BB: franse MM of MM: Amerikaanse BB?

Marilyn Monroe (MM) is een icoon: een legende groter dan het leven zelf. Gekoesterd en in stand gehouden, ook al omdat ze Amerikaans was en jong stierf.

In Europa hielden we ons krampachtig vast aan iets wat daarop leek: Brigitte Bardot. Met dat verschil: BB werd oud, grumpy en niet zo gezellig meer. Maar oh, wat was ze oogverblindend mooi in al die films, die alleen maar om haar draaiden!

In de volgende ode blijkt ze niet alleen aantrekkelijk, maar leren we dat ze muzikaal was en een voorliefde had voor dansen.

Delbert Mann’s Marty (1955)

Wie zijn belangstelling voor film staaft met historie, komt soms tot verrassende ontdekkingen. Het Filmfestival van Cannes 2016 is onlangs geëindigd en leverde een verrassende winnaar op. Verrassend omdat pers en publiek andere favorieten kenden.

Voor mij reden de ranglijsten weer eens langs te gaan op zoek naar bijzonderheden. Neem 1955. De Palme d’Or werd toen gewonnen door een Amerikaanse film van een regisseur die me beiden niets zeiden. Bij Delbert Mann en zijn film Marty ging niet onmiddellijk een bel rinkelen. En toch. Verder naspeuringen leverde ook nog eens vier Oscar’s op waaronder die voor de Beste Film van 1955. En hoofdrolspelers Betsy Blair en Ernest Borgnine kregen veel prijzen en eervolle vermeldingen voor hun acteerprestatie.

Waarom al die loftuitingen toen en hebben we er nu nog nauwelijks weet van? Is dit geen klassieker? Het zal iets met de tijdgeest van doen hebben. De wereld krabbelde op na een desastreuze wereldoorlog. Er was een nieuwe wereld op te bouwen. Daar past optimisme bij. De wereld had zijn onschuld verloren. Vertrouwen in elkaar en in jezelf bleken moeizame processen.

En dan komt Delbert Mann met een film die gaat over een gewone man (in dit geval een slager) van Italiaanse komaf, die zijn zaterdagavond invulling moet gaan geven. Hij woont en werkt in de Bronx, toen nog niet de ‘hood’, maar een plek waar New York zich van zijn meest gemengde kant liet zien. Er wordt hard gewerkt en het is een drukte van belang. Marty, zoals de hoofdpersoon heet, ziet op tegen de zaterdagavond en het uitgaansvertier. Hij is niet knap en denkt dat hij geen indruk maakt op de dames. En dan ontmoet hij Clara. Ze is niet knap en verlegen. De reacties van Marty’s omgeving zijn niet mals. Ze vinden Clara sloom, onaantrekkelijk en helemaal niets voor Marty. Die besluit, ook na aandringen van zijn inwonende moeder, om Clara niet meer te zien. En dat knaagt. Heeft Marty hier een kans laten lopen?

Met dit thema en zijn uitwerking heeft Mann toentertijd veel harten geraakt, want het liep storm voor de film. En dat er veel prijzen vielen zal van doen hebben met het feit dat het verhaal aards en basaal is. De acteerprestaties van met name Borgnine droegen bij aan het succes. Toch merkwaardig dat er van deze film hoegenaamd niets is overgebleven. Ik heb ‘m even aan de vergetelheid ontrukt.

Film in 100 jaar eenzaamheid

the-moviesZe raakten diep verontwaardigd over de bewegende beelden die Don Bruno Crespi, nu een welvarend zakenman, in het theater met de leeuwenmuil-loketjes op het doek wierp, omdat een persoon die na de ene film dood en begraven was en om wiens tegenspoed men smartelijke tranen had gestort, in de eerstvolgende film weer opdook, springlevend en wel en dan veranderd in een Arabier. Het publiek, dat twee centavo betaalde om de wederwaardigheden van de helden te mogen delen, nam deze ongehoorde zwendel niet en sloeg de zitplaatsen kort en klein. Op aandringen van Don Bruno Crespi legde de burgemeester in een openbare bekendmaking uit, dat de bioscoop slechts een zinnebeeldig toestel was dat de ongebreidelde hartstochten van het publiek niet verdiende. Na deze ontmoedigende verklaring geraakten de meeste mensen tot de overtuiging dat ze het slachtoffer waren geworden van een nieuwe, omslachtige zigeunerstreek en ze besloten niet meer naar de bioscoop te gaan, aangezien ze aan hun eigen zorgen al genoeg hadden om ook nog te gaan huilen over de verzonnen ellende van niet bestaande wezens.

Uit: Gabriel  García Márquez Honderd jaar eenzaamheid, Vertaald door C.A.G. van den Broek, Meulenhoff Amsterdam, 1988

Het strand in de cinema

Wie van symboliek houdt (zoals ik) kan in de cinema zijn hart ophalen. Ervan uitgaande dat elke seconde film door de filmmaker bedacht en bedoeld is, is de film een verzamelplaats van verwijzingen naar andere thema’s. Film lijkt op de werkelijkheid maar is gelogen werkelijkheid.

Er zijn allerlei thema’s die regelmatig opduiken in de film. Eén daarvan: het strand. In bijgaande franstalige clip (ik waarschuw: ook zonder ondertiteling is het te volgen, geef uw ogen de kost) aandacht voor de uitwerking van dat thema.

Richard Finkelstein: sitting in the dark with strangers

Dat niet iedere advocaat, die zijn beroep opgeeft, het spoor bijster raakt, bewijst Richard Finkelstein. Na een succesvolle loopbaan als pleitbezorger, ging Finkelstein’s aandacht volledig naar de schone kunsten. Hij werd in 1950 geboren in Philadelphia en woont en werkt tegenwoordig in New York.

Het licht gaat uit, het geluid verstomt en dan knalt er licht en geluid over de hoofden heen van de bioscoopganger. Wat is dat eigenlijk: een film in de bioscoop gaan zien? Wat beleef je dan? Die vragen stelde Finkelstein voordat hij met miniatuur-figuren aan de slag ging. Hij bouwde minutieus sets op die allemaal met 1 thema verbonden waren: film kijken als belevenis. Figuren en sets werden vervolgens gefotografeerd. Dat leidde tot onderstaand werk.

richard finkelstein-1

richard finkelstein-2

richard finkelstein-3

richard finkelstein-4

richard finkelstein-5

richard finkelstein-6

David Bowie: Waarom Stage toch een belangrijk live-album is

bowie

foto: The Times, UK

Stage is een live-album van David Bowie uit de 70-er jaren, vorige eeuw. Volgens veel critici niet zijn beste. De kritiek is dat het album te weinig live-sfeer heeft, te klinisch klinkt en het een overgangs-album betreft waarvan het nut niet duidelijk is. Het album biedt namelijk een terugblik op Bowie’s Berlijnse periode en gaat in de songs ook nog terug naar de Ziggy Stardust-tijd. Toch een aantal redenen waarom ik het een belangwekkend album vind:

  • Het album is opgenomen en uitgebracht in de 70-er jaren. Een periode die zich kenmerkte door veel muzikale ontwikkelingen. Ontwikkelingen die mede door Bowie in gang waren gezet. Bowie was trendsettend als het om stromingen als: punk, new wave, goth rock, new romantic en electronica betreft. Het album geeft mooi weer hoe Bowie moeite had trendsetter te blijven. Stage is een transitie-album. We volgen Bowie als hij van glam rock naar dance opschuift.
  • Bowie had een periode van veel druggebruik achter zich. In Europa, met als middelpunt Berlijn, wilde Bowie dat druggebruik onder controle krijgen. Dat gaf diepe dalen, zoals zijn muzikale uitingen lieten horen. De Albums Low en Heroes zijn duister, donker en zwaarmoedig. Met Station to Station zagen we een Bowie die opkrabbelde en een nieuwe weg leek te vinden. In deze periode was Brian Eno steun en toeverlaat, zeker muzikaal gezien.
  • In alle IM die nu bij zijn dood verschijnen, wordt vaak gemeld dat Bowie regisseur was van zijn personages en muzikale loopbaan. Tot aan zijn dood aan toe. Als dat zo is (het blijft interpretatie en achteraf bezien), is zijn Berlijnse periode daarom extra interessant omdat hij juist daar de controle volledig kwijt was, zich moest herdefiniëren, en een nieuwe Bowie moest zien te vinden. In zo’n periode keer je wel eens terug naar je wortels (Ziggy Stardust) om te begrijpen wat de moeite waard was.
  • Met Stage wordt duidelijk een fase in Bowie’s (muzikale) leven afgesloten. Nog altijd weet Bowie de beste muzikanten om zich heen te verzamelen. In dit geval bijvoorbeeld Adrian Belew als gitarist. Door de opname-techniek (zangmicrofoon en instrumenten direct opgenomen zodat de publieksreactie naar de achtergrond verhuist) is de opgenomen muziek kwalitatief beter, maar voor een live-album minder sfeervol. Omdat de nummers op het album in andere volgorde gespeeld worden als tijdens de live-concerten, lijken de pauzes tussen de nummers meer op een gewoon album. Kortom, de live-sfeer is opgeofferd. Bowie lijkt dat minder belangrijk te vinden.
  • In veel opzichten is het een transitie-album en -periode. Bowie is geen trendsetter meer. Zijn belang beperkt zich daarna tot incidenten, oprispingen. Dat biedt de Britse zanger, musicus, ook de gelegenheid om zijn horizon te verbreden. We zien hem verschijnen in films. Acteren in de film wekt zijn interesse voor toneel. Bowie in een nieuwe gedaante: vrij van het keurslijf dat popmuziek en publieke belangstelling is.

D-film: Vittorio De Sica

Vittorio De Sica is het toonbeeld en de brenger van het neorealisme in de Italiaanse film. De Sica gaf stem aan armen en ongelukkigen en vond zijn films een statement tegen de onverschilligheid tegenover het lijden.

De Sica (1901-1974) groeide op in Napels en kwam op het toneel terecht als acteur. Als snel trok een nieuw medium: film. Hij acteerde in de jaren 20 en 30 maar voelde meer voor zelf regisseren. Dat werden eerst komedies. Totdat hij scenarioschrijver Cesare Zavattini tegen het lijf liep. Met Zavattini maakte De Sica zijn belangrijkste films. De doorbraak kwam voor het duo met I Bambini ci Guardano (1942). Een film waarin kwetsbare kinderen een hoofdrol vertolkten. De film is de allereerste bijdrage aan het Italiaans neorealisme. De camera gaf het leven weer zoals het was, zonder compromissen.

In 1946 draaide het tweetal Sciuscia. De film verhaalt over schoenpoetsende kinderen in Rome tijdens de bezetting door de geallieerden. Belangrijk thema in de film: armoede in het na-oorlogs Italië. Typerend voor de opvattingen van De Sica is dat de film werd gedraaid met niet-professionele acteurs.

Ondertussen was het werk van De Sica en Zavattini ook buiten Italië opgevallen. In 1956 kreeg Sciuscia een ere-Oscar voor de beste buitenlandse film.

Ondanks de roem moest De Sica vechten om zijn film-projecten gefinancierd te krijgen. Ook voor zijn meest bekende film Ladri di Biciclette (1948) kostte het moeite geld bijeen te krijgen.

Met Miracolo a Milano (1951) maakte De Sica een film die van grote invloed zou zijn op opvolgers als Fellini en Pasolini.

In 1952 maakte De Sica wellicht zijn meest aangrijpende drama: Umberto D, een ode aan zijn vader. Het verhaal gaat over de lotgevallen van een oude, eenzame man met hond, die zijn armoede met waarde probeert te dragen. De finale van deze film behoort nog altijd tot 1 van de meest schrijnende, tragische en dramatische in de Italiaanse filmgeschiedenis.

De Sica’s films gaan over de meest kwetsbaren in de (Italiaanse) samenleving. Ze laten klassenverschillen zien en zetten sociale thema’s haarscherp neer. Ondanks het gebrek aan feest, franje en professionele acteurs.

 

D-film: Brian De Palma

Alfred Hitchcock, Master of Suspense, heeft een leerling die goed kan wat de oude meester tot zijn handelsmerk maakte: manipuleren en spanning opbouwen. Zijn naam: Brian De Palma. Maar met de verwijzing naar Hitchcock alleen doen we de Amerikaanse filmmaker voor een deel recht.

De Palma ontwikkelde zich tot een volleerd gangster- en live-actionfilmmaker, die met zijn beheersing van de filmtechniek en huiveringwekkende spanningsopbouw, meester werd voor veel jonge, aankomende filmmakers.

De Palma bewonderde Hitchcock en maakte dat aanschouwelijk in een reeks films: Sisters, Carrie, Obsession, Dressed to Kill, Blow Out en Body Double. Douchende meisjes, voyeurisme, seksuele obsessie en vrouwen in gevaar: thema’s die we kennen van Alfred H. De Palma voegde daar meer bloed aan toe en meer techniek: parallel-montage en split-screen.

Daarna volgde een periode waarin de gangsterfilm de interesse trok van De Palma. Uit die periode stammen klassiekers als: The Untouchables, Scarface en Carlito’s Way. Die laatste 2 films met Al Pacino in de hoofdrol.

Ook van De Palma’s hand: Mission Impossible met Tom Cruise. Onvergetelijke filmscenes is 1 ding, de beste acteurs is 2 (Sissy Spacek in Carrie; Tom Cruise in Mission Impossible; Al Pacino in Scarface en Robert de Niro in The Untouchables), maar De Palma’s films hebben ook veel te danken gehad aan ijzersterke scenario’s. In dit kader ook applaus voor: Oliver Stone, David Mamet en David Koepp. Kortom, De Palma heeft ook een neus voor de goede mensen op de juiste plek.

D-film: Cecil B. DeMille

Cecil B(lount). DeMille is een naam die voor altijd aan Hollywood gekoppeld mag worden. DeMille is de man die Hollywood als filmstad begon. Hij streek er neer terwijl hij bezig was met het draaien van de western The Squaw Man (1914). Oorspronkelijke locatie voor de western was Flagstaff, Arizona, maar daar regende het alsmaar. Met de keuze voor Hollywood als droog alternatief, maakte DeMille de allereerste Hollywood-film.

DeMille bleek een succesvol regisseur. Zo succesvol dat het noemen van zijn naam voldoende was om de financiering van het volgende project rond te krijgen. DeMille won talloze Oscar’s. Maakte Gloria Swanson beroemd. Filmde met Claudette Colbert en Gary Cooper. Regisseerde talloze spektakelfilms, was een typische Hollywood-despoot, maar ook iemand die open stond voor nieuwe (technische) ontwikkelingen, zoals Cinemascope en het gebruik van meerdere camera’s voor het filmen van actiescenes.

DeMille pionierde met Westerns (we hebben het over het begin van de 20-ste eeuw); maakte komische films waarin de seksuele zeden van de art-deco-tijd aan de orde kwamen; filmde society-drama’s waarin de mise-en-scene zich beperkte tot kamers en waarin erotiek een belangrijke rol speelde (de films draaiden voor het eerst met geluid!); meest bekend werden zijn epische spektakelstukken met altijd de bijbel als uitgangspunt. Om het geheugen op te frissen: The Ten Commandments (1923, de film kreeg in 1956 een remake), Samson and Delilah en minder bekend: King of Kings, The Sign of the Cross en The Crusades.

DeMille was patriottistisch, voelde zich een pionier en vergeleek zich graag met de mannen die het Wilde Westen onder de knoet kregen. Hij zag zichzelf graag als doorzetter en echte man. Zijn films zijn bombastisch en worden niet zelden bevolkt door duizenden figuranten.

Al zijn films zijn een weergave van de tijdsgeest. The Ten Commandments is een typisch product van de twintiger jaren in de VS. Cleopatra is eigenlijk een jazz-film.