Zomer, Spike Lee en verkoeling zoeken

De zomer, hitte en de behoefte aan verkoeling. De Amerikaanse regisseur Spike Lee bracht het samen in een scene voor zijn baanbrekende en controversiële film Do the Right Thing. Onderwerp van die film: raciale spanningen in de grote stad (New York).

De song die de scene begeleidt is van de Britse reggae-band Steel Pulse. Het nummer heet: Can’t stand it.

Hugo Claus dicht zijn broer’s dood

Broer

‘Het is hard,’ zei hij, ‘godverdomme hard. / En onrechtvaardig, voor het eerst word ik mager.’

Nog de herfst buiten, een maïsveld tot de einder, / het woord valt, einder, eindig. / Dan geen woord meer van hem.

In zijn slokdarm de plastic slang. / Hij hikt uren lang. Kan niet slikken.

Nog beweging in de rechterhand / die de linker draagt als een vette lelie. / De hand steekt zijn duim omhoog. / Hij blijft seinen tot in zijn laatste verval.

Hij heeft wit kindervel gekregen. / Hij knijpt in mijn angstige hand.

Ik zoek naar een gelijkenis, de onze, / de onrust van haar, / het ongeduld van hem (geen tijd voor tijd), / beider wantrouwen en goedgelovigheid / en ik beland in ons eerste verleden, / dat van een wereld als een weide met kikkers, / als een sloot met paling / en later weddenschappen, tafeltennis, / huishoudelijke wetten, de 52 kaarten, / de drie dobbelstenen / en aldoor de tomeloze honger. / (Ik word oud in plaats van jou. / Ik eet fazant en ruik het bos) / Nu is zijn behuizing afgemeten. / De machine ademt voor hem. / Slijm wordt weggezogen. / Een ratel uit zijn middenrif, / en dan zijn laatste beweging, een lome knipoog.

Zielsverhuizing. Een ordening. Een portie afgesneden. / Het lijf nog onverminderend / en dan plots in zijn gezicht dat dood was / een frons en een kramp / en dan een gesperde, woeste blik, / ondraaglijk helder, de woede en schrik / van een tiran. Wat ziet hij? Mij, een man / die zich afwendt, laf verbaasd over zijn tranen? / Dan is het morgen en maakt men de riemen los. / En hij dan voorgoed

hugo claus, youtube

bron foto: youtube; Still uit Hugo Claus leest Jan de Lichte

Hugo Claus (1929 – 2008, Belgisch)

Uit: Gedichten 1948 – 1993, Bezige Bij Amsterdam, 1994

Oek de Jong toont Fellini op zijn best met een scene uit Roma

In de film Roma (1972) van Fellini zit een lange scène waarin de gebeurtenissen op een autoweg rond de stad worden gefilmd. De hele scène wordt gedraaid in de stromende regen met rijdende camera’s.

(..)

Alles in deze scène wordt op de een of andere manier symbool. Het losgeslagen paard dat tussen de auto’s draaft, de rennende man met zijn kar, het starre vrouwengezicht achter de beregende ruit, de dode kalveren op de weg, de hoertjes. Elk beeld ontstijgt het anekdotische en wordt symbool. Symbool van het chaotische stadsleven, van de menselijke vitaliteit, de menselijke eenzaamheid, het zwoegen, de rusteloosheid. De regen, de almaar stromende regen draagt er veel aan bij. Het is een scène met een epische kracht, die je niet meer vergeet als je hem eenmaal hebt gezien. Het is Fellini op zijn best, het is film op zijn best.

Uit: Wat alleen de roman kan zeggen – Oek de Jong, Augustus Amsterdam, 2013

Van Femme Fatale naar Vamp

Voortbordurend op de voorbeelden uit de Bijbel en de Griekse mythologie leefden al in de Middeleeuwen dichters en schilders zich uit op fantasieën over fatale vrouwen: heksen en boze feeën, op seks beluste jonkvrouwen en meedogenloze heerseressen. Het archetype was bijzonder populair in de Romantiek en in de Victoriaanse tijd; operacomponisten maakten er gretig gebruik van. Maar het was in het fin de siècle, bij de symbolisten en de decadenten, dat de femme fatale hoogtij vierde. Oscar Wilde gaf Salomé met zijn gelijknamige toneelstuk een tweede leven, en schilders als Franz von Stuck en Gustave Moreau kregen er geen genoeg van om de listen en lagen van de seksueel veeleisende vrouw uit te meten.

Dat laatste gold ook voor de filmmakers van het Duits Expressionisme: Georg Pabst maakte op basis van het toneelstuk Lulu van Frank Wedekind Die Büchse der Pandora (1929), waarin Louise Brooks een mannenverslindster speelt, en Josef von Sternberg regisseerde in 1930 Der Blaue Engel, met Marlene Dietrich als nachtclubzangeres die een eerbiedwaardige professor te gronde richt.

Niet lang daarna zou de femme fatale met veel succes geëxporteerd worden naar de Amerikaanse film noir; ze werd daar aangeduid als vamp – een afkorting van het woord vampire.

Uit: De femme fatale; Made in Europe – Pieter Steinz, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

Louise Brooks: Die Büchse der Pandora (1929)

Marlene Dietrich: Der Blaue Engel (1930)

Femme Fatale: poison

W.F. Hermans beschrijft het geluk van de blinde fotograaf

Uit: De blinde fotograaf

Maar nu moet u goed begrijpen wat er gebeurde toen hij dat kleine fototoestel had. Hij zei tegen mij: om te fotograferen, daar heb ik jou niet voor nodig. Ik houd het toestel voor mijn buik en de sluiter die vind ik op de tast. Met de kijker was het wat anders, toen kon jij mij direct vertellen wat  jij door de kijker zag. Maar als jij fotografeert, dat komt op hetzelfde neer als dat ik het zelf doe, want jij kunt mij evenmin vertellen wat er op de foto staat, als dat ik het zelf kan zien. Jij moet wachten, net als iedereen, tot de foto ontwikkeld is en afgedrukt en wie weet is het dan te laat, hoogstwaarschijnlijk ben je het dan zelf vergeten wat het voorstelt, je bent zo stom. Geef mij dat fototoestel maar, blijf eraf met je vingers, ik doe het zelf!

Zo praatte hij, soms waar iedereen bij was.

Ik had alles voor Guibal over, zijn vader trouwens ook. We lieten hem zijn gang gaan. Iedere middag ging ik met hem wandelen en hij fotografeerde dat het een lust was. Zodoende is het, zoals ik al zei, niet zeker of hij de kijker vaarwel gezegd heeft omdat de riem schrijnde in zijn hals of dat hij het gedaan heeft omdat hij niet langer wilde dat ik hem vertelde wat er was te zien. Hoe dat ook mag wezen, hij was gelukkig, hij fotografeerde dat het een aard had! Zo nu en dan hield hij zijn duim voor de lens, maar daar ging het niet om, als hij maar gelukkig was.

wf hermans

(bron foto: gahetna.nl)

W.F. Hermans (1921 – 1995)

Uit: Een landingspoging op Newfoundland – W. F. Hermans, Van Oorschot Amsterdam, 1957

Buster Keaton deed het allemaal al eerder

Joseph Francis (Buster) Keaton (1895 – 1966), een populair en invloedrijk Amerikaans acteur en regisseur van stomme films. Zijn handelsmerk was physical comedy met een stoïcijnse uitdrukking op zijn gezicht, wat hem de bijnaam “The Great Stone Face” opleverde. Zijn vernieuwende invloeden als regisseur droegen veel bij tot de ontwikkeling van de filmkunst.

In bijgaande korte film krijgt de kijker een idee van de vernieuwende invloeden die Keaton op de film had. Tot op de dag van vandaag. Buster deed het allemaal en al eerder!

Nebraska: vader en zoon samen op pad naar de hoofdprijs

De komende dagen zult het vaker tegenkomen op deze webblog: vaders, opa’s en zonen. Toevallig. Omdat ik het thema zelf voortdurend onder ogen krijg. En van het 1 komt het ander. Al lezende viel het me op. Maar al lezende en schrijvende schiet me ook van alles te binnen. Tenminste, zo gaat dat bij mij. Ik moest denken aan de Amerikaanse film Nebraska. Een zwart-film in een traag tempo. Niets voor de liefhebber van Fast and Furious dus. Maar als je van sympathieke films houdt die over het leven gaat zoals dat zich aan jou voordoet, is het een aanrader.

Het is een film over een vader-zoon relatie. Een knorrige, ietwat vergeetachtige man, die koppig zijn vermeende hoofdprijs wil ophalen. Een zoon die wel beter weet, maar het zijn vader gunt. Een mooi portret van een bijzondere, maar verder ‘normale’ familie. Oh ja, het gaat over geld en dat haalt het slechtste in mensen boven, bevestigt deze film op aandoenlijke wijze. En met humor, ook dat nog.

Overigens wat aan deze film ook prachtig is: de rol van June Squibb. Ze had er een Oscar voor mogen hebben, wat mij betreft.

The Handmaiden: over bedrog, genot en liefde

Heerlijk kostuumdrama dat zich afspeelt in het Korea van 1930, toen de Japanners daar aan de macht waren. Over oplichter die rijke erfgename het hof maakt en de jonge dienstmaagd die hem daarbij een handje moet helpen. Hun zorgvuldig uitgewerkte plan loopt echter compleet in het honderd wanneer de maagd verliefd wordt op haar meesteres. Extravagant, erotisch, en onweerstaanbaar verhaal over bedrog, genot en liefde van Chan-wook, de regisseur van onder meer Oldboy en Stoker.

Bron: Cinema.nl

…dat Park hier op tamelijk virtuoze wijze een verhaal als een matroesjkapop opbouwt, waarin de ene verrassing op de andere volgt, is dan al geen verrassing meer.

Die aanpak creëert enige afstand, de personages zijn op sommige momenten niet meer dan pionnen in dienst van de plot, maar die afstand wordt terstond gedicht door Parks technisch perfecte stijl. Van zijn extreem soepele camerabewegingen tot het oogstrelende decor, met al zijn donkere gangen, doorkijkjes naar achterkamertjes en zachtjes ritselende schuifdeuren van rijstpapier.

Bron: Alles is erotiek in The Handmaiden – Berend Jan Bockting in De Volkskrant, 2 februari 2017