Ernst Ludwig Kirchner manipuleerde de tijd

(Bij de eerste afbeelding)

Venijnige kleuren in grove penseelstreken botsen heftig en wekken een troosteloze sfeer. Het schilderij is bijna te klein voor het tafereel en de verf lijkt de randen zelfs naar buiten te drukken. Dit schilderij (Zelfportret met model, ca. 1910) is kenmerkend voor de sensuele, heldere kleuren, dramatische intensiteit en de hoekige contouren van het expressionisme. Kirchner (1880-1938, Aschaffenburg, Dld) was lid van de expressionistische groep Die Brücke, die een brug wilde slaan tussen de kunst van het verleden en die van de toekomst. Er bestond rivaliteit tussen hem en een ander lid, Erich Heckel. Kirchner rommelde met de datum waarop hij een schilderij schilderde om te bewijzen dat hij vernieuwender was dan de anderen van de groep.

Vanaf 1917 woonde hij in Zwitserland omdat hij tuberculose had. In 1937 werd veel van zijn ‘ontaarde’ kunst door de Nazi’s in beslag genomen; een jaar later pleegde Kirchner zelfmoord.

kirchner 1

kirchner 3kirchner 5

kirchner 4

Slauerhoff: dit eiland

Dit eiland

Voor de zachtmoedigen, verdrukten, / Tot gereglde arbeid onwilligen, / Voor de met moedwil mislukten / En de grootsch onverschillegen,

De reine roekeloozen, / Door het kalm leven verworpen, / Die boven steden en dorpen / De woestijnen verkozen,

Die zonder een zegekrans / Streden verloren slagen / En ’t liefst met hun fiere lans / De wankelste tronen schragen;

Voor allen, omgekomen / Door hun dédain voor profijt, / Slechts beheerscht door hun droomen, / De spot der bezitters ten spijt,

Neem ik bezit van dit eiland, / Plant ik de zwarte vlag, / Neem iedere natie tot vijand, / Erken slechts ’t azuur als gezag.

Wie nadert met goede bedoeling: / Handel, lust of bekeering, / Wordt geweerd aan ’t rif door bezwering / Of in ’t atol door onderspoeling.

Oovral op aarde heerscht orde, / Men late mijn eiland met rust; / ’t Blijft woest, zal niet anders worden / Zoolang ik kampeer op zijn kust.

Uit: Verzamelde gedichten, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1999

Slauerhoff, literatuurmuseumbron foto: literatuurmuseum.nl

J. Slauerhoff (1898-1936, Leeuwarden)

Nijhoff: lied der dwaze bijen

Het lied der dwaze bijen

Een geur van hoger honing / verbitterde de bloemen, / een geur van hoger honing / verdreef ons uit de woning.

Die geur en een zacht zoemen / in het azuur bevrozen, / die geur en een zacht zoemen, / een steeds herhaald niet-noemen,

ried ons, ach roekelozen, / de tuinen op te geven, / riep ons, ach roekelozen, / naar raadselige rozen.

Ver van ons volk en leven / zijn wij naar avonturen / ver van ons volk en leven/ jubelend voortgedreven.

Niemand kan van nature / zijn hartstocht onderbreken, / niemand kan van nature / in lijve de dood verduren.

Steeds heviger bezweken, / steeds helderder doorschenen, / steeds heviger bezweken, / naar het ontwijkend teken,

stegen wij en verdwenen, / ontvoerd, ontlijfd, ontzworven, / stegen wij en verdwenen / als glinsteringen henen. –

Het sneeuwt, wij zijn gestorven, / huiswaarts, omlaag gedwereld, / het sneeuwt, wij zijn gestorven, / het sneeuwt tussen de korven.

nijhoff, toon kelder, lietratuurmuseum.nlGeschilderd door Toon Kelder; bron: literatuurmuseum.nl

M.Nijhoff (1894-1953, Den Haag)

Uit: Nieuwe gedichten, Querido Amsterdam, 1962

Marsman: phoenix

Phoenix

Vlam in mij, laai weer op ; / hart in mij, heb geduld, / verdubbel het vertrouwen – / vogel in mij, laat zich opnieuwen ontvouwen / de vleugelen, de nu nog moede en grauwe; / o, wiek nu op uit de verbrande takken / en laat den moed en uwe vaart niet zakken; / het nest is goed, maar het heelal is ruimer.

marsman, literatuurmuseumbron foto: literatuurmuseum.nl

H. Marsman (1899 – 1940)

Uit: Verzameld werk, poëzie, Querido Amsterdam, 1938-1947

Nijhoff: twee reddeloozen

Twee reddeloozen

Zij gaat ’s nachts vaak naar de haven / Waarheen ze vroeger met mij ging, / Aan de eeuwige zee, aan de sterren, / Vraagt ze waarom het voorbij ging –

En de wind en de lichten der schepen / Zeggen dat al wat voorbijgaat / Op een reis zonder thuisreis / Naar een einde waar niemand ons bijstaat –

In mijn hooge verlichte venster / Tusschen schoorsteene’ en torenklokken / Heb ik tegenover den hemel / Een eenzame voorpost betrokken.

In alles te kort geschoten, / Staar ik bij het raam op de stad / En vraag: was ik grooter geworden / Wanneer ik had liefgehad?

Uit: Vormen, Van Dishoeck Bussum, 1924

nijhoff, literatuurmuseum.nlM. Nijhoff (1894 – 1953)

bron foto: literatuurmuseum.nl

Ilmari Aalto vond de basis van het schilderen

aalto 2

aalto 4

aalto 6De Finse kunstenaar Ilmari Aalto (1891 – 1934) maakte stillevens, schilderde landschappen en portretten. In eerste instantie deed hij dat als lid van de groep Sallinen, genoemd naar de kunstenaar Tyko Sallinen. Na kennismaking met het werk van Edvard Munch en dat van de groep Der Blaue Reiter, werd zijn werk beïnvloed door stromingen als expressionisme en kubisme.

Werd zijn vroegere werk vooral gekenmerkt door een wat grijzig palet, in zijn latere werk zien we meer kleur, scherpere contouren, niet-gemengde kleuren en een steviger gebruik van de kwast.

Aalto vond zijn inspiratie dicht bij huis. Het landschap van Töölö en Suursaari, de stillevens in zijn atelier en de portretten van vrienden maakten een belangrijk deel van zijn werk uit.

Van Aalto is bekend dat hij vermoedelijk veel van zijn ouder werk vernietigde. De Fin stierf jong (43 jaar).

aalto 1

aalto 5

Georg Heym: Träumerei in hellblau

Träumerei in hellblau

Alle Landschaften haben / Sich mit blau gefüllt. / Alle Büsche und Bäume des Stromes, / Der weit in den Norden schwillt.

Blaue Länder der Wolken, / Weisse Segel dicht, / Die Gestade des Himmels in Fernen / Zergehen in Wind und Licht.

Wenn die Abenden sinken / Und wir schlafen ein, / Gehen die Träume, die schönen, / Mit leichten Füssen herein.

Zymbeln lassen sie klingen / In den Händen licht, / Manche flüstern, und halten / Kerzen vor ihr Gesicht.

Lichtblauwe droom

Alle landschappen hebben / zich met blauw gevuld. / Alle struiken en bomen van de stroom / die ver naar het noorden zwelt.

Blauwe landen van de wolken, / dichte witte zeilen, / de oevers van de hemel in de verte / vergaan in wind en licht.

Als de avonden neerdalen / en wij in slaap vallen, / dan gaan de dromen, de mooie, / op lichte voeten naar binnen.

Ze laten in hun handen / cymbalen licht klinken. / Sommigen fluisteren en houden / kaarsen voor hun gezicht.

georg heym, cultcase

bron foto: cultcase.com

Georg Heym (1887 – 1912)

Uit: Dichtungen und Schriften, Band 1, Ellermann Hamburg, München, 1964

Rufino Tamayo schildert vooral ‘Mexicaans’

rufino tamayo 1

rufino tamayo 3

rufino tamayo 5

Rufino Tamayo (1889 – 1991, Mexicaans), was schilder en behoorde met Orozco, Rivera en Siqueiros tot de meest invloedrijke Mexicaanse kunstenaars van onze tijd.

Tamayo woonde lang in de USA. Hij schilderde in een figuratieve stijl maar wel met duidelijke invloeden uit surrealisme, kubisme en expressionisme. Zijn thematiek is echter nadrukkelijk geïnspireerd door Mexicaanse tradities en cultuur.

Eén van de meer bekende werken van Tamayo is te zien op het Unesco-gebouw in Parijs. Daarvoor maakte hij in 1958 een monumentale muurschildering.

rufino tamayo 2

rufino tamayo 4

rufino tamayo 6

Van Femme Fatale naar Vamp

Voortbordurend op de voorbeelden uit de Bijbel en de Griekse mythologie leefden al in de Middeleeuwen dichters en schilders zich uit op fantasieën over fatale vrouwen: heksen en boze feeën, op seks beluste jonkvrouwen en meedogenloze heerseressen. Het archetype was bijzonder populair in de Romantiek en in de Victoriaanse tijd; operacomponisten maakten er gretig gebruik van. Maar het was in het fin de siècle, bij de symbolisten en de decadenten, dat de femme fatale hoogtij vierde. Oscar Wilde gaf Salomé met zijn gelijknamige toneelstuk een tweede leven, en schilders als Franz von Stuck en Gustave Moreau kregen er geen genoeg van om de listen en lagen van de seksueel veeleisende vrouw uit te meten.

Dat laatste gold ook voor de filmmakers van het Duits Expressionisme: Georg Pabst maakte op basis van het toneelstuk Lulu van Frank Wedekind Die Büchse der Pandora (1929), waarin Louise Brooks een mannenverslindster speelt, en Josef von Sternberg regisseerde in 1930 Der Blaue Engel, met Marlene Dietrich als nachtclubzangeres die een eerbiedwaardige professor te gronde richt.

Niet lang daarna zou de femme fatale met veel succes geëxporteerd worden naar de Amerikaanse film noir; ze werd daar aangeduid als vamp – een afkorting van het woord vampire.

Uit: De femme fatale; Made in Europe – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

Louise Brooks: Die Büchse der Pandora (1929)

Marlene Dietrich: Der Blaue Engel (1930)

Femme Fatale: poison

Peter Huchel: ’s nachts

’s Nachts

Boven de wolken / het knarsen van wagenwielen, / uittocht, / onderweg.

Potige jongens / ruimen de mist op, / dragen slapende vrouwen / over de voorde.

Riet, / nauwelijks te zien. / Een man, / het vangnet over de schouder geslagen, / staat aan het water / vis schoon te maken.

Wondtekens / de kieuwen der vissen, / ze glanzen onder de maan.

Het woord, uitgezaaid voor de nacht, / drijft weg, wortelt in de wind. / Eindeloos de litanie / van de regen.

peter huchel

bron foto: Badische Zeitung

Peter Huchel (1903 – 1981), Duits

Uit: Geen antwoord, keuze en vertaling door J. Bernlef, Querido Amsterdam, 1985