo Calvino (1923 – 1985)